Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kantongerecht, Korte Geer 11
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gerechtsgebouw
- Function
- Kantongerecht
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1906 - 1907
- Address
- Korte Geer 11, 2611 CA Delft (and others)
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00778, 4.35993
- Monument number
- 525304
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1906-1907, in opdracht van het Ministerie van Justitie gebouwd onderkomen voor het KANTONGERECHT, oorspronkelijk met DIENSTWONING en KANTOOR Registratie Domeinen. Het hoekgebouw is gebouwd naar een ontwerp van de toenmalige rijksbouwmeester (hoofdingenieur) voor gevangenissen en rechtsgebouwen W.C. Metzelaar in een late variant van een aan de Neo-Hollandse Renaissance verwante bouwstijl. Zowel het exterieur als het interieur zijn in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Het beeldbepalende hoekpand vormt de afsluiting van een gesloten gevelwand aan zowel de Korte Geer als de Breestraat en maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht van Delft.
Omschrijving
Vanuit een vlindervormige plattegrond, in miskleurige klinkers (achterzijde), rode verblendsteen (voorzijde) en accenten en details van hardsteen en Udelfanger zandsteen opgetrokken, driedelig hoekpand. Zowel het overhoekse, risalerende middenvolume als de hier schuin achterstaande vleugel aan weerszijden staan boven een hardstenen plint, ze hebben een verdieping onder met leien (Maasdekking) gedekte afgeknotte schilddaken en zijn voorzien van voornamelijk rechtgesloten en enkele rondboogvormige gevelopeningen. De drie bouwdelen vormen gezamelijk een vrijwel symmetrisch geheel. De symmetrische, drie traveeën brede en met speklagen doorsneden middenrisaliet heeft in het midden op de begane grond de hoofdentree. Deze bestaat uit een inpandig, rondboogvormig portiek met archivolten en een brede sluitsteen met wapen met de Nederlandse leeuw in reliëf. De boven een hardstenen stoepje staande dubbele paneeldeur is voorzien van decoratieve raamijzers en een halfronde stolpnaald. De deur staat onder een zandstenen kalf en een vijfdelig rondboogvormig bovenlicht. Aan weerszijden bevindt zich een zesdelige vensterpartij met gemetselde tussenstijlen en zandstenen tussendorpels. De bovenramen staan onder rondboogvormige ontlastingsbogen met sluitstenen, geprofileerde zandstenen bovendorpels en met zandstenen reliëfs gevulde boogtrommels. De hardstenen onderdorpels liggen over de gehele breedte van de travee. De zandstenen onderdorpels van de verdiepingsvensters zijn doorgetrokken over de gehele gevelbreedte en dienen tevens als cordonlijst. De drie zesdelige vensterpartijen zijn als die op de begane grond. De gevel wordt beëindigd door een entablement met triglyfen van zandsteen, in het verkropte midden een tussen overhoekse uitmetselingen met kraagstukken staande plaat met de vermelding van het bouwjaar (ANNO-1907) en een geprofileerde gootlijst. Uit het dakschild erboven steekt een grote gemetselde dakkapel met rondboogvenster, vleugelstukken, met leien beklede wangen, een geprofileerde daklijst aan het met zinken roeven gedekte zadeldak en een fronton met geprofileerde randen, een timpaan en een gebeeldhouwde heraldische, schilddragende leeuw als bekroning. De zijgevels van de middenrisaliet bevatten per bouwlaag een tweedelig venster met zandstenen tussendorpel onder een rondboogvormige ontlastingsboog en een boogtrommel met gemetseld vlechtwerk.
