TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Laan van Nieuw Oosteinde 3

Voorburg, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1924 - 1925
Address
Laan van Nieuw Oosteinde 3, 2271 AB Voorburg (Leidschendam-Voorburg 28)
Place
Voorburg
Municipality
Leidschendam-Voorburg
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.06858, 4.35776
Part of complex
524459
Monument number
524461

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De 'Onze Lieve Vrouw Hemelvaart' KERK (sinds 1950 Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming) van het type zaalkerk is in 1924-1925 naar ontwerp van de Rotterdamse architect P.G. Buskens met de stilistische kenmerken van de Nieuwe Haagse School. De kerk telde oorspronkelijk 830 zitplaatsen, waarvan 80 op het zangkoor. De ontwerpen voor een hoge toren op de zuidoosthoek zijn nooit gerealiseerd. Het voorportaal en de Mariakapel werden in 1934 verrijkt met glas-in-lood van n.o.v. Ninaber van Eyben. In de jaren vijftig werden deze ramen vervangen door glazen van Hubert Estourgie. Het raam boven het priesterkoor is van de hand van Alex Asperslag. De schilderingen van de kruiswegstaties zijn van de hand van kunstenaar C.M. Roovers. Een zestal, in 1925 en 1926 vervaardigde beelden zijn van de hand van de Voorburgse beeldhouwer Albert Termote, die ook het grote kruisbeeld op het priesterkoor en het kleinere draagkruis maakte. In de Mariakapel staat een beeld vervaardigd door kapelaan H.C.M. de Goede.

Op de orgelgalerij bevindt zich een orgel van Vermeulen te Alkmaar uit 1950, dat door Adema-Scheurs te Amsterdam gerestaureerd is. De kas is zeer eenvoudig. Het orgel is vooralsnog niet bij de bescherming betrokken.

N.B. In 1950 is er een nieuw altaar geplaatst. Hierbij is in het koor een nieuwe muur gemetseld, die de oorspronkelijke muur met Mariaschilderingen, rozenkransen en één venster aan het zicht onttrekt. In 1967 (na het Tweede Vaticaans Concilie) is de indeling in het koor gewijzigd, waarbij een nieuwe verhoging is gemaakt, de communiebanken zijn verwijderd en de lage, bestaande, koorafsluitende bakstenen muren worden uitgebreid. Bovendien is de gemetselde preekstoel afgebroken. Ook de biechtstoelen zijn in die jaren aangepast. Hierbij zijn onder meer de deuren vervangen. In de doopkapel staat een doopvont van 1963. Het doophek stamt eveneens uit die tijd. De deuren van de bijsacrestie, de sacrestie en het tochtportaal zijn in de jaren zestig vervangen. Ook het meubilair van de sacrestie, zoals de credenstafel en de lambrizering, is vernieuwd. In de voorhal is in 1973 een verlaagd plafond aangebracht. Bovendien is de vloer van voorhal en tochtportaal in 1973 vernieuwd.

Omschrijving

De kerk is vanuit een nagenoeg rechthoekige plattegrond in baksteen (staandverband) opgetrokken. Het samengestelde bouwvolume is voorzien van diverse met leien gedekte zadeldaken. De verschillende volumes lopen zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde getrapt in hoogte op naar het schip. De muurdammen zijn hoger opgetrokken dan de daken. De bescheiden houten vieringtoren op het midden van het hoogste volume (het schip) is met zink bekleed en heeft een sierijzeren spits. Inclusief deze toren is de kerk 36 meter hoog. De vensters bestaan uit driedelig gemetselde spitsboogvensters in suikerbakkersmotief. De bakstenen suikerbakkersramen zijn alle voorzien van glas-in-lood in identiek patroon in geel, rood en wit. Ook alle enkele spitsboogvensters zijn zo uitgevoerd. Langs de topgevels en ter afsluiting van de rechte gevels zijn enkele uitgemetselde lijsten siermetselwerk, waaronder een meanderlijst en een bloktandlijst, aangebracht. De vensterdorpels, dekplaten van topgevels, steunberen etc. en overige gevelbekroningen en vensterdetails bestaan uit kunststeen (beton).

