TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Leessink

Winterswijk Ratum, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1900
Address
Ratumseweg 42, 7106 CH Winterswijk Ratum (Winterswijk 25)
Place
Winterswijk Ratum
Municipality
Winterswijk
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.97675, 6.81967
Part of complex
523447
Monument number
523448

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "41 Aalten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel A

BOERDERIJ van het type hallehuis, opgetrokken op een langgerekte, rechthoekige plattegrond. Het pand telt twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een deels met betonpannen en deels met gesmoorde Hollandse pannen gedekt zadeldak dat tot de eerste bouwlaag is doorgetrokken. In het dak bevinden zich drie gemetselde schoorstenen. Aan voor- en achtergevel lopen witgeschilderde windveren en de afwatering vindt plaats via vernieuwde goten. De gevels bezitten een gepleisterde plint en zijn opgetrokken in rode baksteen in kruisverband. De muuropeningen worden aan de bovenzijde afgesloten door een gemetselde segmentboog, voorzien van sluit- en geboortestenen in Bentheimer zandsteen versierd met diamantkoppen. De boogtrommels zijn gevuld met pleisterwerk waarin een gepolychromeerd, floraal motief is aangebracht. Onder de vensters bevinden zich hardstenen lekdorpels. In de gevels is overwegend het T-schuifvenster toegepast. De meeste vensters in de eerste bouwlaag zijn voorzien van groen geschilderde, opgeklampte luiken. Tussen de segmentbogen van de vensters bevinden zich smeedijzeren muurankers. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt vijf vensterassen tussen gepleisterde hoekpilasters met schijnvoegen. Op de verdiepingscheiding is een hardstenen cordonlijst aangebracht. De puntgevel wordt omzoomd door een uitgemetseld, klimmend rondboogfries, dat in de top eindigt in een acoladeboog. De voordeur ligt in een segmentboogvormig portiek in het midden van de gevel en bezit thans een enkelruits bovenlicht. De oorspronkelijke, dubbele paneeldeuren zijn geornamenteerd met diamantkoppen en gietijzeren roosters voor de vensters. Op het deurkalf is een bloktandfries aangebracht. Ter weerszijden van het portiek bevinden zich twee T-schuifvensters zoals reeds beschreven. Ter plaatste van de zolder bevinden zich drie T-schuifvensters en in de top van de gevel onder de accoladeboog bevindt zich een gecombineerd kozijn, bestaande uit een klein T-schuifvenster geflankeerd door lagere enkelruits zijvensters. De RECHTER ZIJGEVEL bezit ter plaatste van het voorhuis twee schuifvensters zoals beschreven en twee deels vernieuwde vensters. Rechts hiervan bevindt zich een vernieuwde deur onder een enkelruits bovenlicht. Rechts hiervan bevindt zich een niet-oorspronkelijk, gekoppeld venster. Het bedrijfsgedeelte telt drie assen, met onder korfbogen drie opgeklampte staldeuren, waarvan er twee zijn voorzien van ruitvormige kijkraampjes. De korfbogen zijn voorzien van gepleisterde boogstenen. Hoger in de gevel zijn drie halve, ijzeren meerruits stalraampjes geplaatst. De LINKER ZIJGEVEL omvat ter plaatse van het woonhuis vier ongelijke vensterassen. Geheel rechts bevinden zich twee T-schuifvensters zoals beschreven. Links hiervan bevinden zich boven elkaar de vensters van kelder en opkamer; een klein vierruits venster en een vierruits schuifvenster (2(2+2). Geheel links bevindt zich nog een klein, laag geplaats vierruits venster, dat is voorzien van opgeklampte luiken.

