TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Collegium Berchmanianum

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1927 - 1929
Address
Houtlaan 4, 6525 XZ Nijmegen
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.81701, 5.86551
Monument number
523017

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1922 map "Bl. 26 Nijmegen, 1922" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het COLLEGIUM BERCHMANIANUM is gebouwd tussen 1927 en 1929 door Jos en Pierre Cuypers als STUDIEHUIS voor de paters jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School en de Art Deco. Het studiehuis is later verbouwd door J. van Galen. Een deel van de ramen is door kunststoframen vervangen. De graatgewelven in de gangen waren oorspronkelijk van schoon metselwerk en zijn later gestuct. In de gangen bevinden zich devotiehoeken met schilderingen van P. Wiemers uit 1947 (Maria; Regnum Christi), G. van Hemert uit 1949 en 1950 (Ignatius; Calvariegroep) en een Mariabeeld van C. Vos uit 1945. In de kapel bevinden zich een in 1955 door Gerard Bruning vervaardigde muurschildering van het laatste oordeel. De beelden, die tussen 1928 en 1932 zijn gemaakt door Leo Brom en in 1935 in dezelfde stijl door C. van Capelle, vertonen Art Deco-invloeden. Evenals de glas-in-loodramen uit 1928. J. Nicolas ontwierp deze ramen, die als thema de eucharistie, de geloften van de orde en enkele lofzangen hebben. De beelden stellen voor: het Heilig Hart van Jezus, Maria, Jozef en de jezuïetenheiligen Johannes Berchmans, Ignatius van Loyola, Petrus Canisius, Johannes Roothaan en Bellarminus.

Het Berchmanianum, dat thans in gebruik is als kloosterbejaardenoord, kloosterverpleeghuis en woonhuis van de Communiteit der jezuïeten, is gebouwd als studiehuis voor de jezuïeten van de Nederlandse provincie. In 1877 hadden zij in Oudenbosch een studiehuis gesticht, waarvoor zij in 1889 een nieuw gebouw oprichten naar ontwerp van N. Molenaar, dat zij vernoemden naar de in 1892 heilig verklaarde student en jezuïet Jan Berchmans, voorbeeld van plichtsbetrachting. Toen dit gebouw niet meer voldeed besloten zij een nieuw huis te bouwen in Nijmegen, waar in 1923 de Katholieke Universiteit was opgericht. Diverse orden en congregaties stichtten studiehuizen in Nijmegen, zodat hun religieuzen konden studeren of lesgeven aan de nieuwe universiteit.

De jezuïeten hadden geen grootseminarie. Na het kleinseminarie bestond hun opleiding uit het volgen van een driejarige theologiestudie aan het Theologicum (Canisianum) te Maastricht en een driejarige filosofiestudie aan het Filosoficum (Berchmanianum) te Nijmegen. Hier werden de lessen gegeven en woonden de professoren en de studenten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het studiehuis gedurende vier jaar gevorderd geweest door de SS, die er een "Mutterheim", een soort gynaecologische kliniek, in wilde vestigen. De SS heeft een aantal verbouwingen doorgevoerd en heeft de granieten naamplaat verwijderd. Deze is na de oorlog weer terug geplaatst.

