Rijksmonumentenregister · Netherlands
Oosterkerk
Aalten, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Oosterkerkstraat 1, 7121 AJ Aalten
- Place
- Aalten
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.92893, 6.58355
- Monument number
- 523199
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1880 map "Composite: 328. Bocholt." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De GEREFORMEERDE KERK "OOSTERKERK", gelegen ten zuiden van de Oosterkerkstraat, is in 1913 gebouwd in opdracht van de gereformeerde kerk van Aalten naar ontwerp van de architect A. NAUTA uit Holwerda. Voor de bouw van de nieuwe kerk moest de reeds bestaande Oosterkerk (uit 1844) die te klein geworden was, worden gesloopt en moest een extra stuk terrein worden aangekocht. De nieuwe kerk werd gebouwd met 790 zitplaatsen en er werd gekozen voor een T-vormig inrichtingsplan waarbij de ruimte in de kerk maximaal kon worden benut. Toch was het reeds in 1931 nodig een galerij aan te bouwen om nog meer zitplaatsen te creëren.
Tussen 1890 en 1920 is in Nederland een groot aantal gereformeerde kerken tot stand gekomen, zowel in uitbreidingsgebieden van grote steden als op het platteland ter vervanging van oude kerken die ten gevolge van de samensmelting (Gereformeerden en Dolerenden) te klein waren geworden. Aanvankelijk werden de meeste kerken opgetrokken in de neo-renaissancistische bouwstijl. Na 1900 treedt er, onder invloed van de in Amsterdam werkzame architect Tjeerd Kuipers, een versobering op. De architect van de Oosterkerk in Aalten is in zijn werk in hoge mate beïnvloed door de eveneens in Friesland geboren architect Tj. Kuipers (1857-1942). Tj. Kuipers werkte aanvankelijk in een neo-renaissancistische stijl maar introduceerde na 1900 de berlagiaanse bouwstijl in de gereformeerde kerkbouw. Nauta neemt verschillende kenmerken van Kuipers over in zijn werk zoals een ingangspartij geflankeerd door een grote en een kleinere toren, een T-vormig plattegrond, het overdekken van de kerk door middel van twee elkaar kruisende tongewelven, en een preekstoel gevat in een nis.
De Oosterkerk in Aalten heeft zowel neo-renaissancistische als berlagiaanse invloeden.
A. Nauta is gemeente-architect geweest in Westdongeradeel (Friesland). Andere werken van hem zijn de gereformeerde kerken in Dieren en Apeldoorn, de gereformeerde kerk te IJlst (1910), de Oosterkerk in Bolsward (1913), het Christelijk gymnasium, Gymnasiumstraat 36, Leeuwarden (1923), de gereformeerde kerk te Wolvega, Kerkstraat 49 (1923), de kerk in Wirdum (1925), de kerk in Nes op Ameland (1925) en de gereformeerde kerk te Sint Annaparochie, van Harenstraat 67 (1926).
De Oosterkerk is in 1991 gerestaureerd.
Tegen de linkerzijgevel van de consistorie bevindt zich een moderne éénlaags aanbouw onder een plat dak die niet onder de bescherming valt.
Omschrijving
De in kruisverband gemetselde bakstenen kerk met consistorie is opgetrokken over één bouwlaag op een kruisvormig grondplan, terwijl de kerk zelf een T-vormig grondplan heeft. De lengte-as van de kerk is noord-zuid gericht met de kansel en het orgel op het zuiden en de entree op het noorden. De armen van het transept zijn driezijdig afgesloten. De kerk heeft op het oosten in de oksel van transept en schip een grote toren met galmgaten en een zijingang. Op het westen, eveneens in de oksel van transept en schip, bevindt zich een uitbouw onder een plat dak met een kleine toren en een zijingang. Beide torens hebben een ingesnoerde torenspits die bedekt is met leien in maasdekking. Het samengestelde dak is eveneens bedekt met leien in maasdekking en watert af via bakgoten op klossen. De gevels van de kerk worden afgesloten door een boogfries dat wordt onderbroken door de topgevels die op het zuiden, oosten en westen liggen. De muren van het transept en van de consistorie zijn voorzien van steunberen. Alle ramen van de kerk hebben een gietijzeren tracering en zijn voorzien van glas-in-lood. Alle uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door een halve cirkelboog, eventueel met geschilderde aanzetstenen, of een bewerkte geschilderde latei.
Rechts naast de hoofdingang is in de muur een steen geplaatst met de tekst "De eerste steen - gelegd den - 15 april 1913".