Tegen de linker zijgevel is de SCHUUR aangebouwd, gedekt door een zadeldak dat deels is belegd met gesmoorde en deels met rode Hollandse pannen. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in kruisverband en voorzien van een gecementeerde plint en gepleisterde hoekpilasters zonder schijnvoegen. De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt in de eerste bouwlaag vier assen, met in de eerste, derde en vierde as schuifvensters (2(3+2)). In de tweede as bevindt zich een opgeklampte deur met tweeruits bovenlicht. In de top van de gevels bevindt zich een zesruits venster omgeven door drie ijzeren roosvensters. Langs de dakrand loopt een uitgemetseld fries. De LINKER ZIJGEVEL van het nevenhuis heeft rechts een 12-ruits schuifvenster (3(3+1)) en een opgeklampte deur met tweeruits bovenlicht, beide onder een segmentboog met gepleisterde boogstenen. Links hiervan bevinden zich drie assen met een serie halve, ijzeren stalraampjes met hierboven kleine ijzeren roosvensters. De ACHTERGEVELS van nevenschuur en boerderij zijn beiden voorzien van gepleisterde hoekpilasters. De geveltoppen zijn beschoten met houten planken. De linker geveltop heeft een laadluik. Op de overgang tussen gevel en beschieting is een kwartrol gemetseld. Centraal in beide gevels bevinden zich, vermoedelijk in de jaren vijftig vernieuwde, opgeklampte deeldeuren. Deze bevinden zich onder rondbogen met gepleisterde boogstenen. Links is in de sluitsteen het jaartal `1857' aangebracht, alsmede de initialen `I.W.R/J.E.H'.In de linker deeldeuren zijn bovenin vier meerruits vensters aangebracht. De deuren rechts worden geflankeerd door smalle rondboogvormige ramen en ronde roosramen. Ter weerszijden van de linker deeldeuren bevinden zich twee staande, meerruits ijzeren vensters, onder rondboog met gepleisterde geboorte- en sluitstenen. De twee opgeklampte staldeuren zijn ook onder een rondboog met gepleisterde boogstenen geplaatst.

De indeling van het INTERIEUR van de boerderij is vrijwel volledig in tact en bestaat uit een woongedeelte met een middengang, twee voornaam ingerichte woonvertrekken, een traditionele woonkeuken met voormalige bedsteden en een kelder met opkamer. Op de verdieping bevinden zich een aantal zeer eenvoudige slaapvertrekken. Het nevenhuis is door middel van een gang verbonden met het bedrijfsgedeelte van de boerderij, dat uit een middenlangsdeel met stallen bestaat, in de oorspronkelijke situatie links koestalen en rechts paardestallen en stallen voor jongvee. Ook zijn de hooizolders boven de deel en boven het nevenhuis met elkaar verbonden. Het nevenhuis zelf bestaat thans uit een grote onverdeelde ruimte en bevatte oorspronkelijk varkensstallen. Het woonhuis bevat nog vele waardevolle interieurelementen, zoals in de woonkeuken een betegelde schouw en gehoute paneeldeuren naar de voormalige bedsteden. De middengang is belegd met vloertegels met geometrische motieven en bezit een tochtdeur gevuld met gekleurd- en mousselineglas. De beide voorkamers zijn nog volledig in oorspronkelijke staat met houten vloeren en balkenplafonds. De houten schoorsteenmantels in de voorkamers zijn versierd met Neo-Renaissance elementen en hebben gepleisterde boezems voorzien van pilaster-motieven. De vensters zijn voorzien van vensterbanken op houten consoles.

Waardering

BOERDERIJ (complexonderdeel A) gebouwd omstreeks 1900

-Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een grote boerderij van het type hallehuis met aangebouwde schuur, gebouwd omstreeks 1900. De boerderij valt op vanwege de grootte van de hoofdvorm en de bijzondere gevelbehandeling. Het interieur is nog vrijwel volledig in tact en bezit zeer waardevolle onderdelen die typerend zijn voor de tijd en streek.

-Van stedenbouwkundige waarde als hoofdonderdeel van het complex dat verder nog bestaat uit een schuur. Het hoofdgebouw heeft een belangrijke beeldbepalende rol in het landschap.

-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming van de boerderij als scholteboerderij, die is verbonden met de sociaal-economische en agrarische ontwikkeling van Winterswijk en daarmee een representatief onderdeel van het landelijke leven in Nederland.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description component A

