Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bottesteyn
Geldermalsen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1903
- Address
- Van Dam van Isseltweg 2, 4191 KC Geldermalsen (West Betuwe 25)
- Place
- Geldermalsen
- Municipality
- West Betuwe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.88200, 5.28474
- Part of complex
- 523727
- Monument number
- 523728
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
De VILLA heeft een onregelmatig grondvlak, twee bouwlagen en een zolderverdieping en de diverse geveldelen verspringen in hoogte en diepte. Ook het overstekende dak heeft een samengesteld karakter en is belegd met geglazuurde rode Tuiles du nord pannen. Op diverse plaatsen zijn de dakschilden licht geknikt. Op sommige plaatsen heeft het dak kleine wolfeinden die met een piron worden bekroond. Op één van de schilden aan de voorzijde bevindt zich een oorspronkelijke schoorsteen. De daken hebben vernieuwde mastgoten. De gevels van het huis zijn in kruisverband gemetseld en zijn voorzien van een uitgemetselde bakstenen plint die met een laag afgeschuinde profielstenen is beëindigd. Op de hoeken wordt de plint met hardstenen elementen geaccentueerd en ook diverse andere geveldelen zijn voorzien van stenen elementen ter decoratie. Ter hoogte van de onder-, de boven- en de tussendorpels van de ramen zijn enkele en dubbele sierbanden in gele verblendsteen aangebracht. De dubbele band gele steen wordt afgewisseld met een normale baksteenlaag om het contrast groter te maken. De gele steenlagen zetten zich door als afsluiting van de segmentbogen boven de schuiframen van het pand. De segmentbogen worden verder nog geaccentueerd door de in hardsteen uitgevoerde geboorte- en sluitstenen. Ook op de gevelhoeken en rond de ramen bevinden zich stenen om de boven- de onder-, en de wisseldorpels van de ramen te accentueren. De ramen zijn voorzien van stenen dorpels en een profielomlijsting (kwartholprofilering). De meeste schuiframen zijn met dubbel glas uitgevoerd maar maken nog gebruik van de oorspronkelijke techniek..
De VOORGEVEL wordt gekenmerkt door een risalerend bouwdeel in het midden en twee nagenoeg even brede geveldelen die rechts en links daarvan terugspringen. Het risalerende bouwdeel heeft op de begane grond en op de verdieping elk twee 2-ruits schuiframen met een getoogde bovendorpel. Het zoldergedeelte daarboven bevat vier gekoppelde zolderramen met elk een 6-ruits bovenlicht met geel kathedraalglas. De vier zolderramen worden afgesloten door een overkoepelende segmentboog met hardstenen elementen. Het risaliet is voorzien van zadeldak met een klein wolfeind aan de voorzijde, dat is bekroond met een piron. Het bovenste deel van de geveltop is voorzien van verticale houten delen. Het geveldeel rechts van het risaliet bevat op de begane grond twee gekoppelde en recht afgesloten 2-ruits schuiframen met daarboven een houten rolluikbak. De verdieping heeft een samengesteld kozijn met twee smalle schuiframen waartussen een breder schuifraam is opgenomen. Ook boven dit kozijn is de oorspronkelijke houten rolluikbak nog aanwezig. Het geveldeel links van het risaliet wordt gekenmerkt door een grote vijfzijdige serre op de begane grond. De serre heeft bakstenen onderbouw met een dubbele deur aan de voorzijde, hardstenen dorpels en diverse hardstenen elementen ter accentuering. De grote ramen zijn voorzien van 8-, 14-, en 16-ruits bovenlichten in geel kathedraalglas. De vijf schuin oplopende dakschilden zijn met rode Tuiles du Nordpannen belegd en eindigen onder een rechthoekig houten balkon op de verdieping. Het balkon heeft een houten balustrade en vier houten kolommetjes met schoren die het afsluitende lessenaarsdak dragen. Ook dit dak is met rode Tuiles du Nordpannen belegd. Op het kleine balkon opent een dubbele balkondeur met een getoogd 3-ruits bovenlicht. De LINKER ZIJGEVEL heeft links een risalerend bouwdeel. Het rechterdeel springt ten opzichte van dit risaliet iets terug en heeft op de begane grond een rechthoekige serre met een afsluitend lessenaarsdak. De lange zijde van de serre heeft drie gekoppelde ramen met elk een 14-ruits bovenlicht met kathedraalglas. De korte zijden hebben elk een raam met een 10-ruits bovenlicht. Boven de serre bevinden zich op de verdieping twee 2-ruits schuiframen. In het dakvlak bevindt zich een dakkapel met drie 6-ruits ramen.