De VOORGEVEL heeft een tuitgevel met in de top een ventilatie-opening. Op de begane grond bevindt zich centraal een eenlaags uitbouw onder een lessenaarsdak. Het voorvlak van deze uitbouw heeft een risalerend middendeel onder een zadeldak eindigend in een tuitgevel met schouders. Hierin is de entree gesitueerd bestaande uit drie treden en dubbele houten deur met half cirkelvormig bovenlicht voorzien van glas-in-lood. Aan weerszijden van de entree bevindt zich een staand raam dat wordt afgesloten door een decoratief bewerkte, wit geschilderde latei. De zijgevels van de uitbouw hebben elk eenzelfde raam als in het voorvlak. Aan weerszijden van de uitbouw bevindt zich een tweelichtvenster met middenstijl en een halve cirkelvormige afsluiting. De verdieping heeft een groot drielicht venster onderling gescheiden door stijlen, waarvan het middelste venster hoger en breder is en een bakstenen tracering heeft. Hierin bevindt zich een gebrandschilderd gedenkraam uit 1946 ontworpen door Marius Richters met de tekst: "UIT DANKBAARHEID VOOR HULP IN OORLOGSTIJD". Het drielicht venster wordt afgesloten door een halve cirkel boog met geschilderde aanzetstenen. Aan weerszijden van dit raam bevindt zich een smal raam dat aan de bovenzijde wordt afgesloten door een halve cirkelboog.
De RECHTER ZIJGEVEL van het schip heeft rechts een vierkante aanbouw onder een plat dak met een vierkante toren, links op de begane grond een drielicht venster en op de verdieping een tweelichtvenster. De gevels van de aanbouw worden aan de bovenzijde afgesloten door een licht geprofileerde lijst en een bakstenen balustrade die op de hoek wordt onderbroken door de toren. In het voorvlak van de aanbouw bevindt zich op de begane grond een dubbele houten deur met half cirkelvormige bovenlicht afgesloten door een halve cirkelboog met geschilderde aanzetsteen. De verdieping heeft twee staande vensters met aan de bovenzijde een decoratief bewerkte geschilderde latei. In het zijvlak bevindt zich op de begane grond een tweelichtvenster met een gedeelde decoratief bewerkte, geschilderde latei en op de verdieping een staand raam afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei. De toren bevindt zich bovenop de hoek van de uitbouw en heeft in elk vlak een staand raam afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei. De ingesnoerde torenspits wordt bekroond door een windvaantje.
De LINKER ZIJGEVEL van het schip heeft rechts op de begane grond een half cirkelvormig afgesloten drielichtvenster gescheiden door stijlen en op de verdieping een half cirkelvormig tweelichtvenster. Rechts hiervan bevindt zich de grote toren op vierkante grondslag opgetrokken over vier (ongelijke) bouwlagen en afgedekt door een ingesnoerde torenspits die voorzien is van vier dakkapellen. In de onderste bouwlaag bevindt zich in het voorvlak een ingang bestaande uit een stoep en een dubbele houten deur met half cirkelvormig bovenlicht waarin een bakstenen tracering en voorzien van glas-in-lood. In het zijvlak bevindt zich een tweelichtvenster. De tweede bouwlaag bevat in het zijvlak een enkelvoudig staand raam. De derde bouwlaag heeft in zowel voor- als zijvlak een langgerekt, staand tweelichtvenster onderling gescheiden door een bakstenen stijl. De vierde bouwlaag heeft in elk vlak twee galmgaten met schuin geplaatste galmborden en erboven een uitsparing voor een wijzerplaat. De ramen van de toren worden alle afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei.
De gevel van het TRANSEPT op het oosten is driezijdig afgesloten. De driedeling wordt benadrukt door op de hoeken geplaatste steunberen. De steunberen hebben twee versnijdingen en zijn aan de bovenkant en bij de versnijdingen afgedekt met dekplaten. Het middendeel wordt afgesloten door een tuitgevel met schouders en heeft op de begane grond een vijflichtvenster en op de verdieping een drielichtvenster. De zijdelen hebben op de begane grond een met halve cirkelbogen afgesloten drielichtvenster en op de verdieping een met halve cirkelbogen afgesloten tweelichtvenster. De zuidoostgevel van het transept wordt in tweeën gedeeld door een steunbeer met versnijdingen en een luchtboog. Bovenin bevindt zich aan weerszijden van de steunbeer een tweelichtvenster en op de begane grond bevindt zich rechts van de steunbeer een tweelichtvenster. Links van de steunbeer zit een kleine eenlaags aanbouw waarin twee staande vensters aan bovenzijde afgesloten door een geschilderde latei.
