TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Klinze

Aldtsjerk, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1655
Address
Van Sminiaweg 36, 9064 KC Aldtsjerk (Tytsjerksteradiel 21)
Place
Aldtsjerk
Municipality
Tytsjerksteradiel
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.26739, 5.89521
Part of complex
529158
Monument number
529159

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1630 map "Frisia Occidentalis." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het HOOFDGEBOUW (De Klinze) werd in 1655 door Hessel van Aysma gebouwd onder de naam Aysmastate. De vroegst bekende afbeelding uit 1723 toont een rechthoekig bouwblok van twee bouwlagen onder een hoog opgaand schilddak; een omschrijving uit 1721 noemt 'seekere heerlijke state en landen met de groote huisinge, schuire, watermolen, en molendijken, sampt hovingen, tuinen, bosch, cingels, gragten, lameyen, bruggen en stakettingen'. Door verkoop kwam het goed in 1681 in bezit van de familie Van Sminia, die het huis in de loop van de 19de eeuw verschillende malen verbouwde en uitbreidde. Op een kaart van ca.1850 staat het huis aangegeven op een rechthoekig omgracht terrein, toegankelijk via een loodrecht daarop staande, door bossen geflankeerde toegangslaan die halverwege kruist met een dwarslaan (Rode en Zwarte Singel). De wijzigingen in landschapsstijl (met name ten westen van de laan en rondom het huis), die vanaf 1834 door tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard zijn gerealiseerd, zijn op deze kaart niet herkenbaar. Bij een verbouwing uit 1877 door Arent Johannes van Sminia wordt het aanzien van het huis grondig veranderd: de muren worden gepleisterd, het dak verlaagd, het fronton vervangen door een kroonlijst, de vensters voorzien van een nieuwe roedenverdeling, eclectisch lijstwerk en sierpleister. Na verkoop van het complex in 1966 door de laatste Van Sminia, zijn deze veranderingen bij een omvangrijke restauratie in hetzelfde jaar door de Leeuwarder architect Zuidema voor een deel weer ongedaan gemaakt: de pleisterlaag werd verwijderd, maar het sierpleisterwerk rondom de vensters bleef gehandhaafd, de aanbouw aan de middenpartij werd verwijderd en er werd een nieuw fronton aangebracht. Sindsdien wordt het huis weer gekenmerkt door een voornamelijk 19de-eeuws aanzien. Het huis kende in het derde kwart van de 19de eeuw aan weerszijden nog een vleugel; de rechter vleugel was verbonden met het koetshuis. Het huis is tegenwoordig door een modern tussenlid verbonden met het in 1987 herbouwde koetshuis.

