Rijksmonumentenregister · Netherlands
Salatiga
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1910 - 1911
- Address
- Sterreschansweg 77, Locatie: Hunnerberg, 6522 GL Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84149, 5.88573
- Part of complex
- 522977
- Monument number
- 522978
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving Deze grote, onderkelderde VILLA kenmerkt zich door een vierkante hoofdvorm, twee bouwlagen en een forse zolderverdieping onder een gebroken tentdak met aan weerszijden een schilddak ter plaatse van twee hoekrisalieten. De dakschilden zijn belegd met rode verbeterde Hollandse pannen en voorzien van geprofileerde bakgoten op gepaarde klossen. Onder de goten zijn de gemetselde gevels afgesloten door een gepleisterd fries waarin ter plaatse van de voorgevel gekoppelde festoenen zijn opgenomen. In de middenas bevat het voorschild een bakstenen 'dakhuis' met een gebogen kap. Op de voorschilden van beide schildaken en op het achterschild van het hoofdblok bevinden zich dakkapellen. Beide zijgevels zijn verhoogd met een zogenaamde 'Vlaamse gevel' waarin het metselwerk is doorgetrokken. De in kruisverband gemetselde gevels kenmerken zich door de rijke combinatie met in pleisterwerk, hout en in natuursteen uitgevoerde elementen. Zo is onder meer de omlopende plint in hardsteen uitgevoerd, maar ook een deel van de karakteristieke loggia ter plaatse van de voorgevel. Architect Leeuw ontwierp het gebouw in een mengstijl waarin elementen van de Um 1800 architectuur, maar ook van de Art Nouveau en de Neo-Renaissance werden opgenomen.
Het karakter van de VOORGEVEL wordt bepaald door de twee genoemde hoekrisalieten waartussen zich een vooruitspringende rechthoekige loggia over twee bouwlagen bevindt. Ter plaatse van de begane grond wordt deze loggia door in natuursteen uitgevoerde ronde zuiltjes in drie assen verdeeld die met een rondboog zijn afgesloten. De zuiltjes zijn voorzien van basementen en kapitelen. De rondbogen hebben door het afwisselend gebruik van natuur- en baksteen een aan de Renaissance verwante detaillering gekregen. Ter plaatse van de zwikken bevinden zich gestileerde adelaars. Op de verdieping, van de begane grond gescheiden door een horizontale geprofileerde kroonlijst, wordt de loggia in hout voortgezet. In het verlengde van de natuurstenen zuiltjes bevinden zich gekoppelde Ionische zuiltjes die door een geprofileerde kroonlijst op klossen wordt afgesloten. Tussen de zuiltjes bevindt zich een houten balustrade. In de, via een aantal hardstenen traptreden te betreden, loggia is de vloer in granito uitgevoerd. De rondboogvormig afgesloten ingangspartij, links, bestaat uit de oorspronkelijke voordeur die wordt geflankeerd door twee zijlichten. Zowel de zijlichten als de van decoratief snijwerk voorziene voordeur zijn voorzien van ijzeren deurroosters. Het halfronde bovenlicht is voorzien van in houtsnijwerk uitgevoerde festoenen en plantmotieven. Rechts van de ingang bevindt zich een dubbele schuifdeur waarvan het bovenlicht een 24-ruits verdeling heeft. Op de verdieping bevindt zich in dezelfde as eveneens een dubbele schuifdeur met meerruits bovenlichten. Links hiervan bevindt zich een meerruits raam. Beide risalerende gevels rechts van de loggia hebben een overeenkomende indeling met twee vensterassen en op elke bouwlaag twee ramen. De rechthoekige vensteropeningen bevatten 4-ruits stolpramen met 12-ruits bovenlichten, gescheiden door een tussenstijl en voorzien van hardstenen dorpels. Op de begane grond zijn de twee oorspronkelijke ramen in het rechter risaliet vervangen door kunstofvarianten met een afwijkende detaillering. Alle ramen op de begane grond hebben strekken met een afwisselende baksteen/pleisterwerk detaillering. De oorspronkelijk aanwezige luiken zijn verdwenen. Beide dakschilden van de risalieten hebben elk een oorspronkelijke dakkapel met een gebogen dak. Tussen deze dakkapellen bevind zich in het midden van het voorschild een gemetselde dakopbouw met een gebogen kap, twee 6-ruits ramen en een halfrond fronton met gepleisterde festoenen. Het linker risaliet bevat boven de plint een gevelsteen met daarop in kapitalen de tekst "Primum Lapidem Posuit/ Edvardus Huffer S.J./V. Kal.Sept. MCMX".
