Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Stationslaan 136
Harderwijk, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1932 - 1933
- Address
- Stationslaan 136, 3841 DC Harderwijk
- Place
- Harderwijk
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.34605, 5.61767
- Monument number
- 523679
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Manoeuvreerkaart der [4de Divisie] Infanterie [in 1907] op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KERK met TOREN, CONSISTORIE en KERKENRAADSKAMER uit 1932, ontworpen door de Harderwijkse architect P.H. van Lonkhuyzen, onder invloed van de Amsterdamse School. In 1961 en 1986 is de kerk linksachter uitgebreid, deze bouwdelen vallen niet onder de bescherming.
Omschrijving
Op de hoek van de Friese Gracht en de Stationslaan gelegen KERKGEBOUW met bijbehorende TOREN, CONSISTORIE en KERKENRAADSKAMER van de Gereformeerde Gemeente. De kerk is genoemd naar de wijknaam (Plantagebuurt). De voorloper van deze kerk stond buiten de Smeepoort, daar waar nu de singel loopt. Oorspronkelijk bevond zich op de huidige plaats een villa, die voor de bouw van de kerk is gesloopt. De geheel in baksteen opgetrokken kerk bezit een kruisvormige plattegrond en een slanke toren. De naar ontwerp van P.H. van Lonkhuyzen gebouwde kerk werd in 1933 in gebruik genomen. De eerste steen werd op 20 oktober 1932 gelegd. Aannemer was J.W. van Westrenen. In 1962 en 1987 werd aan de noordzijde van de kerk een nieuwe aanbouw geplaatst en uitgebreid. Het grote venster in de noordelijke dwarsarm werd aan de onderzijde voor een deel dichtgezet, waarbij de decoratieve glas-in-loodpanelen naar boven werden geplaatst. Rechts naast de kerk bevindt zich de pastorie (Stationslaan 134), die niet onder de bescherming van de kerk valt.
De KERK is opgetrokken op een kruisvormig grondplan, waarvan de dwarsarmen slechts weinig korter zijn dan het schip. Het gebouw bezit twee elkaar kruisende zadeldaken tussen topgevels. In de oksel tussen het schip en de noordelijke dwarsarm bevindt zich een slanke bakstenen TOREN met een steile vierzijdige spits. Aan weerszijden van de zuidelijke dwarsarm bevinden zich kleine AANBOUWTJES, waarin een bijruimte, met een zadeldakje evenwijdig aan het schip en voorzien van een portaaltje. Tegen de hoge koorgevel bevindt zich een hoge smallere aanbouw, eveneens voorzien van een zadeldak als wat lager geplaatste verlenging van dat van het koor. Deze aanbouw bevat van oudsher de CONSISTORIEKAMER. Haaks op deze aanbouw is een volgend bouwdeel geplaatst, de KERKENRAADSKAMER, bestaand uit één bouwlaag met een schilddak. In de hoek tussen deze kerkenraadskamer en de noordelijke dwarsarm van de kerk is in 1962 een uitbreiding gerealiseerd, in 1987 tegen het dwarsschip verder uitgebreid met een moderne aanbouw, bestaande uit één bouwlaag met een plat dak met omgaande schilden.
