TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Van Citters II

Niftrik, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gemaal
Function
Gemaal(M3)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1850
Address
Maasbandijk 2, 6606 KB Niftrik (Wijchen 25)
Place
Niftrik
Municipality
Wijchen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.79418, 5.70258
Monument number
523604

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

5 historical maps cover this location, the earliest the 1843 map "Netherlands, Belgium." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het GEMAAL "Van Citters II" is in 1926 binnendijks gebouwd bij de UITWATERINGSSLUIS "Balgoijse Sluis". Het gemaal en de sluis vormen een functionele eenheid. Deze uit het midden van de 19de eeuw daterende sluis vormt de verbinding tussen de Balgoijse Wetering (1.750 ha.) en de Maas. Met de bouw van het gemaal is het mogelijk geworden om het water ook te lozen wanneer de waterstand van de Maas hoger is dan in de wetering. Het gemaal bevindt zich ongeveer halverwege de dorpskernen Niftrik en Balgoij en staat aan de slingerende Maasbandijk bij een voormalige rivierbocht, thans Oude Maas. De Oude Maas is een dode arm die in 1937 is ontstaan als gevolg van de kanalisatiewerkzaamheden van de Maas. De opgehoogde uiterwaard is thans in gebruik als industrieterrein. De eerste plannen van het polderdistrict voor (stoom)gemalen op de Balgoijse en Niftrikse sluizen werden in 1913 uitgewerkt door het ingenieursbureau Van Hasselt en De Koning en pas in 1926 uitgevoerd. Mede door invloed van het provinciale bestuur, dat graag het gebruik van elektriciteit op het platteland wilde stimuleren, werd besloten door elektromotoren aangedreven pompen in te zetten. Hierdoor kon tevens volstaan worden met veel kleinere gebouwen dan voorheen bij stoomgemalen het geval was geweest. De officiële opening van beide gemalen door de oud-commissaris van de koningin in Gelderland jhr. S. van Citters vond plaats in 1929, hetzelfde jaar waarin het beheer van de gemalen overging op de dijkstoel van het Rijk van Nijmegen. In de jaren vijftig zijn de motoren en waarschijnlijk ook de pompen vernieuwd (zelfde systeem en fabrikaat als oude exemplaren). De automatische krooshekreiniger is later toegevoegd en valt buiten de bescherming.

Omschrijving

Het GEMAAL bestaat uit een in het dijklichaam opgenomen onderbouw van wit geschilderd beton en een boven het dijkniveau opgetrokken bovenbouw van baksteen. De bovenbouw heeft één bouwlaag en een zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan de dijk. De nokuiteinden worden gemarkeerd door gemetselde schoorstenen. Het dak is gedekt met rode Hollandse pannen en watert af via zinken mastgoten. De hoge bouwlaag onder het zadeldak doet dienst als machinekamer. Onder de machinekamer ligt de betonnen pompkelder. Over de volle breedte van de hoofdbouw bevindt zich aan de rivierzijde een lagere uitbouw met plat dak (kantoortje en transformatorruimte). De bakstenen GEVELS van de bovenbouw zijn in kruisverband gemetseld. De uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door rollagen. De ingang van het gemaal bevindt zich in de korte gevel aan de stroomopwaartse zijde. Beide korte zijden hebben in het midden van de geveltop een zesruits venster. In de lange gevel aan de rivierzijde bevindt zich direct onder de dakgoot een gecementeerd veld met het opschrift: "VAN CITTERS II". Dit veld wordt aan weerszijden geflankeerd door een wit steentje met de opschriften: "ANNO" en "1926". De platgedekte uitbouw heeft ter plaatse van het kantoortje een zesruits schuifraam met luiken. De naastgelegen transformatorruimte wordt verlicht door enkele glazen bouwstenen en is bereikbaar via een deur in de korte zijde. De lange gevel aan de polderzijde heeft in de bovenbouw drie hoge achtruits vensters. Het middelste venster heeft een schuivend onderraam. Boven de vensters bevindt zich een wit geschilderde betonnen band (ter hoogte van de loopkat in het interieur). De onderbouw biedt plaats aan één kleine doorlaat voor de natuurlijke lozing (niet meer in gebruik) en twee grote doorlaten met metalen krooshek voor de kunstmatige lozing. Vanuit de pompkelder openen een stalen dubbele deur en een venster met twee zesruits draairamen op het bordes dat boven de doorlaten is aangelegd. De betonnen onderbouw heeft aan de rivierzijde twee uitlaten die kunnen worden afgesloten door verticaal schuivende metalen hefdeuren. Elke deur wordt vanaf het bovenliggende betonnen bordes bediend door een heugel met draairad.

