Rijksmonumentenregister · Netherlands
Sint Martinus
Etten, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1923 - 1924
- Address
- Dorpsstraat 19, 7075 AC Etten (Oude IJsselstreek 25)
- Place
- Etten
- Municipality
- Oude IJsselstreek
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.91664, 6.33928
- Monument number
- 523704
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit Amsterdam
A historical map covers this location.
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK St. Martinus aan de Dorpsstraat te Etten gebouwd in 1923/24 ter vervanging van een Waterstaatskerk uit 1844, naar een ontwerp van J.T.J. Cuypers (1861-1949), een zoon van de bekende P.J.H. Cuypers. Het exterieur van de kerk is opgetrokken in een historiserende stijl waarbinnen weinig uitgesproken stijlkenmerken zijn aan te wijzen. De duidelijkste tendensen zijn die van het baksteen expressionisme en neo-gotische invloeden. In deze fase van het arbeidzame leven van J.T.J. Cuypers heeft de architect echter gebroken met een in strakke symmetrie uitgevoerd kerkgebouw en is zijn voorliefde voor een uitgesproken neogotische stijl aanzienlijk beteugeld. In tegenstelling tot het exterieur van de kerk is het interieur rijk uitgevoerd en is het best als een in neogotische stijl uitgevoerd interieur te kenschetsen.
In het kerkgebouw werden verscheidene elementen van de oude kerk opgenomen, bijvoorbeeld het beeld van de H. Martinus boven de ingangspartij. In 1987 werd een Mariakapel met afgeplat schilddak aangebouwd die slecht harmonieert met de kerk. Tevens is aan het transept een moderne (houten) garage toegevoegd. Kapel en garage vallen niet onder de rijksbescherming.
Het kerkgebouw is door de aanwezigheid van een voorplein en parkeerterrein aan de zuidzijde goed zichtbaar gesitueerd op de kruising Dorpsstraat/Oldenhave, op korte afstand van de oude kern van Etten gelegen. De St. Martinuskerk is evenals de middeleeuwse kerk van de Nederlands Hervormde gemeente aan de noordzijde van de Dorpsstraat gebouwd.
Omschrijving
KERKGEBOUW op grondplan van een Latijns kruis met projectie van een annex. De kerk bezit een 5/8-koorafsluiting. Het middenschip telt twee traveeën en bezit een brede middenbeuk die door een smalle zijbeuk ter weerszijden wordt geflankeerd. Functioneel dienen zij als zijpad door de boogopeningen in de recht op de zijmuur geplaatste muurdammen; ruimtelijk werken zij als ondiepe zijkapellen. Uitwendig komen deze elementen in de zijgevel als twee topgevels terug naast de hogere en bredere dwarsarm. Oostelijk hiervan gelegen komen nog twee topgevels voor die in hoogte en breedte verschillen. De asymmetrisch ingedeelde ingangsgevel bestaat uit een hoog oprijzende gevel van het middenschip met een aan de rechterzijde gesitueerde toren. Aan de linkerzijde is een lage meerhoekige kapel geplaatst. De in baksteen (staand verband) opgetrokken kerk wordt door een fors zadeldak met leien in maasdekking, gedekt. De gevels bezitten alle een trasraam en worden met uitzondering van de koorpartij onder de daklijst door een uitgemetselde streklaag omgord. De hoektoren (met kruis en windhaan) is eveneens van een zadeldak, waarvan de nok evenwijdig ligt aan het schip, van leien voorzien. Dit geldt ook voor de overige kapellen.
Hoog in het dakschild zijn aan de west- en oostzijde drie vlakgedekte dakkapellen geplaatst waarin een stolpraam en een flankerend draairaampje. Op het uiteinde van de nok van het dak bevindt zich tegen het verlaagde koor een schoorsteen.
De afwatering wordt door bakgoten verzorgd.