De GEVELS van het gehele kerkgebouw en de uit de bouwtijd daterende aanbouwen zijn opgetrokken in donkerrode baksteen in noors verband. De lintvoegen zijn verdiept uitgevoerd. De hoge plint is in iets afwijkende kleur baksteen gemetseld en sluit aan de bovenzijde af met een rollaag of met de bakstenen lekdorpels van de vensters. De gevels sluiten aan de bovenzijde af met geprofileerde houten bakgoten op klossen. Het dak bezit gesmoorde romaanse pannen, op de zadeldaken van de kleine bijruimten zijn deze pannen vervangen. De torenspits draagt leien in maasdekking. De voorgevel van de kerk bevat in de middenas het hoofdportaal, vanaf het trasraam omlijst door een brede, uit zes rollagen bestaande rondboog met trapsgewijs gevormde dagkanten, doorgezet in de archivolten. De rondboog wordt gesloten met een brede, dubbele blankhouten strokendeur met smeedijzeren gehengen. Voor de ingang bevindt zich een drie treden hoog, aan de voorzijde halfcirkelvormig bordes. Aan weerszijden van het portaal bevinden zich drie kleine rondboogvensters met gezamenlijke lekdorpel en gekleurde glas-in-loodramen. De hoge topgevel bevat een groot paraboolvormig venster met brede bakstenen montants, omlijst door een twee-en-een-half-steens rollaag. De smalle vensterstroken bezitten gekleurd glas-in-lood. In de top van de gevel bevinden zich drie lichtspleten, onderbroken door tegels, waardoor de indruk van galmgaten ontstaat. De geveltop wordt afgesloten door een bakstenen lijst en een rollaag.
De TOREN bevat aan de voorzijde een rondboogingang met blankhouten strokendeur met rondboogvormige bovenzijde en smeedijzeren gehengen. De linkerzijde bevat drie kleine rondboogvenstertjes met glas-in-lood. Voorts bezit de toren een zeer lange en smalle lichtspleet, die aan de bovenzijde eindigt in drie gefacetteerde, uitstekende stenen platen. Hierboven bevinden zich aan alle zijden twee rechthoekige deels herstelde galmgaten en geheel bovenin vierkante geglazuurde bakstenen wijzerplaten, die aan de onderzijde rusten op kleine consoles. De bovenzijde van de wijzerplaten ligt deels in de verjongde top van het torenlichaam. De met leien gedekte spits heeft een licht overstek en wordt bekroond met een windvaan.
Van de linker zijgevel van de kerk gaat het transept geheel schuil achter aanbouwen. Het muurwerk rechts naast de toren bezit drie slanke rondboogvensters met gekleurd glas-in-lood. De top van de noordelijke transeptarm is uitgevoerd zoals de westgevel. De rechter zijgevel van de kerk, de zuidgevel, bezit geheel links drie rondboogvensters conform die van de linker zijgevel. De hoge transeptgevel is uitgevoerd zoals de noordelijke transeptgevel. De lage aanbouwen bezitten in de smalle zijde een ingang met rondboogvormige afsluiting en een blank houten strokendeur met rondboogvormige bovenzijde en smeedijzeren gehengen. De topgeveltjes hierboven sluiten langs de schuine zijden af met een laag strekken en een rollaag. In de brede zijde van deze aanbouwen bevinden zich kleine vensters met gekleurd glas-in-lood. De oostelijke gevel van het complex wordt gevormd door de gevel van de consistorie. Deze heeft een reeks smalle vensters met vernieuwde ramen. In de top van de gevel bevindt zich een smal rechthoekig venster en geheel bovenin een luik. De gevels van de kerkenraadskamer zijn gewijzigd. Het dak van deze aanbouw is aan beide zijden voorzien van een lange strook dakkapellen met vernieuwde dubbele enkelruits draairamen. Het INTERIEUR van de kerk is gaaf bewaard gebleven. De kruisvormige plattegrond kent een kort schip. De ruimte is in hout overwelfd en wordt gedomineerd door de zware, van de hoeken van de viering opgaande ribben, die grote paraboolbogen vormen. Deze ribben en de gordelbogen, tot 1987 grijs, zijn thans paars-rose geschilderd en contrasteren zo met het gebroken wit geschilderde gewelfhout en de muren. Alle vensters zijn voorzien van gekleurd glas-in-loodramen in geometrische motieven. Tegen de oostelijke wand staat het grote, uit de bouwtijd stammende orgel waarvan het instrument niet onder de bescherming valt, in 1933 gebouwd door J. de Koff en Zn. De niet door een kast aan het gezicht onttrokken pijpen herhalen het parabool-motief van de gewelfribben. De speeltafel is naar beneden gehaald en staat nu op de plaats van de rechter serie ouderlingen-banken. Van de kansel en de aangrenzende banken is het eikenhout bewaard onder een recente triplex beplating. Van het oude interieur zijn ook de oude blankhouten banken bewaard gebleven. Het bankenplan bestaat uit drie rijen lange banken in het schip, gescheiden door twee paden, vanaf het begin van de viering geknikt doorgezet in de transeptarmen. Het schip telt drie traveeën, waarvan de achterste voor wat betreft het onderste gedeelte, ingenomen wordt door de ontvangstruimte. Hierboven bevindt zich de tribune.
