Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Weesperzijde 33 K
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1883 - 1885
- Address
- Weesperzijde 33 K, Locatie: Oost/Watergraafsmeer, 1091 ED Amsterdam (and others)
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.35657, 4.90717
- Monument number
- 526999
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Dubbel WOONHUIS in de stijl van de Neo-Renaissance met sterk Duitse inslag, naar een ontwerp van de Duitse architecten J.F. Henkenhaf en F. Ebert. Nummer 33 is ontstaan in de jaren 1883-1885, nummer 34 is in de jaren 1886-1887 aangebouwd. De opdrachtgevers waren repectievelijk de hotelier A.W. Krasnapolsky (ook betrokken bij de bouw van de IJsbreker op de Weesperzijde) en C. van der Bijl. In dezelfde periode werkten Henkenhaf en Ebert aan het Kurhaus te Scheveningen en het Victoriahotel te Amsterdam.
Het pand nummer 34 heeft een moderne dakkapel.
Omschrijving
Dubbel hoekhuis in twee fasen opgetrokken in oranje/gele verblendstenen kruisverband, over drie bouwlagen, souterrain, bel-etage en verdieping, onder een afgeplat schild- (nr. 33) respectievelijk zadeldak (nr. 34). Nummer 33 heeft leien in Maasdekking en een zinken bekleding van de arkel. De horizontale geleding loopt om de hoek (Ruyschstraat) door naar de achtergevel van nummer 33. De woonhuizen, op plattegronden van afgeschuinde rechthoeken, hebben gevelbreedtes van respectievelijk 12 meter (nr. 33) en 7 (nr. 34) meter.
De voorgevel van het ensemble heeft op de hoeken arkels, respectievelijk een ronde en een rechthoekige, onder naaldspitsen. Hiertussen bevindt zich een risaliet met hoog opgetrokken trapgevel voor een steekkap. Het metselwerk wordt verlevendigd door sierbanden (speklagen). De meeste ornamenten zijn van pleister of (kunst)steen. Het basement met daarin het souterrain is in gebouchardeerd blokverband vormgegeven, de deuromlijstingen met diamantkoppen. In het souterrain bevinden zich eenvoudige vensters, op dezelfde wijze gepositioneerd als de vensters op de bel-etage en de verdieping. Voorts heeft nummer 34 twee smalle vensters Het basement wordt afgesloten door een zware, halfrond geprofileerde lijst. De entree van nummer 33, op de afgeschuinde hoek van de Ruyschstraat heeft een driehoekig fronton met daarin een in rolwerk gevatte vrouwenkop en daaronder dezelfde omlijsting als nummer 34. De entree van nummer 34 heeft in de paneeldeur twee Ionische zuilen onder een geschubt spiegelgewelf, een stenen bovenlicht met decoratieve, houten middenstijl en eenvoudig glas-in-lood. Aan weerszijden van de entree staan op het basement geschubde lisenen die een door consoles gedragen latei ondersteunen. Hierboven bevinden zich weer consoles en een latei met daarboven een rondboogvenster met figuratief glas-in-lood. De omlijsting van dit venster heeft klauwstukken met rolwerk en ondersteunt de kuip van de erker. De entree is in een stenen blokverband geplaatst. Op de bel-etage bevinden zich rondboogramen met, behalve in het meest linkse raam, in de omlijsting blokken en sluit- en aanzetstenen, op dezelfde hoogte als de sierbanden. De sluitsteen is een voluutvormige console. De twee rondboogramen op nummer 34 zijn gekoppeld. De stenen lekdorpels rusten op eenvoudige consoles. De drie gekoppelde rondboogramen op nummer 33, in een gepleisterd veld, hebben als middenstijlen tapse pilasters met Ionische kapitelen. In de gebouchardeerde, ingezwenkte spaarvelden van de borstwering bevinden zich diamantkoppen. De sluitstenen lopen door in de leeuwenkoppen van de balkonconsoles. Het rondboograam links is op dezelfde manier gedetailleerd als de gekoppelde rondboogramen. Tussen de bel-etage en de verdieping loopt een waterlijst, die zich doorzet over de zijgevel van nummer 33.
