TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Villa Oud Walenburg

Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1907
Address
Walenburgerweg 31, 3039 AC Rotterdam (and others)
Place
Rotterdam
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.93008, 4.46792
Monument number
524303

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "37 Rotterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA "Oud Walenburg", gebouwd in 1907 in Um 1800 stijl met Neo-Barokke details naar ontwerp van architect E. Cuypers, in opdracht van de houthandelaar Jan P. Helmer. De villa werd gebouwd ter plaatse van de voormalige (uit de zestiende eeuw daterende) buitenplaats Walenburch.

In 1919 kwam de villa in het bezit van de Congregatie van de H. Catherina van Siena, dominicanessen van Voorschoten, die er een klooster van maakten. In 1920-1921 realiseerde de Congregatie een uitbreiding, in sobere traditionalistische stijl, aan de oostzijde van de villa, die ook onder de bescherming valt. Het grondgebied van het landgoed werd in de loop der jaren grotendeels bebouwd op de voortuin en zeer diepe achtertuin achter het klooster na.

N.B. Op 19 mei 1960 werd in de (zeer diepe) achtertuin de afsluitsteen van het familiegraf van het geslacht Walenburg geplaatst.

Tegenwoordig is het klooster (de uitbreiding) evenals de kapverdieping van de villa in gebruik als jongerenpension.

Omschrijving

De (oorspronkelijk vrijstaande) villa met grote voortuin is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en omvat (gedeeltelijk) een souterrain, twee verdiepingen en een kapverdieping onder een met leien gedekt schilddak. De nok is voorzien van een dakruiter, met luiklok en uurwerk. Op de hoeken staan vier schoorstenen. Het dak is voorzien van dakkapellen: twee aan de voorzijde, drie aan de westzijde waarvan de middelste met grotere afmetingen en een afgeplat dakje, en twee aan de achterzijde. De gevels zijn gemetseld met rode baksteen en voorzien van natuurstenen details en hoekblokken. De rechthoekige (schuif)vensters hebben houten kozijnen en bovenlichten met kleine roedenverdeling en zijn voorzien van persiennes. De voorgevel is vijf vensterassen breed en heeft een middenrisaliet met een natuurstenen bordestrap voor de ingang. Boven de ingang is een door Dorische zuilen gedragen natuurstenen balkon gesitueerd. De ingang bestaat uit een houten deur met houtsnijwerk (ridderhelmen) en een klein rondboogvenster met siertraliewerk. Rond de deur bevindt zich een glas-in-lood omlijsting, eveneens achter siertraliewerk. Het balkon heeft een natuurstenen balustrade met op de hoeken twee schildhoudende leeuwen. Op het balkon een dubbele houten deur met bovenlicht en luiken conform de overige vensters (op begane grond en eerste verdieping twee aan weerszijden van de middenrisaliet). Boven deze deur bevindt zich een natuurstenen lijst waarin de naam "Oud Walenburg" is gebeiteld. De middentravee wordt beëindigd met een topgevel met fronton en rondboogvenster, geflankeerd door kleine natuurstenen balustrades en klauwstukken. Onder de geprofileerde houten daklijst bevindt zich een natuurstenen tandlijst en boven iedere vensteras een natuurstenen guirlande. De westgevel bevat drie vensterassen en heeft links op de begane grond een grote serre met gemetselde pilasters en natuurstenen voluten. De serre heeft in het midden een dubbele deur die via een trap toegang geeft tot de (voormalige) tuin. Aan weerszijden van de deur bevinden zich drieledige vensters, evenals in de zuid- en noordgevel van de serre. De serre wordt afgesloten met een fijne tandlijst en een geprofileerde houten kroonlijst. Op de eerste verdieping geven twee dubbele deuren toegang tot het grote balkon met balustrade met bolvormige bekroningen.

