Rijksmonumentenregister · Netherlands
Amstelstation
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Function
- Spoorwegstation
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1938 - 1939
- Address
- Julianaplein 1, Locatie: Oost/Watergraafsmeer, 1097 DN Amsterdam
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.34672, 4.91867
- Monument number
- 526988
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University of Amsterdam LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1935 map "Waterkaart op de schaal van 1 à 50.000 : [De Vechtstreek en de Loosdrechtse Plassen]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1938-1939 op een ruim en langgerekt kavel aan de westzijde van het Julianaplein gebouwd SPOORWEGSTATION, naar een ontwerp van architect H.G.J. Schelling in functionalistische stijl. De plannen zijn tot stand gekomen in samenwerking met architect-stedenbouwkundige C. van Eesteren en architect J. Leupen van de Dienst Publieke Werken. Naast de vormgeving is het vooral de functionele visie op de geldende verkeersstromen die het Amstelstation een bijzondere plaats in de Nederlandse stationsbouw geeft. De toepassing van het destijds nieuwe principe van 'optimale bereikbaarheid voor diverse vormen van vervoer' maakte door middel van verschillen in hoogteniveaus en (voor)pleinen en onderdoorgangen, van het station een geheel met ongelijkvloerse kruisingen. De hoge hal vormt de verbindende factor tussen trein- en stadsverkeer. De wandschilderingen aan de korte zijden van de grote hal zijn van Peter Alma en hebben de 'dynamiek van de spoorwegen' als thema. De beelden van Theo van Reijn, een bronzen reliëf aan de oostgevel en een beeld van een halfzittende vrouw in grijze Zweedse kalksteen, drukken respectievelijk activiteit en passiviteit uit.
NB. Het oude seinhuis in het midden van het tweede perron, de wachtkamers, de toiletten en kenmerkende interieuronderdelen als de kaartloketten zijn niet meer aanwezig.
De twee voorpleinen bedienden het aankomende en vertrekkende verkeer. Het station werd op drie niveaus uitgevoerd: het polderniveau (trams, 5 m - NAP), het straatniveau (stationshal) en de spoordijk (perrons/sporen, 7 m + NAP). Het gedeelde plein stijgt naar het gebouw tot 2.30 m + NAP), waardoor het hoogteverschil tussen plein en perron nauwelijks merkbaar wordt verkleind. De financiering van zowel het Amstel- als het Muiderpoortstation werd mogelijk gemaakt door het plan-De Miranda ter bestrijding van de economische en sociale crisis.
Omschrijving
Het Amstelstation bestaat uit een hoge ongedeelde hal op een rechthoekig grondplan, met een zadeldak met schilden onder flauwe helling met overstek. Inwendig zijn de portaalspanten in het zicht gelaten. De korte oost- en westgevel hebben een verticale geleding met acht doorlopende lisenen. Aan de oostgevel het bronzen haut-reliëf en zeven zesruits vensters. Aan de westgevel bevindt zich de passagiersdoorgang naar de sporen. De lange gevels zijn grotendeels opgebouwd uit gelede glaswanden. Het stationsgebouw staat op gewapend-betonpalen. Het staalskelet is, met uitzondering van de portaalspanten, in de wanden weggewerkt. Tussen de stijlen en regels van het skelet zijn de wanden verder opgebouwd uit baksteen, op de hoeken van de hoge hal afgewisseld met smalle banden lichte natuursteen. De plint is van rood Zweeds graniet. De oostgevel is boven de plint met Franse kalksteen, 'boisfleuri', bekleed. De steen is op verschillende wijzen afgewerkt: gescharreerd, gebouchardeerd en geschuurd. Alle deuren en ramen waren in oorsprong van staal. Aan beide glasgevels bevindt zich een grote roodkoperen gevelklok met neonverlichting (in oorsprong geel). In de hal bevinden zich het halfzittende beeld op gemetselde sokkel en een vloer met tegels van Noors kwartsiet.