Ten opzichte van het brede schip, waarvan de nok over het ondiepe voorportaal tot de VOORGEVEL doorloopt, is het portaal smaller. De rechterhoek wordt door de plaatsing van de toren die tot hoog in de gevel een geheel vormt met de voorgevel, ingevuld en pas boven als toren met luigaten en dakje zich onderscheidt. De vlakke gevel bevat een ingangspartij temidden van uitgemetseld muurwerk waarin per zijde twee venstertjes met kathedraalglas zijn opgenomen. Twee schuine zijden als van een zadeldak met schouderstukken completeren de schijn(punt)gevel die door een nis waarin het (witte) beeld van de H. Martinus is geplaatst, wordt bekroond. De terugliggende dubbele kerkdeuren met kozijnen op hardstenen neuten en dito dorpel bevinden zich in een spitsboogvormig portaal met verspringende archivolten. Triplet spitsboogvensters, door éénsteens spitsbogen omgord en als type veelvuldig voorkomend, verzorgen halverwege de hoogte van de gevel de directe lichtinval in het schip. De gevel wordt boven door een klein venster dat aan de bovenzijde trapsgewijs inspringt, beëindigd. Verder bevindt zich in de gevel links van het kerkportaal nog een rechtgesloten deur onder uitgemetseld siermetselwerk. De toegang is via een moderne opgang voor invaliden bereikbaar.
De linkerzijde van de gevel bevat in de hoek met zijbeuk een driezijdige kapel met drie dakschilden die door een kleine nokas met de hoek is verbonden. Per gevelzijde zijn drie rechthoekige raampjes naast elkaar geplaatst met glas-in-lood. Identieke raampjes komen ook beneden in de toren voor en zijn eveneens gevat tussen lekdorpeltegels (zoals die in alle vensters voorkomen) en een rollaag. De voet van de toren is zowel in de west- als in de zuidzijde door zes omlopende uitgemetselde sierbanden van afwisselend strek- en koplaag versierd. Temidden van dit siermetselwerk is een deur gevat die identiek is aan de zijdeur van de voorgevel. Tussen de kop van de toren en de deur verzorgen twee boven elkaar gestelde rondboograampjes voor de toetreding van licht in de traptoren. De kop van de toren is aan twee zijden voorzien van twee rechthoekige spaarvelden waarboven twee galmgaten. De geveltop aan genoemde zijden zijn voorzien van twee driehoekige spaarvelden, waarbij alleen in de voorgevel een wijzerplaat is opgenomen. In de andere zijden is onder de daklijst een enkel galmgat geplaatst dat de breedte bezit van de torenzijde.
De LINKER ZIJGEVEL van de kerk wordt bepaald door de topgevels van de zijbeuktraveeën en de dwarsarm. De drie topgevels van de twee zuidelijke traveeën en dwarsschip zijn elk voorzien van triplet spitsboogvensters van het type in de voorgevel, en een lichtspleet in de geveltop die in alle topgevels voorkomt en van het type zijn als beschreven in de topgevel van de voorgevel. De westzijde kan aldus merendeels als spiegel dienen voor de oostzijde. Tegen de twee noordelijke traveeën zijn een ingangsportaal (met aansluitend voormalig tussenlid naar pastorie) en kapel gebouwd.
Het tussenlid dat nu als zaaltje in gebruik is, is ten opzichte van het ingangsportaal lager en smaller. De zij-ingang bevat een moderne deur. Het zaalgebouwtje bevat aan de westzijde drie halfronde vensters met glas-in-lood en een opgeklampte deur. Het venster op de korte zijde is later met een glas-in-loodraam (W. Mengelberg Zeist 1939) van elders ingeboet.
Tussen de dwarsarm en een annex ten westen van het koor bevindt zich in ieder van de twee hoeken met het middenschip (voorzien van een lancetvenster), een lage tweezijdige uitbouw die is voorzien van een dak waarvan de twee schuine dakschilden als een half-tentdak tegen de muur rusten. De uitbouwen bezitten twee kleine vensters van het type zoals dat voorkomt in de topgevel van de voorgevel. Tegen de koortravee is, zoals reeds vermeld, een aanbouw geplaatst voorzien van een zadeldak met eindschild dat grenst aan de koormuur. In de eindgevel die van de kerk is afgewend bevindt zich een opgeklampte deur met een enkelvoudige ruit.