FARMHOUSE of the hallehuis type, erected on a long, rectangular ground plan. The building has two storeys and an attic storey under a gabled roof partly covered with concrete tiles and partly with smoked Dutch tiles, drawn down to the first storey. In the roof there are three brick chimneys. Whitewashed wind braces run along the front and rear facades, and drainage is carried out via renewed gutters. The facades have a plastered plinth and are erected in red brick in English bond. The wall openings are closed at the top by a brick segmental arch, provided with keystone and springstone in Bentheimer sandstone decorated with diamondheads. The arch drums are filled with plasterwork in which a polychromatic, floral motif has been applied. Below the windows there are hardstone drip mouldings. T-sash windows are predominantly used in the facades. Most windows in the first storey are provided with green-painted, cramped shutters. Between the segmental arches of the windows there are wrought-iron wall anchors. The symmetrically arranged FRONT FACADE has five window bays between plastered corner pilasters with false mortar joints. On the storey division a hardstone string course has been applied. The gable top is bordered by an embossed, climbing segmental arch frieze that ends at the top in an ogee arch. The front door is situated in a segmental arch-shaped portico in the middle of the facade and currently has a single-light fanlight. The original, double panel doors are ornamented with diamondheads and cast-iron grilles for the windows. A block-tooth frieze has been applied to the door-head. On either side of the portico there are two T-sash windows as already described. At the attic level there are three T-sash windows and in the top of the facade under the ogee arch there is a combined window frame, consisting of a small T-sash window flanked by lower single-light side windows. The RIGHT SIDE FACADE has, at the location of the front house, two sash windows as described and two partly renewed windows. To the right of this there is a renewed door under a single-light fanlight. To the right of this there is a non-original, coupled window. The business section has three bays, with under segmental arches three cramped stable doors, two of which are provided with diamond-shaped viewing windows. The segmental arches are provided with plastered arch stones. Higher up in the facade, three half, iron multi-light stable windows have been placed. The LEFT SIDE FACADE encompasses, at the location of the dwelling house, four unequal window bays. At the far right there are two T-sash windows as described. To the left of this are windows of the basement and upper room one above the other; a small four-light window and a four-light sash window (2(2+2)). At the far left there is another small, low-placed four-light window, which is provided with cramped shutters.

Against the left side facade the BARN is built on, covered by a gabled roof partly laid with smoked and partly with red Dutch tiles. The facades are erected in red brick, laid in English bond and provided with a cemented plinth and plastered corner pilasters without false mortar joints. The asymmetrically arranged FRONT FACADE has in the first storey four bays, with sash windows in the first, third and fourth bays (2(3+2)). In the second bay there is a cramped door with two-light fanlight. In the top of the facades there is a six-light window surrounded by three iron grille windows. An embossed frieze runs along the roof edge. The LEFT SIDE FACADE of the annexed building has on the right a 12-light sash window (3(3+1)) and a cramped door with two-light fanlight, both under a segmental arch with plastered arch stones. To the left of this there are three bays with a series of half, iron stable windows with small iron grille windows above. The REAR FACADES of the annexed barn and farmhouse are both provided with plastered corner pilasters. The gable tops are boarded with wooden planks. The left gable top has a loading hatch. On the transition between facade and boarding a quarter-round moulding has been laid. Centrally in both facades, presumably renewed in the nineteen fifties, are cramped double doors. These are situated under segmental arches with plastered arch stones. On the left, the year '1857' has been placed in the keystone, as well as the initials 'I.W.R/J.E.H'. In the left double doors, four multi-light windows have been placed in the upper part. The doors on the right are flanked by narrow segmental arch-shaped windows and round grille windows. On either side of the left double doors there are two standing, multi-light iron windows, under segmental arch with plastered springstone and keystone. The two cramped stable doors are also placed under a segmental arch with plastered arch stones.

The interior layout of the FARMHOUSE is almost completely intact and consists of a dwelling section with a central passage, two splendidly furnished living rooms, a traditional living kitchen with former bed alcoves and a basement with upper room. On the first floor there are a number of very simple bedrooms. The annexed building is connected to the business section of the farmhouse by means of a passage, which consists of a central longitudinal section with stables; in the original situation cow stables on the left and horse stables and stalls for young cattle on the right. The hay lofts above the main section and above the annexed building are also connected to each other. The annexed building itself currently consists of a large undivided space and originally contained pig stalls. The dwelling house still contains many valuable interior elements, such as in the living kitchen a tiled chimney breast and wooden panel doors to the former bed alcoves. The central passage is laid with floor tiles with geometric motifs and has a draught door filled with coloured and muslin glass. Both front rooms are still completely in original condition with wooden floors and beamed ceilings. The wooden chimney breasts in the front rooms are decorated with Neo-Renaissance elements and have plastered chimney openings provided with pilaster motifs. The windows are provided with window sills on wooden consoles.

Valuation

FARMHOUSE (complex component A) built around 1900

-Of architectural-historical value as a good and intact example of a large farmhouse of the hallehuis type with an annexed barn, built around 1900. The farmhouse stands out because of the size of the main form and the special facade treatment. The interior is still almost completely intact and contains very valuable components that are typical for the time and region.

-Of urban planning value as the main component of the complex which further consists of a barn. The main building has an important image-determining role in the landscape.

-Of cultural-historical value because of the purpose of the farmhouse as a scholteboerderij, which is connected with the socio-economic and agricultural development of Winterswijk and thus represents a representative part of rural life in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map