TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

`T Tweel

Terschuur, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1927
Address
Tweelweg 1, 3784 WD Terschuur (Barneveld 25)
Place
Terschuur
Municipality
Barneveld
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.15085, 5.51299
Monument number
523208

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "32 Amersfoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BOERDERIJ 't Tweel' gebouwd naar ontwerp uit 1927 van de architecten E. en F.J. VERSCHUYL uit Hilversum in GOOISE LANDHUISSTIJL. De boerderij ligt omringd door weilanden, landbouwgrond en bospercelen op een voormalig landgoed, destijds het bezit van de familie Kremers uit Hilversum. Het landgoed ligt ten zuiden van het dorp Terschuur en wordt door de Tweelweg ontsloten vanaf de Kallenbroekerweg. Nadat de oorspronkelijke boerderij op het landgoed door brand was verwoest werd opdracht gegeven tot de bouw van de huidige. De bij de brand gespaarde onderdelen werden in het nieuwe ontwerp verwerkt. De boerderij heeft een bijzondere, bijna U-vormige plattegrond onder een doorlopend rieten dak, waarin de verschillende bedrijfsruimten zoals koe- en paardenstallen zijn opgenomen. De hoofdvorm van de boerderij doet denken aan de Amsterdamse School-villa 't Reigersnest' in Oostvoorne van P. Vorkink en J.Ph. Wormser uit 1918-1921, terwijl de detaillering van het gebouw, bijvoorbeeld de meerruitsvensters met onderluiken, eerder aansluit bij voorbeelden uit de Engelse landhuisstijl.

De boerderij verkeert nog grotendeels in oorspronkelijke staat, hoewel het interieur van de voormalige koestal bij de inrichting ervan tot kantoorruimte volledig is gewijzigd. De boerderij wordt thans gedeeltelijk omringd door een recente siertuinaanleg en gedeeltelijk door een erfaanleg. De oorspronkelijke tuinaanleg is niet meer herkenbaar. De overige erfbebouwing valt niet onder de bescherming.

