TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Nassauplein 12

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1920
Address
Nassauplein 12, Locatie: Nassaukwartier, 1815 GM Alkmaar (and others)
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.63189, 4.73589
Monument number
524932

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

DUBBEL WOONHUIS uit 1919-1920 opgetrokken in kubistisch-expressionistische trant met bijbehorende SCHUUR. Het uit blokvormige bouwvolumes opgebouwde hoekpand werd ontworpen door de architect Jan Wils (Alkmaar 1891 - Voorburg 1971). Opdrachtgever was de Alkmaarder mr. W. Kaas. Vermoedelijk onder invloed van de De Stijl-groep paste Wils bij dit gebouw voor het eerst platte daken toe. Voor de hal van de tussenwoning (Nassauplein 12) ontwierp de Stijlkunstenaar Vilmos Huszár omstreeks 1920 een Ruimte-Kleur-Compositie. Het is onduidelijk of deze is uitgevoerd. Wel is bekend dat de woon- en eetkamer van het hoekhuis (Nassauplein 13) voorzien waren van een muurschildering samengesteld uit kleurige driehoeken. Het pand ligt op de hoek van het Nassauplein en de Lamoraalstraat, de aan de Lamoraalstraat gelegen schuur achter Nassauplein 13 behoort tot de oorspronkelijke aanleg en maakt deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Op onregelmatig grondplan opgetrokken halfvrijstaand hoekpand samengesteld uit verspringende blokvormige bouwvolumes van één, twee, of drie bouwlagen. De achterste helft van het gebouw bestaat uit drie in oppervlakte ongeveer vierkante volumes van drie bouwlagen hoog: rechts een groot bouwblok waartegen rechtsvoor een hoekrisaliet, en links hiervan, ter hoogte van nr. 13, twee kleinere, verder naar achteren geplaatste volumes. In de hoeken tussen deze bouwdelen zijn aan de voorzijde drie monumentale rechthoekige schoorstenen gemetseld die belangrijke vertikale accenten vormen in de compositie. De brede middelste schoorsteen staat evenals de rechter haaks op de voorgevel; de linker is zeer breed en loopt evenwijdig aan de voorgevel. Tegen de hoge, getrapt verspringende achterste drie blokken zijn middenvoor twee lagere bouwvolumes opgetrokken, beide twee bouwlagen hoog en voorzien van een dakterras: links een grote met aan de voorzijde een erker met balkon en tegen de linkerzijde een portaaluitbouw met balkon, en rechts hiervan een kleiner, naar voren geplaatst volume. Tegen de laatste is rechts een uitgebouwd portaal aangebracht waarboven een balkon. Het buitenmuurwek is voorzien van een plint en opgetrokken in roodgele machinale baksteen (formaat ca. 20,5 x 5 cm) in Vlaams verband. Het metselwerk van de diverse bouwdelen (waaronder de schoorstenen en de balkons) wordt afgesloten door een uitkragende deklijst van uitgewassen grindbeton (bij nr. 13 recent vernieuwd waarbij in plaats van grind aan de voor- en onderzijde grind aan de voor- en bovenzijde is aangebracht). De lekdorpels en lateien van de vensters op de begane grond en de eerste verdieping zijn op dezelfde wijze uitgevoerd. Boven de eerste verdiepingsvensters is een omgaande latei aangebracht die de verschillende bouwvolumes als het ware samenbindt. Het merendeel van de vensters op de begane grond en de eerste verdieping is uitgevoerd als een liggend raam tussen staande draairamen (ter weerszijden één of twee) en daarboven één langgerekt en laag bovenlicht. Het liggende raam in het venster rechtsonder in de achtergevel kon naar beneden geschoven worden door de vensterbank naar voren te trekken. Dit was wellicht bij meerdere vensters het geval.