De gevels van de koorpartij zijn gevat tussen, beneden een trasraam met twee uitgemetselde rollagen waartussen een streklaag en boven een geprofileerde lijst die vijf trapsgewijze uitmetselingen vertoont en waarop de goot rust. Op de hoeken van de schuingeplaatste koorzijden zijn steunberen opgesteld die via een drievoudige versnijding (met keramiektegels belegde afzaten) boven halve hoogte overgaan in lisenen. Ter plaatse van de lisenen wordt deze lijst onder het dak op vijf plaatsen onderbroken. De als spaarvelden te beschouwen muurvlakken van de koorafsluiting zijn voorzien van triplet lancetvensters van het type zoals dat voorkomt in de westgevel. Van de twee koorzijden bevat de westzijde drie afzonderlijk geplaatste lancetvensters waarvan de onderlinge tussenliggende ruimte ongelijk is terwijl in de oostzijde vier gekoppelde lancetvensters zijn geplaatst waarvan de middelste twee hoger zijn dan de beide flankerende vensters.
De RECHTERGEVEL, is zoals gezegd grotendeels overeenkomstig de linkerzijde. De uitgebouwde sacristie tegen de koortravee heeft aan de voorzijde vier gekoppelde lancetramen van gelijke grootte. Aan de rechterzijde komen tweemaal twee gekoppelde glas-in-lood raampjes met strek voor.
Van de twee kleine uitbouwtjes tussen de sacristie en dwarsarm bezit alleen de meest westelijk gelegen uitbouw twee smalle raampjes.
Zoals eerder aangegeven is het INTERIEUR aanzienlijk rijker uitgevoerd dan de buitenzijde en verkeert het in nagenoeg originele staat. Kleur en ornamentiek is kenmerkend voor de tijd van zijn ontstaan en staat bekend als "baksteen expressionisme". De vloer bestaat uit een veelkleurige tegelvloer in een vrij strak geometrisch motief. De wanden bestaan voornamelijk uit schoon metselwerk met een uitbundig gebruik van verschillende steen- en voegkleuren. In het algemene beeld wordt een sterke gelaagdheid verkregen door de wisselende kleurlagen, maar door een zeer gevarieerde aanpak van deze gelaagdheid met name in de langsgevels, door de verstoringen door het ornamentale gebruik van de baksteen, gecombineerd met de toepassing van beschilderde muurvelden is de samenhang soms afwezig. De openingen ten behoeve van het ruimtelijk gebruik in het muurwerk van de zijkapellen e.d. zijn alle spitsboogvormig.
De overwegend originele muurschilderingen, die een grote rol in het algemene beeld spelen (wanden van het koor, het gehele muurveld langs de triomfboog tussen schip en koor, enz.) zijn gemaakt door Wijnand Geraerds uit Warmond. In 1986 zijn veertien onbeschilderde muurvlakken door een plaatselijke schilder aangevuld.
De westwand van het schip opent middels een grote opening op de verdieping op de orgelgalerij, waardoorheen het grote triplet het schip verlicht. Verder meerdere venster- en deuropeningen, alles in originele staat met paneeldeuren, glas-in-lood vensters, enz. De koorwanden zijn voorzien van geglazuurde rode en groene baksteen. Aan de noordzijde bevindt zich een steen met de tekst: 'In Dominica Quasimodo anno domini 1924 Henricus Herfkens parochus Hujus Parochiae me posuit'.
Schip en bijbehorende ruimten worden afgedekt door houten spitsboogvormige tongewelven met nokrib en boogspanten. Deze zijn in een bijzondere constructie uitgevoerd. De boogspanten bestaan nl. uit gelamineerde of aaneengelijmde diverse lagen tellende houten planken. Deze constructie wordt 'Hetzerspant' genoemd en werd uitgevoerd door het bedrijf "Nemaho" uit Doetinchem (Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructie). Het gewelf van het schip wordt in vijven verdeeld door de drie gordelbogen die de traveeën aangeven. Het vermoedelijk blank gelaten houten gewelfvlak is voorzien van voornamelijk groene, gele en rode kleuraccenten van de ribben, langs de ontmoetingen van verschillende onderdelen en van de kruin. Dwarsschip en zijkapellen bezitten steekgewelven van verschillende hoogte. De geboorte van het gewelf ligt echter voor alle gewelven op gelijke hoogte. Alleen de koortravee is van een gemetseld graatgewelf voorzien, de absiscalotte wordt door een straalgewelf overkluisd. Beide delen zijn in kleurige baksteen toegepast.