De gevels van de westelijke transeptarm zijn, afgezien van de aanbouw, gelijk aan die op het oosten. Het INTERIEUR is vrij gaaf bewaard gebleven. De wanden zijn geheel gepleisterd op de strek van de ramen en de banden na die in baksteen zijn uitgevoerd met natuurstenen aanzetstenen. De houtconstructie van de kap is deels in het zicht gelaten. De spanten hebben aan onderzijde consoles en tussen de muren zijn trekstangen aangebracht. Het plafond is geheel betimmerd.
De kansel is geplaatst in een half cirkelvormige nis en bestaat uit een moderne zeshoekige houten kuip op de oorspronkelijke zeshoekige voet en heeft een dubbele opgang. De dooptuin is niet zoals in de negentiende eeuw afgebakend door een hek maar nog wel als ruimte aanwezig. De galerij is gesitueerd op het zuiden en is in 1931 aangebracht. De houten kerkbanken zijn oorspronkelijk en geplaatst in een T-vormig inrichtingsschema. De voorste rij banken kan worden uitgeklapt tot tafels voor de viering van het avondmaal.
In 1941 werd het nieuwe orgel geplaatst dat afkomstig is uit een andere kerk. Waarschijnlijk zijn toen enkele veranderingen doorgevoerd aan de achterwand om het orgel te kunnen plaatsen zoals vervanging van de bestaande borstwering van het balkon en het inkorten van de pilaren aan weerszijden van het orgel.
Tweeklaviers mechanisch orgel met vrij pedaal gemaakt in 1977 door de firma Verschueren onder gebruikmaking van grote delen van het oude binnenwerk van het voormalige orgel uit de Zuiderkerk te Amsterdam. Deze monumentale delen zijn vervaardigd door de orgelmaker Friedrichs in 1823. Het gereconstrueerde orgelmeubel is in 1977 nieuw vervaardigd.
Op het zuiden is een CONSISTORIE aangebouwd onder een aansluitend schilddak met op het rechter dakschild - van het zuiden uit gezien- een schoorsteen. De ramen van de consistorie zijn opgebouwd uit een enkelruits schuifraam met drieruits bovenlicht dat aan de bovenzijde wordt afgesloten door een decoratief gesneden latei. De ZUIDGEVEL heeft drie traveeën en twee steunberen die op de versnijdingen zijn afgedekt met een dekplaat. Elke travee heeft zowel op de begane grond als op de verdieping een raam als boven beschreven. De ramen op de verdieping hebben een ontlastingsboog. De WESTGEVEL heeft op de verdieping twee ramen als beschreven met aan de bovenzijde een ontlastingsboog. Links in de gevel bevindt zich een steunbeer die iets hoger opgetrokken is en eindigt in een schouder. De gevel bezit in het midden een steunbeer met dekplaten aan de bovenzijde en op de versnijdingen. De OOSTGEVEL bevat twee traveeën met zowel op de verdieping als op de begane grond een raam als boven beschreven. De ramen op de verdieping hebben aan bovenzijde een ontlastingsboog. Rechts in de gevel bevindt zich een iets hoger opgetrokken steunbeer die eindigt in een schouder. De steunbeer in het midden van de gevel is op de versnijdingen en aan bovenzijde afgedekt door een dekplaat.
Waardering
De GEREFORMEERDE KERK "OOSTERKERK" uit 1913 naar ontwerp van architect A. NAUTA met berlagiaanse en neo-renaissancistische invloeden.
- Van architectuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van de ontwikkeling in de gereformeerde kerkbouw aan het begin van de twintigste eeuw. Zowel het interieur als het exterieur van de kerk zijn vrij gaaf bewaard gebleven. Van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van A. Nauta. De architect heeft verschillende andere gereformeerde kerken ontworpen.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege het belang van het object door de situering in een woonkern en het sterk beeldbepalende karakter ervan.
- Van cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van het religieuze bewustzijn van de gereformeerde gemeenschap van Nederland en Aalten in het bijzonder.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The REFORMED CHURCH "OOSTERKERK", located south of the Oosterkerkstraat, was built in 1913 on commission of the Reformed church of Aalten after a design by the architect A. NAUTA from Holwerda. For the construction of the new church, the already existing Oosterkerk (from 1844) which had become too small had to be demolished and an extra piece of land had to be purchased. The new church was built with 790 seats and a T-shaped layout plan was chosen whereby the space in the church could be used to maximum advantage. Nevertheless it was already necessary in 1931 to build a gallery to create even more seating.
