Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Martinetsingel 7
Zutphen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898
- Address
- Martinetsingel 7, 7201 DS Zutphen (and others)
- Place
- Zutphen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.13898, 6.19793
- Monument number
- 523412
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONBLOK bestaande uit drie herenhuizen gebouwd in 1898 naar ontwerp van D.J. VAN LOO (1868-1928) aan de noordzijde van de Martinetsingel binnen de bebouwde kom van Zutphen. In 1922 is het hoekpand gesplitst in twee wooneenheden naar ontwerp van W. BILDERBEEK met gebruikmaking van de originele bouwtekening van Van Loo uit 1898. Het woonblok bevindt zich op de hoek van de Martinetsingel en de Drogenapsteeg met aan de oostzijde verdergaande aanleunende bebouwing die niet in aanmerking komt voor rijksbescherming. Het woonblok is gebouwd in overgangsstijl met smeedijzeren balkonhekjes en muurankers in art nouveau/ jugendstil en verblendstenen speklagen als kenmerk van de neorenaissance. De hoekwoning zorgt met zijn samengestelde plattegrond en onregelmatige opbouw voor de asymmetrie binnen het woonblok.
D.J. VAN LOO (1868-1928) kreeg zijn opleiding in de praktijk als aannemer. Vanaf 1908 noemde hij zich architect. Het wooncomplex aan de Martinetsingel is één van zijn vroege werken in de stad Zutphen, naast de koffiebranderij in de Pelikaanstraat en de gesloopte meubelfabriek Van Zeben aan de Boompjeswal.
Omschrijving WOONBLOK bestaande uit twee tussenwoningen en één hoekwoning, die onderdeel uitmaken van de bebouwing aan de noordzijde van de Martinetsingel. De herenhuizen hebben een traditionele tweebeukige plattegrond bestaande uit twee bouwlagen, een kelder en een zolder. Op de begane grond bevindt zich in de brede beuk een kamer en suite met achterliggende serre met links daarvan een smalle beuk. In de smalle beuk bevindt zich de entree, hal en trappartij. Op de eerste verdieping bevindt zich in de brede beuk een tussenkamer tussen de voor- en achterkamer. In de gang bevindt zich een lichtkoker die door de zolderverdieping heen loopt en uitkomt in het platte dak. Ieder herenhuis is volledig onderkelderd met een verdeling in verschillende voorraadkamers afgesloten door latten luiken en deuren. De hoekwoning beslaat een grotere oppervlakte en wijkt in opbouw af van de andere twee herenhuizen vanwege een asymmetrische hoekoplossing. De hoekoplossing bestaat uit een bouwvolume van twee bouwlagen afgesloten door een aangekapt zadeldak met als nokrichting oost-west, geplaatst links van het midden tegen de zijgevel van het woonblok. Links van dit bouwvolume aan de Drogenapsteeg bevindt zich een tweelaags uitbouw met plat dak, rechts hiervan bevindt zich een kwartcirkelvormige invulling van de hoek van negentig graden. De hoek van negentig graden wordt gevormd door de linkerzijgevel van het woonblok en het haaks daarop staande bouwvolume. De kwartcirkelvormige invulling bestaat uit één bouwlaag met plat dak en bakstenen balustrade. Tegen de zijgevel van het woonblok bevindt zich tevens een vierzijdige toren die boven de bakgoot eindigt in een ingesnoerde achtzijdige spits gedekt met leien in maasdekking. De top wordt bekroond door een smeedijzeren windvaan met daarop de bouwdatum '1898'.
De gevels met grijze hardstenen plint, zijn opgetrokken in bruinrode baksteen in kruisverband met een bakstenen waterlijst op de scheiding van de twee bouwlagen. De plint wordt regelmatig onderbroken en verhoogd door een kelderlicht. Ter hoogte van de bovendorpel, wisseldorpel en onderdorpel bevinden zich in de voor- en zijgevel speklagen in gele verblendsteen. In de rechthoekige vensteropeningen met loodstrips bevinden zich voornamelijk B- of T-vensters met drieruits bovenlicht. De vensters worden afgesloten door een strek of een segmentboog met boogtrommel. Voor de ontlastingsbogen is eveneens gebruik gemaakt van gele verblendsteen. De kozijnen zijn voorzien van vellingen en rijke profilering van de middenstijlen met eveneens rijk geprofileerde klossen onder de bakgoot. De gevels eindigen in decoratief bakstenen fries met gebruik van gele verblendsteen. Het fries bevindt zich onder de bakgoot op klossen afgesloten door een samengesteld dak gedekt met rode kruispannen. De wolfseinden worden bekroond door zinken pironnen.