Voor de drie ingangsportalen van de voorgevel (zuid-westzijde) ligt een bakstenen stoep met een vloer en twee treden van hardsteen. De risalerende portalen zijn voorzien van steekkappen, gedekt met leien. Tussen de portalen is verticaal, inspringend siermetselwerk aangebracht. De gemetselde portalen hebben trapgewijs verspringende dagkanten. De portalen worden afgesloten met topgevels bekleed met betonnen dekplaten en bekroond met kruisen. De drie dubbele houten entreedeuren zijn voorzien van rijk smeedijzeren beslag. Boven de betonnen bovendorpels bevinden zich tympaan-achtige lichten. Deze gemetselde, gedrukte spitsbogen zijn voorzien van glas-in-lood en hebben een houten, gesneden middenstijl. De middenstijlen verbeelden onder meer een kroon en de heilige staf: attributen van Maria Majestas. Rechts van de portalen bevindt zich de Mariakapel. De gevel van dit bouwvolume is verrijkt met een Mariabeeld, voorzien van rozen en een kruis. In het bouwvolume links van de portalen bevindt zich het trappenhuis. De voorgevel heeft een groot 28-delig suikerbakkersraam met gemetselde traceringen. Het raam wordt doorsneden door de betonnen waterlijst, die halverwege de gevel is aangebracht. In de top bevinden zich een driedelig, rechtgesloten venster en staafankers. In de top van de muur van het hogere schip bevinden zich eveneens een driedelig venster en staafankers.

De zijgevels aan de noordwest- en zuidoostzijde zijn voorzien van drie dwarsgeplaatste steekkappen. Deze risalerende bouwvolumes zijn tot vensterhoogte voorzien van gemetselde steunberen met betonnen dekplaat. Langs de topgevels zijn uitgemetselde randen aangebracht. In de toppen bevinden zich staafankers. De volumes zijn onderling verbonden met betonnen, horizontale waterlijsten. In ieder volume bevindt zich één gemetseld raam. Aan weerszijden van de drie steekkappen bevinden zich spitsboogvensters en een uit één bouwlaag bestaande uitbouw met lessenaarsdak. De daken zijn alle gedekt met leien in maasdekking. De gevels van het koor zijn voorzien van vijf spitsboogvensters. Aan de zuidoostzijde van de kerk bevindt zich bovendien een uitbouw met plat dak en een reeks van vijf spitsboogvensters, een deur en drie laaggeplaatste rechthoekige vensters. Aan de noordoostzijde heeft deze aanbouw twee spitsboogvensters. De achtergevel van het hoofdvolume is voorzien van staafankers en één klein venster in de top. Op de oosthoek bevindt zich een hoge gemetselde schoorsteen. De achtergevels van de oplopende bouwvolumes zijn voorzien van staafankers en in de top een rechtgesloten driedelig venster.

Met de kerk verbonden is als erfscheiding een bakstenen muurtje in staand verband met een koppenlaag als afsluiting.

