Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Grote Buren 1
Wergea, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1878
- Address
- Grote Buren 1, 9005 PP Wergea (Leeuwarden 21)
- Place
- Wergea
- Municipality
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.15143, 5.84533
- Monument number
- 526809
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONHUIS (voormalige pastorie) met landschappelijk aangelegde TUIN, ijzeren HEKWERK en (voormalig) BAARHUISJE. Het geheel is markant gelegen in de kern van het als beschermd gezicht geregistreerde terpdorp Wergea (Warga), nabij de kruising van doorgaande wegen en de vaart. De (voormalige) PASTORIE is in 1878 gebouwd als dienstwoning bij de tegenovergelegen (beschermde) hervormde kerk (1872; vergroot 1878) met omheind kerkhof. De bouw van pastorie en baarhuisje viel samen met de vergroting van de kerk in dat jaar. Het eclectische ontwerp van de pastorie kan worden toegeschreven aan dorpstimmerman A.K. Hoekstra, die ook voor de uitvoering zorgdroeg. Of deze ook de ontwerper is van het baarhuisje is niet bekend. De TUIN is als langgerekt perceel met bebouwing op rechthoekig tot vierkant grondplan reeds te herkennen op de kaart van Eekhoff (1849-1850). De afmetingen (ca. 35 x 90 meter) komen overeen met de huidige situatie. Het contemporaine giet- en smeedijzeren HEKWERK vormt de scheiding tussen de voortuin en het pad van de kerkring. Het (voormalige) BAARHUISJE is eveneens gebouwd in 1878. Dit heeft ook dienst gedaan als 'arrestantenhok'. Bij de ingebruikname van de nieuwe begraafplaats aan de oostzijde van het dorp heeft het zijn functie verloren. Daarna is het nog in gebruik geweest als opslagruimte voor de brandweer en als garage, waartoe de penanten in de voorgevel werden weggebroken en het voorkozijn werd vergoot. Deze ingrepen zijn inmiddels weer ongedaan gemaakt.
OMSCHRIJVING
PASTORIE EXTERIEUR
Verdiepingloos, deels onderkelderd woonhuis op rechthoekige plattegrond (met twee uitbouwen), opgetrokken uit schoonmetselwerk in bruinrode gevelsteen (gesneden voeg) en gedekt door een met zwart geglazuurde holle pannen belegd afgesnoten schilddak met hoekschoorstenen (oorspronkelijk met afdekkingen); gepleisterde geprofileerde kroonlijst rondom; drie twee vensters brede dakkajuiten (in voor- en zijschilden), waarvan die aan voorzijde met klein balkon en deel uitmakend van de centrale ingangspartij; gepleisterde plint en gepleisterd lijstwerk; op de hoeken en aan weerszijden van de hoofdingang achtkante gepleisterde pilasters; gepleisterde sierornamenten (schelp- en bloemmotief). De belangrijkste raam- en deuropeningen lichtgetoogd. De oorspronkelijke buitenblinden, schoorsteenafdekkingen en bekronende ornamentiek van de dakkajuiten ontbreken. De voorgevel symmetrisch ingedeeld: doorlopende geornamenteerde centrale ingangspartij met op de begane grond dubbele paneeldeur met bovenlicht, waarvoor hardstenen drietreeds stoep; op de (kap)verdieping openslaande T-ramen waarvoor klein balkon met gietijzeren balustrade met florale motieven; consoles in de vorm van putti. Aan weerszijden van de centrale ingang twee T-ramen; in de rechterzijgevel drie T-ramen en twee getraliede keldervensters. In de linkerzijgevel dubbele paneel/glasdeur met bovenlicht en twee T-ramen. In de achtergevel (inclusief aanbouw waarin eertijds de poepdoos was ondergebracht; zie dichtgezette opening) dubbele deuren met kruisvormige invulling en tweelicht bovenlicht; tweetreeds hardstenen stoep; venster met luik en gekoppelde getraliede keldervensters; de raampartijen aan weerszijden niet meer (geheel) origineel. Aan linkerzijde rechthoekige bakstenen aanbouw (mogelijk oudere bouwfase) onder met zwart geglazuurde holle pannen belegd schilddak; goot op klosjes; in de rechter langsgevel een houten deur met tweelicht bovenlicht; een zesruitsraam en een rond raam met invulling; in de linker langsgevel houten deur en twee kleine rechthoekige ramen; in de kopgevel dubbele rechtgesloten houten deuren; klein rechthoekig raam.
