Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hoofdgebouw Sint-Anna
Venray, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Function
- Psychiatrische inrichting
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1907 - 1911
- Address
- Noordsingel 39, 5801 GJ Venray
- Place
- Venray
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.53404, 5.97546
- Part of complex
- 524011
- Monument number
- 524015
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "352. Geldern." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
HOOFDGEBOUW van het Sint-Annagesticht tussen 1907 en 1911 gebouwd naar ontwerp van Jos Haché en bestaande uit een administratiegebouw, zusterhuis, kapel en centrale keuken. In 1929 werd aan de kapel een oostelijke zijarm gebouwd naar ontwerp van Jos Beckers. De kapel vertoont kenmerken van de neogotiek, verder is het pand grotendeels in eclectische stijl uitgevoerd. De karakteristieke opbouw van het pand met een kapel in de middenas achter het representatieve administratiegebouw, kenmerkt eveneens het contemporaine hoofdgebouw van het Sint-Servatiusgesticht in Venray en het hoofdgebouw van het Sint-Bavogesticht in Noordwijkerhout.
Omschrijving.
Het hoofdgebouw is samengesteld uit een administratievleugel met in de middenas erachter een kapel in de vorm van een Latijns kruis. Ten westen en parallel aan het schip van de kapel ligt het zusterhuis. De westelijke transeptarm van de kapel sluit aan tegen het zusterhuis, waardoor er hier sprake is van een kleine gesloten kloosterhof. Tegen de noordgevel van het zusterhuis ligt een volume waarin zich de centrale keuken bevindt. De diverse onderdelen hebben een eigen hoofdvorm en indeling overeenkomstig de functie en bezitten voorts de algemene kenmerken zoals genoemd in de complexomschrijving (complexnummer 524011). De bijna overal overstekende schild- en zadeldaken zijn belegd met rode muldenpannen, behalve de daken van het administratiegebouw en de kapel die met leien in Maasdekking gedekt zijn.
Het brede administratiegebouw telt twee bouwlagen en een kapverdieping. Het symmetrische, ondiepe pand wordt geleed door een middenrisaliet en twee aan voor- en achterzijde uitstekende hoekrisalieten. De vleugel wordt afgedekt door een samengesteld schilddak met verspringende noklijn. Het gebouw heeft de kenmerken zoals beschreven, zij het rijker uitgevoerd met onder meer toepassing van hardsteen. De daken zijn ter plaatse van de risalieten afgewerkt met gebogen eindspanten, versierd met gezaagde vulstukken. Langs beide zijgevels lopen gezaagde druiplijsten. De geprofileerde bakgoot rust op zware klossen en alternerend op hardsteen consoles. Onder de goot een gootfries van gele verblendsteen in sierverband. In voor- en achterschild bevinden zich kleine oorspronkelijke dakkapellen. Aan de achterzijde lopen ondiepe, met flauwe zadeldaken gedekte oorspronkelijke uitbouwen. Aan de achterzijde bevinden zich teven liftkokers uit de tweede helft van de twintigste eeuw. De voorgevel heeft een rustica plint en is voorts voorzien van geprofileerde hardsteen waterlijsten en hardsteen speklagen. De verdiepingscheiding wordt geaccentueerd door een fries van gele verblendsteen in sierverband. In de terugliggende zes assen tellende partijen bevinden zich in de eerste bouwlaag meerdelige rondboogvensters onder forse, in rode verblendsteen gemetselde bogen. In de tweede bouwlaag bevinden zich hoge, door een hardsteen tussendorpel gedeelde vensters, afgesloten door een latei (voormalige feestzaal). De vensters links van het middenrisaliet hebben tevens een gemetseld sierrand boven de tussendorpel, waardoor hier eerder sprake is van