TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Heyendaal

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1912 - 1913
Address
Geert Grooteplein Noord 9, 6525 EZ Nijmegen
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.82413, 5.85853
Monument number
523004

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Bl. 26 Nijmegen, 1907" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Vrijstaand LANDHUIS met ruime VOORTUIN, genaamd Heyendaal. Het landhuis is verhoogd gelegen aan de oostzijde van de St-Annastraat, tegenwoordig gelegen aan het Geert Grooteplein Noord. Het niveauverschil met de Sint-Annastraat is bijna drie meter. Het landhuis is in opdracht van de margarinefabrikant Frans Jurgens gebouwd in 1912-1913 naar ontwerp van de architect Charles M.F.H. Estourgie (1884-1950) uit Nijmegen. Aannemers waren W.H. Thunnissen en J.Chr. Kropman. De bouwstijl is de neorenaissance, geënt op de Hollandse Renaissance. Het beeldhouwwerk in de gevel is, waar het de portretten betreft, vervaardigd door de Antwerpse beeldhouwer Egidius (Eggie) Everaerts (?-1948). Het interieur van het landhuis is in 1913-1914 aangebracht onder leiding van de binnenhuisarchitect Antonius H. Trautwein (1851-1919). De historische, van elders overgebrachte onderdelen van dit interieur maken integraal onderdeel uit van het pand en de bescherming.

Omschrijving

Het in staand verband gemetselde, bakstenen gebouw is opgetrokken op samengestelde plattegrond en telt twee bouwlagen onder een met leien in maasdekking gedekt samengesteld dak. Het dak is voorzien van een plat met op de hoeken grote rookkanalen met geprofileerde zandstenen beëindiging. Tussen de rookkanalen bevindt zich een hek van siersmeedwerk. De gevels rusten op een plint van graniet en bevatten versieringen in zandsteen. De versieringen bestaan uit speklagen, hoekblokken, aanzet- en sluitstenen en diverse gebeeldhouwde onderdelen. Zo zijn de sluistenen boven vensters en deuren voorzien van mannen-, vrouwen- en engelenkopjes, alsook van leeuwen- en diamantkoppen. Het fries van het gevelafsluitend hoofdgestel is versierd met elf vrouwenkopjes, de elf provinciën voorstellende. Hierbij zijn de kopjes van Noord-Holland en Zeeland portretten van respectievelijk mevrouw Estourgie en mevrouw Jurgens. De mannenkoppen aan de toren stellen voor de heren Estourgie, Galoppin, Kropman en Thunnissen, respectievelijk architect, tuinarchitect en vermoedelijk de aannemers. Daarnaast zijn er nog voorstellingen te vinden van de jacht en de handel en nijverheid. De gevels bevatten nog enkele oude gevelstenen, een deel is in 1950 geschonken aan de gemeente Heusden waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen. Tenzij anders vermeld zijn de kozijnen vervaardigd van zandsteen, de bovenlichten zijn vrijwel allen bezet met deels meerkleurig glas-in-lood. De terrassen zijn alle belegd met tegeltjes in rood, zwart en wit.

De VOORGEVEL wordt gedomineerd door een vierkante klokkentoren, die in de bovenste geleding overgaat in een achtvorm onder een ingesnoerde naaldspits. De toren bevat op de begane grond de hoofdentree, gevat in een geheel in zandsteen uitgevoerd Grieks tempelfront. Het timpaan is voorzien van een reliëf. De entree bestaat uit een paneeldeur met zijlichten. Boven het dak van het tempelfront bevindt zich een vijflicht als bovenlicht. De toren is verder voorzien van diverse vensters, deuren die toegang geven tot balkonnetjes en versieringen waaronder spuwers. De balkonnetjes hebben een balustrade van siersmeedwerk. Rechts van de toren heeft de begane grond drie kruisvenster. Op de verdieping springt de gevel ver terug en heeft hier een balkon, toegankelijk via een pui met deur, zijlichten en drie bovenlichten. Links van de toren bevindt zich een eenlaagsuitbouw onder een zadeldak, waaruit de vijfzijdig gesloten voormalige jachtkamer naar voren steekt. De uitbouw bevat tweelichten met tienrruitsvensters.

