TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint Antonius van Padua

Ulft, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1914
Address
Dr Ariënsstraat 1, 7071 AH Ulft (Oude IJsselstreek 25)
Place
Ulft
Municipality
Oude IJsselstreek
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.90186, 6.37452
Part of complex
523684
Monument number
523685

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Bl. 27 Aalten, 1907" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

De driebeukige KERK heeft een plattegrond in de vorm van een Latijns kruis en is opgebouwd in baksteen (kruisverband). Het hoge middenschip wordt door lagere zijbeuken geflankeerd. De hierdoor ontstane ruimte is door vier rondvensters in een verder gesloten muurvlak ingevuld. Het dwarsschip sluit in hoogte aan op het middenschip die beide zijn afgedekt met een zadeldak. De zijbeuken die vier traveeën tellen, zijn door een licht-hellend lessenaarsdak beëindigd. Het koor is voorzien van een halfronde absis met een lagere calotte die tegen de eindgevel van het koor rust. Het westfront is voorzien van twee torens aan weerszijden van het schip, afgedekt met tentdaken met smeedijzeren kruizen en een windhaan. Op de viering bevindt zich een kleine, met zink beklede, open achtzijdige dakruiter met klok, koepelvormig beëindigd, waarop een kruis. Ten zuidoosten van koor en zuidelijke dwarsarm bevindt zich de sacristie met tentdak. De aanbouw is door een lage, plat afgedekt tussenlid met de kerk verbonden.

De rondom aanwezige houten bakgoot (schip en zijbeuken) rust op gesneden klossen. De merendeels rondboogvormig beëindigde gevelopeningen zijn voorzien van hardstenen lekdorpels. Alle vensters zijn in principe voorzien van eenvoudig glas-in-lood. De gevels rusten op een trasraam afgesloten door schuingeplaatste rollaag van drieklezoren. De VOORGEVEL is symmetrisch ingedeeld en wordt door twee risalerende hoektorens verticaal geleed. In de middenpartij bevindt zich de rondboogvormige ingang die middels vier vertandingen is teruggelegd. De ingang is te bereiken via twee hardstenen treden. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Boven de houten dubbele deur met siersmeedwerk bevindt zich het timpaan, door archivolten omgord, met in hoog reliëf de Heilige Antonius van Padua, prekend voor de vissen. Aan weerszijden bevindt zich een klein smal, halfrond venster middels een enkele vertanding naar glas-in-lood invulling. Een kleine waterlijst waaronder een bloklijst volgt de boogomlijsting van deze drie openingen. In het gevelvlak boven de waterslaglijst, die zich ook over de hoektorens voortzet, bevindt zich een groot rondvenster met glas-in-lood, waarin met baksteen roosvenstertraceringen dat is gevat in een uitstekende koppenlaag. Aan weerszijden van het venster siermetselwerk in de vorm van een gekanteld vierkant met diagonalen in rode verblendsteen. De geveltop wordt langs de dakrand beëindigd met o.a. een tandlijst en boeiplank. Een deel van de geveltop wordt afgescheiden door een horizontale tandlijst, waarop een triplet van rondboogvensters aansluit. Op het nokeinde is een stenen kruis geplaatst. De twee torens zijn aan de vier zijden vrijwel identiek. Aan de voorzijde in het basement een relatief klein rondboogvenster. De linker toren heeft aan de zijkant een hiermee identiek venster, de rechter twee zeer kleine vensters. Het gedeelte boven de waterlijst is aan alle zijden over de volle hoogte voorzien van een spaarveld, eindigend onder de open torenbeëindiging tussen de lisenen met een bloklijst die onder alle daklijsten van de kerk voorkomt. Twee deelzuiltjes aan iedere zijde van de toren delen de met rondbogen eindigende galmgaten in drieën. De tentdaken sluiten direct op de beëindigende bloklijst aan. In de spaarvelden bevindt zich aansluitend op de waterlijst (of beginnend boven het dak van de zijbeuk) een smal venster over de halve hoogte van de tweede geleding. De muurvlakken daarboven zijn voorzien van siermetselwerk als in de middenpartij; bij de rechter toren is aan voor- en zijkant tegen deze versiering een wijzerplaat geplaatst.

