Rijksmonumentenregister · Netherlands
Stationsgebouw, Stationsplein 8
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Function
- Stationsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1884 - 1885
- Address
- Stationsplein 8, 2611 BV Delft (and others)
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00660, 4.35649
- Monument number
- 525335
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
STATIONSGEBOUW van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij, gebouwd in 1884-1885 door de Haagse aannemer M.A.J. Taverne, naar een ontwerp van de architect C.B. Posthumus Meyes, destijds in dienst van de H.IJ.S. Het station is gebouwd in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance.
Bij de verlenging van het spoorwegtraject Amsterdam-Haarlem richting Rotterdam bouwde de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij in 1846-1847 een eerste station aan de Delftse Houttuinen. Vanwege de ongunstige infrastructuur rond dit station werd in 1885 ongeveer 400 meter zuidelijker - op een voormalig exercitieterrein - het station Delft II gebouwd. Het nieuwe gebouw voorzag bovendien in meer ruimte voor wachtlokalen, opslagplaatsen en emplacementen. De inmiddels niet meer aanwezige tegeltableaus in de voormalige vestibule waren ontworpen door de kunstenaar A. le Comte, met wie Posthumus Meyes ook bij de bouw van het pand Markt 45 samen zou werken. De tableaus waren vervaardigd door de firma Joost Thooft en Labouchère, later De Porceleyne Fles. Ze waren onder meer voorzien van opschriften als "tijd is geld" en "haast u langzaam".
Het stationsgebouw is uitwendig grotendeels en inwendig voor een deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De meeste gevelopeningen hebben nieuwe invullingen.
Omschrijving
Het met de voorgevel op de historische binnenstad georiënteerde gebouw strekt zich uit over een langgerekte, rechthoekige plattegrond. Het asymmetrische gebouw is samengesteld uit een rijzige, centrale hoofdmassa met aan weerszijden vleugels, die worden afgesloten met hoekpaviljoens. Het centrale volume staat vergezeld van een enigszins gedrongen toren. De diverse gevels zijn boven de hardstenen plinten opgetrokken in schone baksteen en zijn met name aan de voorzijde rijkelijk voorzien van in zandsteen uitgevoerde speklagen, details en accenten. De volumes staan onder afgeknotte, met leien en kruispannen gedekte zadel- en schilddaken, waarvan een aantal hoeken nog wordt bekroond door de originele opengewerkte bronzen pironnen. Het hoog opgaande centrale volume is symmetrisch van opzet en staat onder een met leien in Maasdekking gedekt, afgeknot schilddak. De gevel is een gecombineerde lijst-/topgevel. De boven een niet oorspronkelijke trap met bordes staande, uit drie ingangen bestaande entreepartij bevindt zich in een middenrisaliet en staat onder een glazen luifel die rust op een constructie van giet- en smeedijzer, die aan de gevel is bevestigd. De drie toegangsopeningen staan onder een rondboog bovenlicht en worden geflankeerd door met diamantkoppen verlevendigde zandstenen penanten. In het midden boven de luifel staat tegen een cartouche geplaatst uurwerk in een gietijzeren kast. Aan weerszijden bevindt zich een tweelicht met deelzuiltje. De verdieping staat boven een geprofileerde cordonlijst, die is doorgetrokken over de voor- en de zijkanten van de zijtraveeën. De drie getoogde vensters hierin bevatten T-ramen en staan tussen penanten die worden geaccentueerd door pilasters met bases en kapitelen van zandsteen. Het entablement bestaat uit een geprofileerde architraaf, een fries met tegetableaus en een uitkragende, op