TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Spoorsingel 24

Delft, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1875
Address
Spoorsingel 24, 2613 BE Delft (and others)
Place
Delft
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.01041, 4.35407
Monument number
525341

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van Rotterdam en omstreken met inbegrip van de steden Delft, Vlaardingen, Schiedam en Delfshaven / naar de beste bronnen bew. door F.H. Görlitz" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Omstreeks 1875 gebouwd WOONHUIS met ZIJVLEUGEL. Deze zijvleugel zonder eigen ingang is toegankelijk via het woonhuis. Het pand heeft een voorgevel van het type lijstgevel, die de stilistische kenmerken heeft van het voor de bouwtijd gangbare Eclecticisme, met invloeden van het Neo-Classicisme. Bijzonder in het pand is het gave interieur op de begane grond, waarin onder meer plafond- en paneelschilderingen van de schilder N.A. Fabri uit 1888 bewaard zijn gebleven. De Art Nouveau glas-in-loodramen in de serre zijn van omstreeks 1905. Het momenteel als koffiehuis met bovenwoning in gebruik zijnde pand maakt deel uit van een gesloten, voornamelijk negentiende-eeuwse gevelwand.

Omschrijving

Het met de voorgevel op de spoorbaan gerichte, onder een met kruispannen gedekt schilddak staande pand is inwendig verheeld met het herenhuis waar het oorspronkelijk bij hoort. De entree bevindt zich in de lage parterre van dit drielaagse woonhuis, terwijl de even hoge zijvleugel links ervan twee hoge bouwlagen heeft. De boven een hardstenen plint staande, symmetrische voorgevel is slechts twee vensterassen breed. De gevel is op de parterre geheel gepleisterd en voorzien van liggende schijnvoegen. De door een zeer smalle penant van elkaar gescheiden, rechtgesloten vensters met tweeruits schuiframen, die staan binnen geprofileerde kozijnen met een houten kroonlijstje en tussen vlakke lisenen, die worden doorgetrokken over de verdieping en de hoeken accentueren. Tussen beide bouwlagen ligt een brede, geprofileerde cordonlijst met verkroppingen ter plaatse van de lisenen en een uitkragend kroonlijstje. De verdieping is opgetrokken in schone baksteen, die wordt verlevendigd door speklagen. De twee rechtgesloten vensters staan onder hanekammen met geprofileerde sluit- en aanzetstenen en tussen lisenen. De gevel wordt beëindigd door een entablement, die vergelijkbaar is met de cordonlijst en ook is verkropt ter plaatse van de lisenen. Cordonlijst en entablement zijn doorgetrokken over de linker zijgevel, die op de parterre eveneens is voorzien van liggende schijnvoegen in de pleisterlaag. De achtergevel is geheel gepleisterd. De over de gehele breedte van de achtegevel staande houten serre is voorzien van hoekpilasters en een geprofileerde kroonlijst. De getoogde bovenramen zijn ingevuld met glas-in-lood.

De entree in nr.25 bestaat uit een ingangsportaal met in het getoogde raam van de tochtdeur een Art Nouveau versiering van geëtst glas. De gang achter deze deur heeft deels een marmeren lambrizering. De gang leidt linksom naar de voormalige kamers-en-suite, die nog zeer waardevolle negentiende-eeuwse onderdelen bevat, welke in de oorspronkelijke kleuren bewaard zijn gebleven.