De VOORGEVEL is van links naar rechts te verdelen in de hoekoplossing gevolgd door vijf vensterassen. De vijf vensterassen bestaan uit twee sterk risalerende brede assen uiterst links en rechts die eindigen in een topgevel met achterliggend aangekapt zadeldak. De aangekapte zadeldaken zijn aan de voorzijde met elkaar verbonden door een opgaand voorschild dat overgaat in een plat dak. De brede licht risalerende middenas eindigt in een Vlaamse gevel met achterliggend aangekapt afgewolfd zadeldak aan weerszijden geflankeerd door dakkapellen in het opgaand voorschild. De rijke detaillering van de Vlaamse gevel bestaat uit een houten dakoverstek met geprofileerde windveren en de beëindiging in een zadeldak met wolfseind met op de nok een zinken piron. De kleine dakkapellen worden afgesloten door een aangekapt, zinken schilddak met tweezijdig voorschild. Op het achterliggende platte dak bevinden zich de bakstenen schoorsteenschachten. Het royale dakoverstek van de aangekapte zadeldaken is voorzien van geprofileerde windveren en een gevelbord in de top.
In de brede linkervensteras bevindt zich op de begane grond en de eerste verdieping een driezijdige erker met centraal een schuifraam met drieruits bovenlicht aan weerszijden geflankeerd door schuiframen met tweeruits bovenlicht met onder het middenraam een kelderlicht. De vensters op de begane grond worden afgesloten door een segmentboog met boogtrommel, op de eerste verdieping door een strek. De erker eindigt in een plat middendeel met driehoekige zijschilden gedekt met leien. Aan weerszijden van het platte middendeel bevinden zich bakstenen muurtjes met aan de voorzijde een smeedijzeren hekwerk beinvloedt door de art nouveau/ jugendstil. Een dubbele deur met glasindeling in de geveltop geeft toegang tot dit terras. De as wordt aan weerszijden begrensd door bakstenen uitkragende muurstijlen die overgaan in een klimmend bakstenen fries.
In de brede rechtervensteras bevinden zich op de begane grond twee B-vensters met in dezelfde as twee kelderlichten. Op de eerste verdieping bevindt zich een vernieuwde korfboogvormige raampartij met glas-in-loodramen in de bovenlichten. De openslaande deuren komen uit op een balkon met ijzeren balustrade, ondersteund door drie bakstenen geprofileerde consoles. In de topgevel bevinden zich drie vensteropeningen met tweeruits ramen. De as wordt aan weerszijden begrensd door bakstenen uitkragende muurstijlen die overgaan in een klimmend bakstenen fries.
Op de begane grond van de licht risalerende brede middenas bevindt zich een driezijdige erker met centraal een driestrooksvenster aan weerszijden geflankeerd door een schuifraam met tweeruits bovenlicht. Het driestrooksvenster bestaat uit een schuifraam met drieruits bovenlicht aan weerszijden geflankeerd door een schuifraam met tweeruits bovenlicht. Onder het middenraam bevindt zich een kelderlicht. Het middendeel van de erker wordt afgesloten door een plat dak met zijschilden gedekt met leien. Het platte dak wordt begrensd door een bakstenen balustrade. Op de eerste verdieping bevindt zich in het midden een dubbele balkondeur met glasindeling en drieruits bovenlicht met aan weerszijden een enkelruits raam met bovenlicht. De as eindigt in een Vlaamse gevel met stolpraam.
