TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Centrale Bibliotheek

Delft, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Universiteitsbibliotheek
Category
onroerend gebouwd
Built
1910 - 1915
Address
Doelenstraat 137, 2611 NS Delft (and others)
Place
Delft
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.01586, 4.36015
Part of complex
525251
Monument number
525253

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Bij het TU-complex Binnenstad behorende UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK van de Technische Hogeschool, genoemd Centrale Bibliotheek, van de periode 1910-1915 van de hand van rijksbouwmeester J.A.W. Vrijman. In het ontwerp zijn het publieksgebouw in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance en het depot (aan de Doelenstraat) in de stijl van het Neo-Classicisme duidelijk van elkaar te onderscheiden.

De erkers van het depot aan de Doelenstraat waren aangebracht om het stof van de boeken te kunnen kloppen.

In 1997 is de TU-bibliotheek verhuisd naar de Wippolder.

N.B. 1. Het platte dak van het depot was oorspronkelijk uitgerust met een balustrade. N.B. 2. De garage (tegen de bibliotheek gebouwd) uit 1958, de vrijstaande rijwielstalling en het H.S. station uit 1965 op de binnenplaats van bibliotheek en Weg- en Waterbouw zijn niet bij de bescherming van rijkswege betrokken.

Omschrijving

Het gebouw bestaat uit twee haaks op elkaar staande hoofdmassa's: een tweelaags samengesteld volume met samengestelde kap aan het Schuttersveld en een vleugel opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond bestaande uit drie bouwlagen met een plat dak aan de Doelenstraat.

Het gebouw is opgetrokken in schoon metselwerk van grauwe baksteen in kruisverband. De gevels zijn verrijkt met details, die verwijzen naar de vroege Neo-Hollandse Renaissance, zoals natuurstenen speklagen in de vorm van banden en waterlijsten, segmentboogvormige vensterbekroningen en vensters met frontons, Manniëristische topgevels met frontons als bekroning, voluutvormige afdekkingen en reliëfs met leeuwenkoppen. Ook rijk versierde, smeedijzeren gevelankers verlevendigen de gevels. De kappen zijn gedekt met blauwe leien in maasdekking, de schilden worden doorsneden door dakhuisjes met luiken en op een enkele nok bevindt zich een zinken piron. De dakvoet is afgewerkt met een eenvoudige houten gootlijst. De gevels bij platte daken zijn afgewerkt met een meervoudige, natuurstenen lijst. De hemelwaterafvoer benadrukt de verticaliteit van de gevels. De gemetselde, rechtgesloten kruisvensters en diverse typen meervoudige vensters hebben natuurstenen lateien, wissel- en onderdorpels en bevatten houten vaste en klepramen. De timpanen van de segmentboogvormige venstersbekroningen zijn vlak uitgevoerd, in de frontons bevinden zich hoofden in hoog-reliëf. De rondboogvensters zijn uitgevoerd met gemetselde traceringen en gekleurd glas-in-lood en bevatten onderaan - onder een wisseldorpel - drie lichten met houten kozijnen. De rondboogvensters in het depôt bevatten meerruits stalen ramen.

Het volume aan het Schuttersveld bestaat uit een noord-zuid georiënteerde middenvleugel geflankeerd door west-oost georiënteerde dwarsvolumes met zadeldaken. In de zuidelijke dwarsgeplaatste vleugel is een toren geïntegreerd. Aan de noordzijde bevindt zich een hoekpaviljoen. De middenvleugel heeft aan de westzijde een afgeplat zadeldak en op het midden van het dak bevindt zich een gemetselde lichtkap met koperen dak en rechtgesloten vensters. De over de middenas te spiegelen westgevel van de middenvleugel beslaat vijf traveeën. In het midden bevindt zich de entreepartij, die bestaat uit een hardstenen, vijfzijdige stoep met drie treden en een bordes en met een natuurstenen, rijk gedecoreerde deuromlijsting. De getoogde dubbele paneeldeur met getoogde ruiten en siersmeedwerk wordt omsloten door een 'triompfboogmotief' met Ionische (3/4) zuilen. Op het entablement een liggend ovaal licht met roeden, dat door twee gebeeldhouwde allegorische figuren geflankeerd wordt. De vensters op de eerste bouwlaag zijn zesdelig en hebben een segmentboogvormig fronton. De negendelige vensters op de verdieping zijn breder en uitgevoerd met een fronton. De dakhuisjes bevinden zich in het midden van de vensterassen. De achtergevel (oost) is eveneens vijfassig met op elk van de twee bouwlagen vijf rondboogvensters. De vensterassen worden van elkaar gescheiden door lisenen. De toren is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond. Het schilddak van de toren wordt bekroond door een dakruiter, die van onder opengewerkt is en een samengestelde helm heeft. De voorgevel (westzijde) van de toren maakt onderdeel uit van de gevel aan het Schuttersveld. Aan deze zijde een groot rondboogvenster met gemetselde traceringen en glas-in-lood. De gemetselde daklijst wordt doorbroken door een wijzerplaat, gevat in een natuurstenen, klassieke omlijsting met ionische pilasters en een segmentboogvormig fronton. Het geheel rust op een lijst waaronder rolwerk. De noord- en de zuidgevel bevatten een topgeveltje met een venster, dat de daklijst doorsnijdt. De oostgevel heeft op de verdieping een rondboogvenster en een topgevel met enkele tweedelige vensters.

De westgevel van het noordelijke dwarsvolume bevat op de eerste bouwlaag twee zesdelige vensters en op de verdieping een 15-delig venster. In de topgevel voluten, reliëfs, een kruisvenster met fronton en gevelbekroning in de vorm van een segmentboog met een bol bekroond. De noordelijke gevel van het dit dwarsvolume is grotendeels blind. In de noordoostelijke oksel van dwarsvolume en noord-paviljoen bevindt zich een uitbouw met topgevel onder steekkap.

Het noordelijke paviljoen bestaat uit een volume van één bouwlaag onder een afgeplat schilddak. De noord- en westgevel bevatten in het midden een rondboogvenster met gekleurde glas-in-lood ramen met vlechtmotief. Ter plaatse van deze vensters is de gevel boven de dakvoet uitgemetseld tot een flesvormige topgevel en voorzien van steekkapjes.

De identieke gevels aan de Doelenstraat en aan de binnenplaats van de depotvleugel zijn vijftien traveeën lang. De klassieke opbouw wordt gevormd door een basement met daarboven kolossale, gestapelde orde, bestaande uit pilasters in Dorische en Ionische orde. De lisenen rusten met hun natuurstenen bases op doorlopende, uitkragende waterlijsten, die de gevel horizontaal geleden. Het basement bestaat uit een vlakke plint, die afgesloten wordt door een waterlijst met daarboven rondboogvormige vensters met stalen ramen, horizontaal verbonden door een natuurstenen band. Tussen de pilasters bevinden zich de volledig met glas ingevulde puien. Een horizontale band halverwege de glaspui duidt de verdiepingshoogte aan. De tweede, achtste en viertiende travee bevat een uitgebouwde erker, die rust op bakstenen consoles met natuurstenen, voluutvormige beëidigingen. De drie verdiepingen tellende erkers bevatten per verdieping een driedelig, rechtgesloten venster onder een natuurstenen latei, met natuurstenen lekdorpels en tweedelige ramen. Ter hoogte van het balkon op de verdieping bevindt zich een rondboogvenster. De gevel wordt afgesloten met een natuurstenen kroonlijst met een gemetseld fries. De zijgevels van de depotvleugels zijn ingebouwd c.q blind.

INTERIEUR. Het nagenoeg gave interieur heeft de oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels behouden. De deuren aan weerszijden van het tochtportaal zijn verrijkt met een classicistische omlijsting met Ionische pilasters, een kroonlijst en een ovaalvormig opzetstuk met rolwerk en cartouche. Rondom de centrale, rechthoekige uitleenhal bevindt zich de galerij met rondboogarcade, die gedragen wordt door granieten toscaanse zuilen op natuurstenen sokkels. De hoekoplossing bestaat uit twee gekoppelde toscaanse zuilen op een gemeenschappelijke sokkel. De muurvlakken boven de arcadebogen zijn vlak gestuct en worden doorbroken door een horizontaal doorlopende natuurstenen lijst. De kleinere, composiet zuilen op de galerij dragen de wanden waarop de koepel rust, die op zijn beurt de hal overspant. Deze zuilen zijn toegepast in een alternerend stelsel van vrijstaande zuilen en gekoppelde zuilen met pilasters. De hoekoplossing komt overeen met die van de eerste bouwlaag. Het vlakke muurvlak boven de arcadebogen van de verdieping worden onderbroken door een horizontale, rondomdoorlopende tandlijst. De ovale vensters met sierstucwerk in hoog-reliëf in de wanden waarop de rechthoekige koepel rust bevatten gebrandschilderd glas-in-lood, waarin de namen van ingenieurs van de verschillende afdelingen en beroemde wetenschappers als Van Leeuwenhoek en Boerhaave zijn verwerkt. Karakteristiek is de uitbundige stucdecoratie in hoog-reliëf met florale motieven op het plafond van de galerijen en de koepel.

In het noordelijke hoekpaviljoen bevindt zich een zaal met tongewelf en stucplafond met rijke, geometrische profileringen en een rondom lopende muurschildering met voorstellingen omtrent wetenschap en arbeid. Het patroon van het stucplafond loopt door in de dwarsgeplaatste tongewelven boven de rondboogvensters. De afscheiding tussen deze zaal en een meer zuidelijk gelegen zaal wordt gevormd door een rondboogarcade met twee bogen met in het midden een toscaanse zuil. De zuidelijke zaal heeft een driedelig stucplafond met geometrisch patroon. Het trappenhuis is uitgevoerd met zwevende, granieten steektrappen met bordessen, siersmeedijzeren balustrades en houten handlijsten.

De draagconstructie van het depôt bestaat uit gewapend beton en samengestelde kolommen van geklinknagelde staalprofielen. Deze kolomconstructie is per verdieping lichter uitgevoerd.

Waardering

De voormalige Centrale Bibliotheek op het Schuttersveld 2 met bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als uitdrukking van een specifieke functie, namelijk wetenschappelijke bibliotheek en vanwege de plaats die het inneemt in de geschiedenis van de Technische Universiteit Delft;

- als vroeg voorbeeld van een gebouwtype, namelijk een zelfstandige bibliotheek, als voorbeeld van de bouwstijl, namelijk Neo-Hollandse Renaissance, vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van de architect J.A.W. Vrijman en vanwege karakteristieke hoofdvorm, materiaalgebruik, detaillering en interieur en de hoge mate van gaafheid daarvan.

De bibliotheek heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan het Schuttersveld en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende gebouwen van het TU-complex Binnenstad.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Belonging to the TU complex Binnenstad, the UNIVERSITY LIBRARY of the Technical College, called the Central Library, from the period 1910-1915 by the hand of government architect J.A.W. Vrijman. In the design, the public building in the style of Neo-Dutch Renaissance and the depot (on the Doelenstraat) in the style of Neo-Classicism are clearly distinguishable from each other.

The bay windows of the depot on the Doelenstraat were installed to allow the dust from the books to be beaten out.

In 1997 the TU library moved to the Wippolder.

N.B. 1. The flat roof of the depot was originally equipped with a balustrade. N.B. 2. The garage (built against the library) from 1958, the detached bicycle shed and the H.S. station from 1965 in the courtyard of the library and the Roads and Water Construction building are not included in the protection by the state.

Description

The building consists of two main masses at right angles to each other: a two-storey composite volume with composite roof truss structure at the Schuttersveld and a wing constructed from a rectangular ground plan consisting of three storeys with a flat roof on the Doelenstraat.

The building is constructed in fair-faced masonry of grey brick in cross bond. The facades are enriched with details that refer to the early Neo-Dutch Renaissance, such as natural stone banding in the form of bands and drip mouldings, segmental arch-shaped window caps and windows with pediments, Mannerist gabled roofs with pediments as crowning, volute-shaped coverings and reliefs with lion heads. Also richly decorated wrought-iron wall anchors enliven the facades. The roofs are covered with blue slate in overlapping bond, the gables are intersected by roof dormers with shutters and on a single ridge there is a zinc finial. The roof edge is finished with a simple wooden gutter moulding. The facades at flat roofs are finished with a multiple natural stone moulding. The rainwater drainage emphasises the verticality of the facades. The brick, rectangular cross windows and various types of multiple windows have natural stone lintels, alternating sills and under-sills and contain wooden fixed and hopper windows. The tympana of the segmental arch-shaped window caps are executed flat, in the pediments are heads in high relief. The round arch windows are executed with brick tracery and coloured leaded glass and contain below - under an alternating sill - three lights with wooden window frames. The round arch windows in the depot contain multi-pane steel windows.

The volume at the Schuttersveld consists of a north-south oriented central wing flanked by west-east oriented transverse volumes with gabled roofs. In the southern transverse wing a tower is integrated. On the north side there is a corner pavilion. The central wing has a bevelled gabled roof on the west side and in the middle of the roof is a brick light turret with copper roof and rectangular cross windows. The west facade of the central wing, mirrored over the central axis, spans five bays. In the middle is the entrance arrangement, which consists of a hard stone, five-sided staircase with three steps and a platform and with a natural stone, richly decorated door surround. The arched double panel door with arched panes and decorative ironwork is enclosed by a 'triumphal arch motif' with Ionic (3/4) columns. On the entablature an elongated oval light with glazing bars, flanked by two sculptured allegorical figures. The windows on the first storey are six-light and have a segmental arch-shaped pediment. The nine-light windows on the first floor are wider and executed with a pediment. The roof dormers are located in the middle of the window axes. The rear facade (east) is also five-axis with on each of the two storeys five round arch windows. The window axes are separated from each other by pilasters. The tower is constructed from a rectangular ground plan. The hipped roof of the tower is crowned by a roof turret, which is openwork underneath and has a composite spire. The front facade (west side) of the tower forms part of the facade on the Schuttersveld. On this side a large round arch window with brick tracery and leaded glass. The brick roof moulding is interrupted by a clock face, set in a natural stone, classical frame with Ionic pilasters and a segmental arch-shaped pediment. The whole rests on a moulding under which is scrollwork. The north and south facades contain a small gabled roof with a window that intersects the roof moulding. The east facade has on the first floor a round arch window and a gabled roof with individual two-light windows.

The west facade of the northern transverse volume contains on the first storey two six-light windows and on the first floor a 15-light window. In the gabled roof volutes, reliefs, a cross window with pediment and roof edge crown in the form of a segmental arch crowned with a ball. The northern facade of this transverse volume is largely blank. In the north-eastern corner of transverse volume and north pavilion there is an extension with gabled roof under a relieved roof.

The northern pavilion consists of a volume of one storey under a bevelled hipped roof. The north and west facades contain in the middle a round arch window with coloured leaded glass windows with interlace motif. At the location of these windows, the facade above the roof edge is constructed in a bottle-shaped gabled roof and provided with relieved roofs.

The identical facades on the Doelenstraat and in the courtyard of the depot wing are fifteen bays long. The classical composition is formed by a basement with above it colossal, stacked order, consisting of pilasters in Doric and Ionic order. The pilasters rest with their natural stone bases on continuous, projecting drip mouldings, which articulate the facade horizontally. The basement consists of a flat plinth, which is closed off by a drip moulding above which are round arch-shaped windows with steel windows, horizontally connected by a natural stone band. Between the pilasters are the glass-filled shop fronts. A horizontal band halfway up the glass front indicates the storey height. The second, eighth and fourteenth bay contains a built-out bay window, which rests on brick corbels with natural stone, volute-shaped terminations. The three-storey bays contain per storey a three-light, rectangular cross window under a natural stone lintel, with natural stone drip sills and two-light windows. At the height of the balcony on the first floor is a round arch window. The facade is closed off with a natural stone cornice with a brick frieze. The side facades of the depot wings are incorporated or blank.

INTERIOR. The nearly intact interior has largely retained its original layout and detailing. The doors on either side of the central passage door are enriched with a classical frame with Ionic pilasters, a cornice and an oval-shaped add-on with scrollwork and cartouche. Around the central, rectangular lending hall is the gallery with round arch arcade, which is supported by granite Tuscan columns on natural stone plinths. The corner solution consists of two coupled Tuscan columns on a shared plinth. The wall surfaces above the arcade arches are flatly stuccoed and are interrupted by a horizontal continuous natural stone moulding. The smaller, composite columns on the gallery support the walls on which the dome rests, which in turn spans the hall. These columns are applied in an alternating system of freestanding columns and coupled columns with pilasters. The corner solution corresponds to that of the first storey. The flat wall surface above the arcade arches on the first floor is interrupted by a horizontal, all-round continuous tooth moulding. The oval windows with ornamental stucco in high relief in the walls on which the rectangular dome rests contain stained leaded glass, in which the names of engineers from the various departments and famous scientists such as Van Leeuwenhoek and Boerhaave are incorporated. Characteristic is the exuberant stucco decoration in high relief with floral motifs on the ceiling of the galleries and the dome.

In the northern corner pavilion is a hall with barrel vault and stucco ceiling with rich, geometric mouldings and a round running wall painting with representations concerning science and labour. The pattern of the stucco ceiling continues in the transversely placed barrel vaults above the round arch windows. The separation between this hall and a more southern hall is formed by a round arch arcade with two arches with in the middle a Tuscan column. The southern hall has a three-part stucco ceiling with geometric pattern. The staircase is executed with floating, granite straight-run stairs with landings, decorative wrought-iron balustrades and wooden handrails.

The load-bearing structure of the depot consists of reinforced concrete and composite columns of riveted steel sections. This column structure is executed lighter per storey.

Valuation

The former Central Library at Schuttersveld 2 with its associated interior is of general interest because of its cultural and architectural value

- as an expression of a specific function, namely scientific library and because of the place it holds in the history of the Delft University of Technology;

- as an early example of a building type, namely an independent library, as an example of the building style, namely Neo-Dutch Renaissance, because of the place it holds in the oeuvre of architect J.A.W. Vrijman and because of characteristic main form, material use, detailing and interior and the high degree of integrity thereof.

The library has urban planning value because of its defining location on the Schuttersveld and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings of the TU complex Binnenstad.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map