Rijksmonumentenregister · Netherlands
Villa Frisia
Harderwijk, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Werk-woonhuis
- Function
- Kantoorwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1904
- Address
- Friesegracht 75, 3841 GP Harderwijk
- Place
- Harderwijk
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.34658, 5.61805
- Monument number
- 523676
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLA Frisia, met ijzeren TUINHEK op de hoek van de Frisialaan gelegen, in overgangsarchitectuur opgetrokken naar ontwerp uit 1904 van de Harderwijkse architect D. Kok Jz. De villa ligt markant tegenover de stadsgracht.
Het pand is gebouwd als deurwaarderswoning. Deze functie heeft het voor twee deurwaarders vervuld, daarna is het dokterswoning en -praktijk geworden. Het pand bestaat uit een diep bouwdeel links, van twee bouwlagen onder zadeldak, rechts een dwars geplaatst eenlaags bouwdeel onder aangekapt zadeldak, rechts vóór uitgebouwd tot torentje van twee bouwlagen met spits. De ingang, achter een houten portiek, bevindt zich in het wat terugliggende rechter bouwdeel, in de oksel tegen de diepe vleugel. Tegen de achtergevel van het diepe bouwdeel werd een waranda opgetrokken met balkon en balkonhekje, rond 1920 vervangen door een iets grotere serre. De oorspronkelijk vrijstaande garage rechts stamt vermoedelijk uit de dertiger jaren en werd in 1952 in bijpassende stijl door een dwars eenlaags tussenlid met de villa verbonden. Het toen nog zeer diepe perceel is nu ingekort.
Omschrijving
De dakschilden dragen rode geglazuurde kruispannen, de ingezwenkte torenspits dito daktegels. De vergangsarchitectuur toont duidelijk invloed van de chaletstijl in de geveltop, het rijk gesneden portiek en het torenfries. In de segmentbogen boven de vensters zijn profielstenen met een kraal toegepast. De loodslabben zijn geknipt en om en om tot staafjes omgekruld. De bovenlichten van de schuiframen zijn voorzien van kathedraalglas en hebben een bijzondere roedeverdeling: boven de liggende roede is het aantal ruitjes verdubbeld ten opzichte van er onder. De gevels, uitgevoerd met gesneden voegen, hebben sierankers in 17de-eeuwse vorm. Bij het linker bouwdeel wordt met rode verblendsteen bovenaan een fries gesuggereerd, ook voor de afzaten zijn verblendstenen toegepast. Het trasraam wordt afgesloten met een rollaag in rode verblendsteen.
De voorgevel van het linker bouwdeel heeft twee smalle vensters voor de begane grond, gescheiden door een smalle penant, waarvan de boogvelden gekoppeld worden door een segmentboog, waaronder de naam "FRISIA". De verdieping heeft twee smalle ramen, gekoppeld onder een segmentboog, de zolder twee kleine vensters in de topgevel. Het overstek van het dak rust op rijk gesneden schoren. Als bekroning was oorspronkelijk een makelaar met doorgetrokken windveren voorzien. Het lage rechter bouwdeel bevat links de ingang, waarnaast zijlichten. De voordeur is een paneeldeur met een gebogen roede en een gesmeed deurrooster voor het deurvenster, eveneens in Jugendstilvorm. De ruiten van het deurraam en de zijlichten zijn gesierd met een leliemotief. Het wit geschilderde portiek is opmerkelijk. De vormgeving is bepaald door het gebruik van een rondstaafmotief, deels met ingesneden groeven, deels voorzien van forse ringen. De twee openingen aan de voorzijde en de ene aan de rechterzijde hebben een rondboog, die rust op de horizontale staven. De beplanking hierboven is voorzien van vertikale groeven, die een verdeling in planken suggereren. Het bordes is uitgevoerd in terazzo-werk, afgezet met hardstenen banden.