De brede middenas wordt aan weerszijden geflankeerd door een smalle as met op de begane grond een ingangspartij. De ingangspartij bestaat uit twee hardstenen treden, een geprofileerde paneeldeur met glasindeling met zij- en bovenlichten afgesloten door een segmentboog met boogtrommel. Op de eerste verdieping bevindt zich een schuifraam. Onder de LINKERZIJGEVEL wordt verstaan de hoekoplossing aan de westzijde van het woonblok bestaande uit een tweelaags uitbouw met plat dak haaks geplaatst op het bouwvolume van twee bouwlagen en een zolder afgesloten door een aangekapt zadeldak met als nokrichting oost-west en een kwartcirkelvormige invulling van de hoek van negentig graden. Uiterst links in de rechterzijgevel van de achteraanbouw met plat dak bevindt zich op de begane grond in de uitbouw een vierruits stolpraam afgesloten door een bakstenen borstwering. Op de verdieping bevindt zich een dubbele glazen deur. Deze zijde eindigt in een uitkragend bakstenen fries, geprofileerde klossen en een bakgoot. De tweede vensteras is de topgevel van de tweelaagse aanbouw dat haaks staat op de zijgevel van het woonblok. Uiterst rechts op de begane grond bevindt zich een houten paneeldeur met glasindeling en drieruits bovenlicht. Links van de deur bevinden zich twee gekoppelde schuiframen met drieruits bovenlicht onder één segmentboog. Op de verdieping bevindt zich een T-venster met drieruits bovenlicht met in de afgewolfde geveltop een vierruits stolpraam. Bovenaan wordt de gevel aan weerszijden geflankeerd door uitkragende muurstijlen met op de scheiding van de bouwlagen een bakstenen waterlijst. De linkerzijgevel van deze aanbouw wordt grotendeels in beslag genomen door de tweelaagse aanbouw met plat dak. Op de verdieping bevindt zich een muuropening onder de bakstenen tandlijst, overstek met bakgoot. In de helling van het zadeldak bevindt zich een rechthoekige bakstenen schoorsteenschacht. De begane grond van de rechterzijgevel wordt in beslag genomen door de kwartcirkelvormige invulling met in de ronde gevel twee B-vensters met drieruits bovenlicht. Op de verdieping bevindt zich links een dubbele deur met glasindeling en enkelruits bovenlicht met bovenaan de gevel een gele verblendstenen tandlijst en decoratief verblendstenen fries. In de hoek bevindt zich een driehoekig bakstenen schoorsteenkanaal dat uitmondt in het rechter dakschild van de aanbouw. Rechts bevindt zich een muuropening, een toren met vierkante plattegrond en een ervoor liggend portiek. De toren steekt door het linkerdakschild van het linkerzadeldak in de voorgevel. Op de verdieping bevinden zich in alle drie de zijden van de toren een rechthoekig, enkelruits raam met bovenaan iedere zijde drie gecentreerde enkelruits ramen. Bovenaan de toren is uitkragend metselwerk toegepast met uitlopers naar beneden tot over de verdieping. Het bakstenen portiek is rijk geprofileerd met een balustrade ter afsluiting aan de bovenzijde. Op de begane grond in het portiek bevindt zich de ingangspartij.
De ACHTERGEVEL is te verdelen in vijf vensterassen onder één dak met uiterst rechts de tweelaagse aanbouw met afgewolfd zadeldak met daarvoor de tweelaagse aanbouw met plat dak. Alle muuropeningen worden afgesloten door een segmentboog met boogtrommel met donkerrode speklagen ter hoogte van de boven-, wissel- en onderdorpel. De begane grond van deze vijf vensterassen wordt in beslag genomen door een uitbouw over de gehele breedte. Uiterst links bevindt zich in het verlengde van de kamer en suite een met glas dichtgezette houten serre met centrale dubbele deur met glasindeling en twee gekoppelde drieruits bovenlichten, aan weerszijden geflankeerd door een vaste invulling met drieruits bovenlicht, identiek aan de indeling van de deur. In het verlengde van de hal met trappartij bevindt zich een enkele paneeldeur met drieruits bovenlicht, aan de rechterzijde geflankeerd door een zijraam met bovenlicht, aan de linkerzijde geflankeerd door een bakstenen muur in halfsteens verband met een bovenlicht. De uitbouw wordt afgesloten door een opgaand glazen dakschild en achterliggend plat dak gedekt met zink. Het platte dak wordt over dezelfde breedte afgesloten door een houten balustrade met ijzeren invulling. Op de verdieping bevindt zich tweemaal een dubbele deur met glasindeling en drie-ruits bovenlicht. Op de zolderverdieping bevinden zich twee vierruits stolpramen. Deze indeling herhaalt zich in de derde en de vierde vensteras. De vijfde vensteras is identiek aan de eerste. De vijf vensterassen worden aan de bovenzijde afgesloten door een uitgemetselde band onderbroken door bakstenen muurstijlen aan weerszijden van een vensteras. De gevel eindigt in een horizontale bakgoot op klossen met aan weerszijden schuine zijden van de zijschilden. In de tweelaagse aanbouw met plat dak bevindt zich op de begane grond links een paneeldeur met drieruits bovenlicht met rechts een identiek deur met tweeruits zijraam met bovenlicht. Op de eerste verdieping bevindt zich een vierruits stolpraam. De gevel eindigt in horizontale band van uitkragend metselwerk met vier regelmatig verdeeld platte muurstijlen met daarboven de bakgoot op klossen. Tegen de RECHTERZIJGEVEL bevinden zich de belendende panden. Het INTERIEUR van de herenhuizen is goed bewaard gebleven. In vrijwel alle woningen bevindt zich nog de marmeren schouwpartijen, tochtportalen, marmeren vloer en lambrizering in de hal, paneeldeuren, schuifdeuren, stucplafonds en oorspronkelijke trappartijen met neoclassicistische trappaal. In de panden nr.9 en 11 bevindt zich een houten lichtkoker voor extra lichtinval in de trappartij op de eerste verdieping. In nummer 9 bevinden zich overblijfselen van oorspronkelijk behangpapier. In de drieruits bovenlichten bevindt zich over het algemeen één valraam dat bediend wordt door middel van een katrol systeem.