Het Berchmanianum vertoont invloeden van de Amsterdamse School in de deels gegolfde bakstenen voorgevel, de ingangspartij met de gedrukte boog en het geornamenteerde houtwerk, de gebogen bekroningen van de kapel en de slanke toren met de uitkragende top. Het gebouw is L-vormig en heeft dus geen omsloten binnenplaats. De jezuïeten spreken in tegenstelling tot andere religieuze orden niet van een klooster, maar van een huis. Uit de indeling van de voorgevel zijn de functies globaal af te leiden: links de bibliotheek en enkele gemeenschapsruimten, in het midden de gastenkamers en de kamers voor de professoren en paters, toegankelijk vanuit een aan de achterzijde gelegen kloostergang, rechts de refter met keuken en daarboven de kapel met bijkapellen. Paterskamers, bibliotheek en kapel worden van elkaar gescheiden door trappenhuizen, waarvan het belangrijkste in de toren is gelegen. Haaks op deze vleugel staat de scholastiekenvleugel (student-jezuïeten), waarvan de middengangen de kleinere studentenkamers bevatten en die wordt beëindigd met een hoekpaviljoen, waarin zich de klaslokalen bevinden. Beide vleugels ontmoeten elkaar bij de gemeenschappelijke ruimten als de kapel en de refter. Het Berchmanianum is gelegen op een bebost terrein, dat deel uitmaakt van het Landgoed Heyendaal en in bezit was van de familie Jurgens. De voorgevel (zuidgevel) ligt aan de Houtlaan. De haaks hierop staande scholastiekenvleugel (student-jezuïeten) ligt evenwijdig aan de Heyendaalseweg. Rechts van het studiehuis bevindt zich een éénlaags gebouw, waarin de werkplaats en woonvertrekken van de broeders waren gevestigd. Rechts van de werkplaats staat aan de Heyendaalseweg een transformatorhuisje, dat bij het studiehuis hoorde en in dezelfde stijl is gebouwd. In de parkachtige tuin achter het studiehuis bevinden zich nog een begraafplaats, een imkerij, een prieel en diverse heiligenbeelden. De bijgebouwen vallen niet onder rijksbescherming.

Omschrijving

Het STUDIEHUIS heeft een nagenoeg L-vormige plattegrond. Haaks op het westelijk zijde van de zuidvleugel is later een korte vleugel aangebouwd. De oostvleugel wordt beëindigd met een breder en hoger hoekpaviljoen. Het gebouw heeft drie bouwlagen en een zolderverdieping onder zadel- en schilddaken en een afgeplat schilddak boven het paviljoen. De daken zijn voorzien van gesmoorde, geglazuurde verbeterde Hollandse pannen. Het dak van de zuidvleugel is voorzien schoorstenen of ontluchtingskokers in de nok en van kleine dakkapellen met tweeruits. Het schilddak boven de kapel is voorzien van een aan drie zijden van het dak doorlopende houten dakkapel en op de nok staat een piron. Het dak boven de scholastiekenvleugel heeft doorlopende houten dakkapellen met later aangebrachte kunststoframen. Het afgeplatte schilddak boven het hoekpaviljoen heeft schoorstenen op de vier hoeken. De torenspits is bekleed met koperen platen en heeft een geornamenteerde smeedijzeren bekroning. Het studiehuis is opgetrokken uit in Vlaams verband gemetselde gele en rode baksteen, waarbij de rode baksteen een hoge plint vormt, die deels de eerste bouwlaag omvat. De gevels worden verlevendigd door siermetselwerk, zoals de doorlopende band en het fries van metselmozaïek resp. boven de vensters van de eerste bouwlaag en onder de goot. Ook is gebruik gemaakt van uitspringende rollagen en banden van smalle terracottastenen onder meer ter afsluiting van de vensters.

In de asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL is het gedeelte links van de toren horizontaal geleed door boven genoemde banden van siermetselwerk. Opvallende elementen in dit gevelgedeelte zijn de ingangspartij en de golving van de gevel meer links hiervan. De ingangspartij bestaat uit een rondboogvormig afgesloten portiek, waarvan de boog iets meer dan een halve cirkel vormt. De boog springt tweemaal in en wordt omgeven door siermetselwerk. In het portiek bevindt zich een dubbele zware bewerkte houten deur met ruitjes bovenin, een bovenlicht en zijlichten resp. met verticale en horizontale roedenverdeling en gevuld met glas-in-lood. Onder de zijlichten bevinden zich met graniet afgedekte muurtjes. Een granieten stoep van twee treden geeft toegang tot het portiek. Boven de boog is de rode baksteen trapsgewijs doorgetrokken tot onder de vensters van de tweede bouwlaag. In het veld van rode baksteen, dat wordt afgesloten met randen siermetselwerk, granieten lateien en een reeks van vier vensters met zesruitsdraairamen, bevindt zich een natuurstenen plaat met inschrift: "COLLEGIUM BERCHMANIANUM".

