TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Heureka

Oosterhout, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1920
Address
Dorpsstraat 42, 6678 BH Oosterhout (Overbetuwe 25)
Place
Oosterhout
Municipality
Overbetuwe
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.87974, 5.82735
Monument number
523919

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "04. Nijmegen (1920)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Vrijstaand houten WOONHUIS ('HEUREKA'), geconstrueerd in (grene)houten stapelbouw in Noorse stijl, op een betonnen fundering. Het pand is als bouwpakket afkomstig uit Noorwegen en oorspronkelijk in Elst in 1920 geplaatst. In het eerste kwart van de 20ste eeuw bestond er een zekere interesse in het bouwen van houten goedkope huizen in Nederland. In 1923 is het huis verplaatst van Elst naar Oosterhout in verband met de verhuizing van de toenmalige bewoner, een rentmeester, naar het landgoed Oosterhout. In de jaren dertig van de 20ste eeuw is het pand met een in hout uitgevoerde uitbreiding in stijl vergroot.

Een ander voorbeeld van dit type met één makelaar op elk nokeinde in de vorm van een drakekop (een herinnering aan het Vikingen-verleden van de Noren) en gestileerde lelie, bevindt zich onder meer in Gorssel dat in dezelfde tijd is gebouwd. Bij de aflevering is toendertijd echter een fout begaan door in Gorssel twee drakekoppen te bestellen en in Elst twee gestileerde lelies.

Het houten huis, markant gelegen op de hoek Zandstraat en Dorpsstraat is ten opzichte van de Dorpsstraat ver naar achter geplaatst en lag vroeger temidden van een boomgaard. Het moderne hek, alsook de huidige tuin vallen nietonder rijksbescherming.

Omschrijving

Het pand bezit een samengestelde plattegrond met als hoofdvorm twee ten opzichte van elkaar verschoven, met de lange zijden aan elkaar grenzende rechthoeken. De twee hoofdbouwvolumen (eenlaags met zolderverdieping) worden door drie zadeldaken gedekt. Behalve het platte dak aan de achterzijde zijn, tesamen met de overige voorkomende daken zoals verlengde dakschilden en een lessenaarsdak, deze belegd met rode kruispannen. Gesneden windveren op doorgestoken gordingen sluiten het dakoverstek af en rusten op de hoeken op een schijn-korbeel van in vorm gesneden plankuiteinden. Een schijnspant, voorzien van een drielobbige vulling, bekroond door een makelaar in de vorm van een gestileerde lelie sluiten alleen de geveltoppen af van de bouwvolumen van het oorspronkelijke ontwerp waarvan bovendien de nokken zijn uitgerust met een keramische vorstkam. In het midden van de nok van de jongere uitbreiding bevindt zich een houten klokkestoel. De met verschillende raamtypen uitgeruste gevels bestaan overwegend uit gerabatte, gekantrechte plankendelen (oorspronkelijk behandeld met lijnolie), in de hoeken over elkaar gekeept met doorlopende einden die op de begane grond aan de bovenzijde boogvormig zijn gesneden. De vensters bevatten alle een in hout gesneden sierlijst onder de lekdorpels.

De VOORGEVEL wordt gekenmerkt door een met het zadeldak haaks op de straat gelegen hogere middenpartij. Begane gronds en op de uitkragende verdieping komt een driestrooksvenster voor dat alleen boven, rondafgesloten ramen bevat. De met een parellijst uitgesneden hoeken van de verdieping rusten op over elkaar gekeepte plankendelen. Rechts sluit een half-inpandig gelegen serre aan (het betreft vermoedelijk een voormalige veranda gezien de opengewerkte borstwering), onder een uit het rechterzadeldak doorgetrokken dakschild. In de voorzijde komt een brede schuifdeur voor met ter weerszijden een zijraam. De serre is een vensteras diep. De linkerzijde van de gevel bevat eveneens een driestrooksvenster dat zich onder de schuine zijde van de met een lessenaarsdak uitgeruste linker zijgevel bevindt.

De LINKER ZIJGEVEL bezit aansluitend onder de daklijst, links een driestrooksvenster (waarvan het linker raam als klapraam is uitgevoerd) en rechts een vierstrooksvenster waarvan de buitenste klapramen betreffen. Het lessenaarsdak vleit zich tegen de verder blinde linkergevel van de hogere middenpartij van de voorgevel.

De ACHTERGEVEL wordt gevormd door de twee haaks geplaatste eindgevels van de bouwvolumen met zadeldaken met in de binnenhoek een platgedekte uitbouw. Deze neemt van het later aangebouwde bouwdeel de gehele begane grond in beslag en van de andere gevel een beperkt deel. Dit bevat begane gronds gekoppeld, twee draairamen. Boven onder het schijnspant komt links een beglaasde deur en rechts een raam voor. De aanbouw heeft haaks op deze gevel een groot raam en een deur. De linker zijde van de uitbouw bevat enkel een stolpraam. De geveltop van de uitbreiding van de jaren dertig waartegen de uitbouw staat bevat in tegenstelling tot de hiervoor genoemde geveltop één beglaasde deur. De achterzijde van de uitbreiding die evenwijdig is gelegen met de eindgevel van het oorspronkelijke bouwdeel bevat enkel een driestrooksvenster. De RECHTER ZIJGEVEL wordt onder meer gevormd door de eindgevel van de uitbreiding en is op een klein raampje in de geveltop blind uitgevoerd. De zijde van het gebouw die evenwijdig ligt aan de voorgevel wordt geheel in beslag genomen door een groot driestrooksvenster onder een uit het zadeldak van de uitbreiding naar beneden doorgetrokken dakschild. De hierop haaks geplaatste eindgevel van het bouwdeel waarvan het dak ingrijpt in dat van de hogere middenpartij, bevat de voordeur die van de straatzijde is afgekeerd, met links een driestrooksvenster onder de topgevel.