zelfstandige zolderlichten. In de risalieten bevinden zich in de eerste bouwlaag gekoppelde rondboogvensters gevat in een grotere rondboog met toepassing van contrasterende boogstenen van natuursteen. De tweede bouwlaag bevat samengestelde vensters in een forse hardsteen omlijsting. Op de zolderverdieping samengestelde vensters onder een in rode verblendsteen gemetselde rondboog, met toepassing van contrasterende boogstenen. Het wat hogere middenrisaliet heeft in de eerste bouwlaag de hoofdentree met dubbele paneeldeuren onder rondboogvormig bovenlicht en een glazen luifel op smeedijzeren consoles bevestigd aan hardstenen kraagstenen uit de muur. Voor de deur een stoep van drie treden. De tweede bouwlaag bevat twee vensters aan weerzijden van een nis waarin een beeld van Anna met Maria. Het geheel is gevat in een rijke hardsteenomlijsting met pilasters voorzien van volutenkapitelen, en afgesloten met een hoofdgestel waarop een gebogen fronton. De rechter zijgevel heeft in de eerste bouwlaag een erker. De korte linker zijgevel heeft een erker en een zij-entree vergelijkbaar met de rechter zijgevel. De ruimtelijke opzet van het interieur van het administratiegebouw is in grote lijnen in tact gebleven en kenmerkt zich door een lange noordgang met diverse kamers aan zuidzijde ervan. De oorspronkelijk aanwezige feestzaal in de oostvleugel is opgedeeld in kamers. De doorgang tussen administratiegebouw en de achterliggende kapel is thans gesloten. Van de oorspronkelijke uitmonstering resteren in de vestibule nog zuilen en een tegelvloer, in de kelder liggen nog vloeren met oorspronkelijke patroontegels.
De kapel wordt afgedekt door een zadeldak met de noklijn haaks op het brede administratiegebouw. Het dak wordt aan de oostzijde doorsneden door het zadeldak van de transeptarm uit 1929, met lagere noklijn en dakvoet. Links sluit tegen de gevel van de kapel de lagere westelijke zijarm aan, waarin de kapel voor betalende patiënten met bovenliggende orgelgalerij. De daken hebben oorspronkelijke dakkapelletjes en het hoofddak wordt in het zuiden doorsneden door een hoge klokkentoren met spits. De gevels van het schip worden geleed door getrapte steunberen, waartussen op een hoge plint drielingvensters met hoger centraal venster, gevat in een gemetselde spitsboogomlijsting. De steunberen zijn boven de vensters verbonden door tandlijsten. De oostelijke zijkapel telt drie traveeën met in elke travee tweelingvensters binnen een spitsboogomlijsting. De westelijke zijarm heeft een indeling met tweelichten in twee bouwlagen. De eindgevels van de kapel zijn uitgevoerd met hardsteen in de schouderstukken, met hardsteen afdekkingen en met topkruisen. De zuidelijke gevel is met een tussenlid verbonden aan het administratiegebouw. Dit tussenlid is in de eerste helft of derde kwart van de twintigste eeuw vermoedelijk gewijzigd en heeft een oostelijk portaal. In de noordelijke eindgevel een groot drielicht met niet-oorspronkelijk glas-in-lood. Hierboven een klein venster met driepasbekroning en een elektrisch aangestuurde wijzerplaat. Het oosttransept heeft een uitgebouwd portiek met puntgevel en haakse steunberen. In alle zijden van het portiek bevinden zich deuren. Het inwendige van de eenschepige kerk bestaat uit zes traveeën afgesloten met een spits tongewelf met steekkappen en gordelbogen, gedragen door bundelpijlers met kapitelen. De scheiding tussen koor en zijkapellen wordt gevormd door bogen op zuilen met kapitelen, ter plaatse van de westelijke zijarm met een tweedelige opstand. Voor het overige is het interieur gemoderniseerd, waarbij onder meer de oorspronkelijke beschilderingen zijn vervangen.