De kamers-en-suite worden in gescheiden door een tussenwand met tussen profiellijsten staande paneel-schuifdeuren. In de voorkamer is in 1969 het beschilderd stucplafond naar beneden gekomen. Een gietijzeren bevestigingselement voor een hanglamp is nog wel aanwezig. Verder is het vertrek in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De wanden zijn voorzien van een lambrizering met panelen die zijn versierd met geschilderde motieven en goudkleurig lijstwerk in Rococostijl. De lambrizeringen zijn afgewerkt met een brede profiellijst. De wanden worden beëindigd door een uitkragende stuclijst met schelpmotieven in de hoeken en een eierlijst en een fries van florale motieven onder een onversierde koof. De schouw in deze ruimte bestaat uit een eenvoudige schouwmantel van wit marmer met gecanneleerde, ecru-kleurige consoles en een boezem met een spiegel in een rijk versierde omlijsting met gebeeldhouwd kopje in de bovensluiting. De in een geprofileerde omlijsting staande gangdeur is eveneens voorzien van uitbundig versierd lijstwerk, geschilderde bloemenguirlandes, een medaillon met een portretbuste en geschilderde rococomotieven, vergelijkbaar met die van de lambrizering. Links van het linker en rechts van het rechter venster bevindt zich een ingebouwde muurkast met paneeldeuren, waarachter vouwblinden. De wanden aan weerszijden van de schuifdeuren zijn gedeeltelijk opengewerkt, zodat als de schuifdeuren in de wand zijn geschoven, de door N.A. Fabri vervaardigde schilderingen met romantisch-landschappelijk tafrelen de openingen vullen. De nog rijker versierde achterkamer is minder helder, mede door het veelvuldig gebruik van donker hout. Het plafond is door met bladmotieven versierde gipsen imitatiebalken en lijsten verdeeld in compartimenten, waarin in totaal dertien schilderingen zijn aangebracht. De schilderingen in de hoekcompartimenten bevatten symbolische verbeeldingen van de vier jaargetijden. De overige zijn onder meer gevuld met florale motieven, kinderen, medaillons met portretten. De wanden zijn voorzien van in reliëf uitgevoerde Renaissance motieven, versierde paneellambrizeringen en een uitkragende lijst, zoals die in de voorkamer, onder de hier wel beschilderde koven. In de kamer staat ook een schouw met een schouwmantel van zwart marmer met overhoekse consoles en een boezem met een spiegel binnen een rijk versierde lijst. De schuifdeuren zijn aan deze kant paneeldeuren met geprofileerd lijstwerk, snijwerk in reliëf en geschilderde decoraties. De schuifdeuren staan hier onder een houten hoofdgestel met snijwerk en een gebogen, gebroken fronton met daarbinnen een medaillon met een geschilderd vrouwenportret. De schuifdeuren naar de serre staan onder een reeks van getoogde bovenlichten met kleurrijke glas-in-lood in Art Nouveau stijl.

Waardering

Het woonhuis is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde.

Het huis heeft cultuurhistorische waarde als een bijzonder voorbeeld van woonhuisarchitectuur met een representatief karakter ten behoeve van de gegoede burgerij.

Het huis heeft architectuurhistorische waarde als een uitdrukking van een bouwstijl, die karakteristiek was voor de bouwtijd. De architectuurhistorische waarde ligt echter vooral in het interieur, waarin zeer bijzondere onderdelen bewaard zijn gebleven.

Het huis heeft ensemblewaarde en stedenbouwkundige waarde vanwege de situering als een bijzonder onderdeel van een gesloten, negentiende-eeuwse gevelwand. Het huis is tevens van belang vanwege de grote mate van gaafheid van het exterieur en het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Around 1875 built DWELLING HOUSE with SIDE WING. This side wing without its own entrance is accessible via the dwelling house. The building has a front facade of the cornice-topped facade type, which displays the stylistic characteristics of Eclecticism common to the building period, with influences from Neo-Classicism. Particular to the building is the well-preserved interior on the ground floor, which includes ceiling and panel paintings by painter N.A. Fabri from 1888. The Art Nouveau leaded glass windows in the conservatory are from around 1905. The building, currently in use as a coffee house with a dwelling above, forms part of a closed, predominantly nineteenth-century facade wall.