De vensters in het gevelgedeelte links van de toren hebben overwegend houten kruiskozijnen met twee zesruitsbovenlichten en zijn per twee gekoppeld. Links van het golvende gevelgedeelte komen ook vensters met twee draairamen en twaalfruitsbovenlichten voor.

Het gevelgedeelte rechts van de toren (refter en kapel) wordt verticaal geleed door vier lisenen. De tussenliggende traveeën worden afgesloten door gedrukte klokgevels, waarin zich vier door siermetselwerk omgeven medaillons van keramisch materiaal bevinden. De medaillons hebben verschillende voorstellingen in reliëf zoals een leeuwenkop en een slang. Lisenen en klokgevels zijn afgedekt met grèsstenen. De eerste travee heeft tweemaal twee vierkante vensters boven elkaar. De overige drie traveeën hebben twee rechthoekige vensters met glas-in-loodramen. In de eerste bouwlaag zijn de oorspronkelijke ramen van de refter vervangen door kunststof exemplaren. Het gevelgedeelte rechts van de kapel (keuken en bijkapellen) heeft in de eerste bouwlaag in- en uitspringende banden metselwerk en wordt afgesloten met siermetselwerk. In de eerste bouwlaag zijn de ramen van de keuken vervangen door kunststoframen, in de tweede bouwlaag bevinden zich vensters met glas-in-loodramen (bijkapellen), de derde bouwlaag is voorzien van kunststof ramen.

De vierkante TOREN, die ten opzichte van de kapel licht naar voren springt, heeft een uitkragende top met siermetselwerk, twee wijzerplaten en twintig galmgaten, vijf aan iedere zijde. In de voorgevel bevinden zich reeksen kleinere vensters die het achterliggende trappenhuis verlichten.

De LINKER ZIJGEVEL heeft rechts een vijfzijdige erker over twee bouwlagen. In de erker bevindt zich een dubbele deur met ruitjes, een houten luifel en vijfruitsbovenlicht. Voor de deur ligt een stoep met drie treden en zijmuurtjes, afgedekt met natuursteen. De meeste vensters in de linker zijgevel en ook in de hofgevel van deze vleugel, die in 1941 reeds door de Duitsers werd verbouwd en uitgebreid, zijn vervangen door kunststof exemplaren.

De RECHTER ZIJGEVEL heeft in de eerste bouwlaag van de scholastiekenvleugel rondboogvensters met glas-in-lood. De kruiskozijnen in de tweede en derde bouwlaag zijn vervangen door kunststof ramen. In het hoekpaviljoen en in de hofgevel van de scholastiekenvleugel zijn alle kozijnen vervangen.

De ACHTERGEVEL van de zuidvleugel verspringt tweemaal. Links ligt de kapel, rechts van de kapel iets terug gelegen enkele recreatieruimten, rechts hiervan nog meer terug gelegen de vleugel met professorenkamers en dergelijke. Tegen de kapel is later een liftkoker van vier verdiepingen gebouwd. De recreatieruimten zijn recent over de volle hoogte van drie bouwlagen uitgebreid met twee traveeën. In dit recreatiegedeelte zijn de ramen vervangen door kunststof. De gangen voor de kapel en de professorenvleugel hebben hun oorspronkelijke ramen behouden. In de eerste en de tweede bouwlaag bevinden zich rondboogvensters met glas-in-lood en in de derde bouwlaag bevinden zich rondboogvormig afgesloten drielichtvensters in een omlijsting van siermetselwerk eveneens met glas-in-lood.