PASTORIE INTERIEUR
Kenmerkende plattegrond, bestaande uit begane grond met (tot in de uitbouw doorlopende) centrale gang met vloer van brede delen; vertrekken aan weerszijden; trap naar verdieping onder kap (met handmatig gekantrechte grenenhouten spanten met breed beschot). In het interieur zijn ondermeer de volgende onderdelen van belang: het stucwerk in gang en kamers, de houten paneeldeuren, lambriseringen, vensterbanken en (binnen)luiken, de kastenwand in de opkamer, de zwartmarmeren schoorsteenmantel in de voorkamer, de trap met gietijzeren balusters, in de keuken het schijnbalkenplafond, een schouw en een bedstede/kastenwand (hersteld en aangevuld 1999), op zolder het rek met waspalen en de isolatiewand tussen overloop en zoldergedeelte, bestaande uit stucwerk op riet aan de ene en liggende delen aan de andere zijde, daartussen houtkrullen als isolatie; de kelder (vermoedelijk van voor 1840; oudere bouwfase) omvat een groter en een kleiner gedeelte, van elkaar gescheiden door boogvormig beëindigd muurwerk; verhoging aan westkant, evenals de vloer, voorzien van (gesleten) groene plavuizen.
PASTORIETUIN en HEKWERK
Bij de voormalige pastorie behoort een grote TUIN die zijn oorspronkelijke omvang heeft behouden, sober van aanleg is en voornamelijk bestaat uit grasgazon met laag struikgewas als omgrenzing. Aan oostzijde wordt de tuin omgrensd door een waterpartij van het gemeenteplantsoen; de scheisloot aan zuidoostzijde is een restant van een kleine waterloop die het perceel eertijds verbond met de Foudering. Een lange hoge haag vormt aan westzijde de begrenzing met de Grote Buren en de vaart aldaar. Tussen tuin en kerkring een tweede helft 19de-eeuws smeedijzeren HEKWERK met gietijzeren sierpunten (fleur de lis). De voortuin sluit symmetrisch aan bij het huis en bestaat uit bestaat uit twee smalle grasperken aan weerszijden van het toegangspad. Aan straatzijde aansluitend hieraan twee smalle rozenperken (rechts een rododendron). Tussen huis en gazon een grindpad; langs het huis lage begroeiing. Achter het huis (zuidzijde) ligt de meer besloten tuin met in het midden een boomgaard met een achttal vruchtbomen (appel, peer en notenboom) en, terzijde van het bijgebouw, een purperrode beuk (ca. 150 jaar oud; opgenomen in het Register van monumentale bomen in Nederland). Aan de oostzijde ligt een niervormige vijver. In de tuin is de opwaartse glooiing van de terp in de richting van de kerk duidelijk waarneembaar. NB. De tuin wordt voornamelijk beschermd vanwege zijn sobere maar lommerrijke karakter en vanwege de eenheid die hij vormt met de pastorie. Voorts is hij, samen met de aangrenzende groenen ruimten van kerkhof en gemeenteplantsoen, van groot belang voor de beleving van het beschermde dorpsgezicht Wergea.