De linker, op de gracht gerichte vleugel aan de Korte Geer is in grote lijnen te vergelijken met de middenrisaliet. De symmetrische, drie traveeën brede en met speklagen doorsneden gevel met hardstenen plint heeft in het midden een entreepartij met deur voor de conciergewoning. Deze bestaat uit een rondboogvormige portiek met hardstenen trap, archivolten rondom de opening en een dubbele deur met kruisramen onder een vijfdelig rondboogvormig bovenlicht. Aan weerszijden staat een vensterpartij met gemetselde middenstijlen tussen rechtgesloten ramen met geprofileerde zandstenen tussen- en bovendorpels onder een rondboogvormige ontlastingsboog met sluitsteen en met gemetseld vlechtwerk ingevulde boogtrommels. De drie vensterpartijen op de verdieping zijn als de vensters op de begane grond. De gevelbeëindiging is evenals de dakkapel te vergelijken met die van de middenrisaliet. De schuine rechter zijde van dit bouwdeel bevat per bouwlaag een rondboogvormig blind venster. De linker zijgevel vormt een geheel met de rechter zijgevel van het belendende pand. De gevel van de rechtervleugel (Breestraat) bevat geen entree, maar is verder identiek aan de voorgevel van de linkervleugel, evenals de dakkapel erboven. De schuine linker zijde is identiek aan de schuine rechter zijde van de linkervleugel. De rechter zijgevel is blind en wordt slechts horizontaal geleed door een speklaag ter hoogte van de onderdorpels van de verdiepingsvensters. Tegen de rechtervleugel staat een laag volume (garage) met rechtgesloten dubbele deuren tussen op zandstenen neuten staande gemetselde kolommen. De deuren staan onder segmentboogvormige ontlastingsbogen. De sobere achterzijde van het gebouw staat rond een kleine, geheel omsloten binnentuin. Alle vensters, die een zeer verschillend formaat hebben, zijn rechtgesloten en staan tussen hardstenen onderdorpels en strekken. De qua hoogte verspringende geveldelen staan parallel met de voorgevels en worden voor een deel beëindigd door op met cannelures verlevendigde klampen liggende dakgoten of eveneens geprofileerde lijsten. De verdieping van het gedeelte rechts van het traplicht is toegevoegd. De achterdeur staat onder een drieruits bovenlicht. Een tweede deur voert naar een kleine kelder. Geheel rechts bevinden zich een kleine houten schuur en een grotere schuur met rondboogdeur.
Het interieur is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat gebleven en omdat het gebouw ook nog de oorspronkelijke functie heeft, is het representatief voor een vroeg-twintigste eeuws gerechtsgebouw. Een vijftal vertrekken bevat nog een marmeren schouw, die alle overhoeks zijn geplaatst. Hoewel de meeste plafonds zijn verlaagd, zijn de oorspronkelijke stucplafonds erachter nog intact. De deuren in het gebouw zijn paneeldeuren binnen een geprofileerde omlijsting. Het ingangsportaal heeft een granitovloer, wanden van beige verblendsteen, gepleisterde baksteen en een houten profiellijst als beëindiging. Het stucplafond is voorzien van een cirkelvormige profiellijst. De tochtdeuren tussen portaal en centrale hal zijn vernieuwd. De vloer en de wanden van de hal zijn eveneens van granito. De wanden hebben een hardstenen plint en hebben net als die in het portaal een onderzijden van verblendsteen. De gepleisterde wanddelen hierboven zijn voorzien van schijnvoegen. Het plafond is een geprofileerd driedelig cassettenplafond. De acht diepliggende paneeldeuren staan in een geprofileerde houten omlijsting, die middenboven hoger opgaand is, en een rondboogvormige stuclijst met kraalprofiel. Een halletje rechts bevindt zich achter overhoeks geplaatste deuren. Rechts van de trap is een open ruimte met een deur onder de derde steektrap van de in een riant trappenhuis staande trap naar de verdieping. De driedelige trap bestaat uit drie steektrappen met tussenbordessen, klimmende gekeperde plint van hardsteen, natuurstenen treden en een smeedijzeren trapbalustrade met geprofileerde houten handlijst. De trappaal is gemaakt van opengewerkt smeedijzer met een houten kop en staat op de bredere aantrede. De aan de wand bevestigde handlijst is eveneens van geprofileerd hout. Het trappenhuis en de open ruimte ernaast worden van de hal gescheiden door een brede, korfboogvormige toog.
Het trappenhuis heeft afgeschuinde hoeken en onder rondbogen staande traplichten met glas-in-lood in zowel de achtergevel als in de zijwanden. Het trappenhuis en de verdieping worden eveneens van elkaar gescheiden door een korfboogvormige toog. De overloop van de verdieping heeft wanden die zijn voorzien van paneellambrizeringen en omlijste paneeldeuren als die op de begane grond. Op de verdieping bevindt zich onder meer de zich achter een dubbele deur bevindende zittingszaal. De wanden van deze zaal zijn eveneens voorzien van een paneellambrizering, maar worden bovendien beëindigd door een entablement met boogfries en een als kroonlijst dienende koof. Het stucplafond is een brede profiellijst tussen moerbalken, die rusten op consoles. Ook de wanden van de ernaast gelegen wachtkamer zijn bekleed met paneellambrizeringen. De zolder is te bereiken via een trap met houten trappalen. De kappen rusten op een uit schenkelspanten met hangstijlen samengestelde constructie. Omdat de plafonds van de overloop en de zittingszaal hoger zijn dan die van de andere vertrekken ligt de zoldervloer erboven hoger dan die van de belendende bouwdelen. De conciërgewoning in het linker bouwdeel is voorzien van een scheluwetrap die is voorzien van een houten trappaal en geprofileerde handlijsten op een balustrade van getordeerde spijlen die zijn gestoken in het paneelbeschot van de trapbomen. De trap loopt van de begane grond naar de zolder. De verdieping met de voormalige slaapkamer is voorzien van een schouw met een houten schouwmantel. De schouw in de voormalige keuken is bovendien betegeld aan de binnenzijde. De kelder heeft een uit troggewelfjes samengesteld plafond.
