TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Molenstraat 48

Etten, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1858
Address
Molenstraat 48, 7075 BC Etten (Oude IJsselstreek 25)
Place
Etten
Municipality
Oude IJsselstreek
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.91695, 6.33590
Monument number
523705

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1851 map "Holland." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WOONHUIS, voormalige pastoriewoning met aangrenzend voormalig KOETSHUIS ontworpen in 1858 door architect J.A Gerretsen uit Zutphen voor de Nederlands Hervormde Gemeente. Beide zijn markant nabij de dorpskom van Etten gelegen. De vrijstaande woning ligt aan de Molenstraat in het verlengde van de Dorpsstraat op de hoek van de St. Lidwinastraat, temidden van een goed onderhouden tuin met oude bomen, afgescheiden van de straat door een eiken- en ligusterhaag. Ter rechterzijde van het pand is een erfscheidingsmuur opgetrokken, deels door een ezelsrug gedekt. Op het erf bevinden zich voorts een schuur en garage die, evenmin als de scheidingsmuur, onder de rijksbescherming vallen.

Omschrijving

Het een-bouwlaag tellende pand met verdieping is met het lage koetshuis uitgelegd op een L-vormige plattegrond. De woning kent aan drie zijden een symmetrische indeling. In de voor- en linkerzijgevel is een glad gepleisterde oprijzende gevel gestoken in het afgeplatte met gesmoorde Muldenpannen belegde schilddak. Op het zinken afgeplatte dak zijn twee schoorstenen geplaatst.

De muren zijn ruw gepleisterd, hebben een gecementeerde plint, een fries waarin kleine zolderraampjes, terwijl de hoeken van lisenen zijn voorzien, waarvan enkele uitgevoerd met schijnblokken. De vensters zijn oorspronkelijk voorzien van persiennes en lambrekijns. Reconstructie van beide wezenlijke onderdelen wordt mogelijk gemaakt door bewaard gebleven oude foto's bij de bewoners.

De gietijzeren bakgoten worden door houten consoles ondersteund.

Het pand ligt met de VOORGEVEL aan de Dorpsstraat en wordt gekenmerkt door drie traveeën, elk met twee vensterassen. De nadruk ligt op de middelste travee die een middenrisaliet over twee bouwlagen vormt. De dubbele paneeldeur bezit aan iedere zijde een enkelruit waarvoor een deurrooster. Het kozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel en omvat een geprofileerd getoogd bovenlicht waarin een (metalen?) vierpas door bewerkte stangen op de plaats wordt gehouden. Het venster boven de deur bevat een vierruits schuifraam, met tweeruits bovenlicht, rustend op een gecementeerde lekdorpel en door een schouderboog (oorspronkelijk boven alle vensters aanwezig maar in de achterzijde ontbreken deze), afgesloten. De Vlaamse gevel wordt door een gedrukt zadeldak met overkragende daklijst waaronder gesneden klossen, gedekt.

Ter weerszijden van de middenpartij bevindt zich een zesruits schuifraam met tweeruits getoogd bovenlicht. In de fries is per gevelzijde boven de vensters een klein rechthoekig kantel-zolderraampje opgenomen met een decoratieve voorzetplaat met baard waarin uitgespaard, een afgeleide vorm van een vierpas, zoals de vulling van het deur-bovenlicht. Dit type komt in alle gevels van het pand voor boven de vensters onder de daklijst.

In de rechterzijde van de voorgevel is een klein kelderrooster opgenomen. Ter weerszijden van de opgetrokken gevel is in het dakvlak een dakraampje geplaatst.

De LINKER ZIJGEVEL vertoont grote gelijkenis met de voorgevel maar door de aanwezigheid van lisenen in de vooruitspringende partij verzelfstandigen de beide zijden van de gevel meer dan in de voorgevel . In de Vlaamse gevel komen terugwijkend dubbele zesruits schuifdeuren naar de tuin voor en op het balkon zijn dubbele schuifdeuren met decoratieve roedenverdeling aanwezig. De tuindeuren zijn gevat in een kozijn dat rust op hardstenen neuten en is voorzien van casementen en wordt boven het aan de voorgevel identieke bovenlicht met vierpas, afgesloten door een hoofdgestel. De balkondeuren zijn licht getoogd en gevat in een kozijn dat als een fronton wordt afgesloten en daarmee de vorm herhaalt van de bovenzijde van het risaliet die door een gedrukt zadeldak wordt gedekt. Alleen de binnen- en buitenzijden van de eerste bouwlaag van het risaliet zijn voorzien van spaarvelden.

De twee vensters in de gevel zijn breder dan die in de voorgevel. Het linker venster bevat een tweeruits schuifraam met enkelruits bovenlicht, in de rechterzijde is een twaalfruits raam met bovenlicht opgenomen met in het bovenlicht een vierpas.