Buiten van elders overgebrachte roerende elementen moet het voor deze kerk door de vader van J.T.J. Cuypers gestichte atelier in Roermond gemaakte hoofd- en Maria-altaar genoemd worden.
Waardering
R.K. KERK St. Martinus te Etten, gebouwd in 1923/24 naar een ontwerp van J.T.J. Cuypers, zoon van P.J.H. Cuypers.
- Van architectuurhistorische waarde vormt de St. Martinuskerk een goed en nagenoeg gaaf bewaard voorbeeld van een in baksteen opgetrokken kerkgebouw in een sober en helder uitgevoerd ontwerp. Het interieur van het gebouw valt op door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten met een aan het baksteen expressionisme verwante stijl. Fraai onderdeel vormt daarnaast het beschilderde houten spitsboogvormige tongewelf. De 'Hetzerspanten' zorgen als gelijmde vollewand constructie voor een goede spanningsverdeling van een grote te overkluizen ruimte. Vanwege deze constructiewijze die in de tijd van de bouw van de kerk nog niet zo lang bestond is de kerk eveneens van belang.
Voor het interieur zijn verder van belang de tegelvloer, de schilderingen (wanden van het koor, langs de triomfboog van de hand van Wijnand Geraerds, boven de scheibogen) alsook de glas-in-lood ramen in koor en viering. Het kerkgebouw is van de hand van een belangrijke architect, J.T.J. Cuypers. Hij had belangrijke opdrachten in het hele land. De vaardigheid van de architect spreekt met name uit het expressieve interieur, dat in tegenstelling staat tot het op behouden wijze en veelal door tradities bepaalde vormgegeven exterieur in een soort zakelijk expressionisme.
- Van stedenbouwkundige waarde is de kerk vanwege de situering op de kruising van Dorpsstraat en Oldenhave, op korte afstand van de oude kern van Etten. Door de ruime ligging aan een voorplein en een aan de zuidzijde bevindend parkeerterrein is het kerkgebouw nadrukkelijk in het dorpsbeeld aanwezig.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege zijn bestemming welke is verbonden met een religieuze ontwikkeling waaruit een opdracht voor de bouw van een katholieke kerk voortkwam in dit overwegend door protestantse gemeenten bevolkte gebied.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.C. CHURCH St. Martinus on the Dorpsstraat in Etten built in 1923/24 as a replacement for a Water Board Church from 1844, designed by J.T.J. Cuypers (1861-1949), a son of the renowned P.J.H. Cuypers. The exterior of the church is executed in a historicizing style within which few pronounced stylistic characteristics can be identified. The most distinct tendencies are those of brick expressionism and neo-gothic influences. In this phase of the industrious career of J.T.J. Cuypers the architect has however departed from a church building executed in strict symmetry and his preference for a pronounced neo-gothic style has been considerably tempered. In contrast to the exterior of the church, the interior is richly executed and is best described as an interior executed in neo-gothic style.
In the church building several elements from the old church were incorporated, for example the image of St. Martinus above the entrance section. In 1987 a Maria Chapel with a flattened hipped roof was added which harmonizes poorly with the church. Furthermore, a modern (wooden) garage has been added to the transept. Chapel and garage are not covered by national monument protection.
The church building is well situated and visible due to the presence of a forecourt and parking area on the south side, at the junction of Dorpsstraat/Oldenhave, a short distance from the old centre of Etten. The St. Martinus Church, like the medieval church of the Dutch Reformed congregation, is built on the north side of the Dorpsstraat.
Description
CHURCH BUILDING on the ground plan of a Latin cross with projection of an annex. The church has a 5/8 choir closure. The nave contains two bays and has a broad central aisle which is flanked on either side by a narrow aisle. Functionally they serve as side aisles through arch openings in the wall buttresses placed perpendicular to the side wall; spatially they function as shallow side chapels. Externally these elements appear in the side facade as two gables next to the higher and broader transverse arm. Located to the east of this are two further gables that differ in height and width. The asymmetrically arranged entrance facade consists of a steeply rising gable of the nave with a tower situated on the right side. On the left side a low polygonal chapel is placed. The church, constructed in brick (stretcher bond), is covered by a substantial gabled roof with slate in bond covering. The facades all have a sandstone course and are encircled below the roof line by a struck course, with the exception of the choir section. The corner tower (with cross and weathervane) likewise has a gabled roof, the ridge of which is parallel to the nave, covered with slate. This applies also to the other chapels.