De achtergevel heeft eveneens een middenrisaliet waarin zich op de begane grond links een houten geprofileerde deur en rechts een tweeledig klein venster bevinden en op de verdieping drie hoge glas-in-lood vensters. De risaliet wordt afgesloten met een topgevel waarin zich een rechthoekig venster geflankeerd door kleinere vensters bevindt. Het muurveld links van de risaliet is op de begane grond gelijk getrokken met de ingangspartij waarboven zich op de verdieping een balkon met gemetselde borstwering bevindt. Aan weerszijden van de middenrisaliet bevinden zich op de begane grond hoge vensters geflankeerd door, even hoge, zeer smalle vensters die voorzien zijn van een eigen persienne. Op de verdieping bevindt zich aan weerszijden van de middenrisaliet een venster. De (klooster)uitbreiding in traditionalistische stijl aan de oostgevel van de villa, is opgetrokken op een kruisvormige plattegrond, waarvan de vleugel in het verlengde van de villa breder is. De uitbreiding is gedeeltelijk onderkelderd en omvat gedeeltelijk twee en gedeeltelijk drie bouwlagen en een kapverdieping onder een ruim overkragend en met pannen gedekt zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen en voorzien van summier siermetselwerk. De uitbreiding bevat op de begane grond in de voorgevels rechthoekige schuifvensters met bovenlichten met kleine roedenverdeling, vormgegeven conform de villavensters. Op de eerste verdieping en (een hoger opgetrokken deel van de) kapverdieping bevinden zich een rondlicht (kopse gevel aan de Walenburgerweg) en rondboogvensters met glas-in-lood.

Op de begane grond van de kopse gevel aan de Walenburgerweg bevinden zich drie smalle vensters tussen uitspringende muurdammen. Hierboven is een natuurstenen beeld van de heilige Catherina van Siena aangebracht.

De zijgevels van de begane grond kragen uit, waarbij deze uitspringende delen worden afgesloten door ruim overkragende daklijsten.

De (zeer eenvoudige) hoofdingang bevindt zich in een uitspringend bouwvolume aan de westgevel van de dwars op de straat gesitueerde (smallere) vleugel. Dit bouwvolume is ter hoogte van de eerste verdieping met hout bekleed en afgesloten met een ruim overkragende daklijst. De zij- achtergevels hebben een sobere indeling met vierkante en rechthoekige vensters met kleine roedenverdeling. Aan de achtergevel bevinden zich een klein en een groter balkon met bakstenen borstwering.

In het interieur van de villa bevindt zich achter de ingang de hal met wit marmeren vloer en lambrizering. Aan het eind van de hal bevindt zich het centrale trappenhuis met houten trap en geprofileerde houten balustrade en lambrizering. In de achtergevel bevindt zich hier een grote gebrandschilderde vensterpartij met bloem- en vaasmotieven in Empire-stijl. Het middelste venster is vervangen door een glas-in-loodvenster met apostelfiguur en het kleinere venster eronder bevat de tekst: "aangeboden door de oud-leerlingen v.h. pensionaat O.L.Vr.v.Lourdes te Blijdorp op 28 augustus 1924, 1874-1924".

Onder de trap bevindt zich op de begane grond een toilet met de originele witte betegeling met groen en blauw plantenmotief, wit marmeren vloer en in een hoek een wastafeltje gedragen door een gietijzeren gedecoreerd onderstel. Rechts van het hoofdtrappenhuis bevindt zich de (houten) diensttrap. Op de begane grond bevinden zich vanuit de hal links (westelijk) twee grote kamers-en-suite met schuifdeuren. De kamers zijn voorzien van parketvloeren, lage houten (geverfde) lambrizering en gedecoreerde stucplafonds met planten- en bloemmotieven. De schouw bevat een koperen gedecoreerde haardplaat en rand. Vanuit de achterkamer is de serre bereikbaar via een grote houten wand met vensters en dubbele deuren. Rechts van de hal bevindt zich aan de voorzijde (zuidoostelijk) een vierkante kamer met parketvloer, wit marmeren gedecoreerde schouw en een stuccoplafond met goudbeschildering in Empire-stijl. Het vertrek rechts van de trappenhuizen (noordoostelijk) is verbouwd tot keuken. De oorspronkelijke keuken bevond zich hier beneden, in het souterrain. Hier zijn nog de originele geel/rode tegelvloeren, wasbak op porseleinen zuiltjes en provisiekasten aanwezig. Op de verdieping bevindt zich achter het balkon aan de voorgevel een kleine kamer (oorspronkelijk boudoir?) met een rijk stucplafond voorzien van plantenmotieven en vier medaillons met vrouwehoofden 'en profile' met goud- en olijfgroenkleurige beschildering. De vierkante kamer in de zuidoostelijke hoek heeft een parketvloer en eikehouten lambrizering, een schouw met delftsblauwe tegeltjes, koperwerk en groen marmeren schoorsteenmantel. Links van de hal (westelijk) bevindt zich een groot vertrek met twee dubbele deuren naar het balkon en twee muurkasten met dubbele deuren, vormgegeven conform de overige deuren. In de noordoostelijke hoek bevindt zich nog een kleine rechthoekige kamer met een zwart marmeren schoorsteenmantel. Alle elegant geprofileerde houten deuren in de villa zijn nog origineel en voorzien van de oorspronkelijke koperen deurklinken.

