TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Wilbrinkshof

Gendringen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1897
Address
Munsterweg 3, 7081 HD Gendringen (Oude IJsselstreek 25)
Place
Gendringen
Municipality
Oude IJsselstreek
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.86097, 6.35979
Part of complex
523681
Monument number
523682

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1880 map "Composite: 328. Bocholt." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

De driekapsBOERDERIJ bezit een samengestelde plattegrond. Het voorhuis telt één bouwlaag en een zolderverdieping en is door een samengesteld schilddak gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het achterhuis bezit een afgewolfd aangekapt zadeldak. De daken van de belendende twee schuren zijn elk aan de eindgevels afgewolfd en staan eveneens haaks op de noord-zuid georiënteerde nokas van het voorhuis. Tegen de nokas in het achterschild van het voorhuis bevinden zich twee schoorstenen. Een derde is geplaatst op het rechter dakschild van de rechts gelegen schuur. Alleen het voorhuis is voorzien van geprofileerde bakgoten die naar de eindgevels zijn omgezet. Tussen de daken van de schuren zijn zakgoten geplaatst.

De betonnen plint zet zich over de gecementeerde gevels van het voorhuis voort. De gevels van de schuren zijn in baksteen (kruisverband) in schoonmetselwerk, opgetrokken. De VOORGEVEL wordt door drie vensterassen en een deuropening die door een venster van de linkerhoek wordt gescheiden, ingedeeld. Het deurkozijn rust op natuurstenen neuten en dorpel. Boven de paneeldeur is een door een verticale roede ingedeeld bovenlicht geplaatst. Links en rechts van de deur bevinden zich twee gevelstenen onder elkaar. De onderste stenen vermelden: 'LBB 18 -' en 'JEH 67'. De bovenste twee: 'JGB 18-' en 'BHT 97'. De drie vensters bestaan uit vierruits schuiframen met tweeruits bovenlichten die alle rusten op houten lekdorpels en die evenals de deuropening worden afgesloten door gecementeerde strekken met een sluitsteen, uitgevoerd als diamantkop. De vensters worden door luiken met kraalprofieldelen geflankeerd. Boven de gevelopeningen bevinden zich in de verdieping stolpraampjes met identieke strek en dorpel als in de eerste bouwlaag. In de rechterhoek komt een kelder(stolp)raampje voor. In het voorschild zijn twee kleine, niet oorspronkelijke dakraampjes aangebracht.

De linker zijgevel van het voorhuis bezit twee vensters met identieke ramen en luiken als in de voorgevel. De verdieping bevat een kleiner schuifraam van het eerder beschreven type. In de plint zijn rechts twee kelderlichten met roosters gevat. In de hoek met het terugliggende achterhuis bevindt zich een platgedekte niet oorspronkelijke uitbouw die alleen in het muurvlak dat recht op het achterhuis staat een klein vierkant steekraampje bevat.

De rechter zijgevel van het voorhuis is op de kelderlichten na, gelijk aan de linker zijgevel. De muurvlakken van de achtergevel van het voorhuis ter weerszijden van het aangekapte zadeldak van het achterhuis, zijn blind uitgevoerd.

De LINKER ZIJGEVEL, van de drie gekoppelde schuren, bevat in het linker gedeelte twee gietijzeren vierruits stalraampjes met halfrond afgesloten bovenlicht met vorktracering. De vensters zijn voorzien van een uitgemetselde lekdorpel en een steense rondboog. In het midden van de gevel zijn twee identieke opgeklampte deuren met kraalprofiel op een halfsteens onderdorpel, onder een halfrond bovenlicht met dageraad-roedeverdeling geplaatst. Rechts van de twee deuren bevindt zich een identiek stalraampje met vorktracering. Het rechter gedeelte is ten behoeve van een melkkelder gewijzigd. Een nieuwe deur en rechthoekig ventilatierooster zijn ingeboet. De twee kleine raampjes resp. draai- en tweeruits steekraampje geheel rechts zijn oorspronkelijk en rusten op een houten lekdorpel en worden door een strek afgesloten.

