Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Boomkerk
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1910 - 1911
- Address
- Admiraal de Ruijterweg 406, Locatie: Bos en Lommer, 1055 ND Amsterdam
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.38311, 4.85063
- Monument number
- 529085
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KERK, (R.K.) Sint Franciscus van Assisi. Het in voornamelijk Neo-Romaanse bouwstijl opgetrokken kerkgebouw is ontworpen door P.J. Bekkers in 1910 en door de aannemers Nollens en Heymerdink in 1911 uitgevoerd. Karakteristiek voor deze bouwstijl is onder meer de rijzige hoektoren met spaarvelden en detailleringen als rondboogfriezen en een dwerggalerij. Verwijzingen naar de romano-gotiek zijn te vinden in het radvenster in de voorgevel met drie portalen, de toepassing van rudimentair uitgevoerde luchtbogen en tripletvensters. De kerk is gebouwd ter vervanging van de 'Boomkerk' in de Kalverstraat, een schuilkerk uit 1730, verbouwd in 1844, die moest wijken voor een groot warenhuis. Diverse hergebruikte onderdelen en kerkschatten herinneren nog steeds aan de voorganger van deze kerk: twee gevelstenen en in het interieur bijvoorbeeld verscheidene beelden, twee schilderijen en het Hilgersorgel en twee altaren. Het kerkgebouw is gelegen aan de Admiraal de Ruyterweg, op de hoek met de Van Gentstraat, waar zich ook de toren bevindt. Via een tussenlid aan de noordwestzijde is de pastorie bereikbaar.
Omschrijving
De in bakstenen kruisverband opgetrokken kerk van het basilicale type heeft een plattegrond in de vorm van een Latijns kruis. De zadel-, schild- en kegeldaken zijn deels met leien (Maasdekking) gedekt. De torenhelm rust op een vierkante grondslag; de viering is met een open houten dakruiter met achtzijdige naaldspits bezet. De oostpartij wordt met een apsis afgesloten, geflankeerd door apsidiolen van de zijkapellen aan weerszijden van het koor. Een laag tussenlid verbindt deze met twee identieke halfrond eindigende annexen. Alle gevels worden door een boogfries afgesloten en waar het een topgevel betreft is deze als variant klimmend uitgevoerd. In de dakvlakken van kerkschip, transepten en apsis komt een dakkapel met luik voor met aangekapt zadeldakje, voorzien van een piron.
De voorgevel (zuidwestzijde) bevat de entreepartij met drie portalen onder een van een radvenster voorziene middenbeuk onder een topgevel. Links bevindt zich een in een topgevel eindigende zijbeuk en rechts een uit drie geledingen bestaande hoektoren met torenhelm. De drie rondboog portalen hebben drie gekoppelde topgevels en worden door siersmeedijzeren hekken afgesloten. De topgevels, met engelen in de tegeltableaus, worden bekroond door natuurstenen medaillons die naar beneden in lekgoten en spuwers uitlopen. De basementen van de muurdammen tussen de portalen, alsook de aanzetblokken van de bogen zijn in natuursteen uitgevoerd en klemmen op de hoeken geplaatste gemetselde kolommen in. De portaaldeuren zijn voorzien van smeedijzeren sierbeslag. Het midden in de gevel geplaatste, natuurstenen radvenster wordt in de bovenste helft door een waterlijst omgeven. Het raam is in trapsgewijs metselwerk licht teruggezet en wordt ondersteund door een natuurstenen blok met lekgootje. Onder de topgevel komen enkele lichtspleten voor en is een beeld van Maria met Kind onder een troonhemel aangebracht. In de kruin van de geveltop komt een in een blok uitgespaard Andreaskruis voor. Een hoekliseen die uitmondt in een soort pinakel scheidt het schip van de linker zijbeuk. Deze heeft boven een natuurstenen cordonlijst drie gekoppelde rondboog vensters onder een streks boog. De gevel heeft een beeld van St. Antonius van Padua. De kruin van de geveltop is hier voorzien van een natuurstenen wijdingskruis. De linker steunbeer op de hoek heeft een vergelijkbare pinakel als bovengenoemde liseen. De hoektoren rechts heeft in de eerste geleding een triplet venster dat op een gemeenschappelijke natuurstenen lekdorpel rust. Daarboven bevindt zich het beeld van St. Franciscus van Assisi. Onder de waterlijst, die zich vanuit de aanzet van de topgevel van de naastgelegen middenbeuk voortzet en de eerste torengeleding afsluit, komen drie lichtspleten voor. Vanaf de tweede geleding komen de vier, aan elkaar identieke zijden van de toren geheel vrij. Deze geleding bevat drie rondboogvormig afgesloten spaarvelden met in de kop een rondboograam en beneden een