Omschrijving

Het op rechthoekige grondslag opgetrokken, onderkelderde gebouw bestaat uit twee bouwlagen onder een met gesmoorde pannen (voorzijde) en leien (achterzijde) gedekt, gebroken zadeldak met steile onderste en vlakke bovenste dakschilden. Op de voorste dakhoeken staan gemetselde schoorstenen met kappen en pirons. De zeven traveeën brede, symmetrische voorgevel met vrij hoge natuurstenen plint wordt beëindigd door een kroonlijst met geprofileerde gootlijst en heeft een middenrisaliet van drie traveeën waarin de toegangspartij zich bevindt. Het risaliet is gevat tussen twee veelhoekige halve zuilen, die een driehoekig houten fronton dragen met centraal in het timpaan een rond oeil-de-boeuf met festoenen. De entreepartij wordt aan weerszijden van een hardstenen bordes geaccentueerd door twee op hardstenen balustrades staande, gebeeldhouwde leeuwen. De entree wordt verder gevormd door een vleugeldeur onder een bovenlicht met radiale roedeverdeling. Aan weerszijden staat een venster met roedeverdeling in een gepleisterd veld. De overige vensters (van het type fenêtre à terre) staan in schone baksteen. Ze zijn ook voorzien van ramen met roedeverdeling en worden geaccentueerd door profiellijsten met kuif. De gevel wordt horizontaal geleed door een brede kordonlijst, die in het midden wordt onderbroken door een balkon. Het balkon rust op vier consoles en heeft een balustrade met hekwerken van smeed- en gietijzer met centraal hierin het familiewapen van de familie Van Sminia. De voorgevel heeft op de hoeken gepleisterde hoeklisenen met spaarvelden. De linker zijgevel is gepleisterd en wordt horizontaal geleed door twee kroonlijsten. De eerste verdieping heeft een venster en een stel openslaande deuren naar een eenvoudig houten balkon. De zolderverdieping heeft twee vensters en een kroonlijst.. In de achtergevel bevinden zich vier keldervensters in een koekoek, een tussen twee kleine vensters staande deur boven een hardstenen trap met rechts ervan drie en links ervan twee rechtgesloten vensters met zesruitsramen onder strek. De symmetrisch ingedeelde verdieping bevat boven het iets lager in de gevel, recht boven de deur geplaatste traplicht een gietijzeren roosvenster met aan weerszijden een klein venster. De vier grote verdiepingsvensters zijn als die op de parterre. In het dakschild hierboven twee houten dakkapellen met plat, dak, vleugelstukken en vensters met roedeverdeling. De rechter zijgevel wordt op de begane grond aan het oog onttrokken door het modern tussenlid, dat het huis met het koetshuis verbindt. De bouwlagen hierboven zijn te vergelijken met die van de linker zijgevel. Alleen ontbreekt hier het balkon met de bijbehorende deuren. In het voornamelijk 19de-eeuwse INTERIEUR zijn ondermeer van belang: In de verschillende ruimtes de kasten voor de vouwblinden, de vensterbanken, de (voor een deel) gehoute paneeldeuren binnen geprofileerde kozijnen, de stucplafonds met reliëfdecoraties en de lambriseringen; in de hal de marmeren tegelvloer en een brede toog met versierde sleutelstukken naar het achterste gedeelte met het trappenhuis; voorts een spiegel binnen een vroeg-19de-eeuwse, deels gemarmerde omlijsting, een op een console rustend marmeren fonteintje, een trap naar de kelder en een rondboogvormige doorgang voor de personeelstrap; in de herenkamer in de zuidoost hoek van het huis onder meer een bijzondere schouwmantel van rood en zwart marmer rondom een gietijzeren haard; in de kamers en suite over de gehele parterre aan de westkant van het huis (in de voorkamer) de gehoute betimmeringen, waarboven lijsten van stucwerk en consoles met leeuwenkopjes die de wanden en het rijk versierde stucplafond met elkaar verbinden; voorts een 17de-eeuwse schouw met marmeren schoorsteen en een boezem met beeldhouwwerk en een schilderstuk met jachttafereel; in de achterkamer (de voormalige eetkamer) een rijk versierd stucplafond, gehoute paneellambriseringen, een houten schouw met spiegel in de boezem en een doorgeefluik met adelaar met jongen in snijwerk. Bijzonder is de vrijwel geheel intact gebleven 17de-eeuwse wandbekleding in de vorm van gobelins. Voorts zijn van belang de tweedelige trap naar de verdieping met gehoute treden, gemarmerde lambriseringen, geprofileerde handlijsten op gietijzeren spijlen en een royaal tussenbordes; in de vertrekken aan de gang op de verdieping de paneeldeuren binnen geprofileerde kozijnen. Twee kamers met stucplafond zijn samengevoegd tot één, waarin beide marmeren schouwen zijn gehandhaafd. Twee andere vertrekken bevatten eveneens een marmeren schouw en stucplafond. Eén van deze vertrekken heeft bovendien lambriseringen. Aan het einde van de gang links bevindt zich de scheluwe personeelstrap met een roosvenster dat is ingevuld met kantglas. De trap naar de zolderverdieping is vergelijkbaar met die naar de verdieping. Het licht boven het trappenhuis is ingevuld met gekleurd glas-in-lood. Ook op de zolderverdieping hebben de paneeldeuren geprofileerde kozijnen. De keldervloeren zijn belegd met plavuizen. De keldergewelven zijn van het type troggewelf. Op de keldervloer staat een gesneden trappaal. In het moderne tussenlid tussen het huis en het koetshuis bevinden zich houten onderdelen van de zadelkamer van het vroegere koetshuis.

Waardering

Het HOOFDGEBOUW (De Klinze) is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- vanwege de ouderdom en de bewoningsgeschiedenis

- als goed voorbeeld van een in eclectische stijl gebouwd voornaam huis

- vanwege de bijzondere detaillering en het materiaalgebruik

- vanwege de samenhang tussen in- en exterieur

- vanwege de waardevolle interieuronderdelen

- vanwege de visuele en de ruimtelijke relatie met de tuin en de andere onderdelen van de buitenplaats

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The MAIN BUILDING (De Klinze) was built in 1655 by Hessel van Aysma under the name Aysmastate. The earliest known depiction from 1723 shows a rectangular building block of two storeys under a steeply pitched hipped roof; a description from 1721 mentions 'a certain splendid estate and lands with the great house, barn, water mill, and mill dikes, together with gardens, orchards, wood, enclosures, ditches, lanes, bridges and fencing'. Through sale the property came into the possession of the Van Sminia family in 1681, who altered and extended the house several times in the course of the 19th century. On a map of circa 1850 the house is shown on a rectangular moated site, accessible via an approach road perpendicular to it, flanked by woods, which crosses midway with a cross road (Rode and Zwarte Singel). The alterations in landscape style (particularly to the west of the road and around the house), which were realised from 1834 by landscape architect Lucas Pieter Roodbaard, are not recognisable on this map. During an alteration in 1877 by Arent Johannes van Sminia the appearance of the house is fundamentally changed: the walls are plastered, the roof lowered, the pediment replaced by a cornice, the windows provided with new glazing bars, eclectic mouldings and decorative plaster. After sale of the complex in 1966 by the last Van Sminia, these changes were partly reversed in an extensive restoration in the same year by Leeuwarder architect Zuidema: the plaster layer was removed, but the decorative plasterwork around the windows was retained, the extension to the central section was removed and a new pediment was installed. Since then the house has been characterised again by a predominantly 19th-century appearance. The house had wings on either side in the third quarter of the 19th century; the right wing was connected with the coach house. The house is today connected by a modern intermediate section with the coach house, rebuilt in 1987.