In de voorzijde van de portaaluitbouw op de hoek van de voor- (ZO) en de linkerzijgevel (ZW) is een paneeldeur aangebracht, evenals de moderne voordeur in de portaaluitbouw rechts tegen de voorgevel, voorzien van een laag bovenlicht, ter weerszijden uit het gevelvlak komende stijlen, en smalle zijramen. In de linker gevel van de eerstgenoemde uitbouw bevindt zich een klein liggend venster. Het balkon erboven is bereikbaar via een vernieuwde deur met laag bovenlicht in de linkerzijgevel; het balkon boven het andere portaal door een in de voorgevel aangebrachte balkondeur met glaspaneel, laag bovenlicht en smalle zijramen. Hierboven bevindt zich op de tweede verdieping een liggend venster met bovenlicht (valraam). Links hiervan geeft een lage paneeldeur toegang tot het dakterras. De tweede verdieping heeft verder geen deur- of vensteropeningen aan de voorkant. Het balkon boven de erker is toegankelijk via een dubbele deur met een laag bovenlicht en in elke deurvleugel een glaspaneel. Ter weerszijden van deze balkondeur is een staand venster aangebracht. De erker zelf heeft aan de voorzijde een gemetselde bloembak en links een vierkante hoekpijler. In de linkerzijgevel (ZW) bevindt zich ter weerszijden van het uitgebouwde hoekportaal zowel beneden als boven een samengesteld venster als genoemd. Het venster linksonder is geplaatst in een ondiepe middenrisaliet die zich voortzet tot onder het verdiepingsvenster. De lekdorpel hiervan en de latei en lekdorpel van het venster beneden strekken zich uit over de volle breedte van de risaliet. Boven het verdiepingsvenster is op de tweede verdieping een breed en laag vierdelig venster aangebracht. De achtergevel (NW) telt op de tweede verdieping vier lage brede vensters voorzien van een buiten het gevelvlak komend liggend onderraam waarboven een laag bovenlicht (het onderraam van het rechter venster is vijfdelig). De vensters op de begane grond en de eerste verdieping zijn van hetzelfde type als in de voor- en linkerzijgevel. Links bevindt zich een klein uitgebouwd portaal waarin de achterdeur met glaspaneel en waarboven een balkon. De oorspronkelijke dubbele balkondeur op de eerste verdieping is vervangen door een enkele deur met glaspaneel en, evenals de achterdeur, een laag bovenlicht en smal zijraam. Het tot het hoekpand behorende middelste bouwvolume is op de begane grond uitgebouwd en linksboven voorzien van een rechthoekige schoorsteeen. Rechts in de genoemde uitbouw bevindt zich de terugliggende achteringang. Het balkon erboven is zowel vanuit het middelste bouwvolume als vanuit het rechter bouwvolume bereikbaar via een door smalle zijramen geflankeerde balkondeur met glaspaneel en laag bovenlicht.

INTERIEUR. Beide panden hebben een verschillende indeling die deels nog oorspronkelijk is. Het hoekhuis (Nassauplein 13) heeft onder meer een centraal trappenhuis met een bordestrap voorzien van een lattenleuning, originele eikenhouten parketvloeren in de woonkamer, de eetkamer en het trappenhuis, sobere schouwen met een (onder)rand van zwarte tegeltjes en een zwartgeschilderde of zwartmarmeren plaat in de woonkamer, de eetkamer, de slaapkamer bovenachter en de boven de woonkamer gesitueerde voormalige studeerkamer, en in de eetkamer een brede nis met achterin een kastenwand voorzien van een doorgeefluik naar de keuken en ter weerszijden een vitrinekast met dubbele glazen deuren (ruitjes van blank glas-in-lood). De achterkant van de paneeldeur naar de bergruimte linksvoor op de tweede verdieping is vermoedelijk voorzien van de oorspronkelijke kleuren: groene panelen en zwart stijl- en regelwerk. Het ingebouwde pand (Nassauplein 12) is eveneens voorzien van de oorspronkelijke indeling met op de begane grond, links van de vestibule en de in het verlengde daarvan gelegen hal, twee kamers en suite waartussen een half in de hal uitkomende rechte steektrap naar de eerste verdieping. De kamers op de eerste en de tweede verdieping hebben onder meer originele vierpaneelsdeuren met een (zwarte) houten deurknop. Naar verluidt waren deze panelen vroeger grijs geschilderd en was het stijl- en regelwerk van de deuren zwart. Langs de trap naar de tweede verdieping en rond de door een bovenlicht verlichte overloop op deze verdieping bevindt zich een lattenbalustrade.