De LINKER ZIJGEVEL wordt eveneens gekarakteriseerd door twee risalerende geveldelen met daartussen een als Vlaamse gevel doorgetrokken gevel. Op de begane grond bevindt zich tussen beide risalieten de dienstingang in een platgedekt bewerkt houten portiek waarvan het vloertje in terrazzo is uitgevoerd. De entree ligt hoger en wordt bereikt door een aantal hardstenen traptreden. Rechts van de entree bevinden zich enkellaags toiletuitbouwtjes. In de plint zijn kelderlichten aangebracht Boven de toiletuitbouwen bevinden zich in de gevel twee ovaalvormige vensteropeningen met daartussen een halfrond venster. Daarboven bevindt zich het brede trappenhuisvenster, bestaande uit een enorm middenraam met roedenverdeling dat zowel aan de boven-als aan de onderzijde is afgerond en aan weerszijden is voorzien van een groot rechthoekig raam met een 4 x 6-ruits verdeling. Al deze vensters hebben glas-in-loodramen. Ter plaatse van de zolder bevinden zich in het boven de gootlijst doorgetrokken metselwerk drie gekoppelde dubbele ramen met 4- en 6-ruits bovenlichten. Tegen het linkerrisaliet bevindt zich een uitbouw waarin zich de bijkeuken bevindt. Deze uitbouw heeft nu een schilddak met gesmoorde pannen, maar bezat op de oorspronkelijke bouwtekening een plat dak waarop een balkondeur uitkwam. In het nu blinde metselwerk van het risaliet is deze deuropening nog herkenbaar. Het rechterrisaliet heeft een nu een raam, maar bezat oorspronkelijk op deze plek vermoedelijk een deur die toegang gaf tot het fietsenhok.
De RECHTER ZIJGEVEL is door middel van een in 1950 aangebracht tussenlid verbonden met de kloostervleugel. Links van dit tussenlid bevinden zich twee vensteropeningen, waarvan de invullingen zijn venieuwd in een niet bijpassende detaillering. In het dakvlak bevindt zich een van een zadeldak voorziene Vlaamse gevel waarvan de oorspronkelijke raaminvullingen deels zijn gewijzigd. EÚn van de twee ramen is naar onder toe verlengd en bevat een moderne brandtrapaanbouw. Het gevelgedeelte rechts bevat op de verdieping nog de twee oorspronkelijke balkondeuren met meerruits bovenlichten. De oorspronkelijk hieronder aanwezige erker is bij de nieuwbouw van de kloostervleugel verwijderd.
De ACHTERGEVEL wordt gedomineerd door een grote, op de begane grond driezijdige en op de verdieping halfronde, uitbouw over twee bouwlagen. De rijk gedecoreerde uitbouw is voorzien van een meerzijdige halve koepel met asfaltleien tegen een schoudergevel met geprofileerde deklijsten en een gebogen afsluiting met festoenen. Op de gevel bevindt zich de tekst: "Anno 1911". Links van de uitbouw sluit op de begane grond de uit 1950 daterende kloostervleugel aan. Daarboven bevindt zich nog de balkondeur met meerruits bovenlichten. In de linker zijgevel van de uitbouw is op de verdieping een dubbele balkondeur met meerruits bovenlichten aanwezig. Hierboven bevindt zich een oorspronkelijke dakkapel. Ook op het dakschild ernaast is nog een oorspronkelijke dakkapel aanwezig. Rechts van de uitbouw bevindt zich een smalle vensterstrook met een dubbel meerruits en getralied raam op de begane grond en een kruisvormig kozijn met meerruits ramen op de verdieping. Rechts hiervan bevinden zich op elke bouwlaag twee gekoppelde ramen en in het dakschild twee dakkapellen en een hoge gemetselde schoorsteen. De onderramen op de begane grond zijn tegelijk met de ramen van de kloostervleugel in staal uitgevoerd. De uitbouw heeft op de eerste bouwlaag drie kelderlichten met daarboven een groot raam. Het 4-ruits onderraam heeft stalen profielen en de oorspronkelijke 12-ruits bovenlichten. Op de verdieping bevinden zich zes stolpramen met een gebogen kalf en 12-ruits bovenlichten, gescheiden door halfzuiltjes in baksteen.
