Rijksmonumentenregister · Netherlands
Zonnehof
Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1920
- Address
- Julianaweg 8, 2243 HT Wassenaar
- Place
- Wassenaar
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.12545, 4.35911
- Monument number
- 524648
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
WOONHUIS van het type villa, genaamd 'Zonnehof' met bijbehorende TUINAANLEG en TOEGANGSHEKKEN is in 1920 gebouwd naar ontwerp van de Haagse architect Joh. Mutters in opdracht van de heer A. Coenen. De architectuur is karakteristiek voor het oeuvre van Mutters en kenmerkt zich door een rustieke bouwtrant, geïnspireerd op de Engelse Landhuisstijl waarbij elementen uit de inheemse landelijke bouwstijl en Expressionistische invloeden zijn gecombineerd. De villa is gelegen in de villawijk De Kieviet waarvoor in opdracht van de Exploitatiemaatschappij N.V. De Kieviet en Wildrust, Mutters vanaf omstreeks 1914 het stedenbouwkundig concept ontwikkeld heeft.
Het perceel wordt aan de noordwest-, noordoost- en zuidoostzijde begrensd door respectievelijk de Prins Frederiklaan, een plein en de Julianaweg.
Omschrijving
Vrijstaande tweelaagse villa met kelder op samengestelde plattegrond onder een ver overstekend schilddak met zeeg is gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. Het brede dakoverstek wordt gesteund door decoratief gesneden, houten gootklossen op gemetselde consoles. De gootlijst heeft een geschubde onderrand. Op beide nokhoeken staat een schoorsteen. Elk dakschild heeft een dakkapel onder een ver overstekend plat dak met meerdere ramen, voorzien van ruitvormige roedenverdeling.
De rechtgesloten gevels zijn opgetrokken in rode baksteen in Vlaams verband met een fijne snijvoeg. Boven de plint bevindt zich een doorlopende rollaag. De rechtgesloten deuren en vensters worden aan boven-en onderzijde afgesloten door een rollaag. Rode leipannen zijn gebruikt voor de lekdorpels. Rode leipannen en zwart gekleurde kopse bakstenen zijn toegepast voor het decoratieve, deels uitkragende siermetselwerk als gevelbeëindiging onder de gootlijsten, boven de borstweringen van de balkons en als verticaal element in de gevelvlakken.
De enkele en samengestelde raampartijen hebben overwegend openslaande benedenramen met roedenverdeling. Bij de bovenlichten is als roedenverdeling een ruitpatroon toegepast. De meeste enkele en dubbele openslaande terras- en balkondeuren hebben eveneens een roedenverdeling en zij- en bovenlichten. In de naar het plein gerichte rechter zijgevel (noordoost) bevindt zich rechts van het midden een over twee bouwlagen risalerende entreepartij met afgeschuinde zijkanten, geaccentueerd door siermetselwerk. Een gemetselde, uit vier stoeptreden bestaande stoep leidt naar een iets uitspringende, ondiepe entreeportiek, waar onder zich een rechtgesloten, deels hangende bovenzijde, een teakhouten paneeldeur bevindt, uitgevoerd met diamantkoppen, snijwerk en koperen beslag. Het deels kantstaand siermetselwerk wordt afgesloten door een uitkragende rollaag met daarboven een deurbovenlicht, voorzien van glas-in-lood binnen een ruitvormige roedenverdeling. Erboven bevindt zich een wit gepleisterd rechthoekige naamsteen met in vergulde letters de tekst 'ZONNEHOF'. De verdieping heeft een driedelige raampartij met smalle zijlichten. De entreepartij wordt op de begane grond en de verdieping geflankeerd door enkele vensterpartijen, terwijl links in de gevel eveneens in beide bouwlagen een vensterpartij is aangebracht. Tegen de achtergevel (noordwest) is een éénlaags uitbouw geplaatst met afgeschuinde zijkanten onder een overstekend plat dak. In de noordoostelijke zijgevel hiervan bevindt zich een tweedelige entreedeur met bovenlicht, toegankelijk via een drietreeds trap met zijmuurtjes. Links van deze entree en rechts