INTERIEUR. Het nagenoeg gave interieur bestaat uit één grote kerkruimte en een ingangspartij, dat uit drie tochtportalen bestaat. Aan weerszijden van de portalen bevinden zich respectievelijk een opslagruimte en de Mariakapel. De Mariakapel is voorzien van een kruisgewelf, dat volledig met blauw mozaïek is bekleed. De wand bestaat uit kleine, in verticaal verband gemetselde, blauw geglazuurde bakstenen. De overgang tussen de bakstenen wand en het mozaïek wordt gemarkeerd door een uitkragend halfrond profiel. Dit profiel is eveneens met mozaïek bekleed. Vervolgens doet één travee dienst als voorhal. Boven deze eerste twee traveeën bevindt zich de orgelgalerij. De orgelgalerij wordt gedragen door onder meer aan de wanden uitgemetselde kolommen en houten, vrijstaande zuilen in het midden. Deze kolommen zijn bovenaan voorzien van uitkragende, geometrisch decoratieve elementen ('kapitelen'). De borstwering van de galerij bestaat uit houten, roodgeschilderde balken met zwartgeschilderde blokken en details van ijzer. In het trappenhuis naar de galerij is rondom een plint van geglazuurde bakstenen aangebracht. In de kerkruimte zijn door gemetselde tussenmuren met hoog opgetrokken spitsbogen visueel gezien verschillende ruimten gerealiseerd. De muren bestaan uit gele baksteen in halfsteensverband. Er is een rondom aangebrachte geglazuurde lambrizering die doorbroken wordt door enkele lagen paarse en zeegroene geglazuurde stenen. Dit zijn koppenlagen, rollagen en een licht uitgemetselde rollaag. Onderaan bevinden zich drie lagen van donkere steen. Het dak wordt gedragen door vijf samengestelde houten spanten. De vier spanten in het schip rusten op aan drie zijden vrijstaande kolommen. Het vijfde spant is opgenomen in de constructie van de orgelgalerij. In de zijbeuken bevinden zich tussen deze spanten steekkappen en spitsboogvensters met glas-in-lood. De spanten bestaan uit schuine houten delen, die stijf gemaakt zijn met horizontale delen. Bovendien ondersteunen de horizontaal geplaatste balken de steekkappen. Langgerekte stijlen lopen tot in de nok van de kap. In de top zijn eveneens schuin geplaatste houten delen aangebracht. De open dakstoel van het zadeldak is betimmerd met houten delen en latwerk en is bovenaan van een vlak plafond voorzien. De drie beuken worden bij het inspringende koor afgesloten met twee keer drie spitsbogen. De grote bogen worden afgesloten door zes koppenlagen en de kleinere door drie. De middelste bogen zijn open. In de nissen van de dichte spitsbogen bevinden zich in totaal vier nevenaltaren. In het koor en op de kolommen in het schip zijn in totaal twaalf wijdingskruisen aangebracht. Deze keramische kruisen bestaan uit vierkante tegels, die deels geglazuurd en deels ongeglazuurd zijn. Tussen de kolommen zijn twaalf schilderingen van de kruiswegstaties aangebracht. Links in de wand van het koor bevindt zich de eerste steen met de tekst: 'ME POSUIT REV. ADM. DOM. H.A.Th. VAN DAM DECANUS KAI. MAJ. MCMXXIV'. De gewelfvlakken van het houten spitsbooggewelf van het koor zijn met hout afgetimmerd. De houten ribben steunen op houten consoles en worden in de top door decoratieve sluitstukken afgesloten. In het schip staan de eikenhouten kerkbanken, grotendeels volgens het originele bankenplan. Links en rechts van het koor bevinden zich een bijsacristie en de onderkelderde sacristie. De sacristie heeft een stervormige decoratie in het stucplafond, identiek aan de stucplafonds in de pastorie. Langs de gestucte wand zijn profiellijsten en een tandlijst van sierstucwerk aangebracht.

Waardering

De kerk met bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en de architectuurhistorisch waarde en vanwege de ensemblewaarde:

- als uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling.

- vanwege de kwaliteiten van het ontwerp en als karakteristiek voorbeeld van kerkarchitectuur uit het interbellum.

- vanwege de sterke ruimtelijke, functionele en visuele relatie met de pastorie.

