Rijksmonumentenregister · Netherlands
Villa De Lange
Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1917
- Address
- Wilhelminalaan 2, Locatie: Westerhoutkwartier, 1815 JC Alkmaar
- Place
- Alkmaar
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.62869, 4.74087
- Monument number
- 524942
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
HERENHUIS "Villa De Lange" gebouwd in 1917 naar ontwerp van de architect Jan Wils (Alkmaar 1891 - Voorburg 1971) in een door het oeuvre van Frank Lloyd Wright beïnvloede bouwstijl. De terracotta reliëfs in de voorgevel zijn vervaardigd door de beeldhouwer Willem C. Brouwer. Opdrachtgever was het echtpaar J. de Lange C.Jzn. en N. de Lange-Oort. Theo van Doesburg leverde een belangrijke bijdrage aan de vormgeving van het interieur in de trant van De Stijl. Hij ontwierp ondermeer de drie glas-in-loodramen voor de hal, die zijn overgebracht naar het Stedelijk Museum in Amsterdam, en de kleurstelling voor de diverse vertrekken. Het interieur is thans grotendeels gewit, maar bevat enkele bijzondere schouwen, waarvan er twee door Brouwer zijn ontworpen. De villa is gelegen aan de noordwestzijde van de Wilhelminalaan.
Omschrijving
Op nagenoeg rechthoekig grondplan opgetrokken villa van twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De achter- en zijgevels zijn uitgevoerd in geelroze (onderaan geelrode) machinale baksteen waalformaat in Vlaams verband met platvolle voeg. Deze gevels worden evenals de voorgevel afgesloten door een houten bakgoot. De gerende voorgevel (ZO) is gemetseld in geelroze machinale baksteen (formaat ca. 22 x 5 cm) in Vlaams verband met terugliggende voeg boven een platvol gevoegde plint. Hierboven en boven en onder de verdiepingsvensters wordt de voorgevel horizontaal geleed door banden van Udelfanger zandsteen. Deze zetten zich om de hoek met de zijgevels nog ruim een meter voort (evenals het metselwerk van de voorgevel). Halverwege de bovenste band en de dakgoot loopt een uitkragende metsellaag van bruutbehakte paarsrode bakstenen. Tegen de risalerende linker helft van de voorgevel is links en rechts een muurpijler gemetseld die zich uitstrekt tot aan de bovenste band. Beide pijlers geven een vertikaal accent aan de gevel en zijn op de bovenhoeken voorzien van een hoog terracotta reliëf in de vorm van een vrouw die haar armen opheft. Tussen de muurpijlers zijn op de eerste verdieping vijf gekoppelde draairamen aangebracht en op de begane grond drie schuifvensters, in een minder terugliggend gevelvlak dat boven de parterre afgesloten wordt door een zandstenen rand. De bakstenen tussen de bovenlichten van de drie schuifvensters zijn voorzien van een opliggend accent, in één van de volgende kleuren (van boven naar beneden): wit, geel, blauw, groen, paars, zwart. De gevelvoorsprong links zet zich voort in het schilddak. In de rechter helft van de voorgevel bevindt zich de terugliggende voordeur waarboven een afdak en drie kleine vensters. De deur wordt geflankeerd door manshoge muurpijlers met een zandstenen deksteen en is uitgevoerd als blankgelakte teakhouten paneeldeur met opliggende vertikale sierranden. De dagkanten ter weerszijden van de deur zijn getrapt gemetseld. Vóór de deur ligt een (vernieuwde) gemetselde stoep. Rechts van de ingang bevinden zich drie staande vensters (draairamen) en links één. Op de eerste verdieping telt de rechter gevelhelft vier staande vensters naast elkaar. Rechtsboven staat een naderhand geplaatste dakkapel met een plat dak en drie gekoppelde ramen, waarvan de buitenste uitgevoerd zijn als draairaam.
De rechterzijgevel (NO) maakt links een knik waardoor het linker muurgedeelte haaks staat op de gerende voorgevel en niet onder een scherpe hoek. Op de begane grond zijn rechts drie kleine vensters aangebracht. Rechtsboven bevinden zich twee kleine liggende vensters. In het midden van de eerste verdieping springt de gevel enigszins terug en hier bevinden zich de drie glas-in-loodvensters (replica's) van de hal. Direct rechts van deze inham staat een gemetselde dakkapel met plat dak.