in het afgeschuinde gedeelte bevindt zich een venster. De indeling van de noordwestelijke langsgevel van de uitbouw bestaat uit een driedelige raampartij met aan weerszijde een venster. Ervoor bevindt zich een koekoek met een trap, die leidt naar de kelderdeur met getralied zijlicht en een dubbel raam. Boven de rollaag van de koekoek staat een eenvoudig buizen hekwerk. In de zuidwestelijke zijgevel en het afgeschuinde gedeelte links ervan komen eveneens vensters voor. Op de verdieping, die een asymmetrische gevelindeling heeft, valt vooral het zesdelige traplicht op, dat is voorzien van (gebrandschilderd) glas-in-lood. Rechts daarvan komt nog een smal venster en een driedelige raampartij voor met als afsluiting een door de dakvoet stekende schoorsteen. De linker zijgevel (zuidwest) bestaat op de begane grond links uit een erker met afgeschuinde zijkanten, die in het rechte middendeel dubbel openslaande terrasdeuren heeft. De borstwering met bloembakken, bekleed met groen/bruin gemêleerde, geglazuurde tegels zijn gehandhaafd. Het balkon boven de erker is toegankelijk via een dubbele balkondeur. Rechts daarvan bevindt zich een dubbele raampartij. De naar de tuin gerichte voorgevel (zuidoost) heeft een symmetrische indeling van drie venstereenheden breed. De begane grond heeft in het midden een dubbele terrasdeur. Aan weerszijden hiervan bevinden zich erkers, voorzien van afgeschuinde zijkanten met een balkon erboven. Op de verdieping wordt een driedelige raampartij geflankeerd door de balkondeuren boven de erkers. Voor de voorgevel bevindt zich een uit grauwe baksteen opgetrokken terras met een verbreed middengedeelte. In dit middendeel en aan de smallere uiteinden bevindt zich een trap. Tegen de borstwering is ondermeer een natuurstenen granouille ingemesteld, die als vlaggenmast fungeert.
INTERIEUR. De oorspronkelijke plattegrond en detaillering van het interieur zijn grotendeels gehandhaafd, met name op de begane grond. Het portaal en de 'hall' zijn betegeld met geglazuurde zeegroen/blauwe getinte tegels, deels afgewerkt met een goudkleurige bies. Gestileerde, klassiek geinspireerde decoratiepatronen komen voor bij het met een tandlijst afgewerkte plafond, de zuilen met ionische profiel en de attieken met guttae boven de deuren. Op de vloer liggen wit/bruine marmeren vloer in ruitpatroon. De deuren zijn overwegend paneeldeuren, deels met glas-in-lood. De tochtdeuren hebben een roedenverdeling met glasruiten. Bij het U-vormige trappenhuis met steektrappen en bordessen zijn in de hal vaste bloembakken en een paraplubak in gemetseld; aan de ene zijde van het portaal een vaste marmeren wastafel, aan de andere de garderobe. De woonkamer heeft de oorspronkelijke kamer-en-suite-indeling, muurafwerking met profiellijstjes en een eiken schouw met groen marmer afgewerkt. De eetkamer in Oud-Hollandse stijl heeft een parketvloer, een gestuct cassettenplafond en eiken lambrisering en leerbehang. In de lambrisering is een zogenaamde 'inglehook' opgenomen onder een verlaagd plafond, bestaande uit een smeedijzeren schouw met groen geglazuurde tegels en zitbanken. De deuren zijn uitgevoerd met kussenpanelen. Andere oorspronkelijke onderdelen zijn ondermeer de ingebouwde buffetkast in de keuken, de plavuizen vloer in de kelder met provisie- en wijngedeelte en een badkamer op zolder voor het personeel.
Een toegangshek aan de Prins Frederiklaan, tot een segmentbogige oprijlaan die langs de entree leidt en uitkomt bij een toegangshek aan de Julianaweg. De tuin is aangelegd in de trant van de Nieuwe Architectonische tuinstijl met voor de zuidoostgevel terrasaanleg van verschillende niveaus met trappen met daarin opgenomen borders en grasstroken. Mw. F.J.J.A. Coenen-Yzerman heeft in 1943 daartoe een ontwerp laten maken door H. Roeters van Lennep.