Het sobere INTERIEUR bevat enkele gave onderdelen en bezit zijn oorspronkelijke indeling. Over het algemeen zijn de paneeldeuren bewaard gebleven en zijn de binnenluiken van de fraai bewerkte kozijnen aanwezig. De serre bevat kraalprofieldelen plafonds en gerabatte delen. De serredeur naar buiten is modern. De woonkamer van de uitbreiding van de jaren dertig bezit een balkenplafond maar de schuifdeuren alsook de schouw ontbreken.

Waardering

Houten WOONHUIS, uit 1920, gebouwd in chaletstijl.

- Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een in Nederland weinig voorkomend houten woonhuis in chaletstijl.

- Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn markante ligging aan de Dorpsstraat.

- Van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een houten huis dat als bouwpakket reeds eerste kwart 1900 werd geproduceerd en vanuit Noorwegen in Nederland op enkele plaatsen aftrek vond.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Detached wooden RESIDENTIAL HOUSE ('HEUREKA'), constructed in (pine)wood stacked construction in Norwegian style, on a concrete foundation. The building is a construction kit originating from Norway and was originally placed in Elst in 1920. In the first quarter of the 20th century there was a certain interest in building cheap wooden houses in the Netherlands. In 1923 the house was moved from Elst to Oosterhout in connection with the relocation of the then occupant, a steward, to the Oosterhout estate. In the nineteen-thirties the building was enlarged in style with an extension executed in wood.

Another example of this type with one finial on each roof ridge end in the form of a dragon head (a reminder of the Viking past of the Norwegians) and stylised lily, is found among others in Gorssel which was built at the same time. At delivery, however, an error was made by ordering two dragon heads in Gorssel and two stylised lilies in Elst.

The wooden house, markedly situated at the corner of Zandstraat and Dorpsstraat, is positioned far back relative to the Dorpsstraat and formerly lay in the midst of an orchard. The modern gate, as well as the current garden do not fall under national monument protection.

Description

The building has a composite ground plan with as main form two rectangles offset relative to each other, with their long sides adjoining. The two main building volumes (single storey with attic storey) are covered by three gabled roofs. Apart from the flat roof on the rear side, together with the other roofs present such as extended roof tiles and a lean-to roof, these are covered with red roof tiles. Carved wind braces on projecting tie beams close off the roof overhang and rest at the corners on a mock corbel of carved plank ends. A mock truss, furnished with a three-lobed filling, crowned by a finial in the form of a stylised lily close off only the gable tops of the building volumes of the original design, the ridge lines of which moreover are equipped with a ceramic frost crest. In the middle of the ridge of the younger extension there is a wooden bell turret. The facades equipped with various window types consist predominantly of rabbetted, squared plank sections (originally treated with linseed oil), mitred at the corners with continuous ends which on the ground floor are curved at the top. The windows all contain a carved wooden decorative moulding under the drip mouldings.

The FRONT FACADE is characterised by a higher central section laid at right angles to the street with the gabled roof. On the ground floor and on the cantilevered upper storey there is a three-light window that contains only semi-circular arched windows above. The corners of the upper storey carved with a beaded moulding rest on mitred plank sections. On the right a semi-recessed conservatory adjoins (this is presumably a former veranda judging by the openwork parapet), under a roof tile drawn through from the right gabled roof. At the front there is a wide sliding door with a side window on either side. The conservatory is one window bay deep. The left side of the facade also contains a three-light window which is located under the sloping side of the left side facade equipped with a lean-to roof.

The LEFT SIDE FACADE has adjoining under the eaves cornice, on the left a three-light window (of which the left window is executed as a casement) and on the right a four-light window of which the outer casement windows are casements. The lean-to roof leans against the otherwise blind left facade of the higher central section of the front facade.

The REAR FACADE is formed by the two end gables placed at right angles of the building volumes with gabled roofs with in the inner corner a flat-roofed extension. This takes up the entire ground floor of the later built building section and from the other facade a limited part. This contains on the ground floor coupled, two casement windows. Above under the mock truss on the left is a glazed door and on the right is a window. The annex has perpendicular to this facade a large window and a door. The left side of the extension contains only a pivot window. The gable top of the extension of the nineteen-thirties against which the extension stands contains in contrast to the aforementioned gable top one glazed door. The rear of the extension which is parallel to the end gable of the original building section contains only a three-light window. The RIGHT SIDE FACADE is formed among others by the end gable of the extension and is executed blind except for a small window in the gable top. The side of the building which is parallel to the front facade is entirely occupied by a large three-light window under a roof tile drawn down from the gabled roof of the extension. The end gable of the building section placed at right angles to this, the roof of which engages in that of the higher central section, contains the front door which faces away from the street side, with on the left a three-light window under the gable top.

The austere INTERIOR contains some intact components and retains its original layout. Generally the panelled doors have been preserved and the interior shutters of the finely worked windows are present. The conservatory contains beaded profile sections and rabbetted sections ceilings. The conservatory door to the outside is modern. The sitting room of the extension of the nineteen-thirties has a beam ceiling but the sliding doors as well as the fireplace are missing.

Valuation

Wooden RESIDENTIAL HOUSE, from 1920, built in chalet style.

- Of architectural historical significance as a good and intact example of a wooden residential house in chalet style which is rarely found in the Netherlands.

- Of urban planning significance because of its prominent location on the Dorpsstraat.

- Of cultural historical significance as an example of a wooden house that was already produced as a construction kit in the first quarter of the 1900s and found outlets in the Netherlands in a few places from Norway.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map