Rechts van de ingang bevinden zich twee schuifvensters, waarvan het rechter in de tot toren uitgebouwde travee is geplaatst. Het met een piron bekroonde torentje ten opzichte van de rechter zijgevel, iets risalerend. De verdiepingsvensters sluiten aan op de zolder. De rechter zijgevel heeft voor de zolder een keperboogvenster met zijlichten, als zodanig een variant van het Venetiaans venster. De twee begane-grondvensters zijn conform die van de voorgevel. Het hoge dak, links, heeft rechts twee forse schoorstenen en een dakkapel onder een lessenaarsdakje. Het rechter schild is doorgetrokken, met, verborgen in de aansluiting met het voorschild van het dwars hierop geplaatste dak, een tweelichts zoldervenster. De voor een hoekwoning betrekkelijk eenvoudige linker gevel heeft, naar twee schuiframen per bouwlaag, een erkerachtig balkon onder het doorgetrokken linker dakschild. Invloed van de Jugendstil is herkenbaar in de gebogen roeden van de balkondeuren. Tegen de achtergevel staat een rond 1920 tot serre verbouwde waranda, met glas in lood in de bovenlichten. De openslaande deuren erboven hebben een gebogen roede. De, van achter uit gezien, links hiervan geplaatste keuken en bijkeuken hebben een plat dak, waarboven een deel van de achtergevel in de vorm van een halve topgevel terug ligt: het dakschild van het hoge bouwdeel is hierover doorgetrokken.
De plattegrond van het INTERIEUR is opgebouwd rond de L-vormige gang: vanaf de ingang loopt deze, via een vestibule met gaaf bewaarde glaswand, naar achter en bevat in dit deel de trap naar boven, met links twee kamers, oorspronkelijk en suite, om vervolgens naar rechts te draaien. Links liggen twee vertekken: oorspronkelijk de kleine spreekkamer en het kantoor van de deurwaarder. Aan de achterzijde sluiten hierop de keuken en bijkeuken onder plat dak aan.
Het interieur heeft tal van oorspronkelijke details bewaard, zoals de stucplafonds in de beide kamers links en het kantoor, de paneeldeuren met deurklink en omlijsting. Op de overloop boven is rond het trapgat de houten trapleuning bewaard, terwijl die langs de trap zelf verdwenen is. De balkondeur op deze overloop bevat geëtst glas. In het kantoor is de boezem van de schouw nu verborgen in een kastenwand. De zolder van het rechter deel is ingedeeld in kamers, die niet geheel corresponderen met de vensters zodat slechts het middenraam en linker zijlicht van het drielicht van de rechter zijgevel in de torenkamer uitkomen. De linker muur van de toren wordt in deze ruimte opgevangen op consoles.
De garage rechts-achter met schilddak loodrecht op de straat, met deels vernieuwde, soortgelijke pannen, is vermoedelijk in de dertiger jaren van de 20ste eeuw bijgebouwd en stond oorspronkelijk vrij.
In 1956 is de garage aan het huis gekoppeld door een aanbouw onder dak evenwijdig aan de straat. Dit tussenlid werd gebouwd als uitbreiding van de dokterswoning als wachtkamer. De patiënten-entree en een laboratoriumruimte werden ook hierin geplaatst.
De tuin wordt afgesloten door een eenvoudig, traditioneel vormgegeven ijzeren spijlenhek.
Waardering
De VILLA Frisia, met aanbouwen en TUINHEK, is van architectuurhistorisch belang als gaaf bewaard voorbeeld van villabouw uit 1904 in overgangsarchitectuur, met in de rijke details vooral invloed van de chaletstijl; de aanbouwen zijn van belang als onderdelen van de ontwikkeling van de villa.
Tevens is het pand van stedenbouwkundig belang door de markante ligging op een hoek, nabij de stadsgracht, waardoor het villa-karakter van de wijk benadrukt wordt.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA Frisia, with an iron GARDEN GATE at the corner of the Frisialaan, built in transitional architecture according to a 1904 design by the Harderwijk architect D. Kok Jz. The villa stands prominently opposite the city moat.
The building was constructed as a bailiff's residence. This function was served for two bailiffs, after which it became a doctor's residence and practice. The building consists of a deep component on the left, of two storeys under a gabled roof, on the right a transversely placed single-storey component under an adjoining gabled roof, extended on the right front to a tower of two storeys with a spire. The entrance, behind a wooden porch, is located in the somewhat recessed right component, in the angle against the deep wing. Against the rear facade of the deep component a veranda was constructed with a balcony and balcony railing, around 1920 replaced by a slightly larger conservatory. The originally free-standing garage on the right presumably dates from the 1930s and was connected to the villa in 1952 by a transverse single-storey link in matching style. The then still very deep plot has since been shortened.