Waardering:
De KERK met TOREN, CONSISTORIEKAMER en KERKENRAADSKAMER is een ontwerp door P.H. van Lonkhuysen, uit 1932.
- Van architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een Gereformeerde kerk in de sfeer van de Amsterdamse School. Dit geldt voor de hoofdvorm, evenals voor de gevelindeling en de meeste details, zoals de portalen, de vensters, het glas-in-lood, de afwerking van de gevels en verschillende onderdelen van het oorspronkelijke interieur. De kerk is opgetrokken op een traditioneel grondplan en bezit eveneens op de traditie teruggrijpende bouwvormen. Voor de bouwtijd karakteristiek zijn echter vooral de proporties, de vorm van de houten overwelving en het glas-in-lood in bijpassende geometrische motieven.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging, waardoor de bouwmassa een rol speelt in het beeld van zowel de singelgordel, als van de Stationslaan.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CHURCH with TOWER, CONSISTORY and CHURCH COUNCIL CHAMBER from 1932, designed by Harderwijk architect P.H. van Lonkhuyzen, influenced by the Amsterdam School. In 1961 and 1986 the church was extended to the left rear, these building components do not fall under the protection.
Description
On the corner of Friese Gracht and Stationslaan stands a CHURCH BUILDING with associated TOWER, CONSISTORY and CHURCH COUNCIL CHAMBER of the Gereformeerde Gemeente (Reformed Church). The church is named after the district name (Plantagebuurt). The predecessor of this church stood outside the Smeepoort, where the canal now runs. Originally a villa stood on the current site, which was demolished for the construction of the church. The church, built entirely in brick, has a cruciform ground plan and a slender tower. The church, built to the design of P.H. van Lonkhuyzen, was taken into use in 1933. The foundation stone was laid on 20 October 1932. The contractor was J.W. van Westrenen. In 1962 and 1987 a new extension was added and enlarged on the north side of the church. The large window in the northern transept was partially closed at the bottom, with the decorative stained-glass panels moved upward. To the right of the church is the parsonage (Stationslaan 134), which does not fall under the protection of the church.
The CHURCH is built on a cruciform ground plan, of which the transepts are only slightly shorter than the nave. The building has two intersecting gabled roofs between stepped gables. In the angle between the nave and the northern transept is a slender brick TOWER with a steep pyramidal spire. On either side of the southern transept are small ANNEXES, containing an ancillary space with a small gabled roof parallel to the nave and provided with a small porch. Against the high choir gable is a high narrower extension, also provided with a gabled roof as a lower extension of the choir. This extension has long contained the CONSISTORY CHAMBER. At right angles to this extension is a further building section, the CHURCH COUNCIL CHAMBER, consisting of one storey with a hipped roof. In the angle between this church council chamber and the northern transept of the church, an extension was realized in 1962, further extended in 1987 against the transept with a modern annex, consisting of one storey with a flat roof with surrounding hipped ends.