Haaks op de hoge hal bevindt zich aan de westzijde de lagere dwarshal. Hierin bevonden zich in oorsprong onder meer de ruimten die in verband stonden met de inname, het transport en het depôt van bagage en bevat ook de reizigerstunnel die in de as van de hoge plaatskaartenhal de reiziger voert naar de perrons. De dwarshal onder plat dak met overstek staat op een langgerekt grondplan en heeft aan beide korte zijden van de vleugels een respectievelijk afgeronde en halfronde gevel. Aan de noordzijde bevindt zich een omlopende luifel op eenvoudige ronde staanders. De verdieping van de dwarshal ligt ongeveer op spoorhoogte. Aan de noordzijde ronde en grote tienruits vensters; aan de zuidzijde kleinere en meer eenvoudige vensterss en lichten. Aan weerszijden van de hoge hal bevinden zich zijbeuken en portalen van één bouwlaag. Hierin zowel ronde als aaneengesloten vensterrijen en toegangspartijen onder diepe luifels. De eilandperrons van het station zijn gelegen aan de achterzijde, dwars op de hoofdas. Vier trappen, waarvan twee nog in oorspronkelijke staat, voeren naar de perrons, die ook bereikbaar zijn via hellingbanen. De oorspronkelijke trappen met hardstenen treden en plinten hebben een grijs geglazuurde bakstenen wand in klezorenverband. De balustrades met hardstenen afdekplaten hebben ronde koperen leuningen. De perrons bevinden zich aan weerszijden van de vier sporen (twee centrale en twee aan de buitenzijden) en hebben als loopvlak stoeptegels en stelcon platen. Het wachtlokaal, op een met travertijnen platen beklede plint, heeft wanden van glas met stalen kozijnen. De symmetrische plattegrond heeft rechte zijwanden, met per wand twee vierkante omtrekkingen voor de pijlers van de kap en gebogen kopse kanten. Het wachtlokaal heeft een zelfstandig plat dak met zware koperen lijst. De glasdeuren, twee per kopse kant, hebben verchroomde staven met konische knoppen als deurgreep. De kap is een eenvoudig plat dak met drie lichtkappen, dat rust op portalen van stalen H-profielen en liggers. De niet dragende wanden zijn van glas met stalen kozijnen. Ook de kopse kanten van de perrons hebben glazen schermen. De westkant van de perrons rust op een betonnen sokkel op het talud, de oostkant op een in geel bakstenen klezorenverband gemetselde muur met acht (zuid) respectievelijk negen (noord) ronde ramen met kenmerkende stalen onderverdeling, één horizontaal en twee verticaal.
Waardering
Stationsgebouw uit 1939 van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische, stedenbouwkundige en typologische waarde. De overzichtelijkheid en scheiding van verkeersstromen in soorten (trampassagiers, fietsers, voetgangers en automobilisten) en richting (aankomend en vertrekkend) hebben de na-oorlogse Nederlandse stationsbouw sterk beïnvloed. Als een van de weinige stationsgebouwen in Nederland staat het dwars op de richting van de spoorbaan.
Het stationsgebouw is van groot belang voor het oeuvre van H.G.J. Schelling, die eveneens het station Muiderpoort ontwierp.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Built in 1938-1939 on a spacious and elongated plot on the west side of Julianaplein, a RAILWAY STATION to a design by architect H.G.J. Schelling in functionalist style. The plans were developed in collaboration with architect-urban planner C. van Eesteren and architect J. Leupen of the Public Works Service. Besides its design, it is especially the functional vision regarding prevailing traffic flows that gives Amstelstation a special place in Dutch station construction. The application of the then-new principle of 'optimal accessibility for various forms of transport' made, by means of differences in height levels and forecourts and underpasses, the station into a whole with grade-separated intersections. The high hall forms the connecting element between rail and city traffic. The wall paintings on the short sides of the great hall are by Peter Alma and have the 'dynamics of the railways' as their theme. The sculptures by Theo van Reijn, a bronze relief on the east facade and a statue of a half-seated woman in grey Swedish limestone, express activity and passivity respectively.