De vensters op de verdieping zijn rechtgesloten. In het fries bevinden zich smeedijzeren gekrulde muurankers. Deze lopen ook door over de zij- en achtergevel. De rechthoekige arkel rechts, met een dubbele kuip, heeft in de borstwering een spaarveld met diamantkop en een gecanneleerde pilasteromlijsting met eierlijst en diamantkoppen. Eenzelfde pilaster bevindt zich tussen de gekoppelde vensters op het balkon op nummer 34. De pilasters lopen door in het fries dat als metopen portretten in mozaïekmedaillons heeft (ook in de arkel). In de risaliet bevindt zich boven de gekoppelde balkondeuren een in mozaïek uitgevoerde zonnewijzer en in de medaillons aan weerszijden het bouwjaar. Het meest linker venster heeft analoog aan de rondboogramen op de bel-etage blokken in de rechte strek. De ronde arkel heeft een ingezwenkte kuip op een console en in de borstwering consoles tussen diamantkoppen. De pilasters, dezelfde als in de andere erker, lopen door in het fries waarin medaillons met mozaïekportretten zijn opgenomen. Boven de geprofileerde kroonlijst heeft de rechter arkel dubbele rondboogvensters en een overhoeks gekorniste lijst onder de vierkante naaldspits. De trapgevel heeft drie gekoppelde rondboogramen, een uilegat, een toppilaster en bovenop de hoogste van de met platen afgedekte trappen, een bolornament. De ronde arkel heeft geschubde pilasters tussen de rondboogvensters, triglyfen en een veelhoekige kroonlijst onder een met zink gedekte, ronde naaldspits met in de top een ornament waar twee stenen katjes naartoe kruipen. De dakkapel links heeft een pilasterstelling en een kleine vierkante naaldspits. De zijgevel heeft een middenrisaliet met op de hoogte van de bel-etage twee keer drie gekoppelde kleine rondboogvensters. In het basement bevinden zich een venster en een smalle lichtsleuf. Op de verdieping van de risaliet bevindt zich een rechtgesloten venster als in de voorgevel links, maar met rondboog roedenverdeling. Aan weerszijden van de risaliet bevinden zich dezelfde vensters als op de bel-etage en de verdieping links in de voorgevel. De centrale, brede dakkapel heeft een driehoekig fronton met klauwstukken. Aan weerszijden zijn dakkapellen als aan de voorzijde geplaatst. De achtergevel is eenvoudiger vormgegeven, waarbij nummer 34 gepleisterd is en andere vensters heeft. In de risaliet van nummer 33 bevindt zich op de bel-etage een kozijn, van twee smallere vensters gescheiden door smalle penanten, de segmentbogen met stenen aanzetstenen, gekoppeld door een doorlopende sierband. Deze loopt door de sluitstenen van de twee rondboogvensters rechts. Op de verdieping zowel in de risaliet als daarnaast bevinden zich twee getoogde kozijnen met stenen aanzet- en sluitstenen met een in een sierband doorlopende bovendorpel. In de kap bevinden zich twee dakkapellen met voluutvormige klauwstukken en rondboog frontons.
Waardering
Ensemble van twee herenhuizen aan de Weesperzijde uit 1883-1887 is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf en karakteristiek voorbeeld van, door particuliere opdrachtgevers ontwikkelde, rijk gedetailleerde, neo-renaissance woonhuizen voor de gegoede stand alsmede vanwege de plaats in het oeuvre van de architecten Henkenhaf en Ebert. De woonhuizen zijn stedenbouwkundig van algemeen belang wegens ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van het laat negentiende-eeuwse rivierfront aan de oostzijde van de Amstel.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Double DWELLING HOUSE in the Neo-Renaissance style with strong German influence, designed by German architects J.F. Henkenhaf and F. Ebert. Number 33 was constructed in the years 1883-1885, number 34 was added in the years 1886-1887. The commissioners were respectively the hotelier A.W. Krasnapolsky (also involved in the construction of the Icebreaker on the Weesperzijde) and C. van der Bijl. In the same period Henkenhaf and Ebert worked on the Kurhaus in Scheveningen and the Victoriahotel in Amsterdam.
Property number 34 has a modern roof dormer.
Description
Double corner house constructed in two phases in orange/yellow face brick in English bond, over three storeys, basement, principal floor and first floor, under a flattened hipped roof (no. 33) and gabled roof (no. 34) respectively. Number 33 has slate in a Maas pattern and a zinc covering of the arch. The horizontal articulation runs around the corner (Ruyschstraat) through to the rear facade of number 33. The dwelling houses, on floor plans of chamfered rectangles, have facade widths of 12 metres (no. 33) and 7 metres (no. 34) respectively.