De ACHTERGEVEL is op de Vlaamse gevel na, nagenoeg identiek aan de voorgevel. Wegens het in slechte staat verkerende pleisterwerk is hier het metselwerk in kruisverband eenvoudig zichtbaar.

De linkerzijde van de achtergevel wordt in beslag genomen door het recht op de gevel aangebouwde koetshuis. Rechts hiervan bevinden zich alleen in de muurvlakken tussen de drie vensters (van het type als in de voorgevel) in totaal twee enkelruits valraampjes met kathedraalglas. In het rechter gedeelte van het dakschild is een dakraampje opgenomen.

De VOORGEVEL van het KOETSHUIS is evenwijdig aan de straat gelegen en is door de dubbele vijfruits en rechtgesloten deuren met flankerende lichtgetoogde drieruits ramen symmetrisch ingedeeld. Alleen het rechter raam is met kathedraalglas ingevuld en rust op een houten lekdorpel, terwijl het linkerraam (vernieuwd) op een hardstenen lekdorpel rust.

De gevel is ruw gepleisterd en deuren en ramen zijn gevat in gecementeerde segmentboogvormige omlijsting.

De gietijzeren bakgoot steunt op gesneden klossen. Het zadeldak is belegd met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen en reikt tot onder de daklijst van de belendende woning.

De LINKERZIJDE wordt door de aansluitende pastoriewoning in beslag genomen.

De ACHTERGEVEL is gepleisterd. Links bevindt zich een verdiept veld, dat vermoedelijk wijst op een dichtgezette deur die zich ook rechts bevindt, waarin onder de segmentboog een (later ingevoegd) stalraam op een betondorpel is geplaatst. Het kozijn van de opgeklampte deur rechts rust op hardstenen neuten en dito dorpel en bevat een meerruits, eveneens segmentboogvormig afgesloten, bovenlicht.

De RECHTERGEVEL is geheel gesloten en bevat slechts een zelfde venster als in de achtergevel voorkomend in het verdiepte veld. Onder de betonnen lekdorpel is een afdak (lessenaarsdak) aangebracht ter afdekking van houtopslag. Het zadeldak is aan de zijkant van een windveer voorzien.

Het INTERIEUR is door de aanwezigheid van diverse oorspronkelijke onderdelen van groot belang. In de ruimtelijke indeling hebben zich nauwelijks wijzigingen voorgedaan. De paneeldeuren zijn alle gespaard gebleven. In de schuine zijden naast het raam zijn de klapluiken aanwezig, de ramen in de achterkamer bezitten schuifluiken. De marmeren schouw bezit zware consoles die zijn bezet met florale motieven. In de kamer en suite zijn de schuifdeuren aanwezig (sporen in het muurwerk boven de deuren doen vermoeden dat deze een getoogd bovenlicht met kathedraalglas (?) als boven de tuindeuren heeft gekend). Voort komen twee stucplafonds met twee ranken eikenblad en een rozet met acanthusbladeren voor. De hal is van een fraaie tegelvloer voorzien; de bordestrap is met spijlen uitgerust. De woning is onderkelderd en bezit een troggewelf.

Het koetshuis verkeert in een minder originele staat en is als garage in gebruik.

Waardering

PASTORIEWONING en KOETSHUIS zijn gebouwd in 1858 door architect J.A. Gerretsen.

- Van architectuurhistorische waarde vanwege de gaafheid en het zorgvuldig gedetailleerde voorbeeld van een pastoriewoning uit het midden van de 19de eeuw. Het pand bezit ook esthetische kwaliteiten in in- en exterieur zoals gave verhoudingen, de helderheid van indeling der ruimten en detailleringen van onderdelen.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging nabij de dorpskom van Etten aan de Molenstraat in het verlengde van de Dorpsstraat op de hoek van de St. Lidwinastraat. Als zodanig speelt de pastoriewoning met koetshuis als ensemble een beeldbepalende rol.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RESIDENCE, former parsonage with adjoining former CARRIAGE HOUSE designed in 1858 by architect J.A Gerretsen from Zutphen for the Dutch Reformed Church. Both are conspicuously situated near the village centre of Etten. The detached residence is located on the Molenstraat in the extension of the Dorpsstraat at the corner of the St. Lidwinastraat, amid a well-maintained garden with old trees, separated from the street by an oak and privet hedge. On the right side of the building a boundary wall has been erected, partly covered with a half-hipped roof. On the plot there are moreover a barn and garage which, like the boundary wall, are not subject to national monument protection.

Description

The building, comprising one storey with attic, is laid out with the low carriage house on an L-shaped ground plan. The residence has a symmetrical arrangement on three sides. In the front and left-hand gable, a smooth rendered rising gable is set within the flattened roof covered with eaves tiles and a hipped roof. On the zinc flattened roof two chimneys are placed.

The walls are roughly rendered, have a cemented plinth, a frieze in which small attic windows, while the corners are provided with pilasters, some executed with ashlar blocks. The windows are originally provided with venetian blinds and valances. Reconstruction of both essential components is made possible by preserved old photographs held by the residents.