Het zusterhuis bestaat uit een lange, twee bouwlagen hoge vleugel onder zadeldak, met de nokas haaks op het administratiegebouw. Het zusterhuis ligt iets terug ten opzichte van de zijgevel van voornoemd gebouw en heeft een lagere dakvoet. De gevels bezitten de kenmerken zoals beschreven, waaronder een in gele verblendsteen uitgevoerd fries op de verdiepingscheiding. De middenpartij van de lange westgevel wordt benadrukt door een puntgevel met overstekend dak en bewerkt eindspant. De eerste bouwlaag van de gevel bevat stolpvensters met segmentboogvormig afgesloten bovenlichten onder in rode verblendsteen gemetselde segmentbogen. Rechts naast de middenpartij is een klein portaal uitgebouwd onder zadeldakje met rode pannen, voorzien van een gebogen spant met gezaagde windveren. In het portaal dubbele deuren met ruitindeling. De verdieping heeft vensters afgesloten met een hardsteen latei, waarboven zich segmentboogvormig afgesloten boogtrommels bevinden.
Tegen de oostgevel sluit de westelijke zijarm van de kapel aan. De gevel heeft oorspronkelijke vensters zoals beschreven en een achteringang aan het open plaatsje tussen de keuken en de kapel. Er is tevens een achterdeur grenzend aan de gesloten kloosterhof. In de oksel tussen de westelijke zijarm van de kapel en het zusterhuis is een moderne liftkoker gebouwd. In het interieur is de oorspronkelijke indeling van het zusterhuis in grote lijnen bewaard gebleven. Onder de bewaard gebleven elementen bevindt zich een ruim opgezette bordestrap met smeedijzeren leuning. In de kelder liggen oorspronkelijke patroontegels.
Het keukengebouw bestaat uit twee evenwijdige noord-zuidvleugels die haaks tegen een oost-westvleugel aansluiten. Deze eenlaags vleugels worden gedekt door zadeldaken. De U-vorm wordt tussen de vleugels met een plat dak gesloten. Het dak bevat nog een hoge oorspronkelijke schoorsteen en een oorspronkelijke ventilatiekoker. De gevelindeling is overal grotendeels oorspronkelijk. Het pand heeft eindgevels aan oost-, noord- en westzijde die vergelijkbaar zijn opgezet met eenvoudige sierspanten zoals beschreven. Voorts bezit elke eindgevel een groot verdiept veld waarin ter hoogte van de eerste bouwlaag gekoppelde vensters en in de top getoogde drielichten. De zuidgevel die uitziet op de achtergevel van de kapel heeft een asymmetrische indeling met onder meer oorspronkelijke meerruitsvensters met rolluikbakken. Rechts bevindt zich een oorspronkelijke dakkapel met dakoverstek op bewerkte korbelen. Daarboven bevindt zich de gevel met vensters zoals beschreven. De noordgevel is symmetrisch met aan weerszijden de beschreven kopgevels en een rechtafgesloten middendeel. De westgevel heeft een topgevel met laadluik onder overstekende kap, naar de voormalige meelzolder. In deze gevel bevindt zich ook een zijingang met dubbele deur onder gedeeld bovenlicht. Rechts een kopgevel met indeling zoals beschreven, maar met een deur onder bovenlicht naast het drielicht in de eerste bouwlaag. Het interieur van de keuken is gemoderniseerd.
Waardering.
Het hoofdgebouw van Sint-Anna is van algemeen, cultuurhistorisch- en architectuurhistorisch belang als gaaf en oorspronkelijke hoofdonderdeel van de psychiatrische inrichting die aan het begin van de twintigste eeuw volgens het paviljoenstelsel werd gebouwd. De kapel en het zusterhuis herinneren hierbinnen in het bijzonder aan de katholieke oorsprong van het instituut. Het hoofdgebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de voor het gesticht en bouwtijd karakteristieke schilderachtige bouwtrant en vanwege de herkenbare typologische opzet van het gebouw, waarbij diverse centrale functies in één complex zijn ondergebracht. Het paviljoen bezit stedenbouwkundige waarde vanwege de functionele en beeldbepalende ligging in het centrum van de aanleg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
MAIN BUILDING of the Sint-Annagesticht built between 1907 and 1911 to the design of Jos Haché and consisting of an administration building, sisters' house, chapel and central kitchen. In 1929 an eastern transept was added to the chapel to the design of Jos Beckers. The chapel exhibits characteristics of neo-Gothic, while the building is otherwise largely executed in eclectic style. The characteristic layout of the building with a chapel in the central axis behind the representative administration building likewise characterises the contemporary main building of the Sint-Servatiusgesticht in Venray and the main building of the Sint-Bavogesticht in Noordwijkerhout.