High in the roof slope on the west and east sides three flat-roofed roof dormers are placed with a panel window and an adjoining pivoting window. On the end of the roof ridge against the lowered choir is a chimney.
Rainwater disposal is provided by gutters.
In relation to the broad nave, the ridge of which runs across the shallow front porch to the FRONT GABLE, the porch is narrower. The right angle is filled by the placement of the tower which forms a single unit with the front gable to high in the facade, and only above distinguishes itself as a tower with openings and small roof. The flat gable contains an entrance section in the middle of struck masonry in which two small windows with cathedral glass are incorporated on each side. Two sloping sides as of a gabled roof with shoulders complete the pseudo-pointed gable which is crowned by a niche in which the (white) image of St. Martinus is placed. The recessed double church doors with frames on hardstone sills and likewise threshold are located in a pointed arch shaped porch with stepped archivolts. Triplet pointed arch windows, encircled by one-brick pointed arches and as a type frequently occurring, provide direct light entry into the nave halfway up the facade height. The gable is terminated above by a small window that steps inward trapwise at its upper side. Furthermore, located in the gable to the left of the church porch is a straight-sided door under struck ornamental masonry. The entrance is accessible via a modern disabled access ramp.
The left side of the gable contains in the corner with the side aisle a three-sided chapel with three roof slopes connected by a small roof corner post to the corner. On each gable side three rectangular small windows are placed side by side with leaded glass. Identical small windows also appear below in the tower and are likewise set between drip tiles (as these occur in all windows) and a fillet course. The base of the tower is decorated on both the west and south sides by six continuous struck decorative bands of alternating stretcher and header courses. In the middle of this ornamental masonry is a door set which is identical to the side door of the front gable. Between the head of the tower and the door two round arch windows positioned one above the other provide light entry into the stair tower. The head of the tower is provided on two sides with two rectangular spare fields above which two sound holes. The gable tops on the stated sides are provided with two triangular spare fields, with a clock face incorporated only in the front gable. In the other sides below the roof line a single sound hole is placed having the width of the tower side.
The LEFT SIDE GABLE of the church is determined by the gables of the side aisle bays and the transverse arm. The three gables of the two southern bays and transverse nave are each provided with triplet pointed arch windows of the type in the front gable, and a light slot in the gable top which occurs in all gables and is of the type as described in the gable of the front facade. The west side can thus largely serve as a mirror for the east side. Against the two northern bays an entrance porch (with adjoining former connecting section to presbytery) and chapel are built.
The connecting section which now serves as a small hall, is lower and narrower in relation to the entrance porch. The side entrance contains a modern door. The hall building contains on the west side three semicircular windows with leaded glass and an attached door. The window on the short side was later supplemented with a leaded glass window (W. Mengelberg Zeist 1939) brought from elsewhere.
Between the transverse arm and an annex to the west of the choir are in each of the two corners with the nave (provided with a lancet window), low two-sided projections which have a roof whose two sloping roof slopes rest against the wall like a half-tent roof. The projections have two small windows of the type as occurs in the gable of the front facade. Against the choir bay, as already mentioned, an extension is placed with a gabled roof with end slope adjoining the choir wall. In the end gable which faces away from the church is an attached door with a single pane.
The facades of the choir section are set between, below a sandstone course with two struck fillet courses between which a stretcher course and above a profiled moulding which shows five stepped struck courses and on which the gutter rests. On the corners of the angled choir sides buttresses are positioned which via a triple setback (with ceramic tiled offsets) above half-height transition into pilaster strips. At the location of the pilaster strips this moulding is interrupted below the roof at five places. The wall surfaces of the choir closure to be considered as spare fields are provided with triplet lancet windows of the type as occurs in the west gable. Of the two choir sides, the west side contains three separately placed lancet windows whose intervening spaces are unequal while on the east side four coupled lancet windows are placed, the two middle ones of which are higher than the two flanking windows.