Between 1890 and 1920 a large number of Reformed churches came into being in the Netherlands, both in expansion areas of large cities and in the countryside to replace old churches which had become too small as a result of the merger (Reformed and Dolerenden). Initially most churches were constructed in the neo-Renaissance style. After 1900, under the influence of the architect Tjeerd Kuipers who worked in Amsterdam, a simplification occurred. The architect of the Oosterkerk in Aalten was greatly influenced in his work by the architect Tj. Kuipers (1857-1942) who was likewise born in Friesland. Tj. Kuipers initially worked in a neo-Renaissance style but after 1900 introduced the Berlage style of building in Reformed church construction. Nauta adopts various characteristics from Kuipers in his work such as an entrance section flanked by a large and a smaller tower, a T-shaped ground plan, the covering of the church by means of two intersecting barrel vaults, and a pulpit set in a niche.
The Oosterkerk in Aalten has both neo-Renaissance and Berlage influences.
A. Nauta was municipal architect in Westdongeradeel (Friesland). Other works by him are the Reformed churches in Dieren and Apeldoorn, the Reformed church in IJlst (1910), the Oosterkerk in Bolsward (1913), the Christian gymnasium, Gymnasiumstraat 36, Leeuwarden (1923), the Reformed church in Wolvega, Kerkstraat 49 (1923), the church in Wirdum (1925), the church in Nes on Ameland (1925) and the Reformed church in Sint Annaparochie, van Harenstraat 67 (1926).
The Oosterkerk was restored in 1991.
Against the left side gable of the consistory there is a modern single-storey extension under a flat roof which is not under protection.
Description
The brick church with consistory, laid in running bond, is erected over one storey on a cross-shaped ground plan, while the church itself has a T-shaped ground plan. The longitudinal axis of the church is oriented north-south with the pulpit and organ to the south and the entrance to the north. The arms of the transept are closed on three sides. The church has on the east side in the corner of transept and nave a large tower with sound openings and a side entrance. On the west side, likewise in the corner of transept and nave, there is an extension under a flat roof with a small tower and a side entrance. Both towers have a tapered tower spire covered with slates in Dutch bond. The composite roof is also covered with slates in Dutch bond and drains via gutters on corbels. The gables of the church are terminated by an arcaded frieze which is interrupted by the gable tops which are located on the south, east and west. The walls of the transept and of the consistory are provided with buttresses. All windows of the church have cast-iron tracery and are provided with leaded glass. All recessed wall openings are closed by a semicircular arch, possibly with painted voussoirs, or a worked painted lintel.
To the right of the main entrance a stone has been placed in the wall with the text "The foundation stone - laid - 15 April 1913".
The FRONT GABLE is a spout gable with a ventilation opening at the top. On the ground floor there is centrally a single-storey extension under a catslide roof. The front face of this extension has a projecting central section under a gabled roof ending in a spout gable with shoulders. The entrance is situated herein consisting of three steps and a double wooden door with semicircular fanlight provided with leaded glass. On either side of the entrance there is a tall window which is closed by a decoratively worked, white-painted lintel. The side gables of the extension each have the same window as in the front face. On either side of the extension there is a two-light window with central mullion and a semicircular closure. The upper storey has a large three-light window internally separated by mullions, of which the middle window is higher and wider and has a brick tracery. A stained-glass memorial window from 1946 designed by Marius Richters is situated herein with the text: "OUT OF GRATITUDE FOR HELP IN WARTIME". The three-light window is closed by a semicircular arch with painted voussoirs. On either side of this window there is a narrow window which is closed at the top by a semicircular arch.
The RIGHT SIDE GABLE of the nave has on the right a square extension under a flat roof with a square tower, on the left on the ground floor a three-light window and on the upper storey a two-light window. The gables of the extension are terminated at the top by a slightly profiled moulding and a brick balustrade which is interrupted at the corner by the tower. In the front face of the extension there is on the ground floor a double wooden door with a semicircular fanlight closed by a semicircular arch with a painted voussoir. The upper storey has two tall windows with at the top a decoratively worked white-painted lintel. In the side face there is on the ground floor a two-light window with a divided decoratively worked, white-painted lintel and on the upper storey a tall window closed by a decoratively worked, white-painted lintel. The tower is situated on top of the corner of the extension and has in each face a tall window closed by a decoratively worked, white-painted lintel. The tapered tower spire is crowned by a weathervane.