De aan een smalle steeg grenzende linkerzijgevel (ZW) is afgezien van een klein venster middenboven gesloten.
De achtergevel (NW) wordt in drie traveeën geleed door vier lisenen die zich voortzetten tot aan de doorgaande latei boven de driedelige verdiepingsvensters. De rechter en middentravee hebben beide één zo'n venster bestaande uit een vast raam met ter weerszijden een draairaam. In de linker travee is op de verdieping een dubbele balkondeur aangebracht die toegang geeft tot het balkon boven de blokvormige uitbouw linksonder. Deze is evenals de middelste en rechter travee voorzien van een moderne pui. Midden op de achtergevel staat een brede dakkapel met plat dak.
INTERIEUR. Het interieur verkeert nog grotendeels in de originele staat met zowel op de begane grond als de eerste verdieping een vijfhoekige centrale hal annex trappenhuis waaromheen de diverse kamers gegroepeerd zijn. De bordestrap tegen de noordwestmuur van de hal heeft een eikenhouten leuning van afwisselend achtzijdige (met inkepingen op de hoeken) en rechthoekige spijlen, en een door Van Doesburg ontworpen rechthoekige trappaal met een kubistische bekroning in de vorm van twee handen waarop een hoofd rust. De drie staande glas-in-loodramen in de muur boven het trapbordes tonen een compositie van rechthoekige vlakken (in het middenste raam zijn de kleuren groen, blauw en zwart toegepast, in de buitenste ramen blauw, geel, rood, en zwart). De onder de hal gelegen kelder is toegankelijk via een rechte houten steektrap onder de bordestrap. De kelderruimte heeft een betonnen vloer en dito wanden. Vanuit de hal op de parterre en de eerste verdieping geven paneeldeuren toegang tot de omringende vertrekken. De deuren worden op de begane grond geflankeerd door ranke pilasters met afgeschuinde hoeken en bovenaan inkepingen. Boven de deuren loopt, evenals in de meeste vertrekken, een omgaande lijst. Zowel de hal beneden als boven heeft een eenvoudig stucplafond. Tegen de noordoostmuur van de woonkamer linksvoor staat een schouw met een eikenhouten bovenboezem en een onderboezem van beigekleurig natuursteen voorzien van verhoogde en puntig uitstekende wangen die bovenaan op abstracte wijze bewerkt zijn. Het stucplafond boven deze kamer is niet vlak maar rondom voorzien van getrapt verhoogd lijstwerk. De voormalige salon linksachter heeft een stucplafond met paneelindeling en tegen de zuidwestmuur een geheel met verspringende rechthoeken van lichtgrijs geaderd wit marmer beklede schouw. In de zuidhoek van de vroegere eetkamer middenachter staat een hoekschouw met een onderboezem van beigekleurig natuursteen waarboven een rookkanaal van witgeglazuurde baksteen. Het stucplafond van deze kamer bestaat uit langwerpige evenwijdige paneelvelden met getrapte randen. De hal beneden is bereikbaar via een geknikte vestibule waarvan de vloer en wanden bekleed zijn met marmer: op de halverwege verhoogde vloer grijs marmer met een bies van groen marmer, langs de wanden een hoge lambrisering van lichtgrijs marmer met een onder- en bovenrand van groen marmer. Een paneeldeur in beide zijwanden geeft toegang tot de twee nevenruimten links en rechts van de vestibule.