The cast-iron gutters are supported by wooden consoles.

The building faces the street with the FRONT FACADE on the Dorpsstraat and is characterised by three bays, each with two window axes. The emphasis is on the central bay which forms a central risalit over two storeys. The double panel door has on each side a single-pane window for which a door grille is fitted. The frame rests on hardstone reveals and sill and includes a moulded arched fanlight in which a (metal?) quatrefoil is held in place by worked bars. The window above the door contains a four-pane sash window, with two-pane fanlight, resting on a cemented drip sill and closed by a shoulder arch (originally present above all windows but lacking on the rear side). The Flemish gable is covered by a depressed gabled roof with projecting eaves line beneath which are cut brackets.

On either side of the central section is a six-pane sash window with two-pane arched fanlight. In the frieze is per side of the gable above the windows a small rectangular tilting attic window incorporated with a decorative facing plate with beard in which a derived form of a quatrefoil is recessed, like the filling of the door fanlight. This type occurs in all facades of the building above the windows below the eaves line.

On the right side of the front gable is a small basement grille incorporated. On either side of the rising gable in the roof plane a roof window is placed.

The LEFT SIDE GABLE shows great similarity to the front facade but through the presence of pilasters in the projecting section both sides of the gable differentiate themselves more than in the front facade. In the Flemish gable recessing double six-pane sliding doors to the garden occur and on the balcony double sliding doors with decorative glazing bars are present. The garden doors are set in a frame that rests on hardstone reveals and is provided with casements and is closed above the fanlight identical to that on the front facade with quatrefoil, closed by a head member. The balcony doors are slightly arched and set in a frame that is closed like a pediment and thereby repeats the form of the upper part of the risalit which is covered by a depressed gabled roof. Only the inner and outer sides of the first storey of the risalit are provided with spared fields.

The two windows in the gable are wider than those in the front facade. The left window contains a two-pane sash window with single-pane fanlight, on the right side a twelve-pane window with fanlight is incorporated with a quatrefoil in the fanlight.

The REAR FACADE is, except for the Flemish gable, almost identical to the front facade. Due to the poorly preserved render work the brickwork in English bond is simply visible here.

The left side of the rear facade is occupied by the carriage house built directly against the gable. To the right of this only in the wall sections between the three windows (of the type as in the front facade) are in total two single-pane drop windows with cathedral glass. In the right section of the roof slope is a roof window incorporated.

The FRONT FACADE of the CARRIAGE HOUSE is parallel to the street and is symmetrically arranged by the double five-pane and straight-closed doors with flanking slightly arched three-pane windows. Only the right window is filled with cathedral glass and rests on a wooden drip sill, while the left window (renewed) rests on a hardstone drip sill.

The gable is roughly rendered and doors and windows are set in cemented segmental arched framing.

The cast-iron gutter is supported on cut brackets. The gabled roof is covered with eaves tiles and improved Dutch tiles and extends to below the eaves line of the adjoining residence.

The LEFT SIDE is occupied by the adjoining parsonage.

The REAR FACADE is rendered. On the left is a recessed field, which presumably indicates a blocked door which is also present on the right, in which below the segmental arch a (later inserted) stable window is placed on a concrete sill. The frame of the clamped door on the right rests on hardstone reveals and sill and contains a multi-pane, likewise segmentally arched closed, fanlight.

The RIGHT SIDE GABLE is entirely closed and contains only the same type of window as occurring in the rear facade in the recessed field. Below the concrete drip sill a lean-to roof is fitted for the covering of timber storage. The gabled roof is on the side provided with a wind brace.

The INTERIOR is of great importance through the presence of various original components. In spatial arrangement scarcely any changes have taken place. The panel doors have all been preserved. In the slanted sides next to the window the fold shutters are present, the windows in the back room possess sliding shutters. The marble fireplace has heavy consoles decorated with floral motifs. In the room en suite the sliding doors are present (traces in the masonry above the doors suggest that these had an arched fanlight with cathedral glass (?) as above the garden doors). Furthermore two stucco ceilings with two oak leaf scrolls and a rosette with acanthus leaves are present. The hall is provided with a fine tiled floor; the main staircase is fitted with balusters. The residence is undercellared and possesses a barrel vault.

The carriage house is in a less original state and is in use as a garage.

Evaluation

PARSONAGE and CARRIAGE HOUSE were built in 1858 by architect J.A. Gerretsen.

- Of architectural-historical value due to the completeness and carefully detailed example of a parsonage from the middle of the 19th century. The building also possesses aesthetic qualities in interior and exterior such as well-proportioned spaces, clarity of room layout and detailing of components.

- Of urban planning value due to the conspicuous location near the village centre of Etten on the Molenstraat in the extension of the Dorpsstraat at the corner of the St. Lidwinastraat. As such the parsonage with carriage house as an ensemble plays a defining role in the townscape.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map