In het INTERIEUR is de RUIMTELIJKE INDELING nog duidelijk herkenbaar. Deze indeling is ontwikkeld rondom een enorme rechthoekige hal over twee bouwlagen en kent een ongewoon rijk decoratiepatroon. Op de verdieping bevinden de kamers zich aan een gaanderij die door een trap tegen de westgevel is ontsloten. De gaanderij heeft een fraai gesneden balustrade en de wanden en het gebogen plafond hebben nog de oorspronkelijke, in Art Nouveau stijl uitgevoerde, beschilderingen en betimmeringen. Alle kamers zijn nog voorzien van de oorspronkelijke paneeldeuren, waarvan de kozijnen zijn bewerkt. Ook de glas-in-loodramen die de hal verlichten, zijn in Art Nouveaustijl uitgevoerd. Zelfs de zolderkamers zijn voorzien van gedecoreerde deurkozijnen. Op de begane grond zijn de eikenhouten vloeren oorspronkelijk en zijn in de houten lambrizeringen en betimmeringen nog de gaten zichtbaar waar oorspronkelijk een centraal stofzuigersysteem op was aan-gesloten. De grote trap is voorzien van een rijke, in Neo-Renaissance stijl uitgevoerde details. De eikenhouten betimmeringen zetten zich op rijke wijze door rondom een in het gevelvlak uitgespaarde zithoek tegen de westgevel en als betimmering boven een haardpartij in de oostgevel. Deze haard heeft in Renaissance stijl uitgevoerde kolommen en een bewerkte achterwand met haardtegeltjes en twee kastjes waarin (naar verluidt) sigaren konden worden gedroogd. De trappenhuisramen in de westgevel zijn allemaal voorzien van een rijk gedecoreerde omlijsting. Ook hier zijn de muren voorzien van geschilderde decoraties. In de hal zijn in de betimmeringen en boven de schuifdeuren naar de voormalige eetkamer, een aantal vierkante en een rond reliÙf van onduidelijke herkomst aangebracht die in stijl en voorstelling verwijzen naar de Italiaanse Renaissance. De entreehal is voor een groot gedeelte in marmer uitgevoerd en verspreid door het gebouw bevinden zich nog diverse eenvoudige stucplafonds, schouwen en glas-in-loodramen.
Waardering
VILLA SALATIGA, ontworpen in 1910-1911 door Oscar Leeuw.
- Van architectuurhistorische en typologische waarde als voorbeeld van een villa waarbij op eigenzinnige wijze invloeden van de Um 1800 stijl, de Art Nouveau en de Neo Renaissance zijn verwerkt. De villa is goed en nagenoeg gaaf bewaard gebleven en kenmerkt zich onder meer door het risalerende portiek met loggia, de forse gebroken kap en de rijke, zorgvuldige detaillering van het zowel het exterieur als het interieur. De bewaard gebleven ruimtelijke indeling rondom de grote hal en de vele nog aanwezige oorspronkelijke interieuronderdelen versterken de monumentale waarde. Het gebouw vormt ÚÚn van de hoogtepunten in het oeuvre van architect Oscar Leeuw. De villa heeft een complexwaarde met de overige te beschermen onderdelen.
- Van stedenbouwkundige en landschappelijke waarde als karakteristiek onderdeel van de stuwwalbebouwing in het noordoostelijke deel van Nijmegen. Dit gebied kenmerkt zich door een sterke geaccidenteerdheid en een evenwichtige vermenging van bebouwing en openbaar groen. Vanuit de achtertuin van dit complex is er vrij zicht op het lager gelegen stroomgebied van de Waal en op de Ooijpolder.
- Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van de bebouwing in een gebied met een bijzondere landschappelijke en archeologische waarde. In de tuin zijn nog restanten zichtbaar van de uit de vroege negentiende eeuw daterende kazematten bij het voormalige Fort Sterreschans. De villa is exemplarisch als buitenhuis voor een nieuwe kapitaalkrachtige elite die zich rond deze tijd op karakteristieke plekken in en bij de grotere steden vestigde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description This large, cellared VILLA is characterized by a square main form, two storeys and a substantial attic storey under a broken tent roof with a hipped roof on either side at the location of two corner risalits. The roof tiles are covered with red improved Dutch tiles and provided with moulded gutters on paired corbels. Below the gutters the masonry facades are finished with a plastered frieze in which, at the location of the front facade, paired festoons are incorporated. In the central axis the front roof slope contains a brick 'roof pavilion' with a curved roof. On the front roof slopes of both hipped roofs and on the rear roof slope of the main block are roof dormers. Both side facades are heightened with a so-called 'Flemish gable' in which the brickwork is carried through. The facades laid in cross-bond masonry are characterized by the rich combination with elements executed in plasterwork, wood and natural stone. Thus, among other things, the continuous plinth is executed in hard stone, but also part of the characteristic loggia at the location of the front facade. Architect Leeuw designed the building in a mixed style in which elements of circa 1800 architecture, but also of Art Nouveau and Neo-Renaissance were incorporated.
The character of the FRONT FACADE is determined by the two mentioned corner risalits between which a projecting rectangular loggia extends over two storeys. At the level of the ground floor this loggia is divided into three axes by round columns executed in natural stone, which are finished with a rounded arch. The columns are provided with bases and capitals. The round arches have been given a detailing related to the Renaissance through the alternating use of natural stone and brick. In the spandrels are stylized eagles. On the upper storey, separated from the ground floor by a horizontal moulded cornice, the loggia continues in wood. In line with the natural stone columns are coupled Ionic columns that are finished with a moulded cornice on corbels. Between the columns is a wooden balustrade. In the loggia, accessed via a number of hard stone steps, the floor is executed in granito. The semi-circular finished entrance section, on the left, consists of the original front door flanked by two side lights. Both the side lights and the front door with decorative carved work are provided with iron door grilles. The semi-circular fanlight is provided with festoons and plant motifs executed in woodcarving. To the right of the entrance is a double sash door of which the fanlight has a 24-pane division. On the upper storey there is, in the same axis, also a double sash door with multi-pane fanlights. To the left of this is a multi-pane window. Both risaliting facades to the right of the loggia have a corresponding layout with two window axes and on each storey two windows. The rectangular window openings contain 4-pane casement windows with 12-pane fanlights, separated by a central glazing bar and provided with hard stone sills. On the ground floor the two original windows in the right risalit have been replaced by plastic variants with differing detailing. All windows on the ground floor have reveals with alternating brick/plasterwork detailing. The originally present shutters have disappeared. Both roof slopes of the risalits each have an original roof dormer with a curved roof. Between these roof dormers is in the centre of the front roof slope a brick roof structure with a curved roof, two 6-pane windows and a semi-circular pediment with plastered festoons. The left risalit contains above the plinth a facade stone with the text in capitals: "Primum Lapidem Posuit/ Edvardus Huffer S.J./V. Kal.Sept. MCMX".
The LEFT SIDE FACADE is likewise characterized by two risaliting facade sections with a facade between them carried through as a Flemish gable. On the ground floor between both risalits is the service entrance in a flat-roofed worked wooden portico of which the floor is executed in terrazzo. The entrance is located higher and is reached by a number of hard stone steps. To the right of the entrance are single-storey toilet outbuildings. In the plinth cellar lights have been installed. Above the toilet outbuildings are in the facade two oval window openings with a semi-circular window between them. Above this is the broad stairwell window, consisting of an enormous central window with glazing bars that is rounded at both top and bottom and provided on either side with a large rectangular window with a 4 x 6-pane division. All these windows have leaded-light windows. At the level of the attic storey are in the masonry carried through above the gutter line three coupled double windows with 4- and 6-pane fanlights. Against the left risalit is an outbuilding in which the scullery is located. This outbuilding now has a hipped roof with smothered tiles, but on the original building drawing had a flat roof onto which a balcony door opened. In the now blank masonry of the risalit this door opening is still recognizable. The right risalit now has a window, but originally on this spot presumably had a door that gave access to the bicycle shed.