De grote studeerkamer linksvoor op de eerste verdieping heeft tegen de noordoostmuur een brede schouw waarvan de door twee muurpijlers geflankeerde onderboezem en het risalerende middengedeelte van de bovenboezem zijn gemetseld in groengeglazuurde handvormsteen (formaat ca. 16,5 x 3 cm) in Vlaams verband met terugliggende voeg. In het midden van de bovenboezem bevindt zich een blauwgeglazuurd reliëf voorstellend een denkende man ten voeten uit. De vlakken ter weerszijden van het risalerende middendeel van de bovenboezem zijn witgepleisterd. De gemetselde muurpijlers hebben een plint en deksteen van crèmekleurig natuursteen. De tussen de muurpijlers aangebrachte horizontale plaat is uitgevoerd in hetzelfde materiaal. Op de haardvloer liggen gele en zwarte tegels in schaakbordpatroon. De tegenoverliggende muur van de studeerkamer is uitgevoerd als kastenwand: in het midden een boekenkast en aan beide zijden hiervan twee paneeldeuren. De vijfhoekige kamer rechtsvoor op de eerste verdieping heeft halverwege de geknikte noordoostmuur een kleine (ongelede) schouw van blank eikenhout met aan de voorzijde een bordenplank op klampen. De zijkanten van de schouw zijn onderaan, evenals de haard zelf, betegeld met zwartgeglazuurde tegels. Tegen de zuidwestmuur van de kamer linksachter staat een schouw waarvan de onderboezem betegeld is met blauwe tegeltjes. De onderboezem wordt afgedekt door een eikenhouten plaat. Ter weerszijden van de schouw bevindt zich een paneeldeur waarachter een kast. Tussen de hal en de kamer rechtsachter leidt een houten trap met bovenaan een kwart naar de zolder.
Waardering
Het herenhuis met bijbehorend interieur uit het eerste kwart van de 20ste-eeuw is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als merendeels gaaf bewaard vroeg voorbeeld van woonhuisarchitectuur in Wrightiaanse stijl uit het oeuvre van de architect Jan Wils met bijzondere interieuronderdelen van Theo van Doesburg in de vormgeving van De Stijl en Willem C. Brouwer.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
MANSION "Villa De Lange" built in 1917 to designs by the architect Jan Wils (Alkmaar 1891 - Voorburg 1971) in a building style influenced by the work of Frank Lloyd Wright. The terracotta reliefs in the front facade were executed by the sculptor Willem C. Brouwer. The clients were the married couple J. de Lange C.Jzn. and N. de Lange-Oort. Theo van Doesburg made an important contribution to the interior design in the manner of De Stijl. He designed among other things the three stained-glass windows for the hall, which have been transferred to the Stedelijk Museum in Amsterdam, and the colour scheme for the various rooms. The interior is now largely whitened, but contains some remarkable fireplaces, two of which were designed by Brouwer. The villa is situated on the northwest side of the Wilhelminalaan.
Description
Villa constructed on an approximately rectangular ground plan of two storeys beneath a hipped roof with half-rounded improved Dutch tiles. The rear and side facades are executed in yellow-pink (at the lower part yellow-red) machine-made brick of Waal format in Flemish bond with flush joints. These facades, like the front facade, are finished with a wooden gutter. The gabled front facade (SE) is built in yellow-pink machine-made brick (format approximately 22 x 5 cm) in Flemish bond with recessed joints above a flush-jointed plinth. Above and above and below the first-floor windows, the front facade is articulated horizontally by bands of Udelfanger sandstone. These continue around the corner with the side facades for just over a metre (as does the brickwork of the front facade). Halfway between the upper band and the roof gutter runs a projecting course of rough-hewn purple-red brick. Against the projecting left half of the front facade, a wall pilaster is built on the left and right, extending to the upper band. Both pilasters give a vertical accent to the facade and are fitted at the upper corners with a high terracotta relief in the form of a woman raising her arms. Between the wall pilasters, five coupled casement windows are fitted on the first floor and three sash windows on the ground floor, in a less recessed facade plane which above the ground floor is closed off by a sandstone edge. The bricks between the fanlights of the three sash windows are fitted with a raised accent, in one of the following colours (from top to bottom): white, yellow, blue, green, purple, black. The facade projection on the left continues into the hipped roof. On the right half of the front facade is the recessed front door above which is a canopy and three small windows. The door is flanked by man-height wall pilasters with a sandstone coping and is executed as a blank-varnished teak panelled door with raised vertical decorative edges. The door reveals on either side of the door are stepped brickwork. In front of the door is a (renewed) masonry step. To the right of the entrance are three tall windows (casement windows) and on the left one. On the first floor the right facade half contains four tall windows next to each other. Upper right there is a later-added roof dormer with a flat roof and three coupled windows, the outermost of which is executed as a casement window.
The right side facade (NE) makes a bend on the left so that the left wall section stands at right angles to the gabled front facade and not at an acute angle. On the ground floor three small windows are fitted on the right. Upper right are two small horizontal windows. In the middle of the first floor the facade steps back slightly and here are located the three stained-glass windows (replicas) of the hall. Directly to the right of this recess stands a masonry roof dormer with flat roof.