Het INTERIEUR is gedeeltelijk intact gebleven. In beide vleugels is de indeling grotendeels bewaard gebleven. In de zuidvleugel zijn tevens nog een groot aantal oorspronkelijke interieurelementen aanwezig zoals de vestibule, gangen en trappenhuizen met rood-zwarte tegelvloeren, kleurrijke lambriseringen van geel, groen en zwart geglazuurde stenen en gestucte graatgewelven met gordelbogen van schoon metselwerk, rustend op natuurstenen consoles; de trappenhuizen met granieten trappen met ijzeren leuningen en houten handlijsten; de gangen met devotiehoeken; de éénbeukige kapel met een spitstongewelf, gedragen door een op muurpijlers rustende lijst en haar decoratie van beelden en ramen met Art Deco-invloeden; de ruimte achter de kapel, waar zich de sacristie met paramentenkasten en de bijkapellen met glas-in-loodramen bevinden en waar evenals in de kapel ook het oorspronkelijke meubilair bewaard is gebleven; in het gehele studiehuis paneeldeuren deels in vlakke omlijsting.

Waardering

STUDIEHUIS van de orde der paters jezuïeten uit 1927-1929 gebouwd door Jos Cuypers met glas-in-loodramen J. Nicolas, beelden van Leo Brom, C. van Capelle en Ch. Vos en muurschilderingen van G. Bruning, P. Wiemers en G. van Hemert.

- Van architectuurhistorische waarde als een goed, vrij gaaf en zeldzaam voorbeeld in ex- en interieur van een studiehuis voor jezuïeten in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School en de Art Deco. Het studie huis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een markante hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering, ornamentering en materiaalgebruik.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de afmetingen en de markante ligging aan de Houtlaan.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk de stichting van de Katholieke Universiteit en vanwege de verschijningsvorm, welke verbonden is met de bouwtypologie van de orde der jezuïeten die geen kloosters bouwt, maar "huizen".

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The COLLEGIUM BERCHMANIANUM was built between 1927 and 1929 by Jos and Pierre Cuypers as a STUDY HOUSE for the Jesuit fathers in a style showing influences from the Amsterdam School and Art Deco. The study house was later remodelled by J. van Galen. Some of the windows have been replaced by plastic-framed windows. The groined vaults in the corridors were originally of exposed brickwork and were later plastered. In the corridors there are devotional corners with paintings by P. Wiemers from 1947 (Maria; Regnum Christi), G. van Hemert from 1949 and 1950 (Ignatius; Calvary group) and a statue of Maria by C. Vos from 1945. In the chapel there is a mural painting of the Last Judgment made in 1955 by Gerard Bruning. The statues, made between 1928 and 1932 by Leo Brom and in 1935 in the same style by C. van Capelle, show Art Deco influences. As do the stained-glass windows from 1928. J. Nicolas designed these windows, which have as their theme the Eucharist, the vows of the order and some hymns of praise. The statues depict: the Sacred Heart of Jesus, Maria, Joseph and the Jesuit saints John Berchmans, Ignatius of Loyola, Peter Canisius, John Roothaan and Bellarmine.

The Berchmanianum, which is currently in use as a convent care home for the elderly, convent nursing home and residence of the Jesuit Community, was built as a study house for the Jesuits of the Dutch province. In 1877 they had established a study house in Oudenbosch, for which they erected a new building in 1889 designed by N. Molenaar, which they named after the student and Jesuit Jan Berchmans, canonized in 1892, exemplar of diligent duty. When this building no longer sufficed, they decided to build a new house in Nijmegen, where in 1923 the Catholic University had been founded. Various orders and congregations established study houses in Nijmegen, so that their religious could study or teach at the new university.