Omschrijving

BOERDERIJ op samengestelde, min of meer U-vormige plattegrond bestaande uit verschillende met elkaar verbonden bedrijfsruimten gedomineerd door een aan de kop van het geheel gesitueerd woonhuis. De BOERDERIJ bestaat achtereenvolgens uit een woonhuis waarop in een schuine hoek een lange koestal aansluit, haaks hierop staat een bouwvolume waarin bergruimte en een paardenstal zijn ondergebracht en in een stompe hoek hiermee staat de oudere hallenschuur waarin zich de varkensstal bevindt. De boerderij is één bouwlaag en een zolderverdieping hoog en wordt overkapt door een samengesteld dak, opgebouwd uit zadeldaken van verschillende hoogten en boven het woonhuis een soort stolpdak. Het dak is grotendeels met riet gedekt en voorzien van rode nokvorsten, rode lekdorpeltegels onder de dakvensters en in baksteen gemetselde schoorstenen. Het grootste deel van de voormalige varkensstal is gedekt door een wolfsdak met rode Hollandse pannen. De gevels bezitten een tot vensterhoogte opgetrokken trasraam en zijn hierboven in halfsteensverband gemetseld in rode baksteen. De hallenschuur en de vleugel met paardenstal zijn ouder en deels opgemetseld in kruisverband. Voor het -veelal zeer brede- houtwerk van vensters, deuren en plantenbakken zijn de kleuren geel en zwart gebruikt. De luiken voor de vensters van het woonhuis zijn in de kleur zwart geschilderd en voorzien van een zandlopermotief in rood op wit. De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL van het voorhuis bestaat uit drie ongelijke bouwdelen en wordt gedomineerd door een risalerende driezijdige dakopbouw boven de ingangspartij en een zware schoorsteen links hiervan. Tegen de rechter gevelhoek bevindt zich een meerruitsvenster met luiken. In de top van het zeer hoge dakschild dat dit gedeelte afsluit bevindt zich een klein driehoekig venster met een karakteristieke diagonale roedeverdeling. Min of meer centraal in de gevel bevindt zich de ingangspartij, overdekt door een ter plaatse van de verdieping driezijdig afgesloten erker onder een rieten kap. De met zwart geschilderde gepotdekselde houten delen beklede erker wordt gedragen door houten stijlen met schoren en bezit een samengesteld kozijn met aan de onderzijde doorlopende bloembakken en erboven drie dubbele vierruitsvensters. De vensters worden van elkaar gescheiden door geprofileerde houten raamstijlen. De entreepartij bezit rechts drie gekoppelde vierruitsvensters met valluiken en links een opgeklampte voordeur. De deur is voorzien van voor de jaren twintig typische, smeedijzeren gehengen. Links van de entreepartij sluit een eenlaagse rechthoekige uitbouw aan, onder een lager, overstekend zadeldak. In de gevel bevinden zich twee vierruits openslaande vensters met luiken. Tussen erker en uitbouw bevindt zich de hoge gemetselde schoorsteen. De RECHTER ZIJGEVEL is ter hoogte van het voorhuis vrijwel symmetrisch ingedeeld. Boven het trasraam verbreedt de gevel zich om daarna weer in te zwenken. In de eerste bouwlaag bevinden zich in het midden twee grote kruisvensters met onderluiken, ingedeeld in twee openslaande vierruitsramen met daarboven een twaalfruitsraam. Links en rechts in de gevel bevindt zich een kleiner vierruitsvenster met luik. Het van een wolfseind voorziene dak heeft een overstek. In het wolfseind bevindt zich een met riet gedekte driehoekige dakkapel met twee vierruitsvensters geflankeerd door twee driehoekige drieruitsramen. De zijgevel van de schuin hierop aansluitende koestal bezit een tamelijk hoog zadeldak waarin zich enkele halfronde dakramen bevinden. In de gevel bevinden zich stalramen. In de LINKER ZIJGEVEL van het voorhuis bevindt zich ter hoogte van de uitbouw een groot kruisvenster zoals beschreven in de rechter zijgevel. In het terugliggende geveldeel links hiervan bevinden zich drie aan elkaar gekoppelde ramen en een samengesteld kozijn, waarin een opgeklampte deur met meerruitszijlichten. Hiernaast bevinden zich ter hoogte van de koestal rechthoekige meerruitsstalraampjes tussen opgeklampte staldeuren. Ter hoogte van de vleugel met paardenstal bevindt zich geheel rechts en links van het midden een opgeklampte staldeur en voorts enkele hooggeplaatste stalramen. De RECHTERZIJGEVEL van de hallenschuur bezit drie opgeklampte staldeuren onder segmentboog afgewisseld met drie getoogde meerruits gietijzeren stalramen. De VOORGEVEL van de hallenschuur bezit dubbele deeldeuren met aan weerszijden een getoogde staldeur. Boven de deeldeuren is in de sluitsteen het jaartal 1846 aangebracht. De ACHTERGEVEL wordt aan de rechterkant schuin ingesneden door de vleugel met paardenstal en machinehok. Links wordt het overstek van het dak ondersteund door een geelgepleisterde latei, waaronder de gevel iets schuin naar binnen loopt. Rechts van het midden zijn deeldeuren geplaatst onder een segmentboog, de linker deeldeur heeft een recente deuropening. Links van deze deur bevindt zich een thans rechtafgesloten staldeur waarvan de opening recentelijk met glas is ingevuld. Hierboven bevindt zich een dubbel, opgeklampt laadluik geflankeerd door lichtspleten. Boven het laadluik bevindt zich een hijsbalk. Langs de dakrand lopen vlechtingen. De vleugel die links aansluit is afgesloten met een lager zadeldak, dat boven de hallenschuur hoger uitloopt. In de gevel bevindt zich geheel rechts onder een segmentboog de ingang naar de hallenschuur voorzien van opgeklampte deuren. Links hiervan bevindt zich een klein zesruitsvenster. Ongeveer in het midden van de gevel bevindt zich een opgeklampte deur onder een laadluik in het dakschild. De oorspronkelijke, compacte indeling van het INTERIEUR van de boerderij is gehandhaafd en bestaat in het woongedeelte uit twee rechthoekige woonvertrekken die toegankelijk zijn vanuit een kleine ingangshal waarin zich ook de eenvoudige trap naar de verdieping bevindt. Vanuit een van de woonvertrekken is de keuken toegankelijk die in directe verbinding staat met de spoelruimte en via een smalle gang met de kaaskamer. Vanuit deze gang is het mogelijk door spleetvormige vensters naar de koeien in de achterliggende stal te kijken. Het interieur bevat enkele waardevolle elementen zoals een vaste kast in de keuken, een waterpomp, vrijwel alle oorspronkelijke houten deuren en Engelse vensterbanken in de woonvertrekken. In de grote kelder onder het woonhuisgedeelte zijn zowel de pekelbakken ten behoeve van de kaasmakerij als de wanden volledig betegeld.