The left side facade (SW) bordering a narrow alley is, apart from a small window in the middle above, closed.
The rear facade (NW) is articulated in three bays by four pilasters which continue to the through lintel above the three-part first-floor windows. The right and middle bay each have one such window consisting of a fixed sash with a casement window on either side. In the left bay on the first floor a double balcony door is fitted giving access to the balcony above the block-shaped extension lower left. This, as well as the middle and right bay, is fitted with a modern storefront. In the middle of the rear facade stands a broad roof dormer with flat roof.
INTERIOR. The interior still remains largely in its original state with both on the ground floor and the first floor a pentagonal central hall annexe stairwell around which the various rooms are grouped. The service staircase against the northwest wall of the hall has an oak handrail of alternating octagonal (with notches at the corners) and rectangular balusters, and a rectangular newel designed by Van Doesburg with a cubist crown in the form of two hands on which a head rests. The three tall stained-glass windows in the wall above the landing show a composition of rectangular planes (in the middle window the colours green, blue and black are used, in the outer windows blue, yellow, red, and black). The cellar beneath the hall is accessible via a straight wooden cellar stair under the service staircase. The cellar space has a concrete floor and likewise concrete walls. From the hall on the ground floor and first floor, panelled doors give access to the surrounding rooms. The doors are flanked on the ground floor by slender pilasters with chamfered corners and notches at the top. Above the doors runs, as in most rooms, an encircling cornice. Both the hall below and above has a simple stucco ceiling. Against the northeast wall of the living room front left stands a fireplace with an oak upper bosom and a lower bosom of beige-coloured natural stone fitted with raised and pointy projecting cheeks that at the top are worked in an abstract manner. The stucco ceiling above this room is not flat but round about fitted with stepped raised cornice. The former salon back left has a stucco ceiling with panel division and against the southwest wall an entirely staggered-rectangle faced fireplace of light-grey veined white marble. In the south corner of the former dining room middle rear stands a corner fireplace with a lower bosom of beige-coloured natural stone above which a flue of white-glazed brick. The stucco ceiling of this room consists of elongated parallel panel fields with stepped edges. The hall below is accessible via a bent vestibule the floor and walls of which are clad with marble: on the midway raised floor grey marble with a border of green marble, along the walls a high wainscoting of light-grey marble with an under- and upper border of green marble. A panelled door in both side walls gives access to the two ancillary rooms on the left and right of the vestibule.
The large study front left on the first floor has against the northeast wall a broad fireplace of which the lower bosom flanked by two wall pilasters and the projecting middle section of the upper bosom are built in green-glazed hand-formed brick (format approximately 16.5 x 3 cm) in Flemish bond with recessed joints. In the middle of the upper bosom is a blue-glazed relief depicting a thinking man full length. The planes on either side of the projecting middle section of the upper bosom are white-plastered. The built wall pilasters have a plinth and coping of cream-coloured natural stone. The horizontal slab fitted between the wall pilasters is executed in the same material. On the hearth floor lie yellow and black tiles in chequerboard pattern. The opposite wall of the study is executed as a wall of cupboards: in the middle a bookcase and on either side of this two panelled doors. The pentagonal room front right on the first floor has halfway along the bent northeast wall a small (non-articulated) fireplace of blank oak with a shelf for plates on cleats at the front. The sides of the fireplace are, like the hearth itself at the lower part, tiled with black-glazed tiles. Against the southwest wall of the room back left stands a fireplace of which the lower bosom is tiled with small blue tiles. The lower bosom is covered by an oak plate. On either side of the fireplace is a panelled door behind which is a cupboard. Between the hall and the room back right a wooden staircase leads with at the top a quarter turn to the attic.
Valuation
The mansion with associated interior from the first quarter of the 20th century is of general importance because of its cultural and architectural-historical value as a mostly well-preserved early example of residential house architecture in Wrightian style from the oeuvre of the architect Jan Wils with special interior components by Theo van Doesburg in the design of De Stijl and Willem C. Brouwer.
Nearby in the register
- Woonhuis, Wilhelminalaan 4Woonhuisunder 1 mi
- Bellevue-TesselschadeWoonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Kennemerstraatweg 5Werk-woonhuisunder 1 mi
- """De Groot"""Industrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.