Waardering
WOONCOMPLEX bestaande uit drie herenhuizen gebouwd in 1898 naar ontwerp van architect/ bouwkundige D.J. VAN LOO aan de noordzijde van de Martinetsingel binnen de bebouwde kom van Zutphen. In 1922 is het hoekpand gewijzigd in twee aparte wooneenheden.
- Van architectuurhistorische waarde als in in- en exterieur gaaf bewaard wooncomplex bestaande uit drie aaneengesloten herenhuizen aan het einde van de negentiende eeuw in overgangsarchitectuur. Binnen het ontwerp van de aannemer/architect D.J. van Loo is een bewuste asymmetrie aangebracht. Van hoge architectuurhistorische gaafheid zijn onder andere geprofileerd houtsnijwerk, loodstrips en vellingen.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de situering van het wooncomplex aan de rand van de stad nabij de beeldbepalende drogenapstoren.
- Van cultuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een gaaf bewaard woonblok uit het einde van de negentiende eeuw representatief voor de ontwikkeling van de gegoede burgerij die zich ging vestigen in herenhuizen aan de rand en langs de uitvalswegen van de stad.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENTIAL BLOCK consisting of three townhouses built in 1898 to the design of D.J. VAN LOO (1868-1928) on the north side of the Martinetsingel within the built-up area of Zutphen. In 1922 the corner property was split into two residential units to the design of W. BILDERBEEK using the original building drawing by Van Loo from 1898. The residential block is situated at the corner of the Martinetsingel and the Drogenapsteeg with adjoining building on the east side that does not qualify for national monument protection. The residential block was built in transitional style with wrought-iron balcony railings and ornamental wall anchors in art nouveau/Jugendstil and headers of facing brick as characteristic of the neo-Renaissance. The corner dwelling, with its complex floor plan and irregular construction, creates asymmetry within the residential block.
D.J. VAN LOO (1868-1928) received his training in practice as a contractor. From 1908 he referred to himself as an architect. The residential complex on the Martinetsingel is one of his early works in the city of Zutphen, alongside the coffee roastery in the Pelikaanstraat and the demolished furniture factory Van Zeben on the Boompjeswal.
Description RESIDENTIAL BLOCK consisting of two semi-detached houses and one corner house, which form part of the building on the north side of the Martinetsingel. The townhouses have a traditional two-aisle floor plan consisting of two storeys, a basement and an attic. On the ground floor, in the wide aisle there is a room en suite with a rear conservatory with a narrow aisle to its left. In the narrow aisle there is the entrance, hall and staircase. On the first floor in the wide aisle there is an intermediate room between the front and rear room. In the corridor there is a light shaft that runs through the attic storey and emerges in the flat roof. Each townhouse is fully cellaraged with a division into various storage rooms closed off by slatted shutters and doors. The corner dwelling occupies a larger area and differs in construction from the other two townhouses because of an asymmetrical corner solution. The corner solution consists of a building volume of two storeys closed off by an attached gabled roof with ridge direction east-west, placed left of centre against the side elevation of the residential block. To the left of this building volume on the Drogenapsteeg there is a two-storey extension with flat roof, to the right of this there is a quarter-circular infill of the ninety-degree corner. The ninety-degree corner is formed by the left side elevation of the residential block and the building volume perpendicular to it. The quarter-circular infill consists of one storey with flat roof and brick balustrade. Against the side elevation of the residential block there is also a four-sided tower that ends above the eaves in a constricted eight-sided spire covered with slate in Maas bond. The top is crowned by a wrought-iron weathervane with the building date '1898' on it.