Description
The roof tiles are covered with red glazed pantiles, the curved tower spire likewise with roof tiles. The transitional architecture clearly shows influence from chalet style in the gable top, the richly carved porch and the tower frieze. In the segmental arches above the windows moulded stones with a bead have been applied. The lead slabs are cut and alternately curled into rods. The fanlights of the sash windows are furnished with cathedral glass and have a special glazing bars arrangement: above the horizontal glazing bar the number of panes is doubled compared to below. The facades, executed with cut joints, have ornamental wall anchors in 17th-century form. On the left component, red facing brick at the top suggests a frieze, facing bricks have also been applied for the set-offs. The ash window is closed with a course in red facing brick.
The front facade of the left component has two narrow windows for the ground floor, separated by a narrow pier, whose spandrels are coupled by a segmental arch, beneath which the name "FRISIA" appears. The first floor has two narrow windows, coupled under a segmental arch, the attic floor two small windows in the top gable. The overhang of the roof rests on richly carved brackets. As a crown, a weathervane with extended tail feathers was originally provided. The low right component contains the entrance on the left, beside which are side lights. The front door is a panelled door with a curved glazing bar and a wrought iron door grille for the door window, likewise in Jugendstil form. The panes of the door window and side lights are decorated with a lily motif. The white-painted porch is remarkable. The design is determined by the use of a round-staff motif, partly with incised grooves, partly furnished with substantial rings. The two openings on the front and one on the right side have a round arch, which rests on the horizontal staffs. The boarding above is furnished with vertical grooves, suggesting a division into planks. The step is executed in terrazzo work, trimmed with hardstone bands.
To the right of the entrance are two sash windows, the right one placed in the bay extended to tower form. The tower topped with a weathercock, relative to the right side facade, slightly projecting. The first-floor windows align with the attic floor. The right side facade has for the attic floor a herringbone arch window with side lights, as such a variant of the Venetian window. The two ground-floor windows conform to those of the front facade. The high roof, on the left, has on the right two substantial chimneys and a roof dormer under a single-slope roof. The right slope is carried through, with, concealed in the junction with the front slope of the transversely positioned roof, a two-light attic window. The left facade, for a corner property relatively simple, has, with two sash windows per storey, a bay-like balcony under the carried-through left roof slope. Influence of Jugendstil is recognisable in the curved glazing bars of the balcony doors. Against the rear facade stands a veranda converted around 1920 into a conservatory, with leaded glass in the fanlights. The French doors above have a curved glazing bar. The kitchen and scullery, placed to the left thereof when viewed from the rear, have a flat roof, above which part of the rear facade lies back in the form of a half gable: the roof slope of the high component is carried through over this.
The floor plan of the INTERIOR is built around an L-shaped corridor: from the entrance this runs, via a vestibule with a well-preserved glass wall, to the rear and contains in this section the stair to the upper floor, with on the left two rooms, originally en suite, then turning to the right. On the left are two apartments: originally the small consulting room and office of the bailiff. At the rear these are adjoined by the kitchen and scullery under flat roof.
The interior has retained many original details, such as the plaster ceilings in both rooms on the left and the office, the panelled doors with door handles and frames. On the landing above, the wooden stair rail is preserved around the stairwell, while that along the stair itself has disappeared. The balcony door on this landing contains etched glass. In the office the chimney breast is now hidden in a cupboard wall. The attic of the right part is divided into rooms, which do not entirely correspond with the windows so that only the middle light and left side light of the three-light of the right side facade open into the tower room. The left wall of the tower is carried in this space on consoles.
The garage to the right rear with a hipped roof perpendicular to the street, with partly renewed, similar tiles, was presumably added in the 1930s and originally stood free-standing.
In 1956 the garage was linked to the house by an extension under roof parallel to the street. This link was built as an extension of the doctor's residence as a waiting room. The patient entrance and a laboratory space were also placed in it.
The garden is enclosed by a simple, traditionally designed iron railing fence.
Valuation
The VILLA Frisia, with extensions and GARDEN GATE, is of architectural-historical importance as a well-preserved example of villa construction from 1904 in transitional architecture, with influence of chalet style evident especially in the rich details; the extensions are of importance as components of the villa's development.
Furthermore, the building is of urban planning importance because of its prominent corner location, near the city moat, which emphasises the villa character of the neighbourhood.
Nearby in the register
- Kerk, Stationslaan 136Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Smeepoortenbrink bij 4Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Woonhuis, Smeepoortenbrink 32Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Smeepoortenbrink 10Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.