De toegangshekken, aan weerszijden van de gebogen oprijlaan, bestaan uit een combinatie van twee hoge gemetselde hekpijlers met aan de buitenzijde twee lagere, waartussen een laag concaaf muurtjes is gemetseld. De pijlers zijn in de stijl van het huis opgetrokken uit grauwe baksteen met siermetselwerk van zwarte kopse bakstenen en rode leipannen. Muurtjes en pijlers worden afgesloten door natuurstenen dekplaten. Tussen de hekpijlers hangt een ijzeren hek.
Waardering
De uit 1920 daterende Villa 'Zonnehof' met bijbehorende hekwerken is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde
- als representatief voorbeeld van de typische villa-architectuur uit de jaren '20 van de 20ste eeuw. Het betreft een rustieke stijl van bouwen, die geïnspireerd is op de Engelse Landhuisstijl, gecombineerde met een inheemse landelijke bouwstijl met Expressionistische invloeden.
- als historisch functioneel onderdeel van villapark 'De Kieviet' waarbij het tevens op een beeldbepalende lokatie gelegen is.
- - als representatief voorbeeld uit het oeuvre van de architect J. Mutters, die evenals voor het ontwerp van de villa verantwoordelijk is geweest, voor het stedenbouwkundige plant van de villawijk verantwoordelijk is geweest.
De villa is gaaf in hoofdvorm, in materiaalgebruik en de detaillering, zowel wat betreft het exterieur als wat betreft het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
RESIDENTIAL HOUSE of the villa type, named 'Zonnehof' with associated GARDEN LAYOUT and ACCESS GATES was built in 1920 to a design by The Hague architect Joh. Mutters on behalf of Mr A. Coenen. The architecture is characteristic of Mutters' oeuvre and is marked by a rustic building style, inspired by the English Country House style in which elements of indigenous rural building style and Expressionistic influences are combined. The villa is situated in the villa district De Kieviet for which, on behalf of the operating company N.V. De Kieviet and Wildrust, Mutters developed the urban design concept from approximately 1914.
The plot is bounded on the north-west, north-east and south-east sides respectively by Prins Frederiklaan, a square and Julianaweg.
Description
Detached two-storey villa with basement on a complex floor plan under a far-overhanging hipped roof with sag, covered with red improved Dutch tiles. The broad roof overhang is supported by decoratively carved wooden gutter blocks on rendered consoles. The gutter cornice has a tiled underside. On each roof ridge corner stands a chimney. Each roof slope has a roof dormer under a far-overhanging flat roof with multiple windows, fitted with diamond-shaped glazing bars.
The straight-edged facades are built in red brick in Flemish bond with fine cut joints. Above the plinth there is a continuous roll moulding. The straight-edged doors and windows are closed at top and bottom by a roll moulding. Red slate tiles are used for the drip tiles. Red slate tiles and black-coloured header bricks are used for the decorative, partly projecting ornamental brickwork as facade termination below the gutter cornices, above the balcony parapets and as a vertical element in the facade surfaces.