The LEFT SIDE GABLE of the nave has on the right on the ground floor a semicircularly closed three-light window separated by mullions and on the upper storey a semicircularly closed two-light window. To the right of this is the large tower erected on a square ground plan over four (unequal) storeys and covered by a tapered tower spire which is fitted with four roof dormers. In the lowest storey there is in the front face an entrance consisting of a step and a double wooden door with a semicircular fanlight in which brick tracery is present and provided with leaded glass. In the side face there is a two-light window. The second storey contains in the side face a single tall window. The third storey has in both front and side face an elongated, tall two-light window internally separated by a brick mullion. The fourth storey has in each face two sound openings with diagonally placed sound boards and above them a recess for a clock face. The windows of the tower are all closed by a decoratively worked, white-painted lintel.
The gable of the TRANSEPT on the east is closed on three sides. The three-fold division is emphasised by buttresses placed at the corners. The buttresses have two rebates and are covered at the top and at the rebates with coping stones. The central section is closed by a spout gable with shoulders and has on the ground floor a five-light window and on the upper storey a three-light window. The side sections have on the ground floor a three-light window closed with semicircular arches and on the upper storey a two-light window closed with semicircular arches. The south-east gable of the transept is divided in two by a buttress with rebates and a flying arch. At the top there is on either side of the buttress a two-light window and on the ground floor to the right of the buttress there is a two-light window. To the left of the buttress there is a small single-storey extension in which two tall windows are closed at the top by a white-painted lintel.
The gables of the western transept arm are, apart from the extension, the same as those on the east. The INTERIOR has been preserved in a fairly good state. The walls are entirely plastered except for the height of the windows and the bands which are executed in brick with natural stone voussoirs. The roof timber structure is partly left exposed. The roof trusses have consoles at their underside and tie rods are fitted between the walls. The ceiling is entirely boarded.
The pulpit is placed in a semicircular niche and consists of a modern hexagonal wooden tub on the original hexagonal base and has a double ascent. The baptismal space is not, as in the nineteenth century, demarcated by a fence but is still present as a space. The gallery is situated on the south and was built in 1931. The wooden church benches are original and placed in a T-shaped layout scheme. The front row of benches can be folded out into tables for the celebration of communion.
In 1941 the new organ was installed which came from another church. Presumably some changes were made at that time to the back wall to enable the organ to be installed such as replacement of the existing breastwork of the balcony and shortening of the pillars on either side of the organ.
Two-manual mechanical organ with free pedal made in 1977 by the firm Verschueren using large parts of the old interior of the former organ from the Zuiderkerk in Amsterdam. These monumental parts were made by the organ maker Friedrichs in 1823. The reconstructed organ case was newly made in 1977.
On the south a CONSISTORY is built on under a connecting hipped roof with on the right roof slope - viewed from the south - a chimney. The windows of the consistory are composed of a single-glazed sash window with three-pane fanlight which is closed at the top by a decoratively carved lintel. The SOUTH GABLE has three bays and two buttresses which are covered at the rebates with coping stones. Each bay has on both the ground floor and the upper storey a window as described above. The windows on the upper storey have a relieving arch. The WEST GABLE has on the upper storey two windows as described with at the top a relieving arch. On the left in the gable there is a buttress which is built up slightly higher and ends in a shoulder. The gable has in the middle a buttress with coping stones at the top and at the rebates. The EAST GABLE contains two bays with on both the upper storey and the ground floor a window as described above. The windows on the upper storey have at the top a relieving arch. On the right in the gable there is a slightly higher built buttress which ends in a shoulder. The buttress in the middle of the gable is covered at the rebates and at the top by a coping stone.
Valuation
The REFORMED CHURCH "OOSTERKERK" from 1913 designed by architect A. NAUTA with Berlage and neo-Renaissance influences.
- Of architectural-historical value as a representative example of the development in Reformed church construction at the beginning of the twentieth century. Both the interior and the exterior of the church are preserved in a fairly good state. Of architectural-historical significance as part of A. Nauta's oeuvre. The architect designed several other Reformed churches.
- Of urban planning value because of the importance of the object due to its situation in a residential centre and its striking character in forming the townscape.
- Of cultural-historical value as a particular expression of the religious consciousness of the Reformed community of the Netherlands and Aalten in particular.
Nearby in the register
- Boerderij, Markt 16Boerderijunder 1 mi
- vm slagerij PrinsenHorecaunder 1 mi
- Boerderij, Markt 12Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Markt 14Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.