De ACHTERGEVELS van de drie schuren zijn nagenoeg aan elkaar identiek waarbij alleen de rechter en middelste schuur (die ook smaller is) een symmetrisch ingedeelde gevel bezitten. De dubbele deeldeuren, waarvan enkele met een in ruit uitgespaarde vorm, zijn gelijk aan het muurvlak geplaatst met uitzondering van die in de rechter schuur die van een middeler is voorzien. De opgeklampte dubbele deeldeuren met kraalprofieldelen zijn onder een korfboog gesteld. In de rechter schuur (het achterhuis) komt links en rechts van de deeldeuren een stalraampje voor van het type kerkraam met vorktracering dat reeds in de linker zijgevel is beschreven. De twee zijden van deze gevel van het achterhuis worden opgevuld door twee opgeklampte segmentboogvormige mestdeuren die door een 1½-steense segmentboog worden afgesloten. De middelste schuur bezit ter weerszijde van de deeldeuren enkel een stalraampje, terwijl de linker schuur links een getoogd stalraampje bezit en rechts een getoogd staldeurtje. De zolderverdieping bezit bij de linker en middelste schuur een segmentboogvormig luik dat rust op een uitgemetselde lekdorpel. De twee vensters die voorkomen in de drie schuren worden door een steense boog afgesloten. De dakranden van de afgewolfde daken worden door windveren afgeschermd. De RECHTER ZIJGEVEL bezit in het midden drie getoogde opgeklampte staldeuren. Deze bestaan uit een boven- en benedendeel en zijn voorzien van kraalprofieldelen met enkele ruit. Ter weerszijden van de drie deurtjes bevinden zich stalraampjes met vorktraceringen als in de linker zijgevel van het achterhuis. Deze rusten op een uitgemetselde lekdorpel en worden afgesloten door een steense rondboog. De opgeklampte staldeur rechts is eveneens getoogd en wordt door een steense segmentboog, evenals de eerder genoemde deurtjes, afgesloten.

Tussen de achtergevel van het voorhuis en de aangrenzende schuur is de oorspronkelijke uitbouw (bijkeuken) gewijzigd. De uitbouw bezit thans een golfplaten dak, terwijl in de oorspronkelijke situatie deze middels het doorgetrokken dakschild van het achterhuis werd gedekt. De deur en raamindeling zijn eveneens gemoderniseerd. Links en rechts van de deur zijn een gevelsteen geplaatst met daarop resp.: 'WESSEL HESSELINK' en 'VAN DER KLEIN HESSELINK'.

De geheel gecementeerde voorgevels van de twee aangrenzende schuren die parallel zijn gelegen aan de voorgevel van het woonhuis, zijn symmetrisch ingedeeld maar van elkaar afwijkend. De gevel die grenst aan het achterhuis bezit begane gronds en in de zolderverdieping enkel twee gietijzeren zesruits raampjes waarvan de bovenste drie ruitjes zijn getoogd en als kantelraam zijn uitgevoerd. Dit type komt ook voor ter weerszijden van de deur in de rechter schuur. De voorgevel van de buitenste schuur bezit op de begane grond een opgeklampte staldeur en zoals genoemd twee raampjes en op de zolderverdieping een dubbel luik geflankeerd door vensters van het kerkraamtype. De staldeuren bestaan uit kraalprofieldelen; het kozijn rust op een bakstenen dorpel onder een door een verticale roede ingedeeld bovenlicht. Alle vensteropeningen zijn van houten lekdorpels voorzien.

Het INTERIEUR van het voorhuis is sober maar bezit nog de oorspronkelijke indeling op de begane grond met paneeldeuren. Naast de marmeren schouw met betegelde achterwand in de grote keuken, is een alkoof aanwezig. In de zg. herenkamer bevindt zich een eenvoudige schouw. De twee kelders worden door troggewelven overkluisd.

