TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Museum Kam

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Welzijn, kunst en cultuur
Function
Museum
Category
onroerend gebouwd
Built
1921 - 1922
Address
Museum Kamstraat 45, Locatie: Hunnerberg, 6522 GB Nijmegen
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.84194, 5.87821
Part of complex
522949
Monument number
522950

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Kaart betreffende eene verandering van de grens tusschen de gemeenten, Nijmegen, Ubbergen en Groesbeek" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

1. Het MUSEUM heeft een rechthoekige plattegrond met een vooruitspringende, rechthoekige voorbouw met vooruitspringende ingangspartij. Het museum heeft een basilicale opbouw en telt een souterrain en één c.q. twee bouwlagen onder platte daken, die zijn voorzien van glazen lichtkappen.

Het museum is opgetrokken uit gesinterde bakstenen, gemetseld in kruisverband. De voorgevel heeft een sokkel, die bestaat uit blokken tufsteen. De lekdorpels, lateien en de meeste geveldecoraties zijn eveneens van tufsteen. De overige versieringen zijn van baksteen. De zijgevels, de achtergevel, de pergola's, de conciërgewoning en de hekpijlers hebben enkel baksteenversieringen. De diepliggende vensters zijn lang en smal en hebben afgezien van de voorgevel lekdorpels van baksteen en anderhalf steens rollagen. De ijzeren ramen zijn enkele jaren geleden grotendeels vervangen.

De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft een tweelaags vooruitspringende voorbouw van drie traveeën breed. De middentravee heeft een vooruitspringende éénlaags ingangspartij. De ingangspartij heeft een rondboogportiek met een dubbele houten deur, die is versierd met tweemaal twee gecanneleerde pilasters met Ionische kapitelen. De deuropening wordt afgesloten met een naar het midden toe hoger oplopende latei, die bestaat uit blokken tufsteen. In de middelste steen staat het inschrift: "SPQR". Het rondboogbovenlicht is voorzien van een smeedijzeren rooster, waartegen in koper de Romeinse wolvin is bevestigd. De boog heeft een omlijsting van siermetselwerk. De deur wordt aan weerszijden geflankeerd door de hoek omlopende pilasters met gestileerde tufsteen basementen en kapitelen. Hierboven bevinden zich een omlopende band, een uitspringende band in het verlengde van de latei en hoekversieringen in de vorm van gevelsculpturen met een voorstelling van een adelaar met uitgespreide vleugels, alles van tufsteen. De ingangspartij wordt afgesloten met een tufstenen kroonlijst. Boven de ingangspartij bevinden zich achtereenvolgens zes langwerpige velden met siermetselwerk, een tufstenen plaat in een met het opschrift: "MUSEUM KAM", zes vensters met een doorlopende tufstenen lekdorpel en 3-ruits ramen met verticale roedenverdeling en zes velden met siermetselwerk. De gevel wordt afgesloten met een geprofileerde houten kroonlijst op gepaarde, bewerkte consoles met guttae. Het middendeel wordt aan weerszijden geflankeerd door vierkante torens, waarin zich in de eerste bouwlaag drie vensters bevinden, die d.m.v. een tufstenen lekdorpel en een bewerkte tufstenen latei zijn gekoppeld. Ter hoogte van de tweede bouwlaag bevinden zich door gestileerde pilasters van siermetselwerk omgeven velden. In de velden bevinden zich de naar Romeinse munten gebeeldhouwde medaillons met voorstellingen van (v.l.n.r.) Nero, Ceres die een hoorn des overvloeds krijgt aangeboden, Vespasianus en vermoedelijk. Mars met een kleine Victoria in zijn hand. De velden hebben een tufstenen lekdorpel en worden afgesloten door een sierlijst en een volutenkapiteel van tufsteen. Boven de kapitelen springt de toren op de hoeken trapsgewijs in d.m.v. tufstenen pendentieven en gaat over in een cilindervorm, die bestaat uit een tamboer met gebeeldhouwde lauwerkrans en een corona muralis, beide deels van tufsteen.