Description

The building, with a rectangular ground plan and cellarage, consists of two storeys under a broken gabled roof covered with ridge tiles (front facade) and slates (rear), with steep lower and flat upper roof slopes. On the front roof corners stand brickwork chimneys with caps and decorative crowns. The seven-bay-wide, symmetrical front facade with fairly high natural stone plinth is terminated by a cornice with moulded drip moulding and has a central risalite of three bays in which the entrance section is located. The risalite is flanked by two polygonal half columns, which support a triangular wooden pediment with centrally in the tympanum a round oeil-de-boeuf with festoons. The entrance section is accentuated on either side by two stone lions standing on stone balustrades. The entrance is further formed by a double door under a fanlight with radial glazing bars. On either side stands a window with glazing bars in a plastered field. The remaining windows (of the fenêtre à terre type) stand in fair-faced brickwork. They are also provided with frames with glazing bars and are accentuated by moulded profiles with hood mouldings. The facade is divided horizontally by a broad band course, which is interrupted in the middle by a balcony. The balcony rests on four consoles and has a balustrade with wrought and cast iron railings with centrally the coat of arms of the Van Sminia family. The front facade has plastered corner pilasters with spared fields on the corners. The left side facade is plastered and is divided horizontally by two cornices. The first floor has a window and a pair of glazed doors to a simple wooden balcony. The attic storey has two windows and a cornice. The rear facade contains four cellar windows in a dormer, a door standing between two small windows above a stone step with three windows to the right and two to the left, closed up with six-pane windows under relief. The symmetrically arranged floor above the slightly lower stairlight placed centrally in the facade, directly above the door, contains a cast iron grille window with a small window on either side. The four large windows on the first floor are like those on the ground floor. In the roof slope above are two wooden roof dormers with flat roofs, wing pieces and windows with glazing bars. The right side facade on the ground floor is hidden from view by the modern intermediate section, which connects the house with the coach house. The storeys above are comparable to those of the left side facade. Only the balcony with the associated doors is absent here. In the predominantly 19th-century INTERIOR the following are of importance:

In the various rooms the shutters for folding blinds, the window sills, the (partly) panelled interior doors within moulded frames, the stucco ceilings with relief decorations and the wainscoting; in the hall the marble tile floor and a broad counter with decorated keystones leading to the rear section with the staircase; furthermore a mirror within an early 19th-century, partly marbled frame, a marble fountain resting on a console, a cellar stair and a rounded arch doorway for the servants' stair; in the gentleman's room in the south-east corner of the house among other things a remarkable fireplace mantel of red and black marble around a cast iron hearth; in the rooms en suite along the entire ground floor on the west side of the house (in the front room) the panelled wainscoting, above which mouldings of stucco and consoles with lion heads connecting the walls and the richly decorated stucco ceiling; furthermore a 17th-century fireplace with marble chimney breast and a surround with sculpture and a painted panel with hunting scene; in the back room (the former dining room) a richly decorated stucco ceiling, panelled wainscoting in wood, a wooden fireplace with mirror in the surround and a serving hatch with eagle with young in carved work. Particularly notable is the virtually intact 17th-century wall covering in the form of tapestries. Of further importance are the two-part stair to the first floor with wooden treads, marbled wainscoting, moulded handrails on cast iron balusters and a generous landing; in the rooms along the corridor on the first floor the panelled interior doors within moulded frames. Two rooms with stucco ceilings have been combined into one, in which both marble fireplaces have been retained. Two other rooms likewise contain a marble fireplace and stucco ceiling. One of these rooms also has wainscoting. At the end of the corridor on the left is the servants' stair with a grille window that is filled with lace glass. The stair to the attic storey is comparable to that to the first floor. The light above the stairwell is filled with coloured stained glass. On the attic storey the panelled interior doors also have moulded frames. The cellar floors are laid with tiles. The cellar vaults are of the barrel vault type. On the cellar floor stands a carved newel post. In the modern intermediate section between the house and the coach house are wooden components of the saddle room of the former coach house.

Valuation

The MAIN BUILDING (De Klinze) is of general cultural-historical and architectural-historical importance:

- because of its age and the history of occupation

- as a fine example of a distinguished house built in eclectic style

- because of the special detailing and use of materials

- because of the coherence between interior and exterior

- because of the valuable interior components

- because of the visual and spatial relationship with the garden and the other components of the country estate

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map