Het risalerende gevelvlak heeft op de begane grond en op de verdieping elk twee 2-ruits schuiframen met een getoogde bovendorpel. De zolder heeft een zogenaamd Oriel, een hangende driezijdige erker met vier ramen met een 9-ruits bovenlicht. Boven de Oriel bevindt zich een houten geveltop en het zadeldak dat dit gevelvlak afsluit is voorzien van houten windveren. Het linkerschild van het zadeldak loopt door in het achterschild van het hoofddak. Ook de ACHTERGEVEL heeft een risalerend bouwdeel met een houten geveltop. In tegenstelling tot de risalieten in de voor- en in de linkerzijgevel is dit risaliet slechts één vensteras breed. De begane grond heeft twee gekoppelde, recht afgesloten, schuiframen waarboven nog de oorspronkelijke rolluikbak aanwezig is. De verdieping heeft een enkel schuifraam met een getoogde bovendorpel. De zolder heeft drie gekoppelde 8-ruits ramen met een hardstenen latei. Het overstekende zadeldak is ook hier voorzien van houten windveren. Rechts van het risaliet sluit een tweelaags uitgebouwd gedeelte aan, waarvan de verdieping is afgesloten met een lessenaarsdak. Een gedeelte van deze verdieping is ooit uitgebouwd en van een nieuw geveldeel voorzien. Rechts bevindt zich een klein balkon. De begane grond heeft een oorspronkelijke achteringang. Boven de deur bevindt zich een enkel bovenlicht. Rechts van de deur een 2-ruits zijlicht. In het dakvlak van het hoofdblok bevindt zich een dakkapel als genoemd bij de linkerzijgevel. In de eigenlijke achtergevel van het hoofdblok, rechts van de tweelaagse uitbouw, bevindt zich een getoogd 2-ruits schuifraam. De RECHTER ZIJGEVEL heeft links een risalerend bouwdeel dat op de begane grond is voorzien van een rechthoekige serre met een lessenaarsdak. De lange gevel van deze serre heeft een dubbele deur met aan weerszijden een raam met een 12-ruits bovenlicht in geel kathedraalglas. De korte zijden hebben elk een raam met een 10-ruits bovenlicht. De serre heeft een bakstenen onderbouw. De verdieping heeft twee getoogde schuiframen, waarvan het onderraam door een verticale middenroede is gedeeld. De zolder heeft vier gekoppelde ramen met elk een 6-ruits bovenlicht in geel kathedraalglas en een overkoepelende segmentboog. De geveltop is in hout uitgevoerd en het zadeldak is voorzien van een wolfeind met piron en houten windveren. Een uitgebouwd geveldeel rechts van het risaliet heeft een oorspronkelijke zijdeur met rechts daarvan drie gekoppelde 10-ruits ramen. Boven het lessenaarsdak van de uitbouw bevinden zich op de verdieping vier gekoppelde smalle ramen met elk een 9-ruits bovenlicht. Het dakvlak heeft een dakkapel als genoemd. Rechts van het uitbouwtje bevindt zich nog een smalle uitbouw, ditmaal over twee bouwlagen en afgesloten met een schilddakje met een piron. In deze uitbouw voor de trappartij bevinden zich diverse ramen van verschillende grootte. Het gevelvlak rechts naast de trappehuisuitbouw heeft op de begane grond drie gekoppelde ramen met elk een enkelruits bovenlicht en een afsluitende rolluikbak. Op de verdieping bevindt zich een schuifraam met een getoogde bovendorpel.
Het INTERIEUR van deze voormalige villa is goed bewaard gebleven en kenmerkt zich door een grote centrale hal over twee bouwlagen met een omloop op de verdieping. Het zorgvuldig gedetailleerde houtwerk van de trap, de leuningen, de lambrizeringen etc. vindt op de verdieping een hoogtepunt in de in houtsnijwerk uitgevoerde dieren (onder meer pelikanen, uilen, valken en apen) die als opzetstuk van de balustrade een decoratieve beëindiging vormen. In de centrale hal is ook de oorspronkelijke schouw nog aanwezig. Alle deuren hebben nog een oorspronkelijk karakter en kenmerken zich door de decoratieve houten omlijsting. Ook het houten balkenplafond is in de hal nog aanwezig. De rond de hal gegroepeerde kamers hebben soms nog een eenvoudig stucplafond. De overige stucplafonds zijn verwijderd toen het pand in gebruik was als gemeentehuis. Op de verdieping zijn in twee kamers nog de oorspronkelijke schoorsteenmantels aanwezig. Ook is er in een vermoedelijk oorspronkelijk als badkamer ingerichte ruimte nog een tegelwand met zwanen aanwezig. De indeling van het vroegere woonhuis is nog duidelijk in de huidige ruimtelijke indeling herkenbaar.