In de LINKER ZIJGEVEL is de eerste travee van het vier traveeën tellende schip door de toren sterk versmald. De traveeën worden door vlakke steunberen met een afzaat voorzien van leien, gescheiden. In elke travee is een triplet opgenomen waarvan het middelste venster iets hoger is. De eerste travee bezit slechts één venster. In de derde travee bevindt zich onder het triplet een in 1941 uitgebouwde biechtstoel, volledig gesloten, twee smeedijzeren muurankers, beëindigd met een bloklijst en afgedekt met een aangekapt driezijdig tentdakje met leien. De lichtbeuk wordt gevormd door rondvensters tussen forser uitgevoerde steunberen dan in de zijbeuken. In het dakvlak boven elke travee komt een dakkapel met luik voor, afgedekt door een aangekapt schilddakje van leien, voorzien van een piron. Het dwarsschip bezit aan de westzijde een deur met siersmeedwerk in een rondboogopening waarvan het boogveld met baksteen is ingevuld. De kopgevel is symmetrisch ingevuld met een vijfdelig venster in de plaats van de drie in de zijbeuken, in dezelfde vorm met een klimmende reeks naar het middenvenster. De helft van de geveltop is afgescheiden door een bloklijst, waarboven een rondvenster. De zijbeuk van het koor, welke slechts één travee lang is wordt met een dakschild beëindigd. In beide gevels van de zijbeuk één vrij klein venster met figuratief glas-in-lood. In de oostgevel van het dwarsschip bevindt zich een ondiepe, lage en plat afgedekte aanbouw met bloklijst en boeiboord. Voorts een rondboogvenster en dakkapel als bij het schip.

Tegen de voor het overige gesloten ACHTERGEVEL van het koor is een iets smallere halfronde absis geplaatst, voorzien van een zinken bakgoot. Verdeeld over de gevelronding zeven vensters met figuratief glas-in-lood van G.T.M. Lelivelt uit Doesburg uit 1949. De RECHTER ZIJGEVEL is identiek aan de linker, met dien verstande dat tegen de kopgevel van het dwarsschip en de zijbeuk van het koor een plat afgedekte aanbouw aanwezig is, welke zorgt voor de verbinding met de sacristie en de pastorie (apart monumentnummer 523686). De sacristie is identiek gedetailleerd als de kerk en bezit een tentdak (zeer korte nok). In de zuidgevel bevindt zich een kruiskozijn, gevat in een rondboogopening waarvan het boogveld is ingevuld met siermetselwerk. De ramen zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood. De oostgevel is voorzien van twee kloosterkozijnen, gedetailleerd als het venster in de zuidgevel. De zuidgevel van de gang die voor de eindgevel van de dwarsarm is gelegen bezit drie stolpramen met een enkelruits bovenlicht. Het venster wordt door een 1½-steens strek afgesloten.

Het INTERIEUR van de kerk wordt gekenmerkt door merendeels crème gestucte wanden en gewelven, met siermetselwerk in het lambris. De constructieve delen zijn in schoon metselwerk uitgevoerd zoals de kolommen en de daaruit voortkomende gordelbogen en scheibogen. De vloer is geheel in terrazzowerk waarin soms een parelmoerachtig effect wordt bereikt. Op belangrijke punten zijn mozaïeken toegepast. Het lambris is soms halfsteens, soms in kruisverband opgebouwd en wordt afgesloten door een lijst van groen/wit en geel/rood geblokte tegels waarboven een doorgaande rood/geel/rode lijst. In de binnenzijde van de triomfboog is siermetselwerk aangebracht van gele, rode en zwarte baksteen.

De vierkante kolommen in middenschip en viering met een verkenning op de hoek zijn voorzien van een verbreed basement met hardsteen afdekking. Ter plaatse van de geboorte van gordel- en scheibogen is een eenvoudige, witte kapiteellijst aangebracht. De knik tussen gewelf en muurvlak wordt door een gemetselde bloklijst benadrukt. De rondvensters doorbreken deze lijst en zijn voorzien van een steekkap in het tongewelf. Het tongewelf wordt door gordelbogen in traveeën verdeeld, alleen de viering is door een graatgewelf overkluisd. De scheibogen worden door een uitstekende lijst gescheiden van het pleisterwerk van de wanden. De zijbeuken worden door dwarse tongewelven overdekt. De donkere lekdorpels van de vensters worden door een wandlijst gekoppeld. Onder elk triplet bevinden zich twee bakstenen nissen waarin reproducties van de kruisweg in een houten lijst. Het dwarsschip van één travee lang bezit twee kleine scheibogen als gevolg van de halve diepte van de zijbeuken. De eerste travee wordt door een orgeltribune ingenomen, ondersteund door twee kolommen en drie bogen, waarop een houten, in het midden uitgebouwde balustrade. Het orgel is van de firma Valckx & v. Kouteren, Rotterdam, uit 1949, waarbij de pijpen zijn opgesteld aan weerszijden van het roosvenster. Het orgel valt niet onder de bescherming. Viering- en koorvloer zijn verhoogd. De aanwezige deuren zijn dubbele, dan wel enkele paneeldeuren met veelal glas-in-lood in de bovenste paneel-openingen. De kerkbanken zijn waarschijnlijk nog de originele exemplaren en bezitten floraal houtsnijwerk op de eindwangen.