De uit de bouwtijd daterende schuur linksachter Nassaulaan 13 heeft een rechthoekige plattegrond en een plat dak met overstek. De schuur is gemetseld in dezelfde baksteen als het huis en toegankelijk via een paneeldeur in het midden van de noordoostgevel. In de aan de Lamoraalstraat grenzende gevel (ZW) bevindt zich een liggend bovenlicht (twee ramen waartussen twee luiken) waaronder een cordonband van uitgewassen grindbeton. De korte zijgevels van de schuur zijn gesloten.

Waardering

Het dubbel woonhuis uit 1919-1920 met bijbehorend interieur en met schuur is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorisch waarde als gaaf bewaard voorbeeld van moderne woonhuisarchitectuur uit het eerste kwart van de 20ste-eeuw, opgetrokken in kubistisch-expressionistische trant. Tevens is het pand van belang als karakteristiek onderdeel uit het oeuvre van de architect Jan Wils.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

DOUBLE DWELLING HOUSE from 1919-1920 erected in cubist-expressionist style with associated BARN. The corner property built up from blocky building volumes was designed by architect Jan Wils (Alkmaar 1891 - Voorburg 1971). The client was the Alkmaar gentleman mr. W. Kaas. Presumably under the influence of the De Stijl group, Wils applied flat roofs to this building for the first time. For the hall of the adjoining dwelling (Nassauplein 12), the Stijl artist Vilmos Huszár designed a Space-Colour-Composition around 1920. It is unclear whether this was executed. It is known, however, that the living and dining room of the corner house (Nassauplein 13) were furnished with a mural painting composed of coloured triangles. The property stands at the corner of Nassauplein and Lamoraalstraat; the barn situated on Lamoraalstraat behind Nassauplein 13 belongs to the original layout and forms part of the protection.

Description

A semi-detached corner property erected on an irregular ground plan, composed of staggered blocky building volumes of one, two, or three storeys. The rear half of the building consists of three approximately square volumes of three storeys high: on the right a large building block in front of which a corner projection on the right, and to the left of this, at the level of no. 13, two smaller volumes set further back. In the corners between these building parts, three monumental rectangular chimneys are built on the front facade, which form important vertical accents in the composition. The wide middle chimney, like the right one, stands perpendicular to the front facade; the left one is very broad and runs parallel to the front facade. Against the high, stepped staggered rear three blocks are built in the middle two lower building volumes, both two storeys high and fitted with a roof terrace: on the left a large one with on the front an oriel with balcony and against the left side a porch extension with balcony, and to the right of this a smaller volume positioned forward. Against the latter is built on the right an extended porch with a balcony above it. The external masonry is provided with a plinth and erected in reddish-yellow machine-made brick (size approximately 20.5 x 5 cm) in Flemish bond. The masonry of the various building parts (including the chimneys and the balconies) is finished by a projecting coping of leached gravel concrete (at no. 13 recently renewed with gravel on the front and top side instead of gravel on the front and bottom side). The drip mouldings and lintels of the windows on the ground floor and the first floor are executed in the same manner. Above the first floor windows a continuous lintel is provided which binds together the different building volumes as it were. Most of the windows on the ground floor and the first floor are executed as a horizontal window between vertical casement windows (one or two on each side) and above it a long and low fanlight. The horizontal window in the window at the bottom right of the rear facade could be moved downwards by pulling the window sill forward. This was probably the case with several windows.