De vooruitspringende voorbouw wordt aan weerszijden geflankeerd door de éénlaags zijvleugels. De gevels van de zijvleugels tellen twee traveeën, gescheiden door pilasters van siermetselwerk. De gevels worden afgesloten door een brede band siermetselwerk, die boven de pilasters hoger is, waardoor een soort kantelen ontstaan. Op de hoekpilasters zijn rijk geornamenteerde smeedijzeren houders voor vlaggestokken aangebracht.

De LINKER ZIJGEVEL telt zeven traveeën, waarvan de eerste en de vijfde smaller zijn dan de overige. De traveeën worden gescheiden door pilasters van siermetselwerk. De gevels worden afgesloten door een brede band siermetselwerk, die boven de pilasters hoger is, waardoor een soort kantelen ontstaan. Alleen het souterrain is voorzien van vensters, drie in de tweede, derde, vierde en zevende travee en één in de zesde. In de vijfde travee bevindt zich een deur met bovenlicht in een vooruitspringende bakstenen omlijsting.

Boven de voorste vijf traveeën verheft zich de lichtbeuk van de centrale ruimte. Deze heeft in de smalle traveeën enkele vensters en in de brede traveeën gekoppelde vensters in een inspringende omlijsting van metselwerk. Tussen de vensters en het platte dak van de linker "zijbeuk" bevinden zich door siermetselwerk omlijstte velden. De gevel wordt afgesloten met een geprofileerde houten kroonlijst op gepaarde, bewerkte consoles met guttae.

De RECHTER ZIJGEVEL is op nagenoeg dezelfde wijze uitgevoerd als de linker zijgevel. Doordat het terrein in oostelijke richting oploopt zijn hier echter geen souterrainvensters.

De ACHTERGEVEL telt zeven traveeën. De centrale ruimte springt iets naar voren en heeft er drie, twee smalle en een brede. De zijbeuken hebben ieder twee smallere. De gevel is op dezelfde wijze gedetailleerd als de linker zijgevel. Zowel het souterrain als de eerste bouwlaag zijn voorzien van vensters. In de smalle traveeën bevinden zich drie en in de brede travee zeven vensters. Enkel het middendeel heeft vensters in de eerste bouwlaag. De achtergevel van de hoge centrale ruimte is blind uitgevoerd. Hier bevinden zich drie door siermetselwerk omlijste velden. Deze gevel wordt afgesloten met een geprofileerde houten kroonlijst op gepaarde, bewerkte consoles met guttae.

Tegen de beide zijgevels van het museum zijn PERGOLA'S gebouwd. Deze bestaan uit dubbele gemetselde rondbogen en muurtjes met openingen, die met elkaar verbonden worden d.m.v. houten balken. Bij de linker zijgevel bevindt zich in de pergola een trap naar beneden om het hoogteverschil te overbruggen. De rechter pergola verbindt het museum met de conciërgewoning. Beide pergola's zijn voorzien van siermetselwerk.

Het INTERIEUR van het museum is grotendeels bewaard gebleven. De hoge centrale ruimte wordt omgeven door tentoonstellingszalen, die ook onderling met elkaar in verbinding staan. Achterin de centrale ruimte geeft een dubbele bordestrap toegang tot een door pijlers gedragen galerij. Onder het bordes leidt een dubbele trap naar het souterrain, dat vanwege de helling van het terrein aan de west- en de noordzijde gelijkvloers ligt. De ruimten in de middenas van het museum worden gekenmerkt door rijke stucdecoraties, die zijn ontleend aan de klassieke orden. In de voorhal dragen Toscaanse zuilen een tongewelf met aan weerszijden twee kleinere dwars-tongewelven. In de centrale hal dragen pijlers met Ionische kapitelen een Dorisch hoofdgestel, waar tussen de trigliefen de namen van elf Romeinse keizers zijn aangebracht. De galerij heeft een arcade, waarvan de bogen rusten op deels gekoppelde zuilen met Ionische kapitelen. De granieten trappen en de galerij hebben sten balustrades, waarbij in stuc diagonale hekwerkjes zijn nagebootst. De pijlers in de achterzaal hebben Corinthische kapitelen. Behalve in de voorhal heeft Oscar Leeuw overal cassettenplafonds toegepast, die in de centrale hal en de tentoonstellingszalen deels met glas zijn gevuld. Alle publieksruimten hebben een grijs-witte terrazzovloer, die is versierd met een geometrisch patroon van zwarte banden. De oorspronkelijke vitrinekasten zijn bewaard gebleven.