The elevations with grey sandstone plinth are constructed in reddish-brown brick in cross bond with a brick drip moulding on the division of the two storeys. The plinth is regularly interrupted and raised by a cellar light. At the level of the top lintel, middle lintel and bottom lintel there are headers of yellow facing brick in the front and side elevation. In the rectangular window openings with lead came there are mainly casement or T-windows with three-pane fanlights. The windows are closed off by a lintel or a segmental arch with arch voussoirs. Yellow facing brick was also used for the relieving arches. The frames are provided with bevels and rich moulding of the central mullions with equally richly moulded corbels under the eaves. The elevations end in decorative brick frieze using yellow facing brick. The frieze is located under the eaves on corbels closed off by a composite roof covered with red Spanish tiles. The half-hipped ends are crowned with zinc finials.
The FRONT ELEVATION can be divided from left to right into the corner solution followed by five window bays. The five window bays consist of two strongly projecting wide bays at far left and far right which end in a gable with attached back gabled roof. The attached gabled roofs are connected at the front by a rising front shield that transitions into a flat roof. The wide slightly projecting middle bay ends in a Flemish gable with attached back arched gabled roof on both sides flanked by roof dormers in the rising front shield. The rich detailing of the Flemish gable consists of a wooden eaves overhang with moulded wind braces and termination in a gabled roof with half-hipped end with a zinc finial on the ridge. The small roof dormers are closed off by an attached zinc hipped roof with two-sided front shield. On the attached flat roof are the brick chimney shafts. The generous eaves overhang of the attached gabled roofs is provided with moulded wind braces and a bargeboard at the top.
In the wide left window bay there is on the ground floor and the first floor a three-sided bay window with centrally a sash window with three-pane fanlight flanked on both sides by sash windows with two-pane fanlights with a cellar light beneath the central window. The windows on the ground floor are closed off by a segmental arch with arch voussoirs, on the first floor by a lintel. The bay window ends in a flat central section with triangular side shields covered in slate. On both sides of the flat central section are brick walls with a wrought-iron framework at the front influenced by art nouveau/Jugendstil. A double door with glazing in the gable top provides access to this terrace. The bay is bounded on both sides by brick projecting mullions that transition into a climbing brick frieze.
In the wide right window bay there are on the ground floor two casement windows with two cellar lights in the same bay. On the first floor there is a renewed basket arch-shaped window unit with leaded glass windows in the fanlights. The glazed doors open onto a balcony with iron balustrade, supported by three brick moulded corbels. In the gable there are three window openings with two-pane windows. The bay is bounded on both sides by brick projecting mullions that transition into a climbing brick frieze.
On the ground floor of the slightly projecting wide middle bay there is a three-sided bay window with centrally a three-light window flanked on both sides by a sash window with two-pane fanlight. The three-light window consists of a sash window with three-pane fanlight flanked on both sides by a sash window with two-pane fanlight. Beneath the central window is a cellar light. The central part of the bay window is closed off by a flat roof with side shields covered in slate. The flat roof is bounded by a brick balustrade. On the first floor in the middle is a double glazed balcony door with three-pane fanlight with on both sides a single-pane window with fanlight. The bay ends in a Flemish gable with a sash window.