lichtspleet. Ter plaatse van de waterlijst bevindt zich een wijzerplaat in een met geglazuurde tegels bezet ruitvormig veld. De zone met drie gekoppelde halfrond beëindigde galmgaten, waarin een opengewerkte borstwering is opgenomen, is boven voorzien van een tegelmozaïek. Een diep rondboogfries sluit de geleding af. De torenhelm sluit aan op een fronton met drie blindnissen en wordt bekroond door een kruis met windhaan. Klokkenstoel met gelui bestaande uit een klok van Petit und Gebr.Edelbrock/Eijsbouts, 1911, en twee moderne klokken. Mechanisch torenuurwerk, B. Eijsbouts, 1933, later voorzien van elektrische opwinding. De linker zijgevel (noordwestzijde) heeft een apsidiool met vijf lancetvensters en in de zijbeuk tripletvensters. In de tweede en derde travee komt onder een tripletvenster een gevelsteen voor van de oudere kerk uit 1730. De steunberen eindigen in een pinakel waarop een rudimentaire luchtboog uitkomt. Tussen de luchtbogen, in de lichtbeuk bevinden zich tripletvensters en rondboogfriezen. In de transeptarm zijn vijf op een gemeenschappelijke lekdorpel geplaatste lancetvensters zichtbaar onder een tripletvenster. De zijmuren van het transept bevatten eveneens tripletvensters. In de oksel van het transept en het koor bevindt zich een door een tentdak gedekte zijkapel, met aan de zijde van de apsis een apsidiool, gevolgd door een tussenlid (met zinken dakje) en annex met omlopend schilddak. Aan de noordzijde heeft deze uitbouw een veel kleinere apsidiool. Het tussenlid heeft een beslagen deur, de annex rondboogvensters. De achtergevel (noordoostzijde) heeft de hoge apsis met kalot geplaatst tegen de eindgevel van het middenschip. De gevel van de apsis is door lisenen in vijf spaarvelden met een glas-in-lood rondboogvenster onderverdeeld. Boven wordt deze afgesloten door een dwerggalerij op een natuurstenen band. Onder grenst een smalle, met zinken lessenaarsdakje gedekte rondgang tegen de apsis aan. De rechter zijgevel is nagenoeg identiek aan de linker zijgevel. De eindgevel van het zuidelijk transept bevat op de begane grond een entreepartij met beslagen vleugeldeuren onder een latei met blind boogveld. De schuine zijden onder het als topgevel eindigende portaal is voorzien van vlechtingen.
Interieur
Het driebeukige interieur heeft gemetselde kruisgewelven en een gemetselde koepel boven de viering. De zijbeuken worden van het middenschip gescheiden door halfronde scheibogen op gelaagde pijlers. De orgelgalerij vormt de eerste travee, het schip de volgende twee. De viering is (waarschijnlijk) twee traveeën, het koor één travee met apsis. Beide transepten hebben één travee, de zijbeuken eindigen in apsiden. Het schip, de koortravee en de transeptarmen hebben kruis(graat)gewelven, de viering en zijbeuken gemetselde koepelgewelven. De vieringpijlers zijn, net als de andere pijlers van het schip, vierkant van plattegrond. Tegen de binnenmuur van de apsis zijn colonetten geplaatst die eindigen in teerlingkapitelen. In het metselwerk wisselen rode en gele baksteen elkaar af. Het oorspronkelijke bankenplan op plankier is deels bewaard gebleven. De vloer bevat een patroon van rood, bruin en zwart geglazuurde tegels. De communiebanken zijn nog aanwezig. Van het oorspronkelijke kerkmeubilair zijn voorts nog vijf biechtstoelen aanwezig. Het hoofdaltaar stamt uit de bouwtijd, de altaren in de kapellen aan weerszijde van het koor zijn afkomstig uit de schuilkerk. In de doopkapel aan de westzijde bevindt zich het doopvont. Boven de entree bevindt zich op de orgeltribune met gemetselde borstwering, het tweeklaviers orgel, in 1774 door P. Hilgers gemaakt. In 1816 verbouwd door L. van den Brink. In 1959 gerestaureerd door Verschueren Orgelbouw en uitgebreid met een vrij pedaal. De tribune, met cassettenplafond, rust op zwart natuurstenen zuilen. Twee zijaltaren (1e helft 18e eeuw); drie van het voormalige hoofdaltaar afkomstige beelden: verrijzende Christus, St. Bernardinus en St. Lodewijk (eerste helft achttiende eeuw); een madonnabeeld en een beeld van St. Antonius (17e eeuws en afkomstig van de binnenplaats van de vroegere schuilkerk?); een schilderij voortstellende de Hemelvaart van Maria (1e helft 18e eeuw) en een schilderij voorstellende de aanbidding der herders (1722 door N. van Bloemen); gesneden fragment van de inrichting van de vroegere schuilkerk, o.a. met twee engelen (1e helft achttiende eeuw) in de doopkapel. De preekstoel bevindt zich op zolder.