The RIGHT SIDE FACADE is connected by means of a joining section installed in 1950 to the cloister wing. To the left of this joining section are two window openings, of which the infills have been renewed in non-matching detailing. In the roof slope is a Flemish gable provided with a gabled roof of which the original window infills have been partly altered. One of the two windows is extended downwards and contains a modern fire escape addition. The facade section on the right still contains on the upper storey the two original balcony doors with multi-pane fanlights. The bay originally present below this was removed with the new construction of the cloister wing.
The REAR FACADE is dominated by a large, three-sided on the ground floor and semi-circular on the upper storey, outbuilding over two storeys. The richly decorated outbuilding is provided with a multi-sided half dome with asphalt shingles against a shoulder wall with moulded drip mouldings and a curved finish with festoons. On the facade is the text: "Anno 1911". To the left of the outbuilding adjoins on the ground floor the cloister wing dating from 1950. Above this is still the balcony door with multi-pane fanlights. In the left side facade of the outbuilding is on the upper storey a double balcony door with multi-pane fanlights present. Above this is an original roof dormer. Also on the adjacent roof slope is still an original roof dormer present. To the right of the outbuilding is a narrow window strip with a double multi-pane and grilled window on the ground floor and a cross-shaped window frame with multi-pane windows on the upper storey. To the right of this are on each storey two coupled windows and in the roof slope two roof dormers and a high masonry chimney. The windows on the ground floor are simultaneously with the windows of the cloister wing executed in steel. The outbuilding has on the first storey three cellar lights with above it a large window. The 4-pane lower window has steel profiles and the original 12-pane fanlights. On the upper storey are six casement windows with a curved calf and 12-pane fanlights, separated by half-columns in brick.
In the INTERIOR the SPATIAL LAYOUT is still clearly recognizable. This layout is developed around an enormous rectangular hall over two storeys and features an unusually rich decoration pattern. On the upper storey the rooms are located along a gallery accessed by a staircase against the west facade. The gallery has finely carved balustrade and the walls and curved ceiling still have the original beschilderingen and timber work executed in Art Nouveau style. All rooms are still provided with the original panelled doors, of which the frames are worked. Also the leaded-light windows that light the hall are executed in Art Nouveau style. Even the attic rooms are provided with decorated door frames. On the ground floor the oak floors are original and in the wooden wall-panelling and timber work the holes are still visible where originally a central vacuum cleaner system was connected. The large staircase is provided with rich details executed in Neo-Renaissance style. The oak timber work continues in rich manner all around a sitting corner recessed in the facade against the west wall and as timber work above a fireplace feature in the east facade. This fireplace has columns executed in Renaissance style and a worked back wall with fireplace tiles and two cupboards in which (according to report) cigars could be dried. The stairwell windows in the west facade are all provided with a richly decorated frame. Also here the walls are provided with painted decorations. In the hall are in the timber work and above the sash doors to the former dining room, a number of square and one round relief of unclear origin incorporated which in style and representation refer to the Italian Renaissance. The entrance hall is for a large part executed in marble and scattered throughout the building are still various simple stucco ceilings, fire surrounds and leaded-light windows.
Valuation
VILLA SALATIGA, designed in 1910-1911 by Oscar Leeuw.
- Of architectural historical and typological value as an example of a villa in which influences of the circa 1800 style, Art Nouveau and Neo-Renaissance are worked in an independent manner. The villa is well and almost intact preserved and is characterized among other things by the risaliting portico with loggia, the substantial broken roof and the rich, careful detailing of both the exterior and interior. The preserved spatial layout around the large hall and the many original interior components still present strengthen the monumental value. The building forms one of the high points in the oeuvre of architect Oscar Leeuw. The villa has complex value with the remaining components to be protected.
- Of urban planning and landscape value as a characteristic component of the building on the push moraine in the northeastern part of Nijmegen. This area is characterized by strong undulation and a balanced mixture of building and public green space. From the rear garden of this complex there is unobstructed view of the lower-lying river area of the Waal and of the Ooijpolder.
- Of cultural historical value as a component of the building in an area with special landscape and archaeological value. In the garden are still remains visible of the casemates dating from the early nineteenth century at the former Fort Sterreschans. The villa is exemplary as a country house for a new wealthy elite that settled around this time on characteristic locations in and near the larger cities.
Nearby in the register
- Tuinkoepel, Sterreschansweg 77Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Kas(L), Sterreschansweg 77Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Toegangshek, Sterreschansweg 77Erfscheidingunder 1 mi
- De VarenhofWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.