TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Schuttersteeg 2

Rumpt, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1851 - 1852
Address
Schuttersteeg 2, 4156 AE Rumpt (West Betuwe 25) (and others)
Place
Rumpt
Municipality
West Betuwe
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.88584, 5.17595
Part of complex
523737
Monument number
523738

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 9a. Sudholland. 13. Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel A

Het éénschepige KERKGEBOUW heeft een zadelkap waaronder ook de PASTORIE is opgenomen. De baksteengevels zijn gemetseld in kruisverband. De kerk telt vijf traveeën en de pastorie twee bouwlagen. Het zadeldak is gedekt met geglazuurde Hollandse pannen. De goten zijn modern. Boven de entree in de zuidoostzijde bevindt zich een vierhoekige houten klokkenstoel met ingesnoerde achtzijdige naaldspits. De VOORGEVEL van het kerkgebouw heeft overhoeks geplaatste steunberen en een verjongend middenrisaliet. In dit risaliet bevindt zich de entree met een spitsboogvormig bovenlicht met neogotische stenen tracering. Het bovenlicht is verder blind. Daarboven bevindt zich een spitsboogvenster met een neogotische tracering in gietijzer met kruis- en visblaasmotieven. Boven de tweede waterlijst bevinden zich twee rondboogvormige spaarvelden waarboven weer een rond spaarveld met geprofileerde bakstenen randen is opgenomen. In het verlengde van de risaliet bevindt zich het torentje met een ingesnoerde spits met leien in Maasdekking. De LINKER ZIJGEVEL heeft ter hoogte van de kerk in het eerste travee een spaarveld in de vorm van een spitsboog. Links hiervan liggen de vier traveeën van de kerkruimte, met spitsbogen. De traveeën worden gescheiden door naar boven toe verjongende steunberen. De vensters hebben natuurstenen omlijstingen. Een rechthoekig uitgebouwd gedeelte geeft aan waar zich in het interieur de biechtstoel bevindt.

De pastorie telt twee bouwlagen, waarin oorspronkelijk een indeling in twee assen herkenbaar was. Rechts bevindt zich een as met boven elkaar twee 6-ruits schuifvensters; links zijn op de verdieping twee spaarvelden zichtbaar. Deze gaan gedeeltelijk schuil achter een aanbouw onder een lessenaarsdak. De ACHTERGEVEL is de pastoriegevel. De gevel heeft twee bouwlagen met een geveltop. In de drie vensterassen bevinden zich 6-ruits schuifvensters die worden ontlast door strekken. Op de scheiding van de tweede bouwlaag en de zolder is een cordonlijst aangebracht van hardsteen. In de top zijn boven de buitenste assen spaarvelden met spitsboog gemetseld, in de centrale as bevindt zich een spitsboogvenster met stolpramen en een 3-ruits bovenlicht. De top is uitgemetseld en voorzien van een smeedijzeren kruis. De RECHTER ZIJGEVEL van de kerk heeft in het eerste travee een spaarveld in de vorm van een spitsboog. Rechts hiervan liggen de vier traveeën van de kerkruimte, met spitsbogen en steunberen. De pastorie telt twee bouwlagen. De begane grond is in het eerste kwart van de twintigste eeuw uitgebreid en voorzien van een platgedekte aanbouw waarin naast een ingang, ook een erker en een keukenuitbouw zijn opgenomen. Op de verdieping bevinden zich drie 6-ruits schuifvensters die worden ontlast door strekken. Tussen de vensters links een rond venster en rechts een rond spaarveld.

Uit het INTERIEUR van het KERKGEBOUW is tussen 1960 en 1970 een aantal zaken verwijderd. Er is echter ook een groot aantal elementen gespaard gebleven waaronder een belangrijk Maarschalkerweerd orgel, de tegelvloeren, de kerkbanken, Neo-Gotische biechtstoel- en deurdetailleringen, ijzeren bloemrozetten, één van profielribben voorzien gewelf, alsmede een achttal belangrijke grisailleramen. De indeling en de detaillering van de van de sacristie is volledig bewaard gebleven.