- vanwege de herkenbaarheid en de ruime mate van gaafheid van in- en exterieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The 'Onze Lieve Vrouw Hemelvaart' CHURCH (since 1950 Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming) of the hall church type was built in 1924-1925 to the design of Rotterdam architect P.G. Buskens with the stylistic characteristics of the Nieuwe Haagse School. The church originally had 830 seats, of which 80 were in the choir gallery. Designs for a high tower on the south-east corner were never realised. The vestibule and the Maria Chapel were enriched in 1934 with stained glass by N.O.V. Ninaber van Eyben. In the nineteen-fifties these windows were replaced by glass by Hubert Estourgie. The window above the priests' choir is by Alex Asperslag. The paintings of the Stations of the Cross are by artist C.M. Roovers. A set of six sculptures made in 1925 and 1926 are by the hand of Voorburg sculptor Albert Termote, who also made the large crucifix on the priests' choir and the smaller processional cross. In the Maria Chapel stands a sculpture made by chaplain H.C.M. de Goede.

On the organ gallery is an organ by Vermeulen of Alkmaar from 1950, which has been restored by Adema-Scheurs of Amsterdam. The case is very simple. The organ has not been included in the protection to date.

N.B. In 1950 a new altar was installed. At this time a new wall was built in the choir, which obscures the original wall with Maria paintings, rosaries and one window from view. In 1967 (after the Second Vatican Council) the arrangement in the choir was altered, whereby a new platform was made, the communion rails were removed and the low existing brick walls enclosing the choir are extended. Furthermore the masoned pulpit was demolished. The confessionals were also adapted in those years. In this process the doors were among other things replaced. In the baptistry chapel stands a baptismal font from 1963. The baptistry gate also dates from that time. The doors of the side sacristy, the sacristy and the draught lobby were replaced in the nineteen-sixties. The furnishings of the sacristy, such as the credence table and the wall panelling, were also renewed. In the entrance hall a dropped ceiling was installed in 1973. Moreover the floor of the entrance hall and draught lobby was renewed in 1973.

Description

The church is built in brick (stretcher bond) from an almost rectangular floor plan. The composite building volume is provided with various slate-covered gabled roofs. The different volumes rise in steps in height both at the front and at the back towards the nave. The wall girts are built higher than the roofs. The modest wooden crossing tower on the centre of the highest volume (the nave) is clad in zinc and has a decorative iron spire. Including this tower the church is 36 metres high. The windows consist of three-part masoned pointed arch windows in sugarloaf motif. The brick sugarloaf windows are all provided with stained glass in identical pattern in yellow, red and white. All single pointed arch windows are executed thus. Along the stepped gables and at the termination of the straight gables some masoned decorative brickwork, including a meander moulding and a dogtooth moulding, are applied. The window sills, capping plates of stepped gables, buttresses etc. and other gable crestings and window details consist of artificial stone (concrete).

In front of the three entrance portals of the front facade (south-west side) lies a brick stoop with a floor and two treads of sandstone. The projecting portals are provided with steeking, covered with slate. Between the portals vertical, inset decorative brickwork is applied. The masoned portals have step-wise recessed reveals. The portals are closed with stepped gables covered with concrete capping plates and crowned with crosses. The three double wooden entrance doors are provided with richly wrought-iron fittings. Above the concrete upper sills are tympanum-like lights. These masoned, compressed pointed arches are provided with stained glass and have a wooden, carved centre post. The centre posts depict amongst other things a crown and the holy staff: attributes of Maria Majestas. To the right of the portals is the Maria Chapel. The facade of this building volume is enriched with a Maria sculpture, provided with roses and a cross. In the building volume to the left of the portals is the staircase. The front facade has a large 28-part sugarloaf window with masoned tracery. The window is cut through by the concrete drip moulding, which is applied halfway up the facade. At the top are a three-part, straight-headed window and rod anchors. At the top of the wall of the higher nave are also a three-part window and rod anchors.