De LINKER ZIJGEVEL heeft links een licht risalerend bouwdeel, dat eindigt in een trapgevel, bekroond met een pelikaan. De begane grond heeft hier een vijfzijdige erker met daarboven een balkon met zandstenen balustrade tussen gemetselde kolommen. De erker heeft in het voorvlak een drielicht, in de afgeschuinde zijden een kloosterkozijn en in de zijvlakken een hooggeplaatst venster. Het balkon is toegankelijk via een pui met ellipsbogig afgesloten deur met zijlichten en drie bovenlichten. Boven de pui bevindt zich een jaartalstuk met het jaartal 1912. De verdieping heeft een drielicht, geflankeerd door twee oeil-de-boeufs. De gevel bevat in het midden op de begane grond een twaalfruitsstolpdeur met boven een zwaar geornamenteerd kalf een zesruitsbovenlicht. Ter weerszijden bevinden zich twee achttienruitsschuifvensters. De verdieping heeft in het midden een kruisvenster, geflankeerd door twee drielichten. Rechts heeft de gevel op de begane grond een paneeldeur met negenruitsglaspaneel en halfrond drieruitsbovenlicht. Daarboven bevindt zich op twee niveau's een tweelicht, waarvan het onderste is voorzien van een getordeerd middenzuiltje. Geheel rechts bevindt zich een eenlaagsuitbouw, als voortzetting van de uitbouw tegen de voorgevel. Het rechter deel van de uitbouw steekt ver naar voren en wordt beëindigd met een trapgevel. De gevel heeft hier op de begane grond drie gekoppelde rondboognissen. De rechter twee bevatten een enkelruitsvenster, de linker en klein rond venster. De zolder heeft een radvenster. De trapgevel wordt bekroond met een wereldbol(?). Het linker deel van de uitbouw heeft in het voorvlak twee enkelruitsschuifvensters en in het linker zijvlak een hooggeplaatst vijflicht. Voor de linker zijgevel bevindt zich een groot terras op verschillende niveau's.

De ACHTERGEVEL heeft links een ver uitstekend bouwdeel met op de begane grond en de verdieping een kruisvenster. Het rechter gedeelte van de gevel heeft links op de begane grond een loggia onder een geheel in zandsteen uitgevoerd balkon. De gevel bevat ter plaatse van de loggia drie rondboognissen, waarvan de linker is voorzien van een deur. Het balkon is toegankelijk via een deur in het linker bouwdeel. Ter plaatse van het balkon heeft de gevel een groot drielicht, waarvan het middelste venster hoger opgaat en halfrond eindigt. Rechts heeft de gevel op de begane grond een grote pui met in het midden een tweeruitsstolpdeur met zijlichten en een vijfvoudig bovenlicht. De deuren geven toegang tot een terras met zandstenen balustrade tussen bakstenen kolommen. De verdieping heeft hier twee kruisvensters. De gevel wordt afgesloten met en hoofdgestel. Het fries is uitgevoerd in siermetselwerk met geornamenteerde stukken zandsteen. Het dakvlak bevat drie dakkapellen met schilddakje, twee met twaalfruitsstolpraam en één met negenruitsdraairaam. Hoog in het dak bevindt zich een dakkapel met driehoekige beëindiging.

De RECHTER ZIJGEVEL, de enige symmetrisch ingedeelde gevel, bevat in het midden een brede risaliet. De risaliet heeft op de begane grond een driezijdige erker met afgeschuinde zijden. De voorzijde bevat een tweeruitsstolpdeur met gedeeld bovenlicht, de zijvlakken een kloosterkozijn met enkelruitsramen. De muurdammen zij uitgevoerd als Ionische pilasters. Boven het erker bevindt zich een balkon met zandstenen balustrade tussen bakstenen kolommen, die bekroond zijn met een vaas. Het balkon is links en rechts toegankelijk via en enkelruits getoogde deur met bovenlicht. Tussen de deuren bevindt zich een kruiskozijn. De gevelopeningen worden ontlast met een boog, waarvan het veld is voorzien van beeldhouwwerk. De risaliet eindigt in een trapgevel met aangekapt zadeldak. De geveltop bevat in het midden een drielicht met ter weerszijden een rond venster. De treden van de trappen zijn voorzien van een zandstenen dekplaat. De top heeft een verdikking in metselwerk, rustend op een zandstenen kraagsteen en bekroond met een arend. Links en rechts van de risaliet is de gevel drie traveeën breed. De middelste travee bevat op de begane grond een tweeruitsstolpdeur met gedeeld bovenlicht, die toegang geeft tot een terras, voorzien van een zandstenen balustrade tussen bakstenen kolommen. De linker en de rechter travee hebben op beide bouwlagen een kruiskozijn, evenals de middelste travee op de verdieping. Deze delen van de gevel worden afgesloten met en hoofdgestel, waarvan de gereduceerde architraaf doorloopt over de middenrisaliet. Het fries is uitgevoerd in siermetselwerk met geornamenteerde stukken zandsteen. Het dakvlak bevat boven de middelste travee een dakkapel met schilddakje en twaalfruitsstolpraam.

