Rijksmonumentenregister · Netherlands
Dressuurstal Brakkenstein
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Opslag
- Function
- Stalhouderij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1916
- Address
- Driehuizerweg 283, 6525 PL Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.81879, 5.87247
- Part of complex
- 522926
- Monument number
- 522928
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1922 map "Bl. 26 Nijmegen, 1922" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
2. Het STALGEBOUW
Inleiding
Het STALGEBOUW is gebouwd in 1916 door A. Jacot (1864-1927) in de stijl van de heroriëntatie op traditionele bouwwijzen met elementen van de Engelse landhuisstijl en van het werk van K.P.C. De Bazel. De vorm van de plattegrond, het rieten dak met de dakkapellen en de ontluchtingskokers en de onderdoorgang met het klokkentorentje lijken beïnvloed te zijn door Melkerij "Oud-Bussem" van K.P.C. De Bazel uit 1903. Het stalgebouw heeft evenals de melkerij een symmetrische U-vormige aanleg met een accent in het midden, traditionalistische kenmerken zoals het klokkentorentje en een zorgvuldige afwerking van de details.
Het stalgebouw ligt op enige afstand van de villa, waarbij de voorgevel (westgevel) van de stal tegenover de rechter zijgevel (oostgevel) van de villa ligt. De gebouwen worden verbonden door een met bomen omzoomde laan en een pad over het gazon, dat precies in de as van de onderdoorgang ligt. Aan de noordzijde van de noordvleugel liggen twee buitentoegangen tot de kelder, die d.m.v. muurtjes, hekpijlers en smeedijzeren hekken zijn afgeschermd. Het voorplein van het gebouw wordt afgesloten door een recent geplaatst smeedijzeren hekwerk, waarin een moderne gemetselde bloembak is opgenomen. Deze constructie komt niet voor bescherming in aanmerking. In 1976 heeft in het gebouw een brand gewoed, waarbij vooral de rechter vleugel werd aangetast. Hier zijn o.a. het bovenste gedeelte van de muren en de kap verloren gegaan. In 1978 is de schade hersteld. De gietijzeren "stands" die oorspronkelijk in de rechter vleugel stonden en waarvan het onderste, houten gedeelte was verbrand zijn toen buiten tegen de rechter zijgevel gezet. Binnen zijn nieuwe boxen geplaatst.
Omschrijving
Het STALGEBOUW heeft een nagenoeg U-vormige plattegrond, die bestaat uit een langgerekte middenvleugel met kortere haaks hierop staande zijvleugels. De zijvleugels steken aan de achterzijde (oostzijde) iets uit, maar te weinig om van een H-vormige plattegrond te kunnen spreken. De middenvleugel heeft in het midden een hoge rondboogvormige onderdoorgang. Aan weerszijden van deze poort bevinden zich drie stallen. De noordvleugel, die oorspronkelijk onderdak bood aan het koetshuis, de zadelkamer, de tuigkamer, het verblijf van de stalknecht en de hooizolder, is thans in gebruik als woonhuis. In de zuidvleugel, die oorspronkelijk als paardenremise en garage werd gebruikt, zijn thans ook paardenboxen geplaatst.