The side facades on the north-west and south-east side are provided with three cross-placed steekings. These projecting building volumes are provided with masoned buttresses with concrete capping plate up to window height. Along the stepped gables masoned borders are applied. In the tops are rod anchors. The volumes are interconnected with concrete horizontal drip mouldings. In each volume is one masoned window. On either side of the three steekings are pointed arch windows and a single-storey outbuilding with roof of half-hipped profile. The roofs are all covered with slate in half-lap. The facades of the choir are provided with five pointed arch windows. On the south-east side of the church is moreover an outbuilding with flat roof and a series of five pointed arch windows, a door and three low-placed rectangular windows. On the north-east side this addition has two pointed arch windows. The rear facade of the main volume is provided with rod anchors and one small window at the top. On the east corner is a high masoned chimney. The rear facades of the rising building volumes are provided with rod anchors and at the top a straight-headed three-part window.

Connected to the church as a boundary wall is a small brick wall in stretcher bond with a stretcher course as termination.

INTERIOR. The nearly intact interior consists of one large church space and an entrance section, which consists of three draught lobbies. On either side of the portals are respectively a storage space and the Maria Chapel. The Maria Chapel is provided with a cross vault, which is completely covered with blue mosaic. The wall consists of small, vertically bonded, blue glazed bricks. The transition between the brick wall and the mosaic is marked by a cantilevered semicircular moulding. This moulding is also covered with mosaic. Subsequently one bay serves as an entrance hall. Above these first two bays is the organ gallery. The organ gallery is supported by amongst other things columns masoned onto the walls and wooden, free-standing pillars in the middle. These columns are provided at the top with cantilevered, geometrically decorative elements ('capitals'). The balustrade of the gallery consists of wooden, red-painted beams with black-painted blocks and iron details. In the staircase to the gallery a plinth of glazed brick is applied all around. In the church space visually different rooms are realised by masoned partition walls with high pointed arches. The walls consist of yellow brick in half-brick bond. There is wall panelling in glazed brick applied all round, which is interrupted by several layers of purple and sea-green glazed bricks. These are stretcher courses, roll courses and a slightly masoned roll course. At the bottom are three layers of dark stone. The roof is supported by five composite wooden roof trusses. The four trusses in the nave rest on columns standing free on three sides. The fifth truss is incorporated into the construction of the organ gallery. In the side aisles between these trusses are steekings and pointed arch windows with stained glass. The trusses consist of sloping wooden parts, which are stiffened with horizontal parts. Moreover the horizontally placed beams support the steekings. Elongated posts run up to the ridge of the roof. At the top sloping wooden parts are also applied. The open roof structure of the gabled roof is boarded with wooden parts and laths and is provided with a flat ceiling at the top. The three aisles are closed at the recessing choir with two sets of three pointed arches. The large arches are closed by six stretcher courses and the smaller by three. The middle arches are open. In the niches of the solid pointed arches are in total four subsidiary altars. In the choir and on the columns in the nave are in total twelve dedication crosses applied. These ceramic crosses consist of square tiles, which are partly glazed and partly unglazed. Between the columns are twelve paintings of the Stations of the Cross. On the left in the wall of the choir is the foundation stone with the text: 'ME POSUIT REV. ADM. DOM. H.A.Th. VAN DAM DECANUS KAI. MAJ. MCMXXIV'. The vault surfaces of the wooden pointed arch vault of the choir are boarded with wood. The wooden ribs rest on wooden corbels and are closed at the top by decorative keystones. In the nave stand the oak church pews, largely according to the original pew layout. To the left and right of the choir are a side sacristy and the under-cellar sacristy. The sacristy has a star-shaped decoration in the stucco ceiling, identical to the stucco ceilings in the rectory. Along the stuccoed wall are profile mouldings and a dogtooth moulding of decorative stuccowork.

Valuation

The church with associated interior is of general importance on account of its cultural and architectural historical value and on account of its ensemble value:

- as an expression of a spiritual development.

- on account of the qualities of the design and as a characteristic example of church architecture from the interbellum.

- on account of the strong spatial, functional and visual relationship with the rectory.

- on account of the recognisability and the considerable degree of integrity of interior and exterior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map