gesneden klampen rustende kroonlijst. De gevel hierboven is een rijk versierde topgevel. De brede basis wordt geflankeerd door hoekpilasters met obelisken. In het midden staat een bifora met geprifileerde zandstenen rondbogen en aan weerszijden twee halfzuilen met kapitelen op een door consoles gedragen basis en gebeeldhouwde vleugelstukken. De zuilen dragen een entablement die is samengesteld uit een zandstenen architraaf, een fries van metselmozaïek en een uitkragende, op consoles rustende zandstenen kroonlijst met een vaas op de hoeken. Op de kroonlijst staat een aedicula-achtige zandstenen bekroning met voluten in de klauwstukken, een reliëf en een geprofileerd fronton met obelisk op de top. De zijgevels van de top zijn blind en steken in het voorste dakschild van de kap. De traveeën aan weerszijden van de risaliet hebben in de eerste bouwlaag een rechtgesloten venster onder latei en segmentboogvormige ontlastingsboog met sluit- en aanzetstenen. De vensters staan boven een geprofileerde onderdorpel, die is doorgetrokken over de gehele voorzijde en deze horizontaal geleed. De hoeken zijn opgebouwd in zandsteen met diamantkoppen. Het tweelicht boven de vensters is als dat in het middenrisaliet, wat ook geldt voor de verdiepingsvensters en de hoekpilasters. De zijtraveeën worden beëindigd door een ver uitkragende, geprofileerde dakrand, die rust op door een profiellijst gedragen, gesneden schoren. De andere gevels van dit volume staan onder een identieke kapuitkraging.
De verdiepingloze, terugliggende linker vleugel bevat drie rechtgesloten vensters, die staan onder een rondboogvormige ontlastingsboog met sluitsteen en een boogtrommel met metselmozaïekjes. Tegen de penanten staan pilasters. De gevel wordt beëindigd door een uit een een profiellijst en een rand van decoratieve metselverbanden onder de geprofileerde gootlijst. Uit het met kruispannen gedekte dakschild hierboven steken drie kleine houten dakkapelletjes (arkeneeltjes) met driepassen en een pironbekroning.
Tegen de rechter zijgevel van het hoofdvolume staat een toren. Deze heeft een vierkante schacht met in de onderste geleding aan de voorzijde twee kleine vensters en in de rechter zijde de originele negentiende eeuwse deur onder bovenlicht en rondboogvormige ontlastingsboog en boogtrommelvulling als die in de linker vleugel. In de tweede geleding staan twee iets hogere, getoogde venstertjes. De torenschacht wordt beëindigd door een houten kroonlijstje. Daarboven is de toren overhoeks ingesnoerd naar een achtkante grondslag. De hier met zink beklede toren heeft acht rondboogopeningen onder een uitkragende, op gesneden schoren rustende profielrand, waarboven een met leien bedekt helmdak. Hierop staat een in zink uitgevoerde, verkleinde versie van het voornoemde achtkantige deel van de toren en heeft een uivormige bekroning met spits. Het afsluitende, onder een afgeknot schilddak staande verdiepingloze volume links van de linkervleugel heeft evenals de andere volumes een symmetrisch vooraanzicht. Het bevat twee vensters met korfboogvormige bovenramen en een gevelbeëindiging die is te vergelijken met die van voornoemde vleugel. Uit het met kruispannen gedekte dakschild hierboven steekt een gemetselde dakkapel met een voluut aan weerszijden van een pilaster, waartussen een rondboogvenster met T-raam en sluitsteen staat. Het fronton heeft geprofileerde randen, een open onderzijde en obelisken op de schouders. De linker zijgevel bevat twee brede deuren onder een vierdelig, korfboogvormig bovenlicht en staat tussen hoeken van zandsteen en een gevelbeëindiging met decoratief metselverband.