Het ORGEL is een éénklaviers mechanisch balustrade orgel met klaviatuur aan de achterzijde, gemaakt door M. Maarschalkerweerd in 1863.

Het interieur van de PASTORIE heeft nog de oorspronkelijke indeling en bevat twee oorspronkelijke schoorsteenmantels, schuifdeuren, een oorspronkelijk betegelde gang, paneeldeuren, glas-in-loodramen uit de jaren '20, oorspronkelijke keukenelementen en een oorspronkelijk meidenkamertje op de zolder.

Waardering

KERKGEBOUW, inclusief ORGEL, met PASTORIE, daterend vanaf 1851

- Van architectuurhistorische waarde als typologisch belangrijk en zeldzaam voorbeeld van een kerkgebouw met een in het verlengde daarvan geplaatste pastorie. Het in de tweede helft van de negentiende eeuw als Waterstaatskerk ontworpen gebouw is gaaf bewaard gebleven en heeft een zorgvuldige detaillering in baksteen. De neogotisch gedetailleerde raampartijen hebben ijzeren traceerwerk. Hoewel het interieur gedeeltelijk is gemoderniseerd, is er een belangrijk deel van het interieur behouden gebleven, waaronder een belangrijk Maarschalkerweerd orgel, diverse neogotisch gedetailleerde elementen en tegelvloeren.

- Van stedenbouwkundige waarde als zeer markant kerkgebouw, gelegen op een kruispunt van wegen, en aan de oprit naar de Lingedijk. Op deze plaats vormt het kerkgebouw in combinatie met het kerkhof en de diverse erfafscheidingen een zeer belangrijk beeldbepalend element in dit karakteristieke, agrarisch bepaalde, dorpsbeeld. Het complex is van belang voor de instandhouding van een historisch gegroeide situatie.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege het kenmerkende bouwtype en als uitdrukking van de katholieke geloofsbeleving in een landelijke agrarische omgeving in de tweede helft van de negentiende eeuw. De aanwezigheid van het kerkhof geeft het complex een belangrijke ensemblewaarde.

Het kerkgebouw wordt geclassificeerd als zogenaamde Waterstaatskerk. Waterstaatskerken werden in het tweede kwart van de negentiende eeuw onder de hoede van Waterstaat gebouwd, vaak in neoclassicistische of neogotische trant. De vraag naar subsidie voor nieuwbouw van kerken werd snel na 1813 zo groot, dat voor betere besteding van gelden bij Koninklijk Besluit van 16 augustus 1824 werd gesteld dat zonder overheidstoestemming geen nieuwe kerken gebouwd mochten worden. De verantwoordelijkheid kwam te liggen bij het provinciebestuur, dat in sommige gevallen Waterstaat inschakelde bij het beoordelen, en in enkele gevallen bij het ontwerpen, van de plannen. De naam Waterstaat-kerk wordt, in feite foutief, gebruikt voor alle eenvoudige kerken uit het tweede kwart van de negentiende eeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of component A

The single-naved CHURCH BUILDING has a gabled roof under which the PARSONAGE is also incorporated. The brick facades are laid in English bond. The church has five bays and the parsonage two storeys. The gabled roof is covered with glazed Dutch tiles. The gutters are modern. Above the entrance on the south-east side is a rectangular wooden bell-cote with a tapered eight-sided spire. The FRONT FACADE of the church building has corner-placed buttresses set diagonally and a tapering central risalite. In this risalite is the entrance with a pointed-arch shaped fanlight with neo-gothic stone tracery. The fanlight is otherwise blind. Above this is a pointed-arch window with neo-gothic tracery in cast iron with cross and fish-bladder motifs. Above the second drip moulding are two round-arch shaped spandrels above which again a round spandrel with moulded brick edges is incorporated. Extending the risalite is the small tower with a tapered spire with slates in Maas covering. The LEFT SIDE FACADE at the height of the church in the first bay has a spandrel in the form of a pointed arch. To the left of this lie the four bays of the church interior, with pointed arches. The bays are separated by buttresses that taper upwards. The windows have natural stone surrounds. A rectangular protruding section indicates where the confessional is located in the interior.