Met uitzondering van de middelste schuur bezitten de twee schuren ter weerszijden, ankerbalkgebinten in het interieur. De linker schuur, beschouwd vanuit de drie achtergevels der schuren, telt zes gebintvakken met deels lemen vloer en was oorspronkelijk als wagenschuur in gebruik. De linker zijbeuk bevatte de varkensstallen en rechts de koeienstal. In de middelste schuur was de mestvaalt ondergebracht. Tegen de voorgevel aan bevinden zich twee varkenshokken. De balken van de kap rusten op de zijmuren. De gordingenkap op kreupele stijlen bezit extra hanehout en is verstijfd met een makelaar. De schuur is in vier gebintvakken onderverdeeld. De rechter schuur, die het achterhuis van de boerderij vormt, telt vijf ankerbalkgebinten met gehakte telmerken. Ter weerszijden van de lemen deelvloer bevinden zich de koeienstal links) en rechts de paardenstal. De ruimte ten behoeve van opslag van het gereedschap is gewijzigd en thans als melkruimte in gebruik.

Waardering

De BOERDERIJ is uit 1897 na een brand opnieuw opgebouwd als boerderij met voorhuis en driekapsschuren.

- Van architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteiten van de hoofdvorm en detaillering die in gave aanleg bewaard is gebleven. De boerderij bezit een zeldzaamheidswaarde vanwege de opvallende uniformiteit die met name in de achtergevels van de drie schuren blijkt. Als gevolg van de brand in 1896 werd de boerderij in een worp weer opgebouwd, terwijl een driekapsboerderij dikwijls door ontwikkeling van het boerenbedrijf tot een dergelijk type uitgroeit.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de plaatsing in het landschap, temidden van weilanden door een zandpad met eikebomen met de openbare weg verbonden.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege de oorsprong van de boerderij Wilbrinkshof in het buurtschap Wals, die tot in de 15de eeuw teruggaat.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The three-gabled farmhouse has a composite ground plan. The front house comprises one storey and an attic storey and is covered by a composite hipped roof with smoothed improved Dutch tiles. The rear house has an arched adjoining gabled roof. The roofs of the adjoining two barns are each arched at the gable ends and likewise stand perpendicular to the north-south oriented roof ridge of the front house. Against the roof ridge in the rear gable of the front house are situated two chimneys. A third is placed on the right roof slope of the right-situated barn. Only the front house is provided with moulded gutters that are directed towards the gable ends. Between the roofs of the barns are valley gutters placed.

The concrete plinth extends over the cemented facades of the front house. The facades of the barns are constructed in brick (cross bond) in fair-faced masonry. The FRONT FACADE is divided by three window axes and a door opening which is separated by a window from the left corner. The door frame rests on natural stone sills and a threshold. Above the panelled door is a fanlight divided by a vertical glazing bar placed. Left and right of the door are two gable stones one above the other. The lower stones read: 'LBB 18 -' and 'JEH 67'. The upper two: 'JGB 18-' and 'BHT 97'. The three windows consist of four-pane sash windows with two-pane fanlights which all rest on wooden thresholds and which, like the door opening, are closed by cemented arches with a keystone, executed as a diamond head. The windows are flanked by shutters with bead-profile moulding. Above the window openings are located in the storey attic windows with identical arch and threshold as in the first storey. In the right corner occurs a cellar attic window. In the front slope two small, non-original roof windows are installed.

The left side facade of the front house possesses two windows with identical frames and shutters as in the front facade. The storey contains a smaller sash window of the type previously described. In the plinth are located right two cellar lights with grilles. In the corner with the recessed rear house is a flat-roofed non-original extension which contains only in the wall plane that runs straight onto the rear house a small square hopper window.

The right side facade of the front house is, except for the cellar lights, identical to the left side facade. The wall planes of the rear facade of the front house on either side of the adjoining gabled roof of the rear house are executed blind.

The LEFT SIDE FACADE of the three coupled barns contains in the left section two cast-iron four-pane stable windows with semi-circularly closed fanlight with tracery. The windows are provided with a mortared threshold and a stone semi-circular arch. In the middle of the facade are two identical clamped doors with bead profile on a half-brick threshold, under a semi-circular fanlight with daybreak glazing-bar pattern placed. Right of the two doors is an identical stable window with tracery. The right section has been modified for a milk cellar. A new door and rectangular ventilation grille have been inserted. The two small windows respectively pivot and two-pane hopper windows far right are original and rest on a wooden threshold and are closed by an arch.