Waardering
Het kantongerechtsgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde.
Het kantongerecht heeft cultuurhistorische waarde vanwege de bijzondere functie en als een bijzonder en representatief voorbeeld van een typologische ontwikkeling.
Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de rijksbouwmeester W.C. Metzelaar, dat vanwege de detaillering, het materiaalgebruik en de opzet een goed voorbeeld is van 'rijksarchitectuur' uit deze periode.
Het gebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de bijzondere situering op een hoek in de oude binnenstad van Delft. Het gerechtsgebouw is een beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan de Korte Geer en de Breestraat en een karakteristiek onderdeel van het beschermde stadsgezicht van Delft.
Het kantongerecht is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
In 1906-1907, built on the instructions of the Ministry of Justice, accommodation for the DISTRICT COURT, originally with OFFICIAL RESIDENCE and OFFICE Registration of Domains. The corner building was built according to a design by the then chief state architect (chief engineer) for prisons and law courts W.C. Metzelaar in a late variant of a building style related to Neo-Dutch Renaissance. Both the exterior and interior have been preserved in virtually original condition. The distinctive corner building forms the termination of a closed facade wall on both the Korte Geer and the Breestraat and is part of the protected townscape of Delft.
Description
Rising from a butterfly-shaped ground plan, in discoloured clinker brick (rear), red facing brick (front) and accents and details of stone and Udelfanger sandstone, three-part corner building. Both the corner-placed, projecting middle volume and the wing set at an angle behind it on either side stand above a stone plinth; they have one storey below with slate-covered (roof covering in Maas style) cut hipped roofs and are provided with mainly straight-topped and some segmental arch-shaped facade openings. The three building sections together form an almost symmetrical whole. The symmetrical, three-bay-wide middle projection traversed by stretcher courses has the main entrance in the centre on the ground floor. This consists of an internal, segmental-arched portico with archvolts and a broad keystone bearing the Dutch lion in relief. The double panelled door standing above a stone step is fitted with decorative window irons and a semi-circular hood mould. The door stands beneath a sandstone lintel and a five-part segmental-arched fanlight. On either side is a six-part window group with moulded central mullions and sandstone intermediate lintels. The upper windows stand beneath segmental-arched relieving arches with keystones, moulded sandstone upper lintels and with sandstone reliefs filling the arch soffits. The stone lower lintels extend across the full width of the bay. The sandstone lower lintels of the storey windows extend across the full facade width and also serve as a stringcourse. The three six-part window groups are as those on the ground floor. The facade is terminated by an entablature with sandstone triglyphs, in the offset centre a plate between corner quoins with corbels bearing the date of construction (ANNO-1907) and a moulded cornice. A large brick dormer window projects from the roof above, with segmental-arched window, wing pieces, slate-covered sides, a moulded roof edge at the zinc-guttered gabled roof and a pediment with moulded edges, a tympanum and a carved heraldic, shield-bearing lion as a crowning. The side facades of the middle projection contain per storey a two-part window with sandstone intermediate lintel beneath a segmental-arched relieving arch and an arch soffit with brick lattice work.