BAARHUISJE
Op het terrein van de pastorie staat, op de erfscheiding, het baarhuisje uit 1878. Rechthoekig gebouwtje, opgetrokken uit gepleisterde baksteen en gedekt door een met blauwe pannen belegd zadeldak met gesneden windveren. Dubbele houten deuren aan voorzijde (driehoekig bovenlicht met straalvormige houten invulling); deur met bovenlicht aan achterzijde; bevloering van gele baksteen. Het baarhuisje is recent gerestaureerd. NB. Het baarhuisje wordt voornamelijk beschermd vanwege de functionele relatie met kerk en pastorie alsook vanwege de betekenis voor het gehele kerkelijke ensemble.
WAARDERING
WOONHUIS (voormalige pastorie) met TUIN, HEKWERK en BAARHUISJE, uit 1878, van algemeen architectuur- en cultuurhistorisch belang:
- vanwege hun ouderdom;
- vanwege de architectuurhistorische waarde van de voormalige pastorie en de vrij hoge mate van authenticiteit van in- en exterieur daarvan;
- vanwege de herkenbare functionele relatie tussen de onderdelen;
- vanwege hun herkenbare typologie;
- vanwege hun relatie met de tegenover gelegen kerk;
- vanwege hun belang voor de historisch-functionele en visueel-ruimtelijke beleving van het beschermde gezicht Wergea); - vanwege hun stedenbouwkundig markante ligging binnen het beschermde gezicht Wergea, tegenover de hervormde kerk met kerkhof en nabij de kruising van doorgaande wegen en de vaart.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENCE (former rectory) with landscaped GARDEN, iron RAILINGS and (former) MORTUARY CHAPEL. The ensemble is markedly situated in the centre of the protected village Wergea (Warga), registered as a protected townscape, near the intersection of through roads and the waterway. The (former) RECTORY was built in 1878 as a service dwelling adjoining the opposite (protected) Reformed church (1872; enlarged 1878) with enclosed churchyard. The construction of the rectory and mortuary chapel coincided with the enlargement of the church that year. The eclectic design of the rectory can be attributed to village carpenter A.K. Hoekstra, who also oversaw the execution. Whether he also designed the mortuary chapel is unknown. The GARDEN as a long narrow plot with buildings on a rectangular to square ground plan is already recognisable on the Eekhoff map (1849-1850). The dimensions (approximately 35 x 90 metres) correspond with the present situation. The contemporary cast and wrought iron RAILINGS form the division between the front garden and the path of the church ring.
The (former) MORTUARY CHAPEL was also built in 1878. It also served as a 'detainees' cell'. When the new cemetery on the east side of the village came into use, it lost its function. It was subsequently used as storage space for the fire brigade and as a garage, for which purpose the pilasters in the front gable were removed and the front window frame was enlarged. These alterations have since been reversed.
DESCRIPTION
RECTORY EXTERIOR
Single-storey, partly cellared residence on rectangular plan (with two extensions), built of fair-faced brickwork in red-brown facing brick (cut mortar joint) and covered by a hipped roof tiled with black-glazed hollow tiles with corner chimneys (originally with caps); plastered moulded cornice all around; three dormers (in front and side hips), each two windows wide, the one at the front with small balcony and forming part of the central entrance composition; plastered plinth and plastered moulded work; eight-sided plastered pilasters at the corners and on either side of the main entrance; plastered decorative ornaments (shell and flower motifs). The principal window and door openings have light mouldings. The original exterior shutters, chimney caps and cresting ornaments of the dormers are missing.
The front facade is symmetrically arranged: continuous decorated central entrance composition with, on the ground floor, double panelled door with fanlight, preceded by a three-step stone porch; on the (roof) storey french windows with small balcony with cast-iron balustrade with floral motifs; consoles in the form of putti. On either side of the central entrance two french windows; in the right side gable three french windows and two barred cellar windows. In the left side gable double panel/glass door with fanlight and two french windows. In the rear gable (including an extension which formerly housed the privy; see blocked opening) double doors with cruciform infill and two-light fanlight; two-step stone porch; window with shutter and paired barred cellar windows; the window arrangements on either side no longer (entirely) original. On the left side a rectangular brick extension (possibly of an earlier build phase) under a hipped roof tiled with black-glazed hollow tiles; gutter on brackets; in the right side wall a wooden door with two-light fanlight; a six-pane window and a round window with infill; in the left side wall wooden door and two small rectangular windows; in the end gable double closed wooden doors; small rectangular window.
