TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij, Eng 2

Uitwijk, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1800 - 1850
Address
Eng 2, 4288 JT Uitwijk (Altena 30)
Place
Uitwijk
Municipality
Altena
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.78353, 5.01262
Part of complex
526685
Monument number
526684

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Leiden University Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1787 map "[Kaart figuratif van alle de operatien en marssen den K. Pruissichen troupes... van Woesel aff tot binnen de provintie van Hollandt en Amsterdam in d. j. 1787 enz.] COLLBN Port 4 N 75 sheet 2" (Leiden University Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 1.

Inleiding

De BOERDERIJ uit de eerste helft van de 17e eeuw met stijlkenmerken van de Renaissance, is nu in gebruik als woonboerderij. Het is een variant van het Westbrabantse type. Vermoedelijk al vroeg in de 19e eeuw zijn het woon- en een bedrijfsgedeelte met elkaar verbonden. Twee traveeën in het bedrijfsgedeelte zijn in de zeventiger jaren door middel van een stenen inbouw bij het woongedeelte van de boerderij getrokken.

Omschrijving

Het eenlaagse woongedeelte met kelder en zolderverdieping heeft een rechthoekige plattegrond. Het wordt gedekt door een rieten zadeldak met aan de rechterkant een schildeinde. Voor- en zijkant hebben een hoge dakvoet en de achterkant een lage dakvoet. De voorgevel is drie traveeën breed. De monumentale ingangspartij in de rechtse travee, ligt op een verhoogd bordes voorzien van een frontale trap met zes treden. De pseudo-dubbele voordeur heeft twee kussenpanelen en gietijzeren doorzichtroosters, die gescheiden worden door een zuilvormige deurnaald. Het kalf bevat gesneden florale motieven. In het bovenlicht een gietijzeren levensboom. De ingang is omlijst door een houten hoofdgestel voorzien van een kroonlijst. Het geheel staat op hardstenen neuten. Op de verdieping boven de ingang een klein vierruits schuifvenster met glasroeden. De andere traveeën, die identiek aan elkaar zijn, bevatten op de begane grond vijftienruits schuifvensters en in de kelder kleine vensters voorzien van diefijzers. Boven de vensters korfboogvormige ontlastingsbogen. In de bogen boven de grote vensters is natuursteen verwerkt met in de sluitsteen beeldhouwwerk van een mensenkopje. In de linkerzijgevel bevindt zich de achterdeur met op zolder twee kleine roedenvensters met korfboogvormige ontlastingsbogen. De rechterzijgevel bevat op de begane grond twee negenruits schuifvensters en op de verdieping een klein negenruits venster. Het aansluitende bedrijfsgedeelte gaat gedeeltelijk schuil achter het woonhuis. Het heeft een rechthoekige plattegrond. Het wordt gedekt door een rieten zadeldak met aan de noordkant een overstekend wolfseind. De lange zijgevels bevatten verschillende kleine vensters zowel in gietijzer als in hout, alle met een roedenverdeling. In de westgevel bovendien twee deuren. De zuidgevel heeft getoogde deeldeuren, nu voorzien van glasdeuren. Hierboven een zesruitsvenster. In de geveltop een gietijzeren rondvenster met een geometrische roedenverdeling. De noordgevel heeft onder een hellend houten overstek aan de zijkant smalle staldeuren en in het midden tussen de hier zichtbare gebintstijlen zijn grote deeldeuren, waarvan één als halfdeur is uitgevoerd. Ze worden geflankeerd door kleine gietijzeren rondboog vensters voorzien van een geometrische roedenverdeling. Onder een van de vensters bevindt zich de loopdeur. In het overstek ligt een hooiluik. Het opgaande werk van de boerderij bestaat uit rode handgevormde baksteen gemetseld in kruisverband staande op een cementen plint. In de topgevels is vlechtwerk toegepast. De noordgevel van het bedrijfsgedeelte is gepleisterd.

Het interieur van het woonhuis heeft in de grote woonkamer eiken moer- en kinderbinten. Sleutelstukken met ojief. De andere balklagen zijn enkelvoudig. Onder de woonkamer bevinden zich twee kelders, die onderling verbonden zijn. Beide hebben gemetselde kruisgewelven. Ze zijn bereikbaar via een gemetselde trap. Op de zolderkamer, boven de woonkamer, bevinden zich vier eiken gepende spanten, bestaande uit dekbalkjukken met kromme benen. De oorspronkelijke keuken van het huis is verplaatst naar het bedrijfsgedeelte.