Het rijke INTERIEUR bevat deels uit de bouwtijd daterende, deels van elders overgebrachte historische onderdelen. De indeling is vrij oorspronkelijk, alleen in de noordoosthoek is de indeling en uitmonstering aangepast aan het huidige gebruik. De vertrekken zijn gegroepeerd rondom een noord-zuid lopende gang/as, die loopt van de entree in het noorden tot het trappenhuis in het zuiden.

De entree bevat een vloer van opus tessellatum met in het midden een stermotief en aan de randen bloemmotieven. De wanden zijn voorzien van een lambrisering van marmer in rood, wit en zwart marmer. Wanden en plafond zijn uitgevoerd in stucwerk met respectievelijk verhoogde vakken, perklijsten en middenroset. De gang heeft eenzelfde lambrisering. De vloer is hier van wit marmer met rode banden. Het plafond is uitgevoerd als tongewelf met gordelbogen die overgaan in pilasters. In de wand zijn nissen aangebracht, waarvan er een voorzien is van een radiator met bronzen verwarmingskast. De deuren in entree en gang hebben marmeren omlijstingen. De grote hal bevat tegen de zuidwand een grote schouw uit het tweede kwart van de zeventiende eeuw. Het bovenste gedeelte van de boezem is vermoedelijk pas in 1913-1914 aangebracht. De oostwand heeft ter weerszijden van een nis twee doorgangen naar de voormalige eetzaal (links) en de 'billardkamer' (rechts). De halfronde boogvelden boven de paneeldeuren bevatten een schildering van Trautwein die betrekking heeft op de functie van de vertrekken.

Het vertrek geheel rechts achter (de voormalige woonkamer) is door een latere wand in tweeën gesplitst. Het vertrek, de voormalige woonkamer, bevat panelen met een schildering op doek, die zijn overgeschilderd. Een deel van het stucplafond met vakindeling is bewaard gebleven. Het interieur van het vertrek rechts, de voormalige salon, is door de architect Rouveel de Meu aangebracht, nadat het oorspronkelijke Lodewijk XV-interieur was verkocht. Het vertrek rechts voor, het voormalige boudoir, heeft rijk geornamenteerde wanden en plafond in Lodewijk XVI-stijl, in de kleurstelling lichtgrijs/wit. De deurstukken hebben betrekking op de vreugde en de liefde en zijn vermoedelijk deels van elders afkomstig, deels tijdens de bouw gemaakt. De westgevel bevat een witmarmeren mantel met verholen rookkanaal.

De grote eetzaal links bevat een plafond met geschilderd middenstuk van A. Glansdorp uit 1947, nadat het oorspronkelijke stuk was verbrand. De zwikken bevatten grisailles uit 1947 van A. van Rijn. Uit de bouwtijd dateren ook de geschilderde deurstukken boven de kastdeuren. De zaal links achter, de voormalige biljardkamer, bevat een cassettenplafond, gevuld met beschilderde doeken en houten rozetten. De doeken hebben een donkergroene achtergrond met goudkleurige ranken.

De traphal wordt aangelicht door een groot venster in de zuidgevel, dat de vorm heeft van een serliana. Het venster is bezet met glas-in-lood en bevat naast florale motieven een cartouche met daarop afgebeeld een familie in middeleeuwse klederdracht, mogelijk de familie Jurgens-Smulders voorstellende. De houten trap heeft rijk gesneden balusters.

De gang op de verdieping heeft een stucplafond dat is uitgevoerd als tongewelf met gordelbogen die overgaan in pilasters.