Ook de rechtervleugel is verdiepingloos. Het bevat twee vensters in elk van de vier traveeën die staan tussendoor pilasters geaccentueerde penanten. De door gemetselde tussenstijlen van elkaar gescheiden vensters zijn als die in de linkervleugel. Ook de gevelbeëindiging is identiek. Uit het met kruispannen gedekte dakschild hierboven steken vier houten, onder zadaldak staande dakkapellen. Het rechter bouwvolume heeft een verdieping onder een afgeknot schilddak. De eerste bouwlaag bevat drie korfboogvormige vensters met vierruits bovenramen. Het bovenraam van het middelste venster staat tussen decoratieve zandstenen elementen, die boven de cordonlijst overgaan in pilasters met Ionische kapitelen. Alleen boven het middenraam van de eerste bouwlaag ligt een zandstenen lijst. Een vergelijkbare lijst boven het middenraam van de verdieping bevat bovendien een tegeltableau. De gevellijst is in het midden uitkragend en rustend op gesneden klampen. De gevelbeëindiging aan weerszijden bestaat uit een zandstenen en een houten profiellijst, waartussen een fries met decoratieve metselverbanden, die ook de andere gevels van dit volume beëindigen. De verdiepingsvensters zijn korfboogvormig en bevatten T-ramen. Uit het dakschild hierboven steekt een gemetselde dakkapel, die te vergelijken is met die op het linker volume, maar een gebogen fronton heeft boven een uitkragende kroonlijst.
De oorspronkelijke overkapping aan de rechter zijgevel is vervangen door een moderne aanbouw. De gevel heeft op de verdieping een korfboogvormig venster met T-raam. Uit het dakschild hierboven steekt een dakkapel als die boven de voorgevel. De achtergevel heeft onder het niveau van de niet oorspronkelijke perronoverkapping diverse wijzigingen ondergaan, maar in de volumes links van het hoofdvolume bevinden zich nog wel de oorspronkelijke negentiende-eeuwse deuren. Boven de overkapping zijn de geveldelen vrijwel intact gebleven. De verdieping van het centrale bouwdeel bevat drie dubbele rondboogvensters met T-ramen, waarvan één is vervangen door een op een modern balkon uitkomende deur. De verdieping van het rechter volume bevat drie enkele korfboogvormige vensters met T-ramen als die in de andere gevelzijden. Uit de achterste dakschilden van beide hoog opgaande volumes steekt een identieke houten dakkapel met wangen, uitkragende, op gesneden klampen liggende dakranden, een spitsje met pironbekroning en een rechtgesloten venster tussen houten kolommen. Uit het achterste dakschild van het linker volume steekt een identieke dakkapel. In het achterste dakschild van de linker vleugel staan twee driehoekige dakkapelletjes met driepasraam gelijk aan die in het voorste dakschild.
Inwendig heeft het gebouw diverse veranderingen ondergaan, maar een aantal belangrijke interieuronderdelen is bewaard gebleven. Van groot belang zijn de zich in de hal bevindende bijzondere stucplafonds met zwaar geprofileerde (eier)lijsten, cassettes, panelen en diamantkoppen. De met de wanden verbonden lijsten rusten op kleine consoles met bladmotieven, die ook de verbinding vormen tussen de plafonddelen en de moerbalken. De moerbalken rusten op consoles, die zijn versierd met bebaarde koppen en acanthusbladeren. De wand van de loketten is nog voorzien van de oorspronkelijke betegeling.
Waardering
Het stationsgebouw van Delft is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde.
Het stationsgebouw is van cultuurhistorisch belang als een bijzonder en representatief voorbeeld van een typologische ontwikkeling.
Het stationsgebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de bijzondere ligging aan een plein en bij de entree naar de historische binnenstad. Het stationsgebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege het belang voor het oeuvre van een vooraanstaand Nederlands architect, als een goed voorbeeld van een voor de bouwtijd karakteristieke bouwstijl, vanwege de kwaliteit van het ontwerp en vanwege het materiaalgebruik en de detaillering.
Het stationsgebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
STATION BUILDING of the Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij, built in 1884-1885 by The Hague contractor M.A.J. Taverne, after a design by architect C.B. Posthumus Meyes, then in the employ of the H.IJ.S. The station was built in the style of Neo-Hollandse Renaissance.