RECTORY INTERIOR
Characteristic plan, consisting of ground floor with (extending into the extension) central corridor with floor of wide boards; rooms on either side; staircase to the storey under the roof (with manually squared pine rafters with broad boarding). In the interior the following components are of note: the plasterwork in corridor and rooms, the wooden panelled doors, wainscots, window sills and (interior) shutters, the cupboard wall in the bedroom, the black marble fireplace mantel in the front room, the staircase with cast-iron balusters, in the kitchen the false-beam ceiling, a hearth and a bed-recess/cupboard wall (restored and supplemented 1999), on the attic the rack with drying poles and the partition wall between landing and attic space, consisting of plasterwork on reed on one side and horizontal boards on the other, between them wood shavings as insulation; the cellar (presumed to be pre-1840; earlier build phase) comprises a larger and a smaller section, separated from each other by arch-ended masonry; raising on the west side, as well as the floor, with (worn) green tiles.
RECTORY GARDEN and RAILINGS
Belonging to the former rectory is a large GARDEN which has retained its original extent, is soberly laid out and consists primarily of grass lawn with low shrubbery as boundary. On the east side the garden is bounded by a water feature of the municipal park; the boundary ditch on the south-east side is a remnant of a small watercourse that once connected the plot to the Foudering. A long high hedge forms the boundary on the west side with Grote Buren and the waterway there. Between garden and church ring a second half 19th-century wrought iron RAILING with cast-iron ornamental finials (fleur de lis). The front garden connects symmetrically to the house and consists of two narrow grass beds on either side of the access path. Adjacent to this at street side two narrow rose beds (on the right a rhododendron). Between house and lawn a gravel path; along the house low planting. Behind the house (south side) lies the more enclosed garden with in the middle an orchard with about eight fruit trees (apple, pear and walnut) and, beside the outbuilding, a purple-red beech (approximately 150 years old; listed in the Register of monumental trees in the Netherlands). On the east side lies a kidney-shaped pond. In the garden the upward slope of the terp in the direction of the church is clearly perceptible.
NB. The garden is protected primarily because of its sober but shaded character and because of the unity it forms with the rectory. Furthermore, it, together with the adjacent green spaces of the churchyard and municipal park, is of great importance for the perception of the protected townscape Wergea.
MORTUARY CHAPEL
On the rectory grounds, on the property boundary, stands the mortuary chapel from 1878. Rectangular building, built of plastered brickwork and covered by a gabled roof tiled with blue tiles with cut bargeboards. Double wooden doors at the front (triangular fanlight with radiating wooden infill); door with fanlight at the rear; floor of yellow brick. The mortuary chapel has been recently restored.
NB. The mortuary chapel is protected primarily because of the functional relationship with church and rectory as well as because of the significance for the entire ecclesiastical ensemble.
VALUATION
RESIDENCE (former rectory) with GARDEN, RAILINGS and MORTUARY CHAPEL, from 1878, of general architectural and cultural-historical importance:
- because of their age;
- because of the architectural-historical value of the former rectory and the relatively high degree of authenticity of its interior and exterior;
- because of the recognisable functional relationship between the components;
- because of their recognisable typology;
- because of their relationship with the church opposite;
- because of their importance for the historical-functional and visual-spatial perception of the protected townscape Wergea;
- because of their architecturally prominent location within the protected townscape Wergea, opposite the Reformed church with churchyard and near the intersection of through roads and the waterway.
Nearby in the register
- Urinoir, Grote Buren tegenover 2Straatmeubilairunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Gele Eker 2Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Gele Eker 4Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Grote Buren 30Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.