The left wing facing the canal on the Korte Geer is in broad outline comparable to the middle projection. The symmetrical, three-bay-wide facade traversed by stretcher courses with stone plinth has in the centre an entrance group with door for the caretaker's dwelling. This consists of a segmental-arched portico with stone steps, archvolts around the opening and a double door with cross windows beneath a five-part segmental-arched fanlight. On either side stands a window group with moulded central mullions between straight-topped windows with moulded sandstone intermediate and upper lintels beneath a segmental-arched relieving arch with keystone and with brick lattice work filling the arch soffits. The three window groups on the storey are as the windows on the ground floor. The facade termination is comparable to that of the middle projection, as is the dormer window. The slanting right side of this building section contains per storey one segmental-arched blind window. The left side facade forms one unit with the right side facade of the neighbouring building. The facade of the right wing (Breestraat) contains no entrance, but is otherwise identical to the front facade of the left wing, as is the dormer window above. The slanting left side is identical to the slanting right side of the left wing. The right side facade is blind and is articulated only horizontally by a stretcher course at the level of the lower lintels of the storey windows. Against the right wing stands a low volume (garage) with straight-topped double doors between brick columns standing on sandstone plinths. The doors stand beneath segmental-arched relieving arches. The sober rear of the building stands around a small, entirely enclosed courtyard. All windows, which vary greatly in size, are straight-topped and stand between stone lower lintels and extend. The facade sections, which step in height, run parallel to the front facades and are in part terminated by roof gutters resting on corbels enlivened with fluting or likewise moulded stringcourses. The storey of the section to the right of the stair light was added. The rear door stands beneath a three-pane fanlight. A second door leads to a small cellar. On the far right are a small wooden shed and a larger shed with segmental-arched door.
The interior has for an important part remained in its original condition and because the building also still has its original function, it is representative of an early twentieth-century law court building. Five rooms still contain a marble fireplace, all of which are placed diagonally. Although most ceilings have been lowered, the original stucco ceilings behind them remain intact. The doors in the building are panelled doors within a moulded frame. The entrance portico has a granolithic floor, walls of beige facing brick, plastered brick and a wooden moulded stringcourse as termination. The stucco ceiling is provided with a circular moulded stringcourse. The doors between portico and central hall are renewed. The floor and walls of the hall are likewise granolithic. The walls have a stone plinth and, like those in the portico, have facing brick beneath. The plastered wall sections above are provided with mortar joints in relief. The ceiling is a moulded three-part coffered ceiling. The eight set-back panelled doors stand in a moulded wooden frame, which rises higher in the centre above, and a segmental-arched stucco stringcourse with pearl moulding. A small hall to the right is situated behind diagonally-placed doors. To the right of the staircase is an open space with a door beneath the third flight of the staircase in the spacious stairwell leading to the storey. The three-part staircase consists of three flights with landings, rising moulded stone plinth with haired finish, natural stone steps and a wrought-iron stair balustrade with moulded wooden handrail. The stair newel is made of openwork wrought iron with a wooden head and stands on the broader bottom step. The handrail attached to the wall is likewise of moulded wood. The stairwell and the open space next to it are separated from the hall by a broad basket-arched screen.
The stairwell has cut corners and stair lights beneath segmental arches with leaded glass in both the rear facade and the side walls. The stairwell and storey are likewise separated from each other by a basket-arched screen. The landing of the storey has walls provided with panelled wainscots and framed panelled doors as those on the ground floor. On the storey is situated, among other things, the courtroom situated behind a double door. The walls of this room are likewise provided with a panelled wainscoting, but are moreover terminated by an entablature with arched frieze and a cove serving as cornice. The stucco ceiling is a broad moulded stringcourse between ceiling beams, which rest on consoles. The walls of the adjacent waiting room are likewise clad with panelled wainscots. The loft is accessible via a staircase with wooden stair newels. The roof trusses rest on a roof truss structure composed of principal rafters with queen-posts. Because the ceilings of the landing and courtroom are higher than those of the other rooms, the loft floor above is higher than that of the neighbouring building sections. The caretaker's dwelling in the left building section is provided with a winder staircase which is provided with a wooden stair newel and moulded handrails on a balustrade of twisted balusters which are inserted into the panelled boarding of the stair stringers. The staircase runs from the ground floor to the loft. The storey with the former bedroom is provided with a fireplace with a wooden mantelpiece. The fireplace in the former kitchen is moreover tiled on the inside. The cellar has a ceiling composed of barrel vaults.
Valuation
The district court building is of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical and town-planning value.
The district court has cultural-historical value because of its special function and as a particular and representative example of a typological development.
The building has architectural-historical value as part of the oeuvre of chief state architect W.C. Metzelaar, which because of the detailing, material use and design is a good example of 'state architecture' from this period.
The building has town-planning value because of its special location at a corner in the old city centre of Delft. The law court building is a distinctive element of the buildings on the Korte Geer and the Breestraat and a characteristic element of the protected townscape of Delft.
The district court is moreover of importance because of the recognizability and the high degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.
Nearby in the register
- Woonhuis, Koornmarkt 1Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Breestraat 2 AWoonhuisunder 1 mi
- Brug, BYBrugunder 1 mi
- Woonhuis, Koornmarkt 3Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.