Description.
The main building is composed of an administration wing with a chapel in the form of a Latin cross in the central axis behind it. To the west and parallel to the nave of the chapel lies the sisters' house. The western transept arm of the chapel adjoins the sisters' house, creating a small enclosed cloister courtyard here. Against the north gable of the sisters' house lies a volume containing the central kitchen. The various components each have their own main form and layout according to function and furthermore possess the general characteristics as mentioned in the complex description (complex number 524011). The hipped and gabled roofs projecting almost everywhere are covered with red curved pantiles, except the roofs of the administration building and chapel which are covered with slates in Maas covering.
The broad administration building has two storeys and an attic storey. The symmetrical, shallow building is articulated by a central risalit and two corner risalits projecting at front and rear. The wing is covered with a composite hipped roof with stepped ridge line. The building has the characteristics as described, though executed more richly with the application of ashlar among other things. The roofs are finished at the risalits with curved gable spars, decorated with sawn filler pieces. Sawn drip mouldings run along both side gables. The profiled rainwater gutter rests on heavy blocks and alternately on ashlar consoles. Below the gutter a gutter frieze of yellow facing brick in decorative bond. Small original roof dormers are located in front and rear gables. At the rear run shallow, shallowly gabled original outbuildings. At the rear are also lift shafts from the second half of the twentieth century. The front facade has a rusticated plinth and is furthermore provided with profiled ashlar drip mouldings and ashlar speckled courses. The floor separation is accentuated by a frieze of yellow facing brick in decorative bond. In the recessed six-bay sections are located in the first storey multiple-part round-arched windows under substantial arches laid in red facing brick. In the second storey there are tall windows divided by an ashlar mullion, closed by a lintel (former banqueting hall). The windows to the left of the central risalit also have a laid decorative border above the mullion, whereby here rather separate attic lights are present. In the risalits are located in the first storey coupled round-arched windows set in a larger round arch with the application of contrasting ashlar voussoirs of natural stone. The second storey contains composite windows in a substantial ashlar frame. On the attic storey composite windows under a round arch laid in red facing brick, with the application of contrasting voussoirs. The somewhat higher central risalit has in the first storey the main entrance with double panel doors under a round-arched fanlight and a glazed canopy on wrought-iron consoles attached to ashlar corbels projecting from the wall. Before the door a flight of three steps. The second storey contains two windows either side of a niche in which stands an image of Anna with Mary. The whole is set in a rich ashlar frame with pilasters provided with volute capitals, and closed with an entablature on which a curved pediment. The right side gable has in the first storey a bay window. The short left side gable has a bay window and a side entrance comparable to the right side gable. The spatial arrangement of the interior of the administration building has remained largely intact and is characterised by a long north passage with various rooms on its south side. The originally present banqueting hall in the east wing has been subdivided into rooms. The passage between administration building and the rear chapel is now closed. Of the original furnishings remain in the vestibule columns and a tile floor, in the basement lie floors with original pattern tiles.