Waardering
Voormalige VILLA BOTTESTEYN, gebouwd door E.G. WENTINK jr. in 1903
- Van architectuurhistorische waarde als voormalige villa, gebouwd in 1903 als woonhuis voor een welgestelde familie. Het pand is gebouwd in Overgangsarchitectuur en vertoont stijlinvloeden van zowel historische stijlen zoals de Neo-Renaissance als vernieuwende elementen die wijzen op invloeden van de zogenaamde Chaletstijl, de Art Nouveau en invloeden uit Engeland. Zowel het interieur als het exterieur zijn goed bewaard gebleven. Het interieur kenmerkt zich door een centrale hal over twee bouwlagen, waarvan voornamelijk het decoratieve houtgebruik en de gesneden dieren als bekroning van de balustrade van de verdieping opvallen.
- Van stedenbouwkundige waarde als markant gesitueerd woonhuis aan de zuidzijde van de Van Dam van Isseltweg en in een directe zichtas vanuit de Kerkstraat. De omringende tuin heeft een bakstenen tuinmuur. Achter het pand bevindt zich een vrijstaand voormalig koetshuisje.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
The VILLA has an irregular ground plan, two storeys and an attic storey and the various facade sections are staggered in height and depth. The overhanging roof also has a composite character and is covered with glazed red Tuiles du nord tiles. In various places the roof slates are slightly bent. In some places the roof has small half-hipped ends which are crowned with a finial. On one of the slates on the front elevation there is an original chimney. The roofs have renewed gutters. The walls of the house are laid in English bond and are provided with a built-up brick plinth which is finished with a layer of chamfered moulded stones. On the corners the plinth is accentuated with hardstone elements and various other facade sections are also provided with stone elements for decoration. At the level of the lower, upper and intermediate window sills are single and double decorative bands in yellow facing brick. The double band of yellow stone alternates with a normal brick layer to increase the contrast. The yellow stone layers continue as a finish to the segmental arches above the sash windows of the building. The segmental arches are further accentuated by the birth and closure stones executed in hardstone. Stone elements are also located on the facade corners and around the windows to accentuate the upper, lower and alternating sills of the windows. The windows are provided with stone sills and moulded surrounds (quarter-round profiling). Most of the sash windows are fitted with double glazing but still make use of the original technique.
The FRONT FACADE is characterised by a projecting building section in the middle and two roughly equally wide facade sections that are recessed on the right and left sides of it. The projecting section has on the ground floor and on the first floor each two 2-pane sash windows with a segmental arched head. The attic section above contains four coupled attic windows each with a 6-pane fanlight with yellow cathedral glass. The four attic windows are enclosed by an overarching segmental arch with ashlar elements. The risalite is provided with a gabled roof with a small half-hipped end at the front, which is crowned with a finial. The upper part of the gable is provided with vertical wooden elements. The facade section to the right of the risalite contains on the ground floor two coupled and straight-ended 2-pane sash windows with above them a wooden roller shutter box. The first floor has a composite window frame with two narrow sash windows with a wider sash window inserted between them. Above this window frame too the original wooden roller shutter box is still present. The facade section to the left of the risalite is characterised by a large five-sided conservatory on the ground floor. The conservatory has brick substructure with a double door at the front, ashlar sills and various ashlar elements for accentuation. The large windows are provided with 8-, 14-, and 16-pane fanlights in yellow cathedral glass. The five sloping roof panels are covered with red Tuiles du Nord tiles and end under a rectangular wooden balcony on the first floor. The balcony has a wooden balustrade and four wooden columns with braces that support the enclosing lean-to roof. This roof too is covered with red Tuiles du Nord tiles. On the small balcony opens a double balcony door with a segmental arched 3-pane fanlight. The LEFT SIDE FACADE has on the left a projecting building section. The right section is set back somewhat in relation to this risalite and has on the ground floor a rectangular conservatory with an enclosing lean-to roof. The long side of the conservatory has three coupled windows each with a 14-pane fanlight with cathedral glass. The short sides each have a window with a 10-pane fanlight. Above the conservatory on the first floor are two 2-pane sash windows. In the roof plane is a dormer window with three 6-pane windows.