In the front of the porch extension on the corner of the front (SE) and the left side facade (SW) a panel door is fitted, as is the modern front door in the porch extension on the right against the front facade, fitted with a low fanlight, beside it stiles extending out of the facade plane, and narrow side windows. In the left wall of the first-mentioned extension there is a small horizontal window. The balcony above is accessible via a renewed door with low fanlight in the left side wall; the balcony above the other porch by a balcony door with glass panel fitted in the front facade, low fanlight and narrow side windows. Above this is located on the second floor a horizontal window with fanlight (drop window). To the left of it a low panel door provides access to the roof terrace. The second floor has no other door or window openings on the front. The balcony above the oriel is accessible via a double door with a low fanlight and in each door leaf a glass panel. On either side of this balcony door a standing window is fitted. The oriel itself has on the front a built-in flower box and on the left a square corner pillar. In the left side wall (SW) on either side of the built-out corner porch there is both below and above a composite window as mentioned. The bottom left window is placed in a shallow middle projection which continues below the first floor window. The drip moulding of this and the lintel and drip moulding of the window below extend over the full width of the projection. Above the first floor window on the second floor a broad and low four-part window is fitted. The rear facade (NW) has on the second floor four low broad windows fitted with a horizontal bottom window extending beyond the facade plane with above it a low fanlight (the bottom window of the right window has five parts). The windows on the ground floor and the first floor are of the same type as on the front and left side wall. On the left is a small built-out porch in which the rear door with glass panel and above it a balcony. The original double balcony door on the first floor has been replaced by a single door with glass panel and, like the rear door, a low fanlight and narrow side window. The middle building volume belonging to the corner property is extended on the ground floor and top left fitted with a rectangular chimney. On the right in the aforementioned extension is the recessed rear entrance. The balcony above is accessible both from the middle building volume and from the right building volume via a balcony door with glass panel and low fanlight flanked by narrow side windows.

INTERIOR. Both properties have a different layout, some of which is still original. The corner house (Nassauplein 13) has among other things a central stairwell with a staircase with a slat balustrade, original oak wooden parquet floors in the living room, the dining room and the stairwell, sober mantelpieces with a (lower) edge of black tiles and a black-painted or black marble plate in the living room, the dining room, the bedroom at the back upstairs and the former study room situated above the living room, and in the dining room a broad niche with at the back a cabinet wall fitted with a serving hatch to the kitchen and on either side a display cabinet with double glass doors (panes of plain leaded glass). The back of the panel door to the storage room at the front left on the second floor is presumed to be fitted with the original colours: green panels and black stile and rail work. The built-in property (Nassauplein 12) is likewise fitted with the original layout with on the ground floor, to the left of the vestibule and the hall situated in line with it, two rooms en suite between which a half straight flight of stairs emerging in the hall to the first floor. The rooms on the first and second floors have among other things original four-panel doors with a (black) wooden door knob. It is said that these panels were previously painted grey and that the stile and rail work of the doors was black. Along the stairs to the second floor and around the landing on this floor lit by a fanlight there is a slat balustrade.

The barn dating from the construction period at the back left of Nassaulaan 13 has a rectangular ground plan and a flat roof with overhang. The barn is built in the same brick as the house and is accessible via a panel door in the middle of the northeast facade. In the wall facing Lamoraalstraat (SW) there is a horizontal fanlight (two windows with two shutters between them) beneath which a plinth band of leached gravel concrete. The short side walls of the barn are closed.

Valuation

The double dwelling house from 1919-1920 with associated interior and with barn is of general importance for cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of modern residential architecture from the first quarter of the 20th century, erected in cubist-expressionist style. The property is furthermore of importance as a characteristic component of the oeuvre of architect Jan Wils.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map