The chapel is covered by a gabled roof with the ridge line perpendicular to the broad administration building. The roof is cut through on the east side by the gabled roof of the 1929 transept arm, with lower ridge line and eaves. To the left the lower western transept arm adjoins the chapel gable, in which the chapel for paying patients with an organ gallery above. The roofs have original small roof dormers and the main roof is cut through in the south by a tall bell tower with spire. The gables of the nave are articulated by stepped buttresses, between which on a tall plinth are triple windows with taller central window, set in a laid pointed-arch frame. The buttresses above the windows are connected by dentil courses. The eastern side chapel comprises three bays with in each bay twin windows within a pointed-arch frame. The western transept arm has a layout with two-lights in two storeys. The end gables of the chapel are executed with ashlar in the shoulder pieces, with ashlar caps and with cross finials. The southern gable is connected by an intermediate section to the administration building. This intermediate section was presumably modified in the first half or third quarter of the twentieth century and has an eastern portal. In the northern end gable a large three-light window with non-original stained glass. Above this a small window with trefoil top and an electrically operated clock face. The east transept has a built-out porch with pointed gable and orthogonal buttresses. In all sides of the porch are located doors. The interior of the single-nave church consists of six bays closed with a pointed barrel vault with jack arches and arch braces, carried by bundle piers with capitals. The separation between choir and side chapels is formed by arches on columns with capitals, at the location of the western transept arm with a two-part elevation. Otherwise the interior has been modernised, whereby among other things the original wall paintings have been replaced.
The sisters' house consists of a long, two-storey-high wing under a gabled roof, with the ridge perpendicular to the administration building. The sisters' house is set back slightly relative to the side gable of the aforementioned building and has a lower eaves line. The gables possess the characteristics as described, including a frieze executed in yellow facing brick on the floor separation. The central section of the long west gable is emphasised by a pointed gable with projecting roof and worked gable spar. The first storey of the gable contains cottage windows with segmental-arch-closed fanlights under segmental arches laid in red facing brick. Directly to the right of the central section a small porch is built out under a small gabled roof with red tiles, provided with a curved spar with sawn wind braces. The porch has double doors with pane division. The upper storey has windows closed with an ashlar lintel, above which are located segmental-arch-closed arch drums.
Against the east gable adjoins the western transept arm of the chapel. The gable has original windows as described and a rear entrance at the open courtyard between the kitchen and the chapel. There is also a rear door bordering the enclosed cloister courtyard. In the angle between the western transept arm of the chapel and the sisters' house a modern lift shaft has been built. In the interior the original layout of the sisters' house has been largely preserved. Among the preserved elements is a spaciously arranged main staircase with wrought-iron railing. In the basement lie original pattern tiles.
The kitchen building consists of two parallel north-south wings that adjoin at right angles an east-west wing. These single-storey wings are covered by gabled roofs. The U-shape is closed between the wings with a flat roof. The roof still contains a tall original chimney and an original ventilation shaft. The gable layout is everywhere largely original. The building has end gables on the east, north and west sides that are comparably laid out with simple decorative spars as described. Furthermore each end gable has a large recessed field in which at the height of the first storey are coupled windows and in the apex arched three-lights. The south gable looking out on the rear gable of the chapel has an asymmetrical layout with among other things original multi-pane windows with rolling shutter boxes. To the right is an original roof dormer with roof overhang on worked corbels. Above this is the gable with windows as described. The north gable is symmetrical with on either side the described end gables and a straight-closed central section. The west gable has a top gable with loading hatch under projecting cap, to the former grain loft. In this gable is also a side entrance with double door under divided fanlight. To the right an end gable with layout as described, but with a door under fanlight next to the three-light in the first storey. The interior of the kitchen has been modernised.
Valuation.
The main building of Sint-Anna is of general, cultural-historical and architectural-historical significance as a well-preserved and original main component of the psychiatric institution built at the beginning of the twentieth century according to the pavilion system. The chapel and the sisters' house particularly recall within this the Catholic origins of the institute. The main building has architectural-historical value because of the picturesque building manner characteristic of the institution and the building period and because of the recognisable typological layout of the building, whereby various central functions are housed in a single complex. The pavilion possesses urban planning value because of its functional and image-determining location in the centre of the complex.
Nearby in the register
- MortuariumCrematoriumunder 1 mi
- DokterswoningDienstwoningunder 1 mi
- DokterswoningDienstwoningunder 1 mi
- DokterswoningDienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.