The single and composite window arrangements predominantly have opening windows on the ground floor with glazing bars. On the fanlights a diamond pattern is used as glazing bars. Most single and double opening terrace and balcony doors also have glazing bars and side and top lights. In the right side facade facing the square (north-east) to the right of centre is an entrance unit risaliting over two storeys with bevelled sides, accentuated by ornamental brickwork. A rendered step consisting of four steps leads to a slightly projecting, shallow entrance porch, below which is a straight-edged, partly hanging top, a teak wood panelled door executed with diamond heads, carved work and copper fittings. The partly edge-standing ornamental brickwork is finished by a projecting roll moulding with above it a door fanlight fitted with leaded glass within a diamond-shaped glazing bars. Above it is a white rendered rectangular nameplate with gilded letters reading 'ZONNEHOF'. The first floor has a three-part window arrangement with narrow side lights. The entrance unit is flanked on the ground floor and first floor by single window arrangements, while on the left in the facade a window arrangement is also provided in both storeys. Against the rear facade (north-west) is a single-storey extension placed with bevelled sides under an overhanging flat roof. In the north-eastern side facade of this there is a two-part entrance door with fanlight, accessible via a three-step flight with side walls. To the left of this entrance and on the right in the bevelled section there is a window. The arrangement of the north-western long facade of the extension consists of a three-part window arrangement with a window on each side. In front of it is a cellar entrance with a flight of stairs leading to the cellar door with barred side light and a double window. Above the roll moulding of the cellar entrance stands simple tubular railwork. In the south-western side facade and the bevelled section to the left of it windows are also present. On the first floor, which has an asymmetrical facade arrangement, the six-part stairlight stands out, fitted with (stained) leaded glass. To the right of this is a narrow window and a three-part window arrangement with a chimney projecting through the eaves as closure. The left side facade (south-west) consists on the ground floor on the left of a bay with bevelled sides, which in the straight middle section has double opening terrace doors. The parapet with flower boxes, clad with green/brown mottled glazed tiles is retained. The balcony above the bay is accessible via a double balcony door. To the right of this is a double window arrangement. The front facade facing the garden (south-east) has a symmetrical arrangement of three window units wide. The ground floor has in the middle a double terrace door. On either side of this are bays fitted with bevelled sides with a balcony above. On the first floor a three-part window arrangement is flanked by the balcony doors above the bays. In front of the front facade there is a terrace built in grey brick with a widened middle section. In this middle section and at the narrower ends there is a flight of steps. Against the parapet is, among other things, a natural stone gargoyle set in, which serves as a flagpole.
INTERIOR. The original floor plan and detailing of the interior are largely retained, particularly on the ground floor. The entrance hall and the 'hall' are tiled with glazed sea green/blue tinted tiles, partly finished with a gold-coloured border. Stylised, classically inspired decoration patterns are found in the ceiling finished with a tooth moulding, the columns with Ionic profile and the attics with guttae above the doors. On the floor lies white/brown marble flooring in diamond pattern. The doors are predominantly panel doors, partly with leaded glass. The draught doors have glazing bars with glass panes. At the U-shaped stairwell with flights and landings there are fixed flower boxes and an umbrella stand in the hall built in; on one side of the entrance hall a fixed marble washstand, on the other the cloakroom. The living room has the original room-en-suite arrangement, wall finish with mouldings and an oak fireplace finished with green marble. The dining room in Old Dutch style has a parquet floor, a stuccoed coffered ceiling and oak wainscoting and leather hangings. In the wainscoting an so-called 'inglenook' is incorporated under a lowered ceiling, consisting of a wrought-iron fireplace with green glazed tiles and bench seating. The doors are executed with cushion panels. Other original components include the built-in buffet cupboard in the kitchen, the tiled floor in the basement with provisions and wine section and a bathroom on the top floor for staff.
An access gate at Prins Frederiklaan, leading to a segmental arch drive that runs along the entrance and ends at an access gate at Julianaweg. The garden is laid out in the style of the New Architectural garden style with terrace arrangements in front of the south-east facade of different levels with steps with borders and grass strips incorporated in them. Mrs F.J.J.A. Coenen-Yzerman had a design for this made in 1943 by H. Roeters van Lennep.
The access gates, on either side of the curved drive, consist of a combination of two high rendered gate piers with on the outside two lower ones, between which a low concave wall is rendered. The piers are built in the style of the house in grey brick with ornamental brickwork of black header bricks and red slate tiles. Walls and piers are finished with natural stone coping plates. Between the gate piers hangs an iron gate.
Valuation
The Villa 'Zonnehof' from 1920 with associated railwork is of general interest because of its architectural and cultural-historical value
- as a representative example of the typical villa architecture from the 1920s of the 20th century. This is a rustic building style, inspired by the English Country House style, combined with an indigenous rural building style with Expressionistic influences.
- as a historically functional component of villa park 'De Kieviet' and it is also located at an image-forming location.
- as a representative example from the oeuvre of architect J. Mutters, who was responsible for the villa design and was also responsible for the urban design plan of the villa district.
The villa is sound in its main form, in material use and detailing, both in terms of the exterior and the interior.
Nearby in the register
- Plantsoen, Wilhelminaplein WassenaarTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Casa CaraWoonhuisunder 1 mi
- BaldershageKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- De VesteKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.