Waardering

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een kerk in overwegend neo-romaanse stijl. Kenmerkend zijn het blokachtige en gesloten karakter van het gebouw; de spaarvelden en lisenen in de torens met rondbogen en dobbelsteen kapitelen en het rondboogportaal. In het interieur valt het rondbooggewelf op. Uit de gotische bouwstijl zijn overgenomen het rozetvenster in de voorgevel en de lancetvensters in de zijbeuken en eindgevels van de dwarsarmen. De kerk valt op door bijzondere esthetische kwaliteiten in in- en exterieur, zoals gave verhoudingen en detailleringen. In het interieur is het gebruik van kleuraccenten opmerkelijk vooral het overwegend zeer gaaf bewaard gebleven interieur (inclusief inventaris), dat van een weliswaar sobere maar wel zeer zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze blijkt geeft in hoofdopzet en detaillering;

- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een stedenbouwkundig concept met kerkhof en pastorie in de bocht van de Dr Ariënsstraat die als straat deel uitmaakt van de verbindingsweg Etten-Gendringen. De kerk vervult in dit bestel een beeldbepalende rol. De kerk maakt tevens deel uit van een historisch gegroeid (klein)stedelijk gebied en is daarvoor van belang.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege zijn bestemming die verbonden is met een sociaalhistorische en economische ontwikkeling: de kerk maakt onderdeel uit van een complex dat behalve de kerk bestond uit pastorie, kerkhof en de inmiddels gesloopte school en onderwijzerswoning en is als herinnering hieraan van belang.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

The three-aisled CHURCH has a ground plan in the form of a Latin cross and is constructed in brick (stretcher bond). The high central nave is flanked by lower side aisles. The space created by this is filled with four round windows in an otherwise closed wall surface. The transept aligns in height with the central nave, both covered with a gabled roof. The side aisles, which comprise four bays, are finished with a gently sloping lean-to roof. The choir is provided with a semicircular apse with a lower calotte resting against the end gable of the choir. The western front is provided with two towers on either side of the nave, covered with tent roofs with wrought-iron crosses and a weathervane. At the crossing is a small, zinc-clad, open octagonal roof turret with bell, finished in a dome shape, topped with a cross. To the southeast of the choir and southern transept arm is the sacristy with tent roof. The annexe is connected to the church by a low, flat-roofed intermediate section.

The wooden gutter present all around (nave and side aisles) rests on carved blocks. The openings in the gables, mostly finished with round arches, are provided with sandstone sills. All windows are in principle provided with simple stained glass. The facades rest on a tuff frame closed by diagonally placed rolled corbels of three courses. The FRONT FACADE is symmetrically arranged and is divided vertically by two projecting corner towers. In the middle section is the round-arch entrance, recessed by means of four articulations. The entrance is reached via two sandstone steps. The door frame rests on sandstone jambs and a matching sill. Above the wooden double door with ornamental ironwork is the tympanum, surrounded by archivolts, with the Saint Anthony of Padua in high relief, preaching to the fish. On either side is a small narrow, semicircular window with a single articulation for stained glass infill. A small drip moulding below which a block course follows the arch surround of these three openings. In the wall surface above the water course, which also continues over the corner towers, is a large round window with stained glass, in which brick tracery is set in a projecting brick course. On either side of the window ornamental brickwork in the form of a tilted square with diagonals in red facing brick. The gable top is finished along the roof edge with, among other things, a dentil course and bargeboard. Part of the gable top is separated by a horizontal dentil course, to which a triplet of round-arch windows is attached. On the ridge end a stone cross is placed. The two towers are virtually identical on all four sides. On the front in the basement a relatively small round-arch window. The left tower has an identical window on the side, the right one has two very small windows. The section above the water course is provided on all sides over the full height with a spandrel field, ending below the open tower finish between the pilasters with a block course which occurs below all roof courses of the church. Two half-columns on either side of the tower divide the openings ending in round arches into three sections. The tent roofs are attached directly to the finishing block course. In the spandrel fields, adjoining the water course (or starting above the side aisle roof), is a narrow window over half the height of the second storey. The wall surfaces above are provided with ornamental brickwork as in the middle section; at the right tower, a clock face is placed against this ornamentation on the front and side.