Waardering

MUSEUM uit 1922.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een voor een specifieke, archeologische collectie gebouwd museum, waarbij in de stijl en detaillering van het museum het karakter van de verzameling wordt getoond. Het museum vertoont naast historiserende tendensen ook expressionistische en Art Deco-stijlinvloeden. Het museum heeft architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals goede verhoudingen, bijzonder materiaalgebruik en een rijke ornamentering. Het museum is van belang binnen het oeuvre van Oscar Leeuw, omdat het samen met de Israëlitische begraafplaats het einde van zijn tweede periode markeert.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.

- Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.

- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.

Oscar Leeuw De Nijmeegse architect Oscar Leeuw (1866-1944) werd geboren te Roermond als zoon van de beeldhouwer Henri Jean Leeuw (1819-1909). In 1886 ging Oscar Leeuw werken bij de Nijmeegse stadsarchitect ir. Jan Jacob Weve. In 1897 vestigde Oscar zich als zelfstandig architect. Hij werkte samen met zijn broer Henri jr. (1861-1918), die al langer als kunstschilder en beeldhouwer in Nijmegen werkzaam was. Geheel volgens de idealen van die jaren realiseren zij bouwwerken die beschouwd kunnen worden als 'Gesamtkunstwerke' door de nauwe relatie tussen architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Voorbeelden hiervan zijn de villa Dennenheuvel (Ubbergen 1899-1903), het jachtslot 'De Mookerheide' (Mook 1902-1909) en het belangrijkste werk van de gebroeders, het concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen (1914/1915).

Het vroege werk van Oscar Leeuw is sterk beïnvloed door de zowel de Duits-Oostenrijkse Jugendstil als de Frans-Belgische Art Nouveau. Daarnaast is er ook sprake van invloeden van het werk van architecten als K.P.C. de Bazel (1869-1923), M. Lauweriks (1864-1932) en H.P. Berlage (1856-1934) en de ontwerper Jac. van den Bosch (1868-1948).

Het werk uit de jaren tien en de eerste helft van de jaren twintig, de tweede periode van Leeuw, wordt gekenmerkt door zowel historiserende als expressionistische elementen. Belangrijk later werk van Oscar Leeuw vormen de merendeels verdwenen warenhuizen voor Vroom & Dreesman in Nijmegen, Venlo, Den Bosch, Heerlen, Eindhoven en Tilburg. In zijn laatste periode laat Leeuw zich beïnvloeden door het werk van Frank Lloyd Wright. Oscar Leeuw bouwde in Nijmegen, naast bovengenoemde werken, vele herenhuizen en villa's, een aantal winkels en andere gebouwen zoals een synagoge (1913), de Israëlitische Begraafplaats (1921), een garage, een bankgebouw (1920) en het museum Kam (1922) te Nijmegen. De architectuur van het museum vertoont naast historiserende tendensen ook expressionistische en Art Deco-stijlinvloeden en behoort tot de tweede periode van Leeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

1. The MUSEUM has a rectangular floor plan with a projecting, rectangular front section with a projecting entrance bay. The museum has a basilical structure and comprises a basement and one to two storeys under flat roofs, which are equipped with glass roof lights.

The museum is constructed of sintered brickwork, laid in English bond. The front facade has a base consisting of blocks of tufa stone. The drip mouldings, lintels and most facade decorations are also of tufa stone. The remaining ornaments are of brick. The side facades, the rear facade, the pergolas, the caretaker's residence and the gate piers have only brick ornaments. The recessed windows are long and narrow and, except on the front facade, have drip mouldings of brick and one-and-a-half brick roll courses. The iron windows were largely replaced several years ago.