De (klooster)uitbreiding is inwendig geheel gerenoveerd. Het trappenhuis (zuidoostelijk in het pand) bevat nog wel de oorspronkelijke crème en groene betegeling en houten balustrade, evenals de hoge rechthoekige glas-en-loodvensters. In de smalle vleugel bevindt zich aan de Walenburgerwegzijde op de begane grond een grote zaal met rondboogvormige vensternissen. Op de verdieping bevindt zich hierboven de voormalige kapel met vijf grote en vier kleinere rondboogvensters met glas-in-lood met religieuze voorstellingen.

Waardering

Villa "Oud Walenburg", gebouwd in 1907 naar historiserend ontwerp van architect E. Cuypers met kloosteruitbreiding uit 1920-1921, van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische -, architectuurhistorische en situationele waarde, met name ook vanwege het nog zeer gave interieur in Um 1800 stijl van de villa.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA "Oud Walenburg", built in 1907 in Around 1800 style with Neo-Baroque details designed by architect E. Cuypers, commissioned by timber merchant Jan P. Helmer. The villa was built on the site of the former country estate Walenburch, dating from the sixteenth century.

In 1919 the villa came into the possession of the Congregation of St. Catherine of Siena, Dominican nuns of Voorschoten, who converted it into a convent. In 1920-1921 the Congregation realized an extension, in austere traditionalist style, on the east side of the villa, which is also under protection. Over the years the grounds of the estate were largely built upon, except for the front garden and the very deep rear garden behind the convent.

N.B. On 19 May 1960, the capstone of the family grave of the Walenburg family was placed in the (very deep) rear garden.

Today the convent (the extension) as well as the attic storey of the villa are in use as a youth hostel.

Description

The (originally detached) villa with large front garden is erected on a rectangular ground plan and comprises (partially) a basement, two storeys and an attic storey under a slate-covered hipped roof. The ridge is fitted with a roof dormer, with a roof light and clockwork. Four chimneys stand at the corners. The roof is provided with dormers: two on the front facade, three on the west side of which the central one has larger dimensions and a flattened small roof, and two on the rear. The facades are built of red brick and provided with natural stone details and corner blocks. The rectangular (sash) windows have wooden frames and fanlights with small glazing bars and are provided with shutters. The front facade is five window bays wide and has a central risalite with a natural stone flight of steps before the entrance. Above the entrance is positioned a natural stone balcony supported by Doric columns. The entrance consists of a wooden door with wood carving (knights' helmets) and a small round-arched window with ornamental grillework. Around the door is a leaded glass surround, likewise behind ornamental grillework. The balcony has a natural stone balustrade with two shield-bearing lions at the corners. On the balcony a double wooden door with fanlight and shutters in accordance with the other windows (on the ground floor and first storey two on either side of the central risalite). Above this door is a natural stone moulding in which the name "Oud Walenburg" is carved. The central bay is terminated with a gabled roof topped with a pediment and round-arched window, flanked by small natural stone balustrades and claw-pieces. Below the moulded wooden cornice is a natural stone dogtooth moulding and above each window bay a natural stone festoon. The west facade contains three window bays and has on the left on the ground floor a large conservatory with built-up pilasters and natural stone volutes. The conservatory has in the middle a double door which via a staircase gives access to the (former) garden. On either side of the door are three-part windows, as in the south and north facade of the conservatory. The conservatory is closed off with a fine dogtooth moulding and a moulded wooden cornice. On the first storey two double doors give access to the large balcony with balustrade with bulbous crownings.