When extending the railway route Amsterdam-Haarlem towards Rotterdam, the Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij built a first station in 1846-1847 at the Delftse Houttuinen. Due to unfavourable infrastructure around this station, in 1885 approximately 400 metres further south - on a former drill ground - station Delft II was built. The new building moreover provided more space for waiting rooms, storage facilities and sidings. The tile tableaux that were once present in the former vestibule were designed by artist A. le Comte, with whom Posthumus Meyes would also collaborate in the construction of the building at Markt 45. The tableaux were made by the firm Joost Thooft and Labouchère, later De Porceleyne Fles. They were amongst other things provided with inscriptions such as "time is money" and "make haste slowly".
The station building has been preserved externally largely and internally in part in its original state. Most of the gable openings have new infills.
Description
The building, oriented with its front facade towards the historic city centre, extends over an elongated, rectangular floor plan. The asymmetrical building is composed of a lofty central main mass with wings on either side, which are terminated with corner pavilions. The central volume is accompanied by a somewhat squat tower. The various facades are erected in fair-faced brickwork above the sandstone plinths and are particularly on the front extensively provided with sandstone speckled courses, details and accents. The volumes stand under truncated, slate- and crossed-tile-covered saddle roofs and hipped roofs, a number of corners of which are still crowned by the original open-worked bronze weathervanes. The lofty central volume is symmetrical in plan and stands under a slate-covered, truncated hipped roof in Maasdekking. The facade is a combined cornice-topped and top facade. The entrance portion, consisting of three entries and standing above a non-original staircase with landing, is situated in a central pavilion and stands under a glazed canopy which rests on a structure of cast and wrought iron, which is affixed to the facade. The three access openings stand under a round-arched fanlight and are flanked by sandstone penants enlivened with diamond heads. In the middle above the canopy there stands a clock in a cast-iron case against a cartouche. On either side there is a two-light window with a dividing mullion. The storey stands above a profiled string course, which is carried across the front and the sides of the side bays. The three arched windows within contain T-windows and stand between penants which are accentuated by pilasters with sandstone bases and capitals. The entablature consists of a profiled architrave, a frieze with tile tableaux and a projecting cornice resting on carved brackets. The facade above is a richly decorated top gable. The broad base is flanked by corner pilasters with obelisks. In the middle stands a bifora with profiled sandstone round arches and on either side two half-columns with capitals on a base carried by consoles and carved spandrels. The columns carry an entablature which is composed of a sandstone architrave, a frieze of masonry mosaic and a projecting sandstone cornice resting on consoles with vases on the corners. On the cornice stands an aedicula-like sandstone crown with volutes in the corner pieces, a relief and a profiled pediment with obelisk at the top. The side facades of the top are blank and extend into the front roof panel of the roof truss. The bays on either side of the pavilion have in the first storey a straight-headed window under lintels and segmental-arched relieving arch with closing and springing stones. The windows stand above a profiled sill, which is carried across the entire front and articulates it horizontally. The corners are built up in sandstone with diamond heads. The two-light window above the windows is the same as that in the central pavilion, which also applies to the upper storey windows and the corner pilasters. The side bays are terminated by a far-projecting, profiled eaves edge, which rests on carved brackets carried by a profiled moulding. The other facades of this volume stand under an identical roof projection.
The single-storey, recessed left wing contains three straight-headed windows, which stand under a round-arched relieving arch with keystone and a voussoir with masonry mosaic. Pilasters stand against the penants. The facade is terminated by a moulded edge and a band of decorative brick bonding under the profiled gutter moulding. From the crossed-tile-covered roof panel above project three small wooden roof chapels (arkeneeltjes) with three-lobed arches and a weathervane crown.