NB. The old signal box in the middle of the second platform, the waiting rooms, the toilets and characteristic interior components such as the ticket offices are no longer present.
The two forecourts served arriving and departing traffic. The station was executed on three levels: the polder level (trams, 5 m - NAP), the street level (station hall) and the railway embankment (platforms/tracks, 7 m + NAP). The shared forecourt rises towards the building to 2.30 m + NAP), whereby the height difference between forecourt and platform is scarcely noticeably reduced. The financing of both Amstelstation and Muiderpoortstation was made possible by the De Miranda plan for combating the economic and social crisis.
Description
Amstelstation consists of a high undivided hall on a rectangular ground plan, with a gabled roof with hipped ends under shallow pitch with overhang. Internally the portal trusses are left exposed. The short east and west facades have a vertical articulation with eight continuous pilasters. On the east facade the bronze bas-relief and seven six-pane windows. On the west facade is the passenger passage to the tracks. The long facades are largely composed of articulated glass walls. The station building stands on reinforced concrete piles. The steel frame is, with the exception of the portal trusses, embedded in the walls. Between the stiles and rails of the frame the walls are further built up from brickwork, at the corners of the high hall alternated with narrow bands of light natural stone. The plinth is of red Swedish granite. The east facade above the plinth is clad with French limestone, 'boisfleuri'. The stone is finished in various ways: pointed, bush-hammered and sanded. All original doors and windows were of steel. At both glass facades is a large red copper facade clock with neon lighting (originally yellow). In the hall are the half-seated statue on a masonry base and a floor with tiles of Norwegian quartzite.
At right angles to the high hall, on the west side, is the lower transverse hall. In this were originally located, among others, the spaces related to the reception, transport and deposit of luggage and also contains the passenger tunnel which along the axis of the high ticket hall leads the passenger to the platforms. The transverse hall under a flat roof with overhang stands on an elongated ground plan and has on both short sides of the wings respectively a rounded and half-round facade. On the north side there is a continuous canopy on simple round posts. The floor level of the transverse hall is approximately at track height. On the north side round and large ten-pane windows; on the south side smaller and simpler windows and lights. On either side of the high hall are side aisles and portals of one storey. In these both round and continuous rows of windows and entrance arrangements under deep canopies. The island platforms of the station are located at the rear, transverse to the main axis. Four staircases, two of which are still in original condition, lead to the platforms, which are also accessible via ramps. The original staircases with sandstone steps and plinths have a grey glazed brickwork wall in rat-trap bond. The balustrades with sandstone capping plates have round copper handrails. The platforms are located on either side of the four tracks (two central and two on the outer sides) and have as running surfaces floor tiles and stelcon plates. The waiting room, on a plinth clad with travertine plates, has walls of glass with steel frames. The symmetrical ground plan has straight side walls, with per wall two square perimeter enclosures for the columns of the roof and curved end walls. The waiting room has an independent flat roof with heavy copper cornice. The glass doors, two per end wall, have chromium-plated rods with conical knobs as door handle. The roof is a simple flat roof with three skylights, which rests on portals of steel H-sections and beams. The non-load-bearing walls are of glass with steel frames. The end walls of the platforms also have glass screens. The west side of the platforms rests on a concrete base on the embankment, the east side on a wall built in yellow brickwork rat-trap bond with eight (south) respectively nine (north) round windows with characteristic steel glazing bars, one horizontal and two vertical.
Assessment
Station building of 1939 of general significance by virtue of its architectural-historical, urban planning and typological value. The clarity and separation of traffic flows by type (tram passengers, cyclists, pedestrians and motorists) and direction (arriving and departing) strongly influenced post-war Dutch station construction. As one of the few station buildings in the Netherlands it stands transverse to the direction of the railway line.
The station building is of great significance for the oeuvre of H.G.J. Schelling, who also designed Muiderpoort station.
Nearby in the register
- Schollenbrug 340 Berlagebrug 423Brugunder 1 mi
- Vergulde EenhoornKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Woonhuis, Ringdijk bij 58Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Ringdijk 57Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.