Waardering
De Boomkerk met bijbehorende oudere onderdelen uit 1911 is wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde van algemeen belang als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een vroeg 20e eeuwse kruisbasiliek in neo-romaanse trant en, meer specifiek, als opvolger van een rooms-katholieke schuilkerk. De kerk heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de markante hoektoren.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CHURCH, (R.C.) Sint Franciscus van Assisi. The church building, constructed predominantly in Neo-Romanesque style, was designed by P.J. Bekkers in 1910 and executed by contractors Nollens and Heymerdink in 1911. Characteristic of this building style is, among other things, the lofty corner tower with spandrels and detailing such as round-arch friezes and a dwarf gallery. References to Romano-Gothic are to be found in the rose window in the front facade with three portals, the application of rudimentary executed flying arches and triplet windows. The church was built as a replacement for the 'Boomkerk' in the Kalverstraat, a hidden chapel from 1730, remodelled in 1844, which had to make way for a large department store. Various reused components and church treasures still recall the predecessor of this church: two facade stones and in the interior for example several statues, two paintings and the Hilgers organ and two altars. The church building is located on the Admiraal de Ruyterweg, on the corner with the Van Gentstraat, where the tower is also situated. Via a connecting section on the northwest side the rectory is accessible.
Description
The church, constructed in brick English bond of the basilical type, has a ground plan in the form of a Latin cross. The gabled roofs, hipped roofs and conical roofs are partly covered with slate (Maas covering). The tower helmet rests on a square base; the crossing is fitted with an open wooden tower roof with octagonal spire. The eastern part is terminated with an apse, flanked by apsidioles of the side chapels on either side of the choir. A low connecting section links these with two identical half-round terminating annexes. All facades are terminated by an arch frieze and where it concerns a stepped gable this is executed as a climbing variant. In the roof surfaces of the nave, transepts and apse there is a roof dormer with shutter with attached gabled roof, furnished with a crest tile.
The front facade (southwest side) contains the entrance section with three portals beneath a rose window-furnished central aisle beneath a stepped gable. On the left is a side aisle terminating in a stepped gable and on the right a corner tower consisting of three storeys with tower helmet. The three round-arch portals have three coupled stepped gables and are closed off by ornamental wrought-iron gates. The stepped gables, with angels in the tile tableaux, are crowned by natural stone medallions which run downward into gutters and spouts. The basements of the wall sections between the portals, as well as the springing blocks of the arches are executed in natural stone and clamp masonry columns placed at the corners. The portal doors are furnished with ornamental wrought-iron fittings. The rose window, placed in the middle of the facade, of natural stone, is surrounded in the upper half by a drip moulding. The window is set back slightly in stepped brickwork and is supported by a natural stone block with small gutter. Below the stepped gable there are several light slots and a figure of Mary with Child beneath a canopy is placed. In the apex of the gable top there is an Saint Andrew's cross cut out in a block. An angle listel which terminates in a kind of pinnacle separates the nave from the left side aisle. This has above a natural stone string course three coupled round-arch windows beneath a straight arch. The facade has a statue of St. Antonius of Padua. The apex of the gable top here is furnished with a natural stone consecration cross. The left buttress at the corner has a comparable pinnacle to the aforementioned listel. The right corner tower has in the first storey a triplet window that rests on a common natural stone drip ledge. Above this is the statue of St. Franciscus van Assisi. Below the drip moulding, which continues from the springing of the stepped gable of the adjacent central aisle and closes off the first tower storey, there are three light slots. From the second storey onward the four, mutually identical sides of the tower are completely clear. This storey contains three round-arch-shaped spandrels with a round-arch window at the top and below a light slot. At the location of the drip moulding there is a clock face in a diamond-shaped field set with glazed tiles. The zone with three coupled half-round terminating louvres, in which an openwork balustrade is incorporated, is above furnished with a tile