The Jesuits did not have a major seminary. After the minor seminary, their training consisted of following a three-year theological study at the Theologicum (Canisianum) in Maastricht and a three-year philosophical study at the Filosoficum (Berchmanianum) in Nijmegen. Here lessons were given and professors and students resided. During the Second World War the study house was requisitioned for four years by the SS, who wanted to establish a "Mutterheim", a kind of gynaecological clinic, there. The SS carried out a number of alterations and removed the granite nameplate. This was replaced after the war.

The Berchmanianum shows influences from the Amsterdam School in the partly corrugated brick front facade, the entrance section with the compressed arch and the ornamented woodwork, the curved roof crowning of the chapel and the slender tower with the projecting top. The building is L-shaped and therefore has no enclosed courtyard. The Jesuits, in contrast to other religious orders, do not speak of a cloister, but of a house. From the division of the front facade the functions can broadly be deduced: on the left the library and some communal rooms, in the middle the guest rooms and the rooms for the professors and fathers, accessible from a cloister corridor located at the rear, on the right the refectory with kitchen and above it the chapel with side chapels. Father's rooms, library and chapel are separated from each other by staircases, the most important of which is located in the tower. Perpendicular to this wing is the scholastics' wing (student Jesuits), whose central corridors contain the smaller student rooms and which is terminated with a corner pavilion, in which the classrooms are located. Both wings meet each other at the communal rooms such as the chapel and the refectory. The Berchmanianum is located on a wooded site, which forms part of the Landgoed Heyendaal estate and was owned by the Jurgens family. The front facade (south facade) is situated on the Houtlaan. The scholastics' wing (student Jesuits) perpendicular to it is parallel to the Heyendaalseweg. To the right of the study house is a single-storey building, in which the workshop and residential quarters of the lay brothers were located. To the right of the workshop stands a small transformer house on the Heyendaalseweg, which belonged to the study house and was built in the same style. In the park-like garden behind the study house there is still a cemetery, an apiary, a pergola and various statues of saints. The outbuildings are not protected as national monuments.

Description

The STUDY HOUSE has an almost L-shaped floor plan. Perpendicular to the western side of the south wing a short wing was added later. The east wing is terminated with a wider and higher corner pavilion. The building has three storeys and an attic storey beneath gabled roofs and hipped roofs and a hipped roof above the pavilion. The roofs are provided with hipped, glazed improved Dutch tiles. The roof of the south wing is provided with chimneys or ventilation flues in the ridge and small roof dormers with two lights. The hipped roof above the chapel is provided with a wooden roof dormer running on three sides of the roof and a finial stands on the ridge. The roof above the scholastics' wing has continuous wooden roof dormers with plastic-framed windows added later. The flattened hipped roof above the corner pavilion has chimneys on the four corners. The tower spire is clad with copper plates and has an ornamented wrought-iron roof ornament. The study house is built of yellow and red brick laid in Flemish bond, with the red brick forming a high base, which partly encompasses the first storey. The facades are enlivened by decorative brickwork, such as the continuous band and the frieze of brick mosaic respectively above the windows of the first storey and below the eaves. Use was also made of projecting quoins and bands of narrow terracotta stone among other things to frame the windows.

In the asymmetrically laid out FRONT FACADE the section to the left of the tower is horizontally articulated by the aforementioned bands of decorative brickwork. Striking elements in this facade section are the entrance section and the wave of the facade further to the left. The entrance section consists of a round-arched portico, the arch of which forms slightly more than a semicircle. The arch steps back twice and is surrounded by decorative brickwork. In the portico is a double heavy worked wooden door with small panes at the top, a fanlight and side lights respectively with vertical and horizontal glazing bars and filled with stained glass. Below the side lights are small walls faced with granite. A granite step of two treads provides access to the portico. Above the arch the red brick continues stepwise up to below the windows of the second storey. In the field of red brick, which is bordered with bands of decorative brickwork, granite lintels and a series of four windows with six-light casement windows, is a natural stone plate with the inscription: "COLLEGIUM BERCHMANIANUM".