The REAR FACADES of the three barns are almost identical to one another whereby only the right and middle barn (which is also narrower) possess a symmetrically arranged facade. The double split doors, some of which have an opening in the pane form, are placed flush with the wall plane with the exception of those in the right barn which are provided with a transom. The clamped double split doors with bead-profile moulding are set under a basket arch. In the right barn (the rear house) to the left and right of the split doors is a stable window of the type church window with tracery which has already been described in the left side facade. The two sides of this facade of the rear house are filled by two clamped segmental-arch stable doors which are closed by a 1½-brick segmental arch. The middle barn possesses on either side of the split doors only a stable window, while the left barn has a semi-circular stable window on the left and a semi-circular stable door on the right. The attic storey possesses with the left and middle barn a segmental-arch shutter which rests on a mortared threshold. The two windows which occur in the three barns are closed by a stone arch. The roof edges of the arched roofs are protected by wind bracing. The RIGHT SIDE FACADE possesses in the middle three semi-circular clamped stable doors. These consist of an upper and lower section and are provided with bead-profile moulding with single pane. On either side of the three small doors are located stable windows with tracery as in the left side facade of the rear house. These rest on a mortared threshold and are closed by a stone semi-circular arch. The clamped stable door right is likewise semi-circular and is closed by a stone segmental arch, as well as the aforementioned small doors.

Between the rear facade of the front house and the adjoining barn the original extension (scullery) has been modified. The extension now possesses a corrugated iron roof, whereas in the original situation this was covered by means of the continuous roof slope of the rear house. The door and window arrangement have also been modernized. Left and right of the door a gable stone is placed with respectively: 'WESSEL HESSELINK' and 'VAN DER KLEIN HESSELINK'.

The entirely cemented front facades of the two adjoining barns which are situated parallel to the front facade of the dwelling house are symmetrically arranged but differ from one another. The facade which borders the rear house possesses on the ground floor and in the attic storey only two cast-iron six-pane windows of which the top three panes are semi-circular and are executed as pivot windows. This type also occurs on either side of the door in the right barn. The front facade of the outer barn possesses on the ground floor a clamped stable door and as mentioned two windows and on the attic storey a double shutter flanked by windows of the church window type. The stable doors consist of bead-profile moulding; the frame rests on a brick threshold under a fanlight divided by a vertical glazing bar. All window openings are provided with wooden thresholds.

The INTERIOR of the front house is austere but still possesses the original arrangement on the ground floor with panelled doors. Next to the marble fireplace with tiled back wall in the large kitchen, is an alcove present. In the so-called sitting room is a simple fireplace. The two cellars are spanned by barrel vaults.

With the exception of the middle barn the two barns on either side possess anchor-beam timber frames in the interior. The left barn, viewed from the three rear facades of the barns, comprises six timber-frame bays with partly earth floor and was originally used as a cart shed. The left aisle contained the pig sties and right the cattle shed. In the middle barn was the manure pit accommodated. Against the front facade are located two pig pens. The beams of the roof truss structure rest on the side walls. The roof truss structure with short uprights on the side walls possesses extra collar ties and is stiffened with a brace. The barn is subdivided into four timber-frame bays. The right barn, which forms the rear house of the farmhouse, comprises five anchor-beam timber frames with hewn carpenters' marks. On either side of the earth split floor are the cattle shed (left) and right the horse shed. The space for storage of tools has been modified and is now used as a milk room.

Valuation

The FARMHOUSE was rebuilt from 1897 after a fire as a farmhouse with front house and three-gabled barns.

- Of architectural historical value due to the aesthetic qualities of the main form and detailing which has been preserved in intact arrangement. The farmhouse possesses a rarity value due to the striking uniformity which is evident in particular in the rear facades of the three barns. As a result of the fire in 1896 the farmhouse was rebuilt in one period, whereas a three-gabled farmhouse often develops into such a type as a result of the development of the farm business.

- Of urban design value due to its placement in the landscape, amidst meadows connected to the public road by a sand path with oak trees.

- Of cultural historical value due to the origin of the Wilbrinkshof farmhouse in the hamlet of Wals, which dates back to the 15th century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map