Waardering

BOERDERIJ gebouwd in 1927 naar ontwerp van E. en F.J. VERSCHUYL

-Van architectuurhistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van een boerderij uit de jaren twintig van de twintigste eeuw, waarbij de Gooise Landhuisstijl is gebruikt die voornamelijk bij woonhuizen toepassing vond. De boerderij valt op vanwege hoogwaardige esthetische kwaliteiten in in- en exterieur zoals de voor boerderijen ongewone hoofdvorm, de bijzondere plattegrond, het materiaalgebruik en de detaillering zoals het doorlopende rieten dak en het ambachtelijke materiaalgebruik. De boerderij vormt hiermee een afwijkend typologisch voorbeeld binnen de geschiedenis van de boerderijbouw. De boerderij is van belang binnen het oeuvre van de architecten E. en F.J. Verschuyl die in de provincie Utrecht voornamelijk woonhuizen bouwden waaronder huizen in Gooise landhuisstijl.

-Van stedenbouwkundige waarde als markant onderdeel van het historisch gegroeide landschappelijk gebied in dit deel van Terschuur, waar de boerderij door zijn verschijningsvorm een beeldbepalende rol speelt.

-Van cultuurhistorische waarde als boerderij die een onderdeel van het landschappelijk leven aan het begin van de twintigste eeuw in Nederland representeert.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

FARM 't Tweel' built according to a 1927 design by architects E. and F.J. VERSCHUYL from Hilversum in GOOISE COUNTRY HOUSE STYLE. The farm is surrounded by meadows, agricultural land and wooded plots on a former country estate, which at the time was the property of the Kremers family from Hilversum. The estate is situated south of the village of Terschuur and is accessed via the Tweelweg from the Kallenbroekerweg. After the original farm on the estate was destroyed by fire, the current building was commissioned. The parts of the building saved from the fire were incorporated into the new design. The farm has a distinctive, almost U-shaped floor plan under a continuous thatched roof, which includes various business premises such as cattle and horse stables. The main form of the farm is reminiscent of the Amsterdam School villa 't Reigersnest' in Oostvoorne by P. Vorkink and J.Ph. Wormser from 1918-1921, while the detailing of the building, for example the multi-light windows with lower shutters, aligns more closely with examples from English country house style.

The farm is still largely in its original condition, although the interior of the former cattle shed has been completely modified in its conversion to office space. The farm is now partly surrounded by a recent decorative garden layout and partly by a yard layout. The original garden layout is no longer recognisable. The remaining yard buildings are not subject to protection.