The parsonage has two storeys, in which originally a division into two axes was recognisable. On the right is an axis with two 6-light sash windows one above the other; on the left, two spandrels are visible on the upper storey. These are partly concealed behind an extension under a catslide roof. The BACK FACADE is the parsonage facade. The facade has two storeys with a gable top. In the three window axes are 6-light sash windows which are relieved by lintels. On the division between the second storey and the loft is a cornice of hard stone. In the top, above the outer axes are spandrels with pointed arch laid in brick, in the central axis is a pointed-arch window with casements and a 3-light fanlight. The top is laid solid and fitted with a wrought iron cross. The RIGHT SIDE FACADE of the church in the first bay has a spandrel in the form of a pointed arch. To the right of this lie the four bays of the church interior, with pointed arches and buttresses. The parsonage has two storeys. The ground floor was extended in the first quarter of the twentieth century and provided with a flat-roofed extension in which, alongside an entrance, an oriel window and a kitchen extension are incorporated. On the upper storey are three 6-light sash windows which are relieved by lintels. Between the windows on the left a round window and on the right a round spandrel.

From the INTERIOR of the CHURCH BUILDING between 1960 and 1970 a number of things were removed. However, a large number of elements were preserved including an important Maarschalkerweerd organ, the tile floors, the church pews, Neo-Gothic confessional and door details, iron flower rosettes, a vault fitted with moulded ribs, as well as eight important grisaille windows. The layout and detailing of the sacristy has been completely preserved.

The ORGAN is a single-manual mechanical rood-screen organ with keyboard at the rear, made by M. Maarschalkerweerd in 1863.

The interior of the PARSONAGE retains its original layout and contains two original fireplace surrounds, sliding doors, an originally tiled hallway, panelled doors, leaded-light windows from the 1920s, original kitchen elements and an original maid's room on the attic.

Valuation

CHURCH BUILDING, including ORGAN, with PARSONAGE, dating from 1851 onwards

- Of architectural-historical value as a typologically important and rare example of a church building with a parsonage placed in its extension. The building, designed as a Waterstaats Church in the second half of the nineteenth century, has been preserved intact and has careful detailing in brick. The neo-gothic detailed window arrangements have cast iron tracery. Although the interior has been partially modernised, an important part of the interior has been retained, including an important Maarschalkerweerd organ, various neo-gothic detailed elements and tile floors.

- Of urban planning value as a very striking church building, located at a crossroads and on the approach to the Lingedijk. At this location, the church building in combination with the churchyard and various boundary treatments forms a very important character-defining element in this characteristic, agriculturally determined village streetscape. The complex is of importance for the preservation of a historically developed situation.

- Of cultural-historical value due to the characteristic building type and as an expression of Catholic religious experience in a rural agricultural environment in the second half of the nineteenth century. The presence of the churchyard gives the complex important ensemble value.

The church building is classified as a so-called Waterstaats Church. Waterstaats Churches were built in the second quarter of the nineteenth century under the auspices of Waterstaat, often in neoclassical or neo-gothic style. The demand for subsidies for new church construction became so great shortly after 1813 that by Royal Decree of 16 August 1824 it was established that no new churches could be built without government permission. Responsibility came to lie with the provincial administration, which in some cases engaged Waterstaat in assessing, and in a few cases in designing, the plans. The name Waterstaats Church is, in fact incorrectly, used for all simple churches from the second quarter of the nineteenth century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map