The symmetrically arranged FRONT FACADE has a two-storey projecting front section three bays wide. The central bay has a projecting single-storey entrance bay. The entrance bay has a round-arched portico with a double wooden door, which is decorated with twice two fluted pilasters with Ionic capitals. The door opening is closed with a lintel rising towards the middle, which consists of blocks of tufa stone. The inscription "SPQR" appears in the middle stone. The round-arched fanlight is provided with a wrought-iron grille, against which the Roman she-wolf is fixed in copper. The arch has a frame of ornamental brickwork. The door is flanked on both sides by pilasters running around the corner with stylised tufa stone bases and capitals. Above these is a running band, a projecting band in the extension of the lintel and corner ornaments in the form of facade sculptures with a representation of an eagle with spread wings, all of tufa stone. The entrance bay is closed with a tufa stone cornice. Above the entrance bay are, in sequence, six oblong fields with ornamental brickwork, a tufa stone plaque with the inscription "MUSEUM KAM", six windows with a continuous tufa stone drip moulding and 3-light windows with vertical glazing bars and six fields with ornamental brickwork. The facade is closed with a moulded wooden cornice on paired, worked consoles with guttae. The central section is flanked on both sides by square towers, in which there are three windows in the first storey, which are linked by means of a tufa stone drip moulding and a worked tufa stone lintel. At the height of the second storey there are fields surrounded by stylised pilasters of ornamental brickwork. The fields contain medallions carved after Roman coins with representations of (from left to right) Nero, Ceres receiving a cornucopia, Vespasian and presumably Mars with a small Victoria in his hand. The fields have a tufa stone drip moulding and are closed by an ornamental moulding and a volute capital of tufa stone. Above the capitals the tower steps inward at the corners by means of tufa stone pendentives and transforms into a cylindrical form, consisting of a drum with a carved laurel wreath and a corona muralis, both partly of tufa stone.

The projecting front section is flanked on both sides by the single-storey side wings. The facades of the side wings have two bays, separated by pilasters of ornamental brickwork. The facades are closed by a broad band of ornamental brickwork, which is higher above the pilasters, creating a type of crenellation. On the corner pilasters richly ornamented wrought-iron holders for flag poles have been installed.

The LEFT SIDE FACADE has seven bays, of which the first and the fifth are narrower than the others. The bays are separated by pilasters of ornamental brickwork. The facades are closed by a broad band of ornamental brickwork, which is higher above the pilasters, creating a type of crenellation. Only the basement is provided with windows, three in the second, third, fourth and seventh bay and one in the sixth. In the fifth bay there is a door with a fanlight in a projecting brick frame.

Above the front five bays rises the light aisle of the central space. This has windows in the narrow bays and paired windows in the broad bays in a recessed frame of brickwork. Between the windows and the flat roof of the left "side aisle" are fields framed by ornamental brickwork. The facade is closed with a moulded wooden cornice on paired, worked consoles with guttae.

The RIGHT SIDE FACADE is executed in much the same way as the left side facade. However, because the terrain slopes upward in an easterly direction, there are no basement windows here.

The REAR FACADE has seven bays. The central space projects slightly forward and has three of them, two narrow and one broad. The side aisles each have two narrower ones. The facade is detailed in the same way as the left side facade. Both the basement and the first storey are provided with windows. In the narrow bays there are three and in the broad bay seven windows. Only the central section has windows in the first storey. The rear facade of the high central space is blank. Here there are three fields framed by ornamental brickwork. This facade is closed with a moulded wooden cornice on paired, worked consoles with guttae.

Against both side facades of the museum are PERGOLAS built. These consist of double mortared round arches and walls with openings, which are connected to each other by means of wooden beams. In the pergola at the left side facade there is a staircase downward to bridge the height difference. The right pergola connects the museum with the caretaker's residence. Both pergolas are provided with ornamental brickwork.