Against the right side facade of the main volume stands a tower. This has a square shaft with in the lower section on the front two small windows and on the right side the original nineteenth-century door under fanlight and round-arched relieving arch and voussoir infill as that in the left wing. In the second section stand two slightly taller arched windows. The tower shaft is terminated by a small wooden cornice moulding. Above this the tower is diagonally narrowed to an octagonal base. The tower here clad with zinc has eight round-arched openings under a projecting profiled edge resting on carved brackets, above which a slate-covered hipped roof. On this stands a zinc-executed, reduced version of the aforementioned octagonal part of the tower and has an urn-shaped crown with spire. The terminating single-storey volume under a truncated hipped roof standing to the left of the left wing has, like the other volumes, a symmetrical front elevation. It contains two windows with basket-arched upper frames and a facade termination which is comparable to that of the aforementioned wing. From the crossed-tile-covered roof panel above projects a brickwork roof chapel with a volute on either side of a pilaster, between which a round-arched window with T-window and keystone stands. The pediment has profiled edges, an open underside and obelisks on the shoulders. The left side facade contains two broad doors under a four-part, basket-arched fanlight and stands between corners of sandstone and a facade termination with decorative brick bonding.
The right wing too is single-storey. It contains two windows in each of the four bays which stand between pilasters accentuating penants. The windows separated from each other by brickwork intermediate mullions are as those in the left wing. The facade termination is also identical. From the crossed-tile-covered roof panel above project four wooden roof chapels standing under gabled roofs. The right building volume has a storey under a truncated hipped roof. The first storey contains three basket-arched windows with four-pane upper frames. The upper frame of the middle window stands between decorative sandstone elements, which above the string course transition into pilasters with Ionic capitals. Only above the middle window of the first storey lies a sandstone moulding. A comparable moulding above the middle window of the storey moreover contains a tile tableau. The facade moulding is projecting in the middle and resting on carved brackets. The facade termination on either side consists of a sandstone and a wooden profiled moulding, between which a frieze with decorative brick bondings, which also terminate the other facades of this volume. The upper storey windows are basket-arched and contain T-windows. From the roof panel above projects a brickwork roof chapel, which is comparable to that on the left volume, but has a curved pediment above a projecting cornice.
The original canopy on the right side facade has been replaced by a modern extension. The facade has on the storey a basket-arched window with T-window. From the roof panel above projects a roof chapel as that above the front facade. The rear facade has undergone various alterations below the level of the non-original platform canopy, but in the volumes to the left of the main volume there are still the original nineteenth-century doors. Above the canopy the facade sections have remained largely intact. The storey of the central building section contains three double round-arched windows with T-windows, one of which has been replaced by a door opening onto a modern balcony. The storey of the right volume contains three single basket-arched windows with T-windows as those on the other facade sides. From the rear roof panels of both lofty volumes projects an identical wooden roof chapel with cheeks, projecting eaves edges resting on carved brackets, a small spire with weathervane crown and a straight-headed window between wooden columns. From the rear roof panel of the left volume projects an identical roof chapel. In the rear roof panel of the left wing stand two triangular roof chapels with three-lobed arch windows the same as those in the front roof panel.
Internally the building has undergone various alterations, but a number of important interior components have been preserved. Of great importance are the special stucco ceilings located in the hall with heavily profiled (egg and dart) mouldings, cassettes, panels and diamond heads. The mouldings connected to the walls rest on small consoles with leaf motifs, which also form the connection between the ceiling sections and the main beams. The main beams rest on consoles, which are decorated with bearded heads and acanthus leaves. The ticket window wall is still provided with the original tiling.
Valuation
The station building of Delft is of general importance on account of its cultural-historical, urban planning and architectural-historical value.
The station building is of cultural-historical importance as a distinctive and representative example of a typological development.
The station building has urban planning value on account of its distinctive location on a square and at the entrance to the historic city centre. The station building has architectural-historical value on account of its importance for the oeuvre of a prominent Dutch architect, as a good example of a building style characteristic of the construction period, on account of the quality of the design and on account of the material use and detailing.
The station building is moreover of importance on account of the recognisability and the great degree of intactness of the exterior and parts of the interior.
Nearby in the register
- Grensafbakening, Oude Delft bij 49Grensafbakeningunder 1 mi
- Schoolgebouw, Barbarasteeg 1Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Opslag, Oude Delft bij 39 BOpslagunder 1 mi
- Woonhuis, Oude Delft 53Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.