De RUIMTELIJKE INDELING van de hoofdbouw bestaat uit een pompkelder met toilet en een machinekamer met open zolder (beschoten kap met twee nokstijlspanten). In de uitbouw met plat dak zijn een kantoorruimte en een transformatorruimte ondergebracht. In de machinekamer staan één kleine en één grote elektromotor opgesteld van de firma Brooks (Huddersfield England). Deze motoren drijven via een verticale as één kleine en één grote gesloten schroefpomp aan. Deze in de pompkelder opgestelde pompen van de firma Pannevis hebben een capaciteit van respectievelijk 69,3 en 106,5 kubieke meter per minuut. De motoren kunnen worden opgetakeld door een loopkat (machinefabriek Pannevis Utrecht).

De in de Maasbandijk opgenomen SLUIS heeft halverwege de doorgang een dubbele naar de rivier draaiende stalen deur (oorspronkelijk houten exemplaren) onder een gedrukt tongewelf. De bakstenen vleugel- en frontmuren zijn in kruisverband gemetseld. In de vleugelmuren aan de rivierzijde bevinden zich sleuven voor het inlaten van schotbalken. Boven de doorgang is tegen de frontmuur een "Rijkspeilschaal boven AP" bevestigd.

Waardering

GEMAAL "Van Citters II" en Balgoijse UITWATERINGSSLUIS.

- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf voorbeeld in in- en exterieur van een zorgvuldig vormgegeven en functioneel opgezet gemaal uit 1926, waarbij opvalt dat de zichtbare bovenbouw in hoofdvorm en materiaalgebruik aansluit bij de landelijke architectuur en aldus de moderne techniek verhult. De relatief kleine behuizing en de geïntegreerde transformatorruimte verwijzen naar de destijds moderne energiebron elektriciteit waarmee het gemaal wordt aangedreven. Het object is van belang wegens de functionele samenhang tussen de samenstellende onderdelen, namelijk de 19de eeuwse uitwateringssluis en het later toegevoegde gemaal.

- Van stedenbouwkundige waarde wegens de situering van het object, verbonden met de inrichting en ontwikkeling van de polder en de waterhuishouding van de onbetrouwbare regenrivier de Maas. Het gebouwde object is als menselijke ingreep van belang in historisch-ruimtelijke relatie met de wegen, wateren en bodemgesteldheid ter plaatse. Het geïsoleerd gesitueerde gemaal speelt een beeldbepalende rol in het landschappelijk gebied op de grens van polder en rivier. - Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en technische ontwikkeling; in casu het controleren van de waterhuishouding in een aan de Maas grenzende polder, aanvankelijk middels een uitwateringssluis en sedert 1926 met een toegevoegd gemaal op elektriciteitskracht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The PUMPING STATION "Van Citters II" was built in 1926 on the inner side of the dike near the OUTFALL SLUICE "Balgoijse Sluis". The pumping station and the sluice form a functional unit. This sluice, dating from the mid-19th century, forms the connection between the Balgoijse Wetering (1,750 ha.) and the Maas. With the construction of the pumping station it became possible to discharge water even when the water level of the Maas is higher than in the wetering. The pumping station is located approximately halfway between the village centres of Niftrik and Balgoij and stands on the winding Maasbandijk near a former river bend, now the Oude Maas. The Oude Maas is a dead arm that was created in 1937 as a result of the canalisation works on the Maas. The raised floodplain is now used as an industrial area. The first plans of the polder district for (steam) pumping stations on the Balgoijse and Niftrikse sluices were drawn up in 1913 by the engineering firm Van Hasselt and De Koning and only executed in 1926. Partly through the influence of the provincial government, which wished to encourage the use of electricity in the countryside, it was decided to use electric motors to drive pumps. This also made it possible to build much smaller buildings than had previously been the case with steam pumping stations. The official opening of both pumping stations by the former royal commissioner of Gelderland, jhr. S. van Citters took place in 1929, the same year in which the management of the pumping stations passed to the dike board of the Rijk van Nijmegen. In the fifties the motors and probably also the pumps were renewed (same system and make as the old examples). The automatic screen cleaner was added later and falls outside the protection.