Het stalgebouw heeft één bouwlaag onder een samengesteld, overstekend, rietgedekt dak met rode terracotta rietvorsten, dat bestaat uit een zadeldak en twee haaks hierop staande wolfsdaken. Tegen de achtergevels van de beide zijvleugels zijn open constructies geplaatst met zadeldaken, voorzien van een hanebalk en een makelaar, die rusten op gepaarde houten zuilen en waarvan de dakschilden gedeeltelijk overlopen in het dak van de middenvleugel. Het dak van de middenvleugel heeft aan de west- en de oostzijde een groot overstek, dat rust op gepaarde houten zuilen waardoor galerijen zijn ontstaan. Aan de zuidzijde is het overstek, dat hier op enkele houten zuilen rust, nog groter zodat hier plaats is om wagens of paarden te stallen. Ter plaatse van de dubbele inrijdeur in de zuidvleugel bevindt zich een rondboogvormig afgesloten doorgang die in het dak is opgenomen. De zuid- en de noordvleugel hebben aan de zijde van het voorplein een opgelichte dakkapel in de vorm van een recht afgesloten Vlaamse gevel. De noordvleugel heeft aan de buitenzijde twee van dergelijke dakkapellen. Ter plekke van de onderdoorgang in de middenvleugel, waarvan de rondboog in het rieten dak is opgenomen is het dak iets hoger. Op de nok van deze verhoging staat een klokkentoren, die bestaat uit een vierkante met zink beklede voet, een achtzijdige houten opbouw met rondboogvormig afgesloten openingen en een klok en een achtzijdig met zink bekleed tulpvormig dak met een smeedijzeren bekroning. Op de zinken voet is aan de voor- en de achterzijde een wijzerplaat met Romeinse cijfers geplaatst. Onder de wijzerplaat aan de voorzijde is in ijzeren tekens de tekst: "A D 1916" bevestigd. Aan weerszijden van de klokkentoren bevinden zich op de nok drie vierkante ventilatiekokers met zinken schoepen en tentdakjes met een ijzeren bekroning. Onder de kokers bevinden zich zowel in het voor- als het achterschild in het rieten dak opgenomen, halfronde dakkapellen met 2-ruits raampjes. Iedere stal heeft dus twee dakkapellen en één ventilatiekoker. In de nok van beide zijvleugels bevinden zich twee gemetselde schoorstenen met uitspringende hoeken en een gekorniste, geprofileerde natuurstenen rand. De schoorstenen zijn getooid met vierkante ijzeren kappen met een ijzeren bekroning. Het stalgebouw is opgetrokken in rode baksteen op een door een rollaag afgesloten trasraam en gemetseld in staand verband. De deuropeningen worden afgesloten door houten lateien met geknipte loodslabben. De houten opgeklampte deuren hebben bovenin veelruits ramen met een ijzeren roedenverdeling en zijn voorzien van smeedijzeren duimgehengen. De duimen zijn ingelaten in natuurstenen duimstenen, waarvan er drie per deur zijn. De vensters zijn afgesloten door strekken, die aan de bovenzijde zijn voorzien van een uitspringende laag horizontaal geplaatste bakstenen. De vensters hebben hardstenen lekdorpels. De gevels worden afgesloten met een houten lijst.
De dakoverstekken worden gedragen door houten, Toscaanse zuilen op zandstenen basementen. Dubbele zuilen staan op één basement en hebben één afdekplaat. De zuilen dragen houten onderslagbalken, waarop dwarsbalken liggen, die in de muur zijn ingelaten.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL van de MIDDENVLEUGEL is zeven traveeën breed en heeft in het midden een doorgang met een rondboogvormig afgesloten opening. De doorgang is overkluisd door middel van een gemetseld kruisgewelf. In de onderdoorgang bevinden zich onder de halfronde muurvlakken links en rechts spaarvelden waarin resp. een stichtingsteen en een zandstenen muurfontein zijn opgenomen. De zandstenen stichtingssteen draagt als inschrift: "VICTOR/ JURGENS JR./ 20 JUNI 1916". De muurfontein bestaat uit een rondboogvormig afgesloten nis met een stenen watermond en een halfcirkelvormig bassin met een bol uitzwenkende band tussen een geprofileerde plint en lijst. De doorgang wordt aan de voorzijde afgesloten door een dubbel houten draaihek met bewerkte, gedraaide spijlen.
De onderdoorgang wordt aan beide zijden geflankeerd door drie gedeelde staldeuren, waarvan de bovendeur een 12-ruits raam met ijzeren roedenverdeling bevat.
De symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL van de MIDDENVLEUGEL is nagenoeg op dezelfde wijze vormgegeven als de voorgevel. De gedeelde deuren hebben hier echter geen ruitjes, maar worden geflankeerd door rechthoekige stalvensters, die zijn voorzien van 6-ruits ramen met een ijzeren roedenverdeling. De vooruitspringende hoekpartijen, d.w.z. de korte zijden van de zuid- en de noordvleugel, hebben resp. twee gekoppelde vensters en een deur. In de linker zijgevel van de noordvleugel bevindt zich een klein tralievenster. De NOORDVLEUGEL heeft aan de zijde van het voorplein van links naar rechts een dubbele deur, een deur die aan beide zijden wordt geflankeerd door een tralievenster en een deur onder het dakoverstek van de middenvleugel. In de Vlaamse gevel bevindt zich een hooiluik met 6-ruits raam. De deuropening van de dubbele deur is bij de verbouwing tot woonhuis voorzien van twee 8-ruits glasdeuren achter de oorspronkelijke houten deuren. Op de hoek van de zuid- en de westgevel is een rijk geornamenteerde smeedijzeren lantaarn bevestigd.