mosaic. A deep round-arch frieze closes off the storey. The tower helmet adjoins a pediment with three blind recesses and is crowned by a cross with weathervane. Bell chamber with bells consisting of a bell by Petit and Bros. Edelbrock/Eijsbouts, 1911, and two modern bells. Mechanical tower clockwork, B. Eijsbouts, 1933, later furnished with electric winding. The left side facade (northwest side) has an apsidiole with five lancet windows and in the side aisle triplet windows. In the second and third bay there is a facade stone below a triplet window from the older church of 1730. The buttresses terminate in a pinnacle on which a rudimentary flying arch rests. Between the flying arches, in the clerestory are triplet windows and round-arch friezes. In the transept arm five lancet windows placed on a common drip ledge are visible beneath a triplet window. The side walls of the transept likewise contain triplet windows. In the angle of the transept and the choir there is a side chapel covered with a tent roof, with on the side of the apse an apsidiole, followed by a connecting section (with zinc roof) and annex with surrounding hipped roof. On the north side this extension has a much smaller apsidiole. The connecting section has an iron-banded door, the annex round-arch windows. The back facade (northeast side) has the high apse with its cap set against the end wall of the central nave. The facade of the apse is subdivided by listel strips into five spandrels each with a stained-glass round-arch window. Above this it is closed off by a dwarf gallery on a natural stone band. Below, a narrow ambulatory covered with a zinc lean-to roof adjoins the apse. The right side facade is nearly identical to the left side facade. The end wall of the south transept contains on the ground floor an entrance section with iron-banded double doors beneath a lintel with blind arch field. The slanting sides beneath the portal terminating as a stepped gable is furnished with lattice pattern.
Interior
The three-aisled interior has masonry groin vaults and a masonry dome above the crossing. The side aisles are separated from the central nave by half-round arcades on stratified pillars. The organ gallery forms the first bay, the nave the following two. The crossing is (probably) two bays, the choir one bay with apse. Both transepts have one bay, the side aisles terminate in apses. The nave, the choir bay and the transept arms have groin vaults, the crossing and side aisles masonry dome vaults. The crossing pillars are, like the other pillars of the nave, square in plan. Against the inner wall of the apse colonettes are placed which terminate in cube capitals. In the brickwork red and yellow brick alternate with each other. The original bench arrangement on timber framing is partly preserved. The floor contains a pattern of red, brown and black glazed tiles. The communion rails are still present. Of the original church furnishings, five confessionals are furthermore still present. The high altar dates from the time of construction, the altars in the chapels on either side of the choir are from the hidden chapel. In the baptism chapel on the west side is the baptismal font. Above the entrance is on the organ gallery with masonry balustrade, the two-manual organ, made in 1774 by P. Hilgers. In 1816 remodelled by L. van den Brink. In 1959 restored by Verschueren Orgelbouw and extended with a free pedal. The gallery, with coffered ceiling, rests on black natural stone columns. Two side altars (1st half 18th century); three statues from the former high altar: rising Christ, St. Bernardinus and St. Lodewijk (first half eighteenth century); a Madonna statue and a statue of St. Antonius (17th century and from the courtyard of the former hidden chapel?); a painting depicting the Ascension of Mary (1st half 18th century) and a painting depicting the adoration of the shepherds (1722 by N. van Bloemen); carved fragment of the furnishing of the former hidden chapel, among other things with two angels (1st half eighteenth century) in the baptism chapel. The pulpit is situated on the upper floor.
Valuation
The Boomkerk with associated older components from 1911 is, on grounds of cultural and architectural-historical value of general interest, preserved as an intact example of an early 20th century crossing basilica in neo-romanesque style and, more specifically, as the successor of a Roman Catholic hidden chapel. The church has urban-planning value on account of the distinctive corner tower.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Spaarndammerdijk 677Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Kosterswoning, Spaarndammerdijk 687Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Consistorie, Spaarndammerdijk 675Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Spaarndammerdijk 681Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.