The wide middle bay is flanked on both sides by a narrow bay with on the ground floor an entrance unit. The entrance unit consists of two sandstone steps, a moulded panel door with glazing with side and fanlights closed off by a segmental arch with arch voussoirs. On the first floor there is a sash window. Under the LEFT SIDE ELEVATION is understood the corner solution on the west side of the residential block consisting of a two-storey extension with flat roof placed perpendicular to the building volume of two storeys and an attic closed off by an attached gabled roof with ridge direction east-west and a quarter-circular infill of the ninety-degree corner. At far left in the right side elevation of the rear extension with flat roof there is on the ground floor in the extension a four-pane sash window closed off by a brick parapet. On the storey there is a double glazed door. This side ends in a projecting brick frieze, moulded corbels and an eaves. The second window bay is the gable of the two-storey extension which stands perpendicular to the side elevation of the residential block. At far right on the ground floor there is a wooden panel door with glazing and three-pane fanlight. To the left of the door are two coupled sash windows with three-pane fanlight under one segmental arch. On the storey there is a T-window with three-pane fanlight with in the arched gable top a four-pane sash window. At the top the elevation is flanked on both sides by projecting mullions with on the division of the storeys a brick drip moulding. The left side elevation of this extension is largely occupied by the two-storey extension with flat roof. On the storey there is a wall opening under the brick tooth course, overhang with eaves. In the slope of the gabled roof there is a rectangular brick chimney shaft. The ground floor of the right side elevation is occupied by the quarter-circular infill with in the curved elevation two casement windows with three-pane fanlights. On the storey there is on the left a double door with glazing and single-pane fanlight with at the top of the elevation a yellow facing brick tooth course and decorative facing brick frieze. In the corner there is a triangular brick chimney flue that opens into the right roof shield of the extension. To the right there is a wall opening, a tower with square floor plan and a portico in front of it. The tower projects through the left roof shield of the left gabled roof in the front elevation. On the storey there are in all three sides of the tower a rectangular, single-pane window with at the top of each side three centred single-pane windows. At the top of the tower projecting brickwork is used with downward extensions to over the storey. The brick portico is richly moulded with a balustrade for closure at the top. On the ground floor in the portico there is the entrance unit.
The REAR ELEVATION can be divided into five window bays under one roof with at far right the two-storey extension with arched gabled roof with in front of it the two-storey extension with flat roof. All wall openings are closed off by a segmental arch with arch voussoirs with dark red headers at the level of the top, middle and bottom lintels. The ground floor of these five window bays is occupied by an extension across the full width. At far left, in line with the room en suite, there is a glazed wooden conservatory with central double door with glazing and two coupled three-pane fanlights, flanked on both sides by a fixed panel with three-pane fanlight, identical to the door arrangement. In line with the hall with staircase there is a single panel door with three-pane fanlight, on the right side flanked by a side window with fanlight, on the left side flanked by a brick wall in half-brick bond with a fanlight. The extension is closed off by a rising glazed roof shield and rear flat roof covered with zinc. The flat roof is closed off across the same width by a wooden balustrade with iron infill. On the storey there are twice a double door with glazing and three-pane fanlight. On the attic storey there are two four-pane sash windows. This arrangement is repeated in the third and fourth window bays. The fifth window bay is identical to the first. The five window bays are closed off at the top by a bonded band interrupted by brick mullions on both sides of a window bay. The elevation ends in a horizontal eaves on corbels with sloped sides of the side shields on both sides. In the two-storey extension with flat roof there is on the ground floor on the left a panel door with three-pane fanlight with on the right an identical door with two-pane side window with fanlight. On the first floor there is a four-pane sash window. The elevation ends in a horizontal band of projecting brickwork with four evenly distributed flat mullions with above it the eaves on corbels. Against the RIGHT SIDE ELEVATION are the adjoining properties. The INTERIOR of the townhouses has been well preserved. In virtually all dwellings there are still the marble fireplaces, draught portals, marble floor and dado panelling in the hall, panel doors, sliding doors, stucco ceilings and original staircases with neoclassical newel. In the properties no. 9 and 11 there is a wooden light shaft for additional light into the staircase on the first floor. In number 9 there are remnants of original wallpaper. In the three-pane fanlights there is generally one sliding sash operated by means of a pulley system.
Valuation
RESIDENTIAL COMPLEX consisting of three townhouses built in 1898 to the design of architect/surveyor D.J. VAN LOO on the north side of the Martinetsingel within the built-up area of Zutphen. In 1922 the corner property was altered into two separate residential units.
- Of architectural historical value as a well-preserved residential complex in interior and exterior consisting of three adjoining townhouses at the end of the nineteenth century in transitional architecture. Within the design of the contractor/architect D.J. van Loo a deliberate asymmetry has been introduced. Of high architectural historical integrity are among other things moulded woodcarving, lead came and bevels.
- Of urban planning value because of the situation of the residential complex at the edge of the city near the image-defining Drogenapstoren.
- Of cultural historical value as a fine example of a well-preserved residential block from the end of the nineteenth century representative of the development of the well-to-do bourgeoisie who settled in townhouses at the edge and along the approach roads of the city.
Nearby in the register
- Fort, vesting en -onderdelen, Drogenapsteeg 1Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Tuin, Drogenapsteeg bij 1Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Woonhuis, Pelikaanstraat 10Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Pelikaanstraat 8Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.