The FACADES of the entire church building and the extensions dating from the construction period are built in dark red brick in Flemish bond. The mortar joints are recessed. The high plinth is laid in slightly different coloured brick and closes at the top with a roller course or with brick sill tiles of the windows. The facades close at the top with profiled wooden gutters on consoles. The roof has half-round Roman tiles, on the gabled roofs of the small ancillary spaces these tiles have been replaced. The tower spire is covered with slate in broken-bond pattern. The front facade of the church contains in the central axis the main portal, from the transom surrounded by a broad arched surround consisting of six roller courses with stepped-form projecting archivolts carried through the archivolts. The arched surround is closed with a broad, double timber panel door with wrought-iron hinges. Before the entrance is a flight of three steps, semicircular in front. On either side of the portal are three small round-arched windows with shared sill tile and coloured stained-glass panes. The high stepped gable contains a large parabolic window with wide brick mullions, surrounded by a two-and-a-half brick roller course. The narrow window strips feature coloured stained glass. In the apex of the gable are three light slits, interrupted by tiles, creating the impression of sound holes. The gable apex is closed by a brick cornice and a roller course.
The TOWER contains on the front a round-arched entrance with timber panel door with round-arched top and wrought-iron hinges. The left side contains three small round-arched windows with stained glass. The tower also has a very long and narrow light slit, which ends at the top in three faceted, projecting stone slabs. Above these are on all sides two rectangular partly restored sound holes and at the very top square glazed brick clock faces, which rest at the bottom on small consoles. The upper side of the clock faces lies partly in the tapered top of the tower body. The slate-covered spire has a slight overhang and is crowned with a weathervane.
From the left side facade of the church, the transept is entirely hidden behind extensions. The wall to the right of the tower has three slender round-arched windows with coloured stained glass. The apex of the northern transept arm is executed like the west facade. The right side facade of the church, the south facade, has on the far left three round-arched windows like those of the left side facade. The high transept gable is executed like the northern transept gable. The low extensions have on the narrow side an entrance with round-arched surround and a timber panel door with round-arched top and wrought-iron hinges. The small stepped gable tops close along the sloping sides with a course of bricks and a roller course. On the wide side of these extensions are small windows with coloured stained glass. The eastern facade of the complex is formed by the facade of the consistory. This has a row of narrow windows with renewed frames. In the apex of the facade is a narrow rectangular window and at the very top a hatch. The facades of the church council chamber have been altered. The roof of this extension is provided on both sides with a long row of roof dormers with renewed double single-glazed casement windows. The INTERIOR of the church is well preserved. The cruciform ground plan has a short nave. The space is vaulted in wood and is dominated by the heavy ribs rising from the corners of the crossing, which form large parabolic arches. These ribs and the transverse arches, until 1987 grey, are now painted purple-pink and thus contrast with the broken white painted vault timbers and walls. All windows are provided with coloured stained-glass panes in geometric motifs. Against the eastern wall stands the large organ dating from the construction period, of which the instrument does not fall under the protection, built in 1933 by J. de Koff and Son. The pipes not concealed by a case repeat the parabolic motif of the vault ribs. The console has been lowered and now stands in place of the right row of elders' benches. The oak wood of the pulpit and adjacent benches is preserved under a recent plywood cladding. The old timber benches have also been preserved from the original interior. The seating plan consists of three rows of long benches in the nave, separated by two aisles, bent through from the beginning of the crossing in the transept arms. The nave has three bays, of which the rearmost, as far as the lower section is concerned, is occupied by the reception area. Above this is the gallery.
Valuation:
The CHURCH with TOWER, CONSISTORY CHAMBER and CHURCH COUNCIL CHAMBER is a design by P.H. van Lonkhuyzen from 1932.
- Of architectural historical value as a well-preserved example of a Reformed church in the spirit of the Amsterdam School. This applies to the main form, as well as to the facade layout and most details, such as the portals, the windows, the stained glass, the finish of the facades and various components of the original interior. The church is built on a traditional ground plan and also draws on building forms rooted in tradition. However, the proportions, the form of the timber vaulting and the stained glass in matching geometric motifs are particularly characteristic of the construction period.
- Of urban planning value because of the distinctive location, whereby the building mass plays a role in the appearance of both the canal belt and Stationslaan.
Nearby in the register
- Villa FrisiaWerk-woonhuisunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Smeepoortenbrink bij 4Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Woonhuis, Smeepoortenbrink 10Woonhuisunder 1 mi
- Waarnemingspost, Smeepoortenbrink bij 4Waarnemingspostunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.