The front facade of the ensemble has on the corners arches, respectively a round and a rectangular one, under needle spires. Between these is a risalit with a steeply rising stepped gable for a steeple roof. The brickwork is enlivened by ornamental bands (decorative coursing). Most ornaments are of plaster or (artificial) stone. The basement containing the basement storey is formed in tooled ashlar, the door surrounds with diamond points. In the basement there are simple windows, positioned in the same way as the windows on the principal floor and the first floor. Furthermore number 34 has two narrow windows. The basement is finished with a heavy, half-round moulded cornice. The entrance of number 33, on the chamfered corner of the Ruyschstraat has a triangular pediment with a female head framed in scrollwork within it and below it the same surround as number 34. The entrance of number 34 has in the panel door two Ionic columns under a scalloped barrel vault, a stone fanlight with decorative wooden mullion and simple stained glass. On either side of the entrance stand on the basement scalloped lisenes supporting a lintel carried by consoles. Above these are again consoles and a lintel with above it a round-arched window with figurative stained glass. The surround of this window has claw stones with scrollwork and supports the bay of the oriel. The entrance is placed in stone ashlar. On the principal floor there are round-arched windows with, except in the leftmost window, blocks in the surround and closing and starting stones, at the same height as the decorative bands. The closing stone is a scroll-shaped console. The two round-arched windows on number 34 are coupled. The stone drip edges rest on simple consoles. The three coupled round-arched windows on number 33, in a plastered field, have as mullions tapered pilasters with Ionic capitals. In the tooled ashlar, recessed spandrels of the parapet there are diamond points. The closing stones continue into the lion heads of the balcony consoles. The round-arched window on the left is detailed in the same way as the coupled round-arched windows. Between the principal floor and the first floor runs a drip moulding, which continues over the side facade of number 33.
The windows on the first floor are straight-headed. In the frieze there are wrought-iron curled wall anchors. These continue also over the side and rear facades. The rectangular arch on the right, with a double bay, has in the parapet a spandrel with diamond point and a fluted pilaster surround with egg moulding and diamond points. An identical pilaster is located between the coupled windows on the balcony on number 34. The pilasters continue into the frieze which has as metopes portraits in mosaic medallions (also in the arch). In the risalit above the coupled balcony doors there is a sundial executed in mosaic and in the medallions on either side the construction year. The leftmost window has, analogous to the round-arched windows on the principal floor, blocks in the straight section. The round arch has a recessed bay on a console and in the parapet consoles between diamond points. The pilasters, the same as in the other oriel, continue into the frieze in which medallions with mosaic portraits are included. Above the moulded cornice the right arch has double round-arched windows and a diagonally corniced cornice under the square needle spire. The stepped gable has three coupled round-arched windows, an owl hole, a top pilaster and on top of the highest of the slab-covered steps a ball ornament. The round arch has scalloped pilasters between the round-arched windows, triglyphs and a polygonal cornice under a zinc-covered, round needle spire with at the top an ornament towards which two stone cats crawl. The left roof dormer has a pilaster arrangement and a small square needle spire. The side facade has a central risalit with at the height of the principal floor two groups of three coupled small round-arched windows. In the basement there are a window and a narrow light shaft. On the first floor of the risalit there is a straight-headed window as on the front facade on the left, but with round-arched glazing bars. On either side of the risalit are the same windows as on the principal floor and first floor on the left in the front facade. The central, wide roof dormer has a triangular pediment with claw stones. On either side roof dormers are placed as on the front. The rear facade is simpler in design, with number 34 plastered and having different windows. In the risalit of number 33 on the principal floor there is a window frame, of two narrower windows separated by narrow muntins, the segmental arches with stone starting stones, coupled by a continuous decorative band. This runs through the closing stones of the two round-arched windows on the right. On the first floor both in the risalit and next to it there are two arched window frames with stone starting and closing stones with a drip edge continuing in a decorative band. In the roof space there are two roof dormers with scroll-shaped claw stones and round-arched pediments.
Appreciation
Ensemble of two gentlemen's houses on the Weesperzijde from 1883-1887 is of general importance due to its cultural and architectural historical value as an intact and characteristic example of richly detailed neo-renaissance dwelling houses for the gentry developed by private commissioners, as well as due to its place in the oeuvre of architects Henkenhaf and Ebert. The dwelling houses are of general importance from an urban planning perspective due to ensemble value as an image-forming component of the late nineteenth-century riverfront on the east side of the Amstel.
Nearby in the register
- Woonhuis, Weesperzijde 32 AWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Weesperzijde 29 4Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Weesperzijde 28 AWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Weesperzijde 26Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.