Description

The building, with its front facade facing the railway, stands under a hipped roof covered with cross tiles and is internally connected to the manor house to which it originally belongs. The entrance is located in the low ground floor of this three-storey dwelling house, whilst the equally tall side wing to the left has two tall storeys. The front facade, standing above a hardstone plinth, is symmetrical and only two window bays wide. The facade on the ground floor is entirely plastered and provided with horizontal false joints. The rectangular closed windows with two-pane sash windows stand within moulded frames with a wooden cornice and between flat pilasters, which are carried through over the storey and emphasise the corners. Between both storeys lies a broad, moulded string course with stepped projections at the location of the pilasters and a projecting cornice. The storey is built in fine brickwork, which is enlivened by stretcher courses. The two rectangular closed windows stand under cocks-comb mouldings with moulded closing and setting stones and between pilasters. The facade is terminated by an entablature, which is comparable to the string course and is also stepped at the location of the pilasters. String course and entablature are carried through over the left side facade, which on the ground floor is also provided with horizontal false joints in the plaster layer. The rear facade is entirely plastered. The wooden conservatory extending the full width of the rear facade is provided with corner pilasters and a moulded cornice. The arched upper sashes are filled with leaded glass.

The entrance at no. 25 consists of an entrance portal with Art Nouveau decoration of etched glass in the arched window of the draught door. The corridor behind this door has partly marble wainscoting. The corridor leads to the left towards the former enfilade rooms, which still contains very valuable nineteenth-century components, which have been preserved in their original colours.

The enfilade rooms are separated by a partition wall with panel sliding doors between moulded lists. In the front room the decorated stucco ceiling fell down in 1969. A cast-iron fastening element for a pendant lamp is still present. Furthermore, the room has been preserved in its original state. The walls are provided with wainscoting with panels decorated with painted motifs and gold-coloured woodwork in Rococo style. The wainscotings are finished with a broad moulded list. The walls are terminated by a projecting stucco list with shell motifs in the corners and an egg-and-dart moulding and a frieze of floral motifs below an undecorated cove. The fireplace in this room consists of a simple fireplace mantel of white marble with fluted, cream-coloured consoles and a breast with a mirror in richly decorated surround with sculptured head in the upper closure. The corridor door standing in a moulded surround is likewise provided with profusely decorated woodwork, painted floral garlands, a medallion with a portrait bust and painted rococo motifs, comparable to those of the wainscoting. To the left of the left and to the right of the right window is a built-in wall cupboard with panel doors, behind which are folding blinds. The walls on either side of the sliding doors are partly open, so that when the sliding doors are pushed into the wall, the paintings executed by N.A. Fabri with romantic landscape scenes fill the openings. The even more richly decorated rear room is darker, partly due to the frequent use of dark wood. The ceiling is divided into compartments by plaster imitation beams and lists decorated with leaf motifs, within which a total of thirteen paintings have been placed. The paintings in the corner compartments contain symbolic representations of the four seasons. The others are filled with, among other things, floral motifs, children, medallions with portraits. The walls are provided with relief-executed Renaissance motifs, decorated panel wainscotings and a projecting list, as in the front room, below the painted coves here. In the room also stands a fireplace with a fireplace mantel of black marble with diagonal consoles and a breast with a mirror within a richly decorated list. The sliding doors are on this side panel doors with moulded woodwork, relief carving and painted decorations. The sliding doors stand here below a wooden lintel with carving and a curved broken pediment with within it a medallion with a painted female portrait. The sliding doors to the conservatory stand below a series of arched fanlights with colourful leaded glass in Art Nouveau style.

Valuation

The dwelling house is of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical and urban design value.

The house has cultural-historical value as a particularly fine example of dwelling house architecture with a representative character for the benefit of the wealthy bourgeoisie.

The house has architectural-historical value as an expression of a building style that was characteristic of the building period. However, the architectural-historical value lies particularly in the interior, in which very special components have been preserved.

The house has ensemble value and urban design value because of its situation as a particularly fine component of a closed, nineteenth-century facade wall. The house is furthermore of importance because of the great degree of preservation of both exterior and interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map