In the LEFT SIDE GABLE, the first bay of the four-bay nave is severely narrowed by the tower. The bays are separated by flat buttresses with an offset provided with slate. Each bay contains a triplet of windows, the middle one of which is slightly higher. The first bay has only one window. In the third bay, below the triplet, is a confessional built out in 1941, completely enclosed, two wrought-iron wall anchors, finished with a block course and covered with an adapted three-sided tent roof with slate. The clerestory is formed by round windows between more heavily executed buttresses than in the side aisles. In the roof surface above each bay is a roof dormer with shutter, covered by an adapted hipped roof of slate, provided with a roof tile. The transept has a door with ornamental ironwork on the west side in a round-arch opening, the arch field filled with brick. The end gable is symmetrically filled with a five-part window in place of the three in the side aisles, in the same form with a rising sequence towards the middle window. Half of the gable top is separated by a block course, above which is a round window. The side aisle of the choir, which is only one bay long, is finished with a roof shield. In both gables of the side aisle one relatively small window with figurative stained glass. In the east gable of the transept is a shallow, low and flat-roofed annexe with block course and bargeboard. Furthermore, a round-arch window and roof dormer as with the nave.

Against the otherwise closed REAR GABLE of the choir is placed a slightly narrower semicircular apse, provided with a zinc gutter. Distributed over the gable curve seven windows with figurative stained glass by G.T.M. Lelivelt from Doesburg from 1949. The RIGHT SIDE GABLE is identical to the left, with the difference that against the end gable of the transept and the side aisle of the choir is a flat-roofed annexe, which provides connection with the sacristy and the presbytery (separate monument number 523686). The sacristy is identical in detail to the church and has a tent roof (very short ridge). In the south gable is a cross window, set in a round-arch opening, the arch field filled with ornamental brickwork. The windows are provided with coloured stained glass. The east gable is provided with two cloister windows, detailed as the window in the south gable. The south gable of the passage which is in front of the end gable of the transept arm has three sash windows with a single-light fanlight. The window is closed off by a 1½-brick course.

The INTERIOR of the church is characterized by mostly cream-coloured plastered walls and vaults, with ornamental brickwork in the dado. The structural parts are executed in fair-faced brickwork such as the columns and the resulting transverse arches and wall ribs. The floor is entirely in terrazzo work in which sometimes a pearlescent effect is achieved. Mosaics are applied at important points. The dado is sometimes half-brick, sometimes constructed in stretcher bond and is finished with a course of green/white and yellow/red checkered tiles, above which a continuous red/yellow/red course. In the inner side of the triumphal arch ornamental brickwork of yellow, red and black brick is applied.

The square columns in the central nave and crossing with a chamfered corner are provided with a widened base with sandstone capping. At the point where the transverse and wall ribs originate, a simple white capital course is applied. The junction between vault and wall surface is emphasized by a moulded block course. The round windows break through this course and are provided with a spring vault in the barrel vault. The barrel vault is divided into bays by transverse arches; only the crossing is covered with a groined vault. The wall ribs are separated from the wall plasterwork by a projecting course. The side aisles are covered with transverse barrel vaults. The dark sills of the windows are coupled by a wall course. Below each triplet are two brick niches containing reproductions of the Stations of the Cross in wooden frames. The transept, one bay long, has two small wall ribs as a result of the half depth of the side aisles. The first bay is occupied by an organ gallery, supported by two columns and three arches, on which is a wooden balustrade, with a central outbuilding. The organ is by the firm Valckx & v. Kouteren, Rotterdam, from 1949, with the pipes arranged on either side of the rose window. The organ does not fall under the protection. The crossing and choir floors are raised. The doors present are double or single panel doors, mostly with stained glass in the upper panel openings. The church pews are probably still the original specimens and have floral woodcarving on the end wings.

Valuation

- Of architectural historical value as a good and intact example of a church in predominantly neo-Romanesque style. Characteristic are the blocky and closed character of the building; the spandrel fields and pilasters in the towers with round arches and double-course capitals and the round-arch portal. In the interior the round-arch vault stands out. From the Gothic building style, the rose window in the front gable and the lancet windows in the side aisles and end gables of the transept arms are adopted. The church stands out for particular aesthetic qualities in interior and exterior, such as intact proportions and detailing. In the interior, the use of colour accents is remarkable, especially the predominantly very intact preserved interior (including furnishings), which demonstrates a careful material and colour choice, albeit a sober one, both in main design and detailing;

- Of urban planning value as part of an urban planning concept with churchyard and presbytery in the bend of the Dr Ariënsstraat which as a street forms part of the connecting road Etten-Gendringen. The church fulfils a defining role in this ensemble. The church also forms part of a historically developed (small) urban area and is of importance for it.

- Of cultural-historical value because of its purpose which is connected with a socio-historical and economic development: the church forms part of a complex which in addition to the church consisted of presbytery, churchyard and the now demolished school and schoolteacher's house and is of importance as a reminder thereof.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map