Description

FARM on a composite, more or less U-shaped floor plan consisting of various interconnected business premises dominated by a dwelling house situated at the head of the whole. The FARM consists successively of a dwelling house to which a long cattle shed adjoins at an oblique angle, at right angles to this stands a building volume containing storage space and a horse stable, and at an obtuse angle to this stands the older hall barn which contains the pig sty. The farm is one storey high plus an attic storey and is covered by a composite roof, made up of gabled roofs of various heights and above the dwelling house a kind of hipped roof. The roof is largely thatched and provided with red roof ridge finials, red guttering tiles beneath roof windows and brick chimneys. The largest part of the former pig sty is covered by a half-hipped roof with red Dutch tiles. The gables have a travertine base raised to window height and are above this laid in Flemish bond in red brick. The hall barn and the wing with horse stable are older and partly laid in cross bond. For the -mostly very wide- timber of windows, doors and plant boxes the colours yellow and black are used. The shutters for the windows of the dwelling house are painted black and provided with an hourglass motif in red on white. The asymmetrically arranged FRONT FACADE of the main house consists of three unequal building sections and is dominated by a projecting three-sided roof structure above the entrance section and a heavy chimney to its left. Against the right gable corner is a multi-light window with shutters. In the apex of the very high roof slope that closes this section is a small triangular window with a characteristic diagonal glazing bar pattern. More or less central in the facade is the entrance section, covered by a three-sided enclosed bay at the level of the upper floor under a thatched roof. The bay, clad with black-painted putlog holes wooden parts, is supported by wooden posts with braces and has a composite window frame with plant boxes running continuously along the bottom and above three double four-light windows. The windows are separated from each other by profiled wooden frame stiles. The entrance section has three coupled four-light windows with drop shutters to the right and an affixed front door to the left. The door is provided with wrought iron hinges typical of the nineteen twenties. To the left of the entrance section a single-storey rectangular extension adjoins, under a lower, overhanging gabled roof. In the facade are two four-light opening windows with shutters. Between the bay and extension is the high brick chimney. The RIGHT SIDE FACADE is arranged almost symmetrically at the level of the main house. Above the travertine base the facade widens before narrowing again. In the first storey are two large cross windows with lower shutters in the middle, arranged as two opening four-light windows with above them a twelve-light window. To the left and right in the facade is a smaller four-light window with shutter. The roof provided with a half-hipped end has an overhang. In the half-hipped end is a thatch-covered triangular roof dormer with two four-light windows flanked by two triangular three-light windows. The side facade of the cattle shed adjoining at an angle has a fairly high gabled roof in which there are some semi-circular roof windows. In the facade are stable windows. In the LEFT SIDE FACADE of the main house at the level of the extension is a large cross window as described in the right side facade. In the recessed facade section to the left of this are three windows coupled to each other and a composite window frame, in which an affixed door with multi-light sidelights. Next to this are, at the level of the cattle shed, rectangular multi-light stable windows between affixed stable doors. At the level of the wing with horse stable are affixed stable doors on the far right and left of centre and also some high-placed stable windows. The RIGHT SIDE FACADE of the hall barn has three affixed stable doors under segmental arch alternating with three arched multi-light cast-iron stable windows. The FRONT FACADE of the hall barn has double divided doors with an arched stable door on either side. Above the divided doors is the date 1846 inserted in the keystone. The REAR FACADE is cut at an angle on the right by the wing with horse stable and machinery shed. On the left the roof overhang is supported by a yellow-rendered lintel, below which the facade slopes slightly inward. Divided doors are placed to the right of centre under a segmental arch, the left divided door has a recent door opening. To the left of this door is a stable door now closed on the right, the opening of which has recently been filled with glass. Above this is a double affixed hayloft flanked by light slots. Above the hayloft is a hoist beam. Plaited work runs along the roof edge. The wing adjoining on the left is closed with a lower gabled roof, which runs higher above the hall barn. In the facade is the entrance to the hall barn on the far right under a segmental arch provided with affixed doors. To the left of this is a small six-light window. Approximately in the middle of the facade is an affixed door under a hayloft in the roof slope. The original, compact layout of the INTERIOR of the farm is maintained and consists in the residential section of two rectangular living rooms accessible from a small entrance hall in which there is also the simple staircase to the upper floor. From one of the living rooms the kitchen is accessible which is in direct connection with the scullery and via a narrow corridor with the cheese room. From this corridor it is possible to look through slit-like windows at the cattle in the rear stable. The interior contains several valuable elements such as a fitted cupboard in the kitchen, a water pump, virtually all original wooden doors and English window seats in the living rooms. In the large cellar under the dwelling house section both the brine tubs for the cheese-making and the walls are completely tiled.

Valuation

FARM built in 1927 according to a design by E. and F.J. VERSCHUYL

-Of architectural historical value as a fine and good example of a farm from the nineteen twenties of the twentieth century, in which Gooise Country House Style is employed, which found application mainly in dwelling houses. The farm stands out because of high-quality aesthetic qualities in interior and exterior such as the unusual main form for farms, the distinctive floor plan, the use of materials and the detailing such as the continuous thatched roof and the craft-like use of materials. The farm thus forms an atypical typological example within the history of farm building. The farm is of importance within the oeuvre of architects E. and F.J. Verschuyl who mainly built dwelling houses in the province of Utrecht including houses in Gooise country house style.

-Of urban planning value as a distinctive component of the historically developed landscape area in this part of Terschuur, where the farm by its appearance plays an image-determining role.

-Of cultural historical value as a farm that represents an aspect of landscape life at the beginning of the twentieth century in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map