TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Grebbelinie, Bruinenburgersluis

Woudenberg, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Function
Inundatiesluis(B)
Category
onroerend gebouwd
Built
1786
Address
Nabij de grens met de gemeente Leusden in Liniedijk Woudenberg
Place
Woudenberg
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.09877, 5.43544
Monument number
528678

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1764 map "Carte du Comté de Hollande" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

De Bruinenburgersluis was in vredestijd bestemd voor de doorvoer van het water van de Heiligenbergerbeek. De militaire bestemming was om bij het stellen van inundaties de afvloeiing van water uit de Heiligenbergerbeek (sinds 1937 Valleikanaal) te verhinderen.

Omschrijving:

In 1786 aangelegd WATERWERK, bestaande uit een damsluis. De Damsluis is uitgevoerd in metselwerk met deels hardstenen schotbalksponningen en hoekprofielen. Bij de aanleg van het Valleikanaal in 1937-1939 is de sluis in oude vorm vernieuwd.

De afmetingen van de damsluis zijn maximaal 14,0 bij 9,8 meter inclusief landhoofden. De sluis heeft twee doorstroomopeningen, van 3,05 en 3,08 meter breed, gescheiden door een middenpenant van 10,50 bij 1,29 meter. Verder heeft de sluis aan de noordoostzijde 2 x 2 schotbalksponningen met een tussenruimte van 2,05 meter. Aan de zijde van het Valleikanaal is een aantal schotbalken ingelaten. Boven de sluis ligt een houten brug met open ijzeren hekwerk. In de sluiswand is een jaartalsteen met tekst: 'MARIA ANGELIS -HUGUENIN, GEBr HERLIN - HEEFT DEN EERSTEN STEEN GELEGD, OP DEN 10 SEPTr 1786'.

Waardering:

De damsluis is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd.

Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van civiele en militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:

a. het systeem van inundatie en accesverdediging (18de, 19de en 20ste eeuw),

Het betreft hier een object dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:

fase 2: 1785 -'86, versterking

Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen, in het bijzonder als onderdeel van de nog gaaf bewaarde liniedijk tussen het Werk aan de Roode Haan en de kern van de gemeente Leusden.

Het object is zeldzaam omdat het een nog vrijwel compleet bestaand voorbeeld is van een 18 eeuwse damsluis voor civiele en inundatiedoeleinden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometres long, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, most of the line embankment, the weirs and the earthen defence works have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line would have to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for military personnel was built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie was to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be sufficiently deep to prevent enemy vehicles and artillery from passing through, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At places that were too high to be inundated, defence works were constructed. In creating the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. To flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 basins. The water was dammed up in each basin with the aid of a weir which lay crosswise on the line embankment.

After occasional fortifications had been constructed in this area from the end of the 16th century onwards, in 1744 on the suggestion of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, work began on the construction of the earthen embankment that would later become the Grebbelinie dike. The embankment had to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, the plan provided, on account of the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee, for the construction of weirs or cross-dykes that could hold back the water. In this way a series of water-filled basins was created, descending ever further northwards like a series of steps. In total, eight weirs were constructed to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786 further fortifications were constructed.

The first time the line was put on alert was in 1793 when France declared war on the Netherlands. The water level in the Rhine was, however, too low at that time to flood the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line. When, however, the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be flooded. But a severe frost period at the beginning of 1795 meant that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, in 1799 the French gave the line its final form. They paid much attention to improving the defence of the weirs and constructed earthen outposts there. Because Napoleon erroneously believed in 1809 that there was no longer any danger from the east, the Grebbelinie was abolished as a defence work.

Only in 1846 did the importance of the Grebbelinie for national defence begin to be recognised again. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, it was laid across the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defence lines of our country. Following this, new dam sluices were placed in the most important weirs, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866 the Omleidingskanaal was constructed to the east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. But nevertheless, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defence line, because inundations there could be brought about more quickly and easily.

Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defence line of our country. Because shortly before, the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better opportunities for flooding the area.

Large areas on the eastern side were now flooded and farms that were in the line of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940 the main defence of the eastern front of the Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and wire barriers, particularly in the areas that could not be inundated between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May German troops entered our country. Although the battle at the Grebbeberg became the best known, heavy fighting also took place at other points on the line. The Germans ultimately made the final adjustment to the line in 1944. The line was now named Pantherstellung. The aim of the line was to hold back an enemy advancing towards Germany, and the main direction of fire was this time towards the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are now still preserved. In 1951 the Grebbelinie was permanently abolished as a defence line.

The Bruinenburgersluis was in peacetime intended for the passage of water from the Heiligenbergerbeek. The military purpose was to prevent the discharge of water from the Heiligenbergerbeek (since 1937 Valleikanaal) when inundations were created.

Description:

WATERWORK constructed in 1786, consisting of a dam sluice. The dam sluice is executed in brickwork with partly sandstone shutter-bar grooves and corner profiles. When the Valleikanaal was constructed in 1937-1939, the sluice was renewed in its original form.

The dimensions of the dam sluice are a maximum of 14.0 by 9.8 metres including wing walls. The sluice has two flow openings, 3.05 and 3.08 metres wide, separated by a central pier of 10.50 by 1.29 metres. Furthermore, the sluice has on the north-east side 2 x 2 shutter-bar grooves with a spacing of 2.05 metres. On the side of the Valleikanaal, a number of shutter-bars have been inserted. Above the sluice lies a wooden bridge with open iron railings. In the sluice wall is a date stone with text: 'MARIA ANGELIS -HUGUENIN, GEBr HERLIN - LAID THE FIRST STONE, ON 10 SEPT 1786'.

Valuation:

The dam sluice is of general importance because of:

Cultural-historical values as a component of the Grebbelinie, as constructed in six phases over a period of 200 years.

Architectural-historical values in particular as an expression of civil and military-strategic construction, which is based on:

a. the system of inundation and access defence (18th, 19th and 20th centuries),

This concerns an object that in its original conception is an example of defence works from the period:

phase 2: 1785-'86, fortification

Ensemble value due to its location within the system of the Grebbelinie in general, in particular as a component of the still well-preserved line embankment between the Werk aan de Roode Haan and the centre of the municipality of Leusden.

The object is rare because it is an almost completely surviving example of an 18th-century dam sluice for civil and inundation purposes.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map