Description

The PUMPING STATION consists of a substructure of white-painted concrete incorporated in the dike body and a superstructure of brick built above dike level. The superstructure has one storey and a gabled roof with the ridge line parallel to the dike. The roof ridge ends are marked by brick chimneys. The roof is covered with red Dutch tiles and drains via zinc gutters. The high storey under the gabled roof serves as a machine room. Below the machine room lies the concrete pump chamber. Across the full width of the main building there is on the riverside side a lower extension with a flat roof (office and transformer room). The brick FACADES of the superstructure are laid in English bond. The recessed wall openings are closed off by roller shutters. The entrance to the pumping station is located in the short gable at the upstream side. Both short sides have a six-pane window in the centre of the gable top. In the long facade on the riverside there is directly beneath the roof eave a cemented field with the inscription: "VAN CITTERS II". This field is flanked on both sides by a white stone with the inscriptions: "ANNO" and "1926". The flat-roofed extension has a six-pane sash window with shutters at the office location. The adjacent transformer room is lit by some glass bricks and is accessible via a door in the short side. The long facade on the polder side has three tall rear-pane windows in the superstructure. The middle window has a sliding bottom pane. Above the windows is a white-painted concrete band (at the height of the walkway in the interior). The substructure provides space for one small opening for natural discharge (no longer in use) and two large openings with metal screens for artificial discharge. From the pump chamber a steel double door and a window with two six-pane casements open onto the platform constructed above the openings. The concrete substructure has on the riverside two outlets that can be closed off by vertically sliding metal lift gates. Each gate is operated from the concrete platform above by a lever with a handwheel.

The SPATIAL LAYOUT of the main building consists of a pump chamber with toilet and a machine room with open attic (boarded roof with two principal rafter trusses). In the extension with flat roof an office space and a transformer room are housed. In the machine room two electric motors by the firm Brooks (Huddersfield England) are installed. These motors drive via a vertical shaft one small and one large sealed screw pump. These pumps installed in the pump chamber by the firm Pannevis have a capacity of 69.3 and 106.5 cubic metres per minute respectively. The motors can be lifted by a hoist (Pannevis engineering works Utrecht).

The SLUICE incorporated in the Maasbandijk has a double steel door swinging towards the river (originally wooden examples) midway through the passage under a depressed barrel vault. The brick wing and front walls are laid in English bond. In the wing walls on the riverside side there are slots for inserting stop planks. Above the passage a "State water gauge above Amsterdam Ordnance Datum" is mounted against the front wall.

Valuation

PUMPING STATION "Van Citters II" and Balgoijse OUTFALL SLUICE.

- Of architectural historical value as a typologically good and sound example in interior and exterior of a carefully designed and functionally planned pumping station from 1926, notable in that the visible superstructure in its main form and choice of materials is consistent with rural architecture and thus conceals the modern technology. The relatively small building and the integrated transformer room refer to the electricity supply, then a modern energy source, which drives the pumping station. The object is of importance because of the functional connection between its component parts, namely the 19th-century outfall sluice and the later added pumping station.

- Of urban planning value because of the siting of the object, connected with the development and planning of the polder and the water management of the unreliable rain-fed river Maas. The built object is important as a human intervention in historical-spatial relationship with the roads, waterways and soil conditions of the location. The isolated pumping station plays an image-defining role in the landscape area on the boundary between polder and river. - Of cultural-historical value as a particular expression of a landscape and technical development; in this case the control of water management in a polder bordering the Maas, initially by means of an outfall sluice and since 1926 with an added electrically-powered pumping station.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map