The rear facade likewise has a central risalite in which on the ground floor on the left is a wooden moulded door and on the right a two-part small window and on the storey above three tall leaded glass windows. The risalite is terminated with a gabled roof in which is a rectangular window flanked by smaller windows. The wall panel to the left of the risalite is on the ground floor aligned with the entrance section above which on the storey above is a balcony with built-up breast wall. On either side of the central risalite are on the ground floor tall windows flanked by, equally tall, very narrow windows which are provided with their own shutter. On the storey above is on either side of the central risalite a window. The (convent) extension in traditionalist style on the east facade of the villa, is erected on a cruciform ground plan, of which the wing in the extension of the villa is wider. The extension is partially cellared and comprises partially two and partially three storeys and an attic storey under a generously projecting and pan-tiled gabled roof. The facades are built of red brick and provided with modest ornamental brickwork. The extension contains on the ground floor in the front facades rectangular sash windows with fanlights with small glazing bars, designed in accordance with the villa windows. On the first storey and (a higher erected section of) the attic storey are a circular light (gable end on the Walenburgerweg) and round-arched windows with leaded glass.

On the ground floor of the gable end on the Walenburgerweg are three narrow windows between projecting wall piers. Above this is a natural stone image of Saint Catherine of Siena.

The side facades of the ground floor project, whereby these projecting sections are closed off by generously overhanging cornice lines.

The (very simple) main entrance is located in a projecting building volume on the west facade of the (narrower) wing positioned transversely to the street. This building volume is at the height of the first storey clad with wood and closed off with a generously overhanging cornice line. The side and rear facades have a sober layout with square and rectangular windows with small glazing bars. On the rear facade are a small and a larger balcony with brick breast wall.

In the interior of the villa behind the entrance is the hall with white marble floor and wainscoting. At the end of the hall is the central stairwell with wooden staircase and moulded wooden balustrade and wainscoting. In the rear facade here is a large stained glass window section with floral and vase motifs in Empire style. The central window has been replaced by a leaded glass window with an apostle figure and the smaller window below it contains the text: "presented by former pupils of the hostel O.L.Vr.v.Lourdes in Blijdorp on 28 August 1924, 1874-1924".

Beneath the staircase on the ground floor is a toilet with original white tiling with green and blue floral motif, white marble floor and in a corner a small washbasin supported by a decorated cast iron base. To the right of the main stairwell is the (wooden) service staircase. On the ground floor from the hall on the left (westerly) are two large interconnected rooms with sliding doors. The rooms are provided with parquet floors, low wooden (painted) wainscoting and decorated stucco ceilings with floral and flower motifs. The fireplace contains a copper decorated fireback and frame. From the rear room the conservatory is accessible via a large wooden wall with windows and double doors. To the right of the hall is at the front (south-east) a square room with parquet floor, white marble decorated fireplace and a stucco ceiling with gilded decoration in Empire style. The space to the right of the staircases (north-east) has been converted to a kitchen. The original kitchen was located below here, in the basement. Here are still the original yellow/red tiled floors, washbasin on porcelain columns and storage cupboards. On the storey above behind the balcony at the front facade is a small room (originally boudoir?) with rich stucco ceiling furnished with floral motifs and four medallions with female heads 'in profile' with gold and olive green coloured decoration. The square room in the south-east corner has a parquet floor and oak wainscoting, a fireplace with delftware blue tiles, copperwork and green marble chimney breast. To the left of the hall (westerly) is a large space with two double doors to the balcony and two wall cupboards with double doors, designed in accordance with the other doors. In the north-east corner is a small rectangular room with a black marble chimney breast. All elegantly moulded wooden doors in the villa are still original and provided with the original copper door handles.

The (convent) extension is internally completely renovated. The stairwell (south-east in the building) does still contain the original cream and green tiling and wooden balustrade, as well as the tall rectangular leaded glass windows. In the narrow wing on the Walenburgerweg side on the ground floor is a large hall with round-arched window niches. On the storey above this is the former chapel with five large and four smaller round-arched windows with leaded glass with religious representations.

Valuation

Villa "Oud Walenburg", built in 1907 to a historicizing design by architect E. Cuypers with convent extension from 1920-1921, of general importance by reason of its cultural-historical, architectural-historical and situational value, in particular also by reason of its still very well-preserved interior in Around 1800 style of the villa.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map