Het vier traveeën lange bedrijfsgedeelte is driebeukig. Het heeft vijf ankerbalkgebinten. Een hiervan bevindt zich buiten tegen de muur onder het dakoverstek. Op de gebinten staan spanten, die bestaan uit dekbalkjukken met nokspanten. De gebinten en jukken zijn onderling verbonden door gebint- en jukplaten. Alle onderdelen zijn van eikenhout, de verbindingen zijn gepend. De gebinten hebben gehakte merken. Het meest zuidelijke heeft op de korbelen gesneden merken. De sporen zijn van rondhout. Op de deel bevindt zich een dorsvloer van 4,50 x 7,00 meter. In de zijbeuken van het bedrijfsgedeelte is een grupstal ingericht met in de noord-oosthoek een paardenstal met een gemetselde voerbak. Het gedeelte in het bedrijfsgedeelte dat bij het woonhuis is getrokken, is ingebouwd onder de gebintbalken. Hier is onder andere gebruik gemaakt van eiken hooimijtroeden.

Waardering

Het boerderijcomplex heeft cultuurhistorische waarden: het complex is van belang als bijzondere uitdrukking van een technische en typologische ontwikkeling. Het complex heeft architectuurhistorische waarden: het is van bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur en bouwtechniek.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description component 1.

Introduction

The FARMHOUSE from the first half of the 17th century with stylistic features of the Renaissance, is now in use as a residential farmhouse. It is a variant of the West Brabantine type. Presumably already in the early 19th century the residential and a business section were connected to each other. Two bays in the business section were in the nineteen seventies brought into the residential section of the farmhouse by means of a stone insertion.

Description

The single-storey residential section with basement and attic floor has a rectangular floor plan. It is covered by a thatched gabled roof with on the right side a half-hipped end. Front and side have a high roof eaves and the rear a low roof eaves. The front facade is three bays wide. The monumental entrance feature in the right bay is situated on a raised platform provided with a frontal staircase with six steps. The pseudo-double front door has two cushion panels and cast iron see-through grilles, which are separated by a columnar door pin. The stile contains carved floral motifs. In the fanlight a cast iron Tree of Life. The entrance is framed by a wooden doorhead provided with a cornice. The whole stands on sandstone blocks. On the upper floor above the entrance a small four-pane sash window with glazing bars. The other bays, which are identical to each other, contain on the ground floor fifteen-pane sash windows and in the basement small windows provided with anti-theft bars. Above the windows basket-arch shaped discharge arches. In the arches above the large windows natural stone is incorporated with stone carving of a small human head in the keystone. In the left side facade is the rear door with on the attic floor two small glazing bar windows with basket-arch shaped discharge arches. The right side facade contains on the ground floor two nine-pane sash windows and on the upper floor a small nine-pane window. The adjoining business section is partially hidden behind the residential house. It has a rectangular floor plan. It is covered by a thatched gabled roof with on the north side an overhanging half-hipped end. The long side facades contain various small windows both in cast iron and in wood, all with glazing bars. In the west facade moreover two doors. The south facade has arcaded half-doors, now provided with glass doors. Above this a six-pane window. In the gable end a cast iron round window with a geometric glazing bar pattern. The north facade has under a sloping wooden overhang on the side narrow stable doors and in the middle between the building frame posts here visible are large half-doors, one of which is executed as a half-door. They are flanked by small cast iron round-arch windows provided with a geometric glazing bar pattern. Below one of the windows is the passage door. In the overhang is a hay loft door. The facing work of the farmhouse consists of red hand-formed brick laid in cross bond standing on a cement plinth. In the step gables latticework is applied. The north facade of the business section is plastered.

The interior of the residential house has in the large living room oak primary and secondary tie beams. Keystones with ogee. The other beam layers are single. Below the living room are two basements, which are connected to each other. Both have brick cross vaults. They are accessible via a brick staircase. In the attic room, above the living room, are four oak pegged trusses, consisting of tie beam yokes with curved legs. The original kitchen of the house has been moved to the business section.

The four-bay long business section is three-aisled. It has five anchor beam roof frames. One of these is situated outside against the wall under the roof overhang. On the roof frames stand trusses, which consist of tie beam yokes with ridge trusses. The roof frames and yokes are interconnected by roof frame and yoke plates. All components are of oak wood, the connections are pegged. The roof frames have chopped marks. The southernmost has carved marks on the corbels. The purlins are of round wood. In the threshing floor is a threshing floor of 4.50 x 7.00 metres. In the side aisles of the business section a mixed cattle stable is arranged with in the north-east corner a horse stable with a brick feed trough. The section in the business section that is brought into the residential house is built in under the roof frame beams. Here among other things use was made of oak hay track rods.

Valuation

The farmhouse complex has cultural historical values: the complex is of importance as a particular expression of a technical and typological development. The complex has architectural historical values: it is of particular importance for the history of architecture and building technology.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map