The INTERIOR of the museum is largely preserved. The high central space is surrounded by exhibition halls, which are also interconnected. At the rear of the central space, a double stone staircase provides access to a gallery supported by pillars. Under the staircase, a double flight of stairs leads to the basement, which, because of the slope of the terrain, is at ground level on the west and north sides. The rooms in the central axis of the museum are characterized by rich stucco decorations, which are derived from the classical orders. In the entrance hall Tuscan columns carry a barrel vault with two smaller transverse barrel vaults on either side. In the central hall pillars with Ionic capitals carry a Doric entablature, where the names of eleven Roman emperors are placed between the triglyphs. The gallery has an arcade, the arches of which rest on partly coupled columns with Ionic capitals. The granite stairs and the gallery have stone balusters, in which diagonal lattice-work is imitated in stucco. The pillars in the rear hall have Corinthian capitals. Except in the entrance hall, Oscar Leeuw employed coffered ceilings throughout, which in the central hall and exhibition halls are partly filled with glass. All public areas have a grey-white terrazzo floor, which is decorated with a geometric pattern of black bands. The original display cases have been preserved.

Valuation

MUSEUM from 1922.

- Of architectural historical value as a good and intact example of a museum built for a specific, archaeological collection, whereby in the style and detailing of the museum the character of the collection is shown. The museum shows, in addition to historicizing tendencies, also expressionistic and Art Deco style influences. The museum has architectural historical value because of the aesthetic qualities of the design such as good proportions, exceptional material use and rich ornamentation. The museum is of importance within the oeuvre of Oscar Leeuw, because it, together with the Jewish cemetery, marks the end of his second period.

- Of urban planning value because of the striking location in Museum Kamstraat.

- Of ensemble value as a functional component of the Museum Kam complex.

- Of cultural historical value as a special expression of a cultural and typological development that arose in the course of the 19th century, namely the opening of private collections to the public and the emergence of the museum as a building task in general. The museum is of cultural historical importance as a special expression of a cultural-social development, namely Nijmegen's interest in its Roman past and the identity the city derives from it.

Oscar Leeuw The Nijmegen architect Oscar Leeuw (1866-1944) was born in Roermond as the son of sculptor Henri Jean Leeuw (1819-1909). In 1886 Oscar Leeuw began working for Nijmegen's municipal architect ir. Jan Jacob Weve. In 1897 Oscar established himself as an independent architect. He worked together with his brother Henri jr. (1861-1918), who had long been active in Nijmegen as an artist and sculptor. Entirely in keeping with the ideals of those years, they realized buildings that can be considered 'Gesamtkunstwerke' through the close relationship between architecture, sculpture and painting. Examples of this are the villa Dennenheuvel (Ubbergen 1899-1903), the hunting lodge 'De Mookerheide' (Mook 1902-1909) and the brothers' most important work, the concert hall De Vereeniging in Nijmegen (1914/1915).

Oscar Leeuw's early work is strongly influenced by both German-Austrian Jugendstil and French-Belgian Art Nouveau. There are also influences from the work of architects such as K.P.C. de Bazel (1869-1923), M. Lauweriks (1864-1932) and H.P. Berlage (1856-1934) and designer Jac. van den Bosch (1868-1948).

The work from the nineteen-tens and the first half of the nineteen-twenties, Leeuw's second period, is characterized by both historicizing and expressionistic elements. Important later work by Oscar Leeuw comprises mostly vanished department stores for Vroom & Dreesman in Nijmegen, Venlo, Den Bosch, Heerlen, Eindhoven and Tilburg. In his final period Leeuw is influenced by the work of Frank Lloyd Wright. Oscar Leeuw built in Nijmegen, besides the aforementioned works, many townhouses and villas, a number of shops and other buildings such as a synagogue (1913), the Israëlitische Begraafplaats (1921), a garage, a bank building (1920) and the museum Kam (1922) in Nijmegen. The architecture of the museum shows, besides historicizing tendencies, also expressionistic and Art Deco style influences and belongs to Leeuw's second period.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map