De korte WESTGEVEL van de noordvleugel heeft twee door een onderdorpel en strek gekoppelde en door een halfsteens muurdam gescheiden tralievensters met enkelruits ramen en bovenlichten. Hierboven bevinden zich in de topgevel onder het wolfseind twee op dezelfde wijze gekoppelde kleine venstertjes.
De lange NOORDGEVEL van de noordvleugel heeft van links naar rechts een venster met enkelruits raam en bovenlicht, tweemaal twee gekoppelde vensters met ramen en bovenlichten van hetzelfde type als in de korte gevel en weer een venster met enkelruits raam en bovenlicht van hetzelfde type. De meest rechtse van de gekoppelde vensters hebben glas-in-loodramen. Twee dubbele rondboogdeuren met veelruits ramen en ijzeren roedenverdeling geven toegang tot de kelder. De deuropeningen worden omlijst door drie halfsteens rollagen. In de twee Vlaamse gevels bevinden zich kleine venstertjes. Alle vensters in de noordgevel en de korte westgevel zijn, afgezien van de vensters in de Vlaamse gevels, voorzien van luiken, die ter hoogte van de bovenlichten horizontale lamellen hebben.
De ZUIDVLEUGEL heeft aan de zijde van het voorplein van links naar rechts één gedeelde deur en twee dubbele staldeuren. In de Vlaamse gevel bevinden zich twee vensters. Op de hoek van de noord- en de westgevel is een rijk geornamenteerde smeedijzeren lantaarn bevestigd.
In de korte WESTGEVEL bevindt zich een dubbele staldeur. Hierboven bevinden zich in de topgevel onder het wolfseind twee kleine vensters van hetzelfde type als in de westgevel van de noordvleugel.
De ZUIDGEVEL onder het grote dakoverstek heeft van links naar rechts twee kleine liggende vensters met 2-ruits ramen, een muurfontein bestaande uit een rondboogvormig afgesloten stenen nis met kraan en een rechthoekig gemetseld bassin met een natuurstenen rand. Rechts van de fontein bevindt zich een dubbele staldeur met een halfrond veelruits bovenlicht. De rondboog heeft een natuurstenen sluitsteen. Tussen de vensters zijn twee gietijzeren "stands" geplaatst, die oorspronkelijk binnen stonden. De stands dragen het opschrift: "MUSGRAVES/ LONDON/ BELFAST/ PATENT".
Het INTERIEUR van de MIDDENVLEUGEL verkeert grotendeels in oorspronkelijke staat. De wanden van de zes stallen zijn tot ca. 2m. hoogte wit gepleisterd. Daarboven bestaan ze uit schoon metselwerk. Deze muurvlakken worden gescheiden door een band van afwisselend wit geschilderde en ongeschilderde bakstenen en een rollaag. In de hoek bevindt zich een hoekaanrecht van zwarte natuursteen met twee drinkbassins en een smeedijzeren ruif. In de hoek boven het aanrecht is de wand betegeld met smalle geel geglazuurde tegels. De deuropeningen zijn voorzien van stootranden en worden afgesloten met gepleisterde lateien. De stalruimte loopt door tot in de kap, waar de dakkapellen in de vorm van halfronde steekkappen voor licht en de ventilatiekokers voor lucht zorgen.
Het INTERIEUR van de NOORDVLEUGEL is bij de verbouw tot woning vrijwel geheel gewijzigd. De houten lambrisering van de zadelkamer is hierbij in de kelder geplaatst.
Het INTERIEUR van de ZUIDVLEUGEL is na de brand van 1976 gedeeltelijk gewijzigd.
Waardering
STALGEBOUW, gebouwd in 1916 door A. Jacot.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en vrijwel gaaf voorbeeld van een stalhouderij, gebouwd in de stijl van de heroriëntatie op traditionele bouwwijzen met elementen van de Engelse landhuisstijl en van de architectuur van K.P.C. De Bazel. Het stalgebouw heeft hoogwaardige esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere en zeldzame hoofdvorm, goede verhoudingen en een rijke detaillering.
- Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het landgoed Brakkenstein.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de vