TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Universiteitsgebouw, Oostplantsoen 94

Delft, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Universiteitsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1918 - 1923
Address
Oostplantsoen 94, 2611 WL Delft (and others)
Place
Delft
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.01574, 4.36131
Part of complex
525251
Monument number
525252

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "37 Rotterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Bij het TU-complex Binnenstad behorende UNIVERSITEITSGEBOUW met ERFAFSCHEIDING van de Technische Hogeschool van de afdeling Weg- en Waterbouw naar ontwerp van architect G. van Drecht uit de periode 1918-1923 in de stijl van de Overgangsarchitectuur met invloeden van het Neo-Classicisme. Van 1976 tot 1997 maakte het gebouw onderdeel uit van de Centrale Bibliotheek van de TUD en de Centrale Fotografische Dienst, waarvoor Weg- en Waterbouw in 1976 door de rijksgebouwendienst verbouwd werd. De gebeeldhouwde entreepartij is van H.A. van den Eynde.

In de kelders bevond zich vóór de bouw van het zelfstandige Waterloopkundig Laboratorium een tachtig meter lang laboratorium. De testmodellen werden van water voorzien door middel van een grote bak van gewapend beton, die buiten opgesteld was. Elektrische pompen, die opgesteld stonden onder het trappenhuis zorgden voor de watercirculatie.

Omschrijving

Het gebouw is opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond en is grotendeels onderkelderd. De twee bouwlagen hoge hoofdmassa ligt evenwijdig aan het schuin op het stramien van de zijstraten liggende Oostplantsoen. Deze vleugel aan het Oostplantsoen bestaat uit een fors middenpaviljoen van drie traveeën breed onder een puntdak, dat bekroond wordt door een lantaarn. Achter dit hoofdvolume is het middenpaviljoen uitgebouwd met een samengesteld volume, dat het trappenhuis bevat, onder een puntdak en aan de westzijde een driekantige entreepartij (3/6) onder drie schilden. Aan weerszijden van het centrale, risalerende paviljoen bevinden zich twee vleugels van acht, resp. zeven traveeën breed met zadeldaken, waarvan de nokken evenwijdig aan de voorgevel lopen. De zuidelijke vleugel is langs de achtergevel uitgebouwd met een volume van één laag met plat dak. De haaks op het Oostplantsoen staande dwarsvleugels zijn voorzien van schilddaken met schoorstenen op de nokken. De zuidelijke dwarsvleugel is via een geknikt tussenlid met plat dak (met opengewerkte bakstenen balustrade afgesloten met kunststenen afdekking) verbonden met de vleugel aan de Fortuinstraat. Deze vleugel heeft een L-vormige plattegrond door de uitbouw van de vleugel naar de binnenplaats toe. In de oostelijke oksel van deze uitbouw en de 'Fortuinvleugel' bevindt zich een uitbouw van twee bouwlagen met plat dak. In de westelijke oksel bevindt zich een ingangspartij van één laag met plat dak (en balustrade). De samengestelde kap van deze vleugel bestaat uit een geknikt en afgeknot schilddak.

De gevels in schoonmetselwerk van grauwe baksteen in kruisverband worden sterk horizontaal benadrukt door de plint en uitkragende dakschilden. De plint bestaat aan de voornaamste vleugel (aan het Oostplantsoen) uit een volledig granieten basement. De overige gevels zijn uitgevoerd met vlakke plint, die afgesloten wordt door een band van graniet. De gemetselde vensters komen voor als staand enkelvoudig, drievoudig venster en als kruisvenster. Ze bestaan uit kunststenen wissel-, onder- en lekdorpels en kunststenen lateien, die over de breedte van meerdere vensters doorlopen. Ze bevatten stalen draairamen en meerruits vaste - en klepramen met stalen hang- en sluitwerk. Tussen de lateien en de lekdorpels van de vensters zijn de gevelvlakken verrijkt met uitgemetselde, geometrische patronen. De daken zijn gedekt met blauwe leien in maasdekking en hebben een licht uitzwenkende dakvoet. Deze wordt afgesloten door een kunststenen goot, die uitgevoerd is met rijk geprofileerde vergaarbakken. De dakschilden worden doorsneden door dakkappellen, die zich middenboven de vensterassen bevinden en bestaan uit met leien gedekte schildkapjes en houten, dubbele draairamen. De gevels worden afgesloten met een meervoudige, vlakke lijst van kunststeen, waarvan de lateien van de bovenste vensters deel uit maken.

De voorgevel van het middenpaviljoen aan het Oostplantsoen bestaat uit een driedelige, kunststenen middenpartij, waarin zich de drie entreeportalen bevinden. Aan weerszijden van deze middenpartij is de gevel blind muv twee kleine staande vensters net boven de granieten plint. Vóór de entree een stoep met vier treden en bordes. Drie rondboogarcaden worden zwaar aangezet met blokken, een hanekam-motief en vier gebeeldhouwde figuren. De figuren fungeren als kariatyden voor de zwaarbewerkte lijst erboven waar uitkragende lisenen op rusten. Tussen de lisenen drie meervoudige vensters met roeden in de bovenlichten. Onder de vensters reliëfs met meandermotief en boven reliëfs met symbolen als de mercuriusstaf en schepen. Boven de uitkragende daklijst een opengewerkte balustrade en - corresponderend met de lisenen - decoratieve penanten. De inpandige entree bevat in het midden een dubbele glasdeur met decoratief ijzeren hekwerk met aan weerszijden daarvan. De vleugels bevatten per verdieping en per travee een kruisvenster. De risalerende voorgevels van de risalerende hoekpaviljoens bevatten twee reeksen van drie kruisvensters onder een gezamenlijke latei. De zijgevel-west bevat vijf traveeën met kruisvensters. De zijgevel aan de Fortuinstraat bevat op elk van de drie bouwlagen kruisvensters. Langs de gevel bevinden zich koekoeken. De dakschilden bevatten langgerekte reeksen liggende dakkapellen. De kopse gevel aan het Raam bevat drie reeksen van vier enkele vensters. De nevenentre in de oksel bevat een trap met bordes en borstweringen, een dubbele, inpandige deur en kunsstenen accenten. De gevel van de Fortuinvleugel bevat aan het binnenterrein overwegend kruisvensters met in de gevel van het tussenlid enkele vensters. De achtergevel van de 'Oostplantsoenvleugel' bevat enkele vensters. In de uitbouw waarin zich het trappenhuis bevindt bevinden zich langgerekte vensters met smalle, bakstenen muurdammen ertussen. De entree bevat een stoep en dubbele deur met bovenlichten, die gevat zijn in zware kunststenen omlijstingen.

In de zijvleugel en eerste verdieping bevonden zich tekenzalen, assistentkamers, modellenzalen en examenzalen. Onder het gebouw bevinden zich grote kelders, waarvan de lichttoetreding via koekoeken aan de Fortuinstraat is georganiseerd. De zolderverdieping met houten kap en dakbeschot fungeerde als bergzolder.

INTERIEUR. Het gebouw heeft de oorspronkelijke indeling en detaillering in grote lijnen behouden. De centrale ingangspartij aan het Oostplantsoen heeft een breed, volledig betegeld voorportaal, waarachter een ruime, volledig betegelde hal met het trappenhuis ligt. Drie rechtgesloten wandopeningen geven vanuit het tochtportaal toegang tot de centrale hal. Boven deze openingen bevinden zich grote bovenlichten met getrapte en keperboogvormige sluiting en glas-in-lood ramen. De lambrizeringen en borstwering van de keizerlijke trap van het centrale trappenhuis zijn betegeld in groen met sierlijsten in turkois, bruin en grijs. De dichte borstweringen worden bovenaan afgesloten met een brede afdekking van bruine tegels met een sierrand in reliëf in het midden en aan de zijkanten. Aan de westzijde bevinden zich zeven langgerekte lichten met getrapte afsluiting, die ramen met gebrandschilderd glas-in-lood bevatten. Van belang zijn voorts onder meer paneeldeuren, de houten lambrizering met vast bureau in één van de lokalen aan de zijde van het Oostplantsoen, de naaldhouten collegebanken in één van de lokalen aan de zijde van het Oostplantsoen, granitovloeren in gangen en toiletten, betegelde vloeren, betegelde lambrizeringen in de gangen in groen, turkois en bruine en grijze tinten, metalen kapstokken langs de lambrizeringen, neventrappenhuizen met granieten trappen, ijzeren balustrade met houten handlijsten en doorlopende lambrizering van gekleurde tegels in groen, turkois en zwart, natuurstenen vensterbanken, natuurstenen neuten en onderdorpels.

De Erfscheiding bestaat uit een muur met een ijzeren hek, met bakstenen pijlers en plint. Zowel de bases van de pijlers als de plinten zijn voorzien van een granieten deklijst. De erfafscheiding bevindt zich langs de noord- en zuidzijde van het binnenplein. Langs de Doelenstraat is het hek rijker uitgevoerd.

Waardering

Het voormalige universiteitsgebouw met bijbehorende erfafscheiding voor Weg-en Waterbouw aan het Oostplantsoen 25 naar ontwerp van architect G.van Drecht uit de periode 1918-1923 in de stijl van de Overgangsarchitectuur met invloeden van het Neo-Classicisme en met bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als uitdrukking van een specifieke functie, namelijk gebouw voor wetenschappelijk onderwijs en vanwege de plaats die het inneemt in de geschiedenis van de Technische Universiteit Delft;

- als voorbeeld van de bouwstijl, namelijk Overgangsarchitectuur, vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van de architect Van Drecht en vanwege de karakteristieke hoofdvorm, materiaalgebruik, detaillering en interieur en de hoge mate van gaafheid daarvan.

Het universiteitsgebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan het Oostplantsoen en het Rijn-Schiekanaal en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende gebouwen van het TU-complex Binnenstad.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Belonging to the TU-complex Binnenstad, a UNIVERSITY BUILDING with BOUNDARY WALL of the Technical College with the department of Road and Water Engineering designed by architect G. van Drecht from the period 1918-1923 in the style of Transitional Architecture with influences of Neo-Classicism. From 1976 to 1997 the building formed part of the Central Library of the TUD and the Central Photographic Service, for which Road and Water Engineering was converted in 1976 by the State Building Service. The sculptured entrance section is by H.A. van den Eynde.

In the cellars, before the construction of the independent Hydraulics Laboratory, there was an eighty metre long laboratory. The test models were supplied with water by means of a large reinforced concrete tank that was positioned outside. Electric pumps, which were positioned under the staircase, provided the water circulation.

Description

The building is constructed from a complex floor plan and is largely cellared. The two-storey high main mass lies parallel to the Oostplantsoen, which slopes according to the grid of the side streets. This wing on the Oostplantsoen consists of a substantial central pavilion three bays wide under a gabled roof, crowned by a lantern. Behind this main volume the central pavilion is extended with a complex volume containing the staircase, under a gabled roof, and on the west side a triangular entrance section (3/6) under three hipped roofs. On either side of the central, projecting pavilion are two wings, eight and seven bays wide respectively, with gabled roofs, the ridges of which run parallel to the front facade. The southern wing is extended along the rear facade with a single-storey volume with flat roof. The transverse wings perpendicular to the Oostplantsoen are provided with hipped roofs with chimneys on the ridges. The southern transverse wing is connected via a bent intermediate section with flat roof (closed with an open-work brick balustrade finished with artificial stone coping) to the wing on Fortuinstraat. This wing has an L-shaped floor plan due to the extension of the wing towards the courtyard. In the eastern corner of this extension and the 'Fortuinstraat wing' is an extension of two storeys with flat roof. In the western corner is an entrance section of one storey with flat roof (and balustrade). The complex roof structure of this wing consists of a bent and truncated hipped roof.

The facades in fair-faced masonry of grey brick in Flemish bond are strongly emphasised horizontally by the plinth and overhanging roof edges. The plinth consists of a complete granite basement at the principal wing (on the Oostplantsoen). The other facades are executed with a flat plinth, which is finished with a granite band. The masonry windows appear as standing single, triple window and as cross windows. They consist of artificial stone levelling, sill and drip courses and artificial stone lintels, which run across the width of several windows. They contain steel casement windows and multi-light fixed and side-hung windows with steel hinges and fasteners. Between the lintels and the drip courses of the windows, the facade surfaces are enriched with embossed, geometric patterns. The roofs are covered with blue slates in diminishing courses and have a slightly projecting roof edge. This is finished with an artificial stone gutter, executed with richly profiled gutters. The roof edges are cut through by roof dormers, which are positioned centrally above the window axes and consist of slate-covered hipped dormer caps and wooden, double casement windows. The facades are finished with a multiple, flat moulding of artificial stone, of which the lintels of the upper windows form part.

The front facade of the central pavilion on the Oostplantsoen consists of a three-part, artificial stone central section, in which the three entrance portals are located. On either side of this central section the facade is blank except for two small standing windows just above the granite plinth. In front of the entrance a flight of four steps and platform. Three round arches are heavily set with blocks, a cockerel-comb motif and four sculptured figures. The figures serve as caryatids for the heavily worked moulding above where projecting pilasters rest. Between the pilasters three multi-light windows with glazing bars in the fanlights. Below the windows reliefs with meander motif and above reliefs with symbols such as the caduceus and ships. Above the projecting cornice an open-work balustrade and - corresponding with the pilasters - decorative pendants. The internal entrance contains in the middle a double glass door with decorative ironwork with flanking sections. The wings contain per storey and per bay a cross window. The projecting front facades of the projecting corner pavilions contain two rows of three cross windows under a common lintel. The west side facade contains five bays with cross windows. The side facade on Fortuinstraat contains on each of the three storeys cross windows. Along the facade are ventilation gratings. The roof edges contain long rows of recumbent roof dormers. The gable end facade on het Raam contains three rows of four single windows. The secondary entrance in the corner contains a staircase with platform and parapets, a double, internal door and artificial stone accents. The facade of the Fortuinstraat wing contains at the inner courtyard predominantly cross windows with in the facade of the intermediate section several windows. The rear facade of the 'Oostplantsoen wing' contains several windows. In the extension containing the staircase are long windows with narrow, brick wall sections between them. The entrance contains a flight of steps and double door with fanlights, which are set in heavy artificial stone frames.

In the side wing and first floor were drawing rooms, assistant rooms, model rooms and examination rooms. Below the building are large cellars, with light access organised via ventilation gratings on Fortuinstraat. The loft storey with wooden roof truss and roof boarding served as storage.

INTERIOR. The building has retained its original layout and detailing in broad outline. The central entrance section on the Oostplantsoen has a broad, fully tiled entrance hall, behind which lies a spacious, fully tiled hall with the staircase. Three straight-sided wall openings give access from the draught lobby to the central hall. Above these openings are large fanlights with stepped and basket arch closure and stained glass windows. The lambrequins and parapet of the imperial staircase of the central staircase are tiled in green with decorative mouldings in turquoise, brown and grey. The solid parapets are finished at the top with a broad covering of brown tiles with a relief moulding in the middle and on the sides. On the west side are seven long windows with stepped closure, containing windows with stained glass. Of further importance are panel doors, the wooden lambrequin with fixed desk in one of the rooms on the Oostplantsoen side, the pine lecture benches in one of the rooms on the Oostplantsoen side, granite floors in corridors and toilets, tiled floors, tiled lambrequins in the corridors in green, turquoise and brown and grey tones, metal coat racks along the lambrequins, secondary staircases with granite stairs, iron balustrade with wooden handrails and continuous lambrequin of coloured tiles in green, turquoise and black, natural stone window sills, natural stone thresholds and sill courses.

The Boundary Wall consists of a wall with an iron fence, with brick pillars and plinth. Both the bases of the pillars and the plinths are provided with a granite coping. The boundary wall is located along the north and south side of the inner courtyard. Along Doelenstraat the fence is executed more richly.

Valuation

The former university building with associated boundary wall for Road and Water Engineering on Oostplantsoen 25 designed by architect G. van Drecht from the period 1918-1923 in the style of Transitional Architecture with influences of Neo-Classicism and with associated interior is of general importance because of its cultural and architectural value

- as an expression of a specific function, namely building for scientific education and because of the place it occupies in the history of the Technical University Delft;

- as an example of the architectural style, namely Transitional Architecture, because of the place it occupies in the oeuvre of architect Van Drecht and because of the characteristic main form, material use, detailing and interior and the high degree of integrity thereof.

The university building has urban planning value because of its prominent location on the Oostplantsoen and the Rijn-Schiekanaal and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings of the TU-complex Binnenstad.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map