The projecting facade plane has on the ground floor and on the upper storey each two 2-light sash windows with a rounded transom. The attic storey has a so-called Oriel, a hanging three-sided bay window with four windows with a 9-light fanlight. Above the Oriel is a wooden gable top and the gabled roof that closes off this facade plane is provided with wooden wind braces. The left slope of the gabled roof continues into the rear slope of the main roof. The REAR FACADE also has a projecting building component with a wooden gable top. In contrast to the projecting elements in the front and left side facades, this projecting element is only one window axis wide. The ground floor has two coupled, straight-ended, sash windows above which the original roller shutter box is still present. The upper storey has a single sash window with a rounded transom. The attic storey has three coupled 8-light windows with a hardstone lintel. The overhanging gabled roof is also provided here with wooden wind braces. To the right of the projecting element a two-storeyed extension adjoins, of which the upper storey is closed off with a lean-to roof. Part of this upper storey was once extended and provided with a new facade component. On the right is a small balcony. The ground floor has an original rear entrance. Above the door is a single fanlight. To the right of the door a 2-light sidelight. In the roof plane of the main block is a roof dormer as mentioned at the left side facade. In the actual rear facade of the main block, to the right of the two-storeyed extension, is a rounded 2-light sash window. The RIGHT SIDE FACADE has on the left a projecting building component which on the ground floor is provided with a rectangular conservatory with a lean-to roof. The long side of this conservatory has a double door with a window on either side with a 12-light fanlight in yellow cathedral glass. The short sides each have a window with a 10-light fanlight. The conservatory has a brick base. The upper storey has two rounded sash windows, of which the lower sash is divided by a vertical glazing bar. The attic storey has four coupled windows each with a 6-light fanlight in yellow cathedral glass and an overarching segmental arch. The gable top is executed in wood and the gabled roof is provided with a half-hipped end with a piron and wooden wind braces. An extended facade component to the right of the projecting element has an original side door with three coupled 10-light windows to its right. Above the lean-to roof of the extension are on the upper storey four coupled narrow windows each with a 9-light fanlight. The roof plane has a roof dormer as mentioned. To the right of the small extension is yet another narrow extension, this time over two storeys and closed off with a small hipped roof with a piron. In this extension for the staircase there are various windows of different sizes. The facade plane to the right beside the staircase extension has on the ground floor three coupled windows each with a single-light fanlight and a closing roller shutter box. On the upper storey is a sash window with a rounded transom.
The INTERIOR of this former villa has been well preserved and is characterised by a large central hall spanning two storeys with a landing on the upper floor. The carefully detailed woodwork of the staircase, the railings, the wainscoting etc. reaches a highlight on the upper floor in the carved wooden animals (including pelicans, owls, falcons and apes) which form a decorative finish as an ornamental feature of the balustrade. The original fireplace is also still present in the central hall. All doors retain their original character and are characterised by decorative wooden surrounds. The wooden beam ceiling is also still present in the hall. The rooms grouped around the hall sometimes still have a simple stuccoed ceiling. The remaining stuccoed ceilings were removed when the building was in use as a town hall. On the upper floor, two rooms still have the original chimney surrounds. Also present in a space presumably originally fitted out as a bathroom is a tile wall with swans. The layout of the former dwelling is still clearly recognisable in the current spatial arrangement.
Valuation
Former VILLA BOTTESTEYN, built by E.G. WENTINK jr. in 1903
- Of architectural-historical value as a former villa, built in 1903 as a dwelling for a wealthy family. The building was constructed in Transitional Architecture and displays stylistic influences from both historical styles such as Neo-Renaissance as well as innovative elements pointing to influences from the so-called Chalet style, Art Nouveau and influences from England. Both the interior and exterior have been well preserved. The interior is characterised by a central hall spanning two storeys, of which particularly the decorative use of wood and the carved animals as the crowning of the upper floor balustrade stand out.
- Of urban-planning value as a prominently sited dwelling on the south side of the Van Dam van Isseltweg and in a direct sightline from Kerkstraat. The surrounding garden has a brick garden wall. Behind the building is a detached former coachhouse.
Nearby in the register
- BottesteynOpslagunder 1 mi
- BottesteynTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Kerktoren, Kerkstraat 38Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Kerkstraat 38Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.