In het interieur komen de volgende van elders overgebrachte HISTORISCHE INTERIEURS / ONDERDELEN voor:

In de kamer rechts van de ingangshal een betimmering met schouw en stucplafond Lodewijk XVI. In de grote benedenhal een grote schouw, derde kwart zeventiende eeuw met tegen mantel en boezem rijk gesneden pilasters en friezen, alsmede een schoorsteenstuk, op panelen geschilderd. Tegels en haardplaat. Voorts in deze hal een deuromlijsting met gesneden getorste Ionische zuilen en hoofdgestel, derde kwart zeventiede eeuw. In een kamer links van de grote benedenhal rijke betimmeringen met twee schouwen, deuren, dessus-de-portes, alsmede een gesneden omlijsting met schildering (sterk overgeschilderd) in het plafond, alles in Lodewijk XIV-trant. In de andere kamer links van de benedenhal rijk gesneden betimmeringen met panelen en halve zuiltjes, alsmede een uit oude onderdelen (natuurstenen hermen, consoles in de vorm van wapendragende leeuwtjes, gesneden fries en getorste zuiltjes met hoofdgestel) samengestelde schouw, alles derde kwart zeventiende eeuw. In de bovenhal een gesneden schouw met schoorsteenstuk, plafondschilderingen, wandpilasters met Korinthische kapitelen en een rijk gesneden portiek, alles eind zeventiende eeuw. In de bovengang wandpilasters met gesneden Korinthische kapitelen en een deuromlijsting met wandzuiltjes en hoofdgestel, derde kwart zeventiende eeuw.

Waardering

Landhuis in Neo-Hollandse renaissancestijl uit 1912-1913 naar ontwerp van Ch. Estourgie met deels van elders overgebrachte historische interieuronderdelen.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een landhuis met ornamentiek beïnvloedt door de Neo-Hollandse renaissance. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de rijke ornamentiek in de gevels en de rijke onderdelen in het interieur.

Tevens van waarde vanwege de in het interieur aanwezige historische onderdelen, die van elders zijn overgebracht.

- Van stedenbouwkundige waarde door de opvallende situering aan de oostzijde van de Sint-Annastraat. Ondanks de sterk gewijzigde omgeving domineert het pand door zijn verhoogde ligging, opvallende vormgeving en architectuur nog steeds het straatbeeld ter plaatse.

- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor een kapitaalkrachtige opdrachtgever, behorend tot de tweede generatie industriëlen, die zich vanwege de goedkope arbeidskrachten vestigden in het oosten van het land.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Detached COUNTRY HOUSE with spacious FRONT GARDEN, named Heyendaal. The country house is situated at a raised level on the east side of the St-Annastraat, now located at Geert Grooteplein Noord. The level difference with Sint-Annastraat is almost three metres. The country house was built on the commission of margarine manufacturer Frans Jurgens in 1912-1913 according to designs by architect Charles M.F.H. Estourgie (1884-1950) from Nijmegen. Contractors were W.H. Thunnissen and J.Chr. Kropman. The architectural style is neo-renaissance, based on Dutch Renaissance. The sculptural work in the facade is, as regards the portraits, executed by Antwerp sculptor Egidius (Eggie) Everaerts (?-1948). The interior of the country house was installed in 1913-1914 under the direction of interior architect Antonius H. Trautwein (1851-1919). The historical, imported from elsewhere interior components of this interior form an integral part of the building and its protection.

Description

The brick building, laid in running bond, is erected on a complex ground plan and comprises two storeys beneath a roof with slates in Meuse coverage. The roof is furnished with a flat section with large flue stacks with profiled sandstone termination at the corners. Between the flue stacks is ornamental ironwork fencing. The facades rest on a plinth of granite and contain decorations in sandstone. The decorations consist of string courses, angle blocks, springer and keystone blocks and various sculpted components. The keystones above windows and doors are furnished with male, female and angel heads, as well as lion and diamond heads. The frieze of the roof-terminating cornice is decorated with eleven female heads, representing the eleven provinces. Among these, the heads of North Holland and Zeeland are portraits of Mrs Estourgie and Mrs Jurgens respectively. The male heads on the tower represent Messrs Estourgie, Galoppin, Kropman and Thunnissen, architect, garden architect and presumably the contractors. Besides these are representations of hunting and commerce and industry. The facades contain several old gable stones, part of which was donated to the municipality of Heusden in 1950, where they originally came from. Unless stated otherwise, the window frames are made of sandstone, the fanlights are almost all furnished with partly polychrome stained glass. The terraces are all paved with tiles in red, black and white.