The windows in the facade section to the left of the tower predominantly have wooden cross windows with two six-light fanlights and are coupled in pairs. To the left of the wave facade section there are also windows with two casement windows and twelve-light fanlights.

The facade section to the right of the tower (refectory and chapel) is vertically articulated by four pilasters. The intervening bays are closed by compressed bell gables, in which there are four medallions of ceramic material surrounded by decorative brickwork. The medallions have different relief representations such as a lion's head and a snake. Pilasters and bell gables are topped with gres stone. The first bay has twice two square windows one above the other. The remaining three bays have two rectangular windows with stained-glass windows. In the first storey the original windows of the refectory have been replaced by plastic examples. The facade section to the right of the chapel (kitchen and side chapels) has in the first storey in and out stepping bands of brickwork and is closed with decorative brickwork. In the first storey the kitchen windows have been replaced by plastic-framed windows, in the second storey there are windows with stained-glass windows (side chapels), the third storey is provided with plastic windows.

The square TOWER, which stands slightly forward relative to the chapel, has a projecting top with decorative brickwork, two clock faces and twenty louvre openings, five on each side. In the front facade there are series of smaller windows which illuminate the staircase behind it.

The LEFT SIDE FACADE has on the right a five-sided bay window over two storeys. In the bay window is a double door with small panes, a wooden canopy and five-light fanlight. In front of the door is a step with three treads and side walls, topped with natural stone. Most of the windows in the left side facade and also in the court facade of this wing, which was already remodelled and extended by the Germans in 1941, have been replaced by plastic examples.

The RIGHT SIDE FACADE has in the first storey of the scholastics' wing round-arched windows with stained glass. The cross windows in the second and third storeys have been replaced by plastic windows. In the corner pavilion and in the court facade of the scholastics' wing all frames have been replaced.

The REAR FACADE of the south wing steps back twice. On the left is the chapel, to the right of the chapel slightly recessed some recreation rooms, to the right of these further recessed the wing with professors' rooms and the like. Against the chapel a lift shaft of four storeys was built later. The recreation rooms have recently been extended over the full height of three storeys with two bays. In this recreation section the windows have been replaced by plastic. The corridors for the chapel and the professors' wing have retained their original windows. In the first and second storeys there are round-arched windows with stained glass and in the third storey there are round-arched three-light windows in a frame of decorative brickwork also with stained glass.

The INTERIOR has remained partly intact. In both wings the layout has been largely preserved. In the south wing there are also still a large number of original interior elements present such as the vestibule, corridors and staircases with red-black tile floors, colourful wainscotting of yellow, green and black glazed stone and plastered groined vaults with reinforcing arches of exposed brickwork, resting on natural stone corbels; the staircases with granite steps with iron railings and wooden handrails; the corridors with devotional corners; the single-aisle chapel with a pointed barrel vault, supported by a moulding resting on wall pillars and its decoration of statues and windows with Art Deco influences; the space behind the chapel, where the sacristy with vestment cabinets and the side chapels with stained-glass windows are located and where, as in the chapel, the original furnishings have also been preserved; throughout the entire study house panelled doors partly in flat frames.

Valuation

STUDY HOUSE of the order of the Jesuit fathers built in 1927-1929 by Jos Cuypers with stained-glass windows by J. Nicolas, statues by Leo Brom, C. van Capelle and Ch. Vos and murals by G. Bruning, P. Wiemers and G. van Hemert.

- Of architectural-historical value as a good, fairly intact and rare example in exterior and interior of a study house for Jesuits in a style showing influences from the Amsterdam School and Art Deco. The study house has aesthetic qualities in its design such as a distinctive main form, good proportions and a special detailing, ornamentation and use of materials.

- Of urban planning value because of its dimensions and distinctive location on the Houtlaan.

- Of cultural-historical value because of its purpose, which is linked to a cultural development namely the establishment of the Catholic University and because of its appearance, which is linked to the building typology of the Jesuit order which does not build cloisters, but "houses".

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map