The RIGHT GABLE, as stated, is largely similar to the left side. The sacristy built against the choir bay has on its front four coupled lancet windows of equal size. On the right side there occur twice two coupled leaded glass windows with stretcher course.
Of the two small projections between the sacristy and transverse arm, only the most westerly located projection has two narrow windows.
As indicated earlier, the INTERIOR is considerably more richly executed than the outside and is in virtually original condition. Colour and ornamentation is characteristic of the time of its creation and is known as "brick expressionism". The floor consists of a multi-coloured tile floor in a fairly strict geometric pattern. The walls consist mainly of fair-faced masonry with abundant use of different stone and mortar colours. In the general image, strong stratification is obtained through alternating colour layers, but through a highly varied approach to this stratification particularly in the long facades, through the disturbances by the ornamental use of the brick, combined with the application of painted wall fields, the coherence is sometimes absent. The openings for spatial use in the masonry of the side chapels etc. are all pointed arch shaped.
The predominantly original wall paintings, which play a major role in the general image (walls of the choir, the entire wall surface along the triumphal arch between nave and choir, etc.) were made by Wijnand Geraerds from Warmond. In 1986 fourteen unpainted wall surfaces were supplemented by a local painter.
The west wall of the nave opens via a large opening on the floor to the organ gallery, through which the large triplet illuminates the nave. Furthermore several window and door openings, all in original condition with panel doors, leaded glass windows, etc. The choir walls are provided with glazed red and green brick. On the north side is a stone with the text: 'In Dominica Quasimodo anno domini 1924 Henricus Herfkens parochus Hujus Parochiae me posuit'.
Nave and associated spaces are covered by wooden pointed arch shaped barrel vaults with ridge rib and arch braces. These are executed in a special construction. The arch braces consist namely of laminated or glued wooden planks counting various layers. This construction is called 'Hetzer brace' and was executed by the company "Nemaho" from Doetinchem (First Dutch Company for Wood Construction). The vault of the nave is divided into five by the three tie arches indicating the bays. The presumably unfinished wooden vault surface is provided with mainly green, yellow and red colour accents of the ribs, along the junctions of different components and of the crown. Transverse nave and side chapels have coved vaults of different heights. The springing of the vault, however, lies at equal height for all vaults. Only the choir bay is provided with a groined vault in masonry, the apse is arched over by a fan vault. Both parts are executed in coloured brick.
Apart from movable elements brought from elsewhere, the main altar and Maria altar made in the workshop in Roermond founded for this church by the father of J.T.J. Cuypers must be mentioned.
Valuation
R.C. CHURCH St. Martinus in Etten, built in 1923/24 designed by J.T.J. Cuypers, son of P.J.H. Cuypers.
- From an architectural history perspective, the St. Martinus Church forms a good and virtually intact preserved example of a church building constructed in brick in a sober and clearly executed design. The interior of the building stands out through its high-quality aesthetic qualities with a style related to brick expressionism. A fine component is furthermore the painted wooden pointed arch shaped barrel vault. The 'Hetzer braces' as a glued solid-web construction provide good stress distribution of a large space to be arched. Because of this construction method, which at the time of the building of the church had not existed so long, the church is also of significance.
For the interior are further of importance the tile floor, the paintings (walls of the choir, along the triumphal arch by Wijnand Geraerds, above the transverse arches) as well as the leaded glass windows in choir and crossing. The church building is from the hand of an important architect, J.T.J. Cuypers. He had important commissions throughout the country. The skill of the architect is expressed in particular in the expressive interior, which in contrast stands to the restrained manner and largely tradition-determined formed exterior in a kind of businesslike expressionism.
- From an urban planning perspective, the church is significant due to its siting at the junction of Dorpsstraat and Oldenhave, a short distance from the old centre of Etten. Through the spacious location at a forecourt and a parking area located on the south side, the church building is prominently present in the village image.
- Of cultural-historical value because of its purpose which is connected with a religious development from which arose a commission for the construction of a Catholic church in this area predominantly populated by Protestant communities.
Nearby in the register
- Kerk, Oudekerkstraat 2 AKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Molen, Oldenhove 5Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Pastorie(F), Molenstraat 48Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- WischTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.