The FRONT FACADE is dominated by a square bell tower, which in its upper section transitions to an octagon beneath a tapered spire. The tower contains on the ground floor the main entrance, set within an entirely sandstone-executed Greek temple front. The tympanum is furnished with a relief. The entrance consists of a panelled door with sidelights. Above the roof of the temple front is a five-light fanlight. The tower is further furnished with various windows, doors providing access to small balconies and decorations including gargoyles. The small balconies have ornamental ironwork balustrades. To the right of the tower the ground floor has three cross windows. On the upper storey the facade steps back considerably and has here a balcony, accessible via a door and sidelights and three fanlights. To the left of the tower is a single-storey extension beneath a gabled roof, from which the five-sided closed former hunting room projects forward. The extension contains two-lights with sixteen-pane windows.

The LEFT SIDE FACADE has on the left a slightly projecting building component, which ends in a stepped gable, crowned with a pelican. The ground floor here has a five-sided bay with above it a balcony with sandstone balustrade between built-in columns. The bay has in the front face a three-light, in the chamfered sides a cloister window and in the side faces a high-placed window. The balcony is accessible via a door with elliptically-terminated form with sidelights and three fanlights. Above the door is a date stone with the year 1912. The upper storey has a three-light, flanked by two oculi. The facade contains in the middle on the ground floor a twelve-pane pivot door with above it a heavily ornamented sculpted element a six-pane fanlight. On either side are two eighteen-pane sash windows. The upper storey has in the middle a cross window, flanked by two three-lights. To the right the facade has on the ground floor a panelled door with nine-pane glass panel and semicircular three-pane fanlight. Above this is on two levels a two-light, the lower of which is furnished with a twisted centre colonette. Furthest to the right is a single-storey extension, as continuation of the extension against the front facade. The right section of the extension projects far forward and is terminated with a stepped gable. The facade here on the ground floor has three coupled round-arch recesses. The right two contain a single-pane window, the left a small round window. The attic has a radial window. The stepped gable is crowned with a globe(?). The left section of the extension has in the front face two single-pane sash windows and in the left side face a high-placed five-light. Before the left side facade is a large terrace at different levels.

The REAR FACADE has on the left a far-projecting building component with on the ground floor and upper storey a cross window. The right section of the facade has on the left on the ground floor a loggia beneath an entirely sandstone-executed balcony. The facade contains at the location of the loggia three round-arch recesses, of which the left is furnished with a door. The balcony is accessible via a door in the left building component. At the location of the balcony the facade has a large three-light, the middle window of which rises higher and ends semicircularly. To the right the facade has on the ground floor a large door and window assembly with in the middle a two-pane pivot door with sidelights and a five-fold fanlight. The doors provide access to a terrace with sandstone balustrade between brick columns. The upper storey has here two cross windows. The facade is terminated with a cornice. The frieze is executed in decorative brickwork with ornamented sandstone sections. The roof section contains three roof dormers with hipped roof, two with twelve-pane pivot frame and one with nine-pane casement window. High in the roof is a roof dormer with triangular termination.

The RIGHT SIDE FACADE, the only symmetrically designed facade, contains in the middle a broad risalit. The risalit has on the ground floor a three-sided bay with chamfered sides. The front face contains a two-pane pivot door with divided fanlight, the side faces a cloister window with single-pane frames. The wall piers are executed as Ionic pilasters. Above the bay is a balcony with sandstone balustrade between brick columns, crowned with a vase. The balcony is accessible left and right via a single-pane round-arched door with fanlight. Between the doors is a cross window. The facade openings are relieved with an arch, the field of which is furnished with sculptural work. The risalit ends in a stepped gable with hipped roof overlay. The gable top contains in the middle a three-light with round windows on either side. The steps of the gables are furnished with a sandstone coping. The top has a thickening in brickwork, resting on a sandstone corbel and crowned with an eagle. Left and right of the risalit the facade is three bays wide. The middle bay contains on the ground floor a two-pane pivot door with divided fanlight, providing access to a terrace, furnished with a sandstone balustrade between brick columns. The left and right bay have on both storeys a cross window, as does the middle bay on the upper storey. These sections of the facade are terminated with a cornice, the reduced architrave of which continues over the middle risalit. The frieze is executed in decorative brickwork with ornamented sandstone sections. The roof section contains above the middle bay a roof dormer with hipped roof and twelve-pane pivot frame.

The rich INTERIOR contains partly original components from the time of construction, partly historical components brought from elsewhere. The layout is fairly original; only in the northeast corner has the layout and finishing been adapted to current use. The rooms are grouped around a north-south running corridor/axis, running from the entrance in the north to the stairwell in the south.

The entrance contains a floor of opus tessellatum with in the middle a star motif and flower motifs at the edges. The walls are furnished with marble wainscotting in red, white and black marble. Walls and ceiling are executed in stucco with respectively raised panels, border lines and central rosette. The corridor has similar wainscotting. The floor here is of white marble with red bands. The ceiling is executed as a barrel vault with transverse ribs that pass into pilasters. Niches are incorporated in the wall, one of which is furnished with a radiator with bronze heating casing. The doors in entrance and corridor have marble surrounds. The large hall contains against the south wall a large fireplace from the second quarter of the seventeenth century. The upper section of the mantel is presumably installed only in 1913-1914. The east wall has on either side of a niche two passages to the former dining room (left) and the 'billiard room' (right). The semicircular arch fields above the panelled doors contain a painting by Trautwein relating to the function of the rooms.

The room entirely to the right at the back (the former living room) is divided in two by a later wall. The room, the former living room, contains panels with a painting on canvas, which have been overpainted. Part of the stucco ceiling with panel division has been preserved. The interior of the room to the right, the former salon, was installed by architect Rouveel de Meu, after the original Louis XV interior was sold. The room to the right front, the former boudoir, has richly ornamented walls and ceiling in Louis XVI style, in the colour scheme light grey/white. The door decorative elements relate to joy and love and are presumably partly from elsewhere, partly made during construction. The west facade contains a white marble fireplace with concealed flue.

The large dining room to the left contains a ceiling with painted centrepiece by A. Glansdorp from 1947, after the original was destroyed by fire. The pendentives contain grisailles from 1947 by A. van Rijn. The painted door decorative elements above the cabinet doors date from the time of construction. The hall to the left at the back, the former billiard room, contains a coffered ceiling, filled with painted canvases and wooden rosettes. The canvases have a dark green background with gold-coloured foliage.

The stair hall is illuminated by a large window in the south facade, which has the form of a Serliana. The window is furnished with stained glass and contains, apart from floral motifs, a cartouche depicting a family in medieval dress, possibly representing the Jurgens-Smulders family. The wooden staircase has richly carved balusters.

The corridor on the upper storey has a stucco ceiling executed as a barrel vault with transverse ribs that pass into pilasters.

The interior contains the following HISTORICAL INTERIORS / COMPONENTS brought from elsewhere:

In the room to the right of the entrance hall, wainscotting with fireplace and stucco ceiling, Louis XVI. In the large hall below, a large fireplace, third quarter seventeenth century with against mantel and mantel richly carved pilasters and friezes, as well as a chimney breast, painted on panels. Tiles and hearth plate. Furthermore in this hall a door surround with carved twisted Ionic columns and cornice, third quarter seventeenth century. In a room to the left of the large hall below, rich wainscotting with two fireplaces, doors, overmantel paintings, as well as a carved surround with painting (heavily overpainted) in the ceiling, all in Louis XIV style. In the other room to the left of the hall below, richly carved wainscotting with panels and half columns, as well as a fireplace composed from old components (natural stone herms, consoles in the form of heraldic shield-bearing lionets, carved frieze and twisted columns with cornice), all third quarter seventeenth century. In the upper hall a carved fireplace with chimney breast, ceiling paintings, wall pilasters with Corinthian capitals and a richly carved portico, all late seventeenth century. In the upper corridor wall pilasters with carved Corinthian capitals and a door surround with wall columns and cornice, third quarter seventeenth century.

Valuation

Country house in Neo-Dutch Renaissance style from 1912-1913 according to designs by Ch. Estourgie with partly historical interior components brought from elsewhere.

- Of architectural historical value as a well and faithfully preserved example of a country house with ornamental work influenced by Neo-Dutch Renaissance. The building stands out through high aesthetic qualities, such as the advanced use of materials and rich ornamental work. Characteristic are amongst others the rich ornamental work in the facades and the rich components in the interior.

Also of value for the historical components present in the interior, which have been brought from elsewhere.

- Of urban design value through the striking situation on the east side of Sint-Annastraat. Despite the greatly changed surroundings, the building still dominates the streetscape at this location through its raised position, striking design and architecture.

- Of cultural-historical value as a recognizable element of a social development. The building was constructed as housing for a wealthy patron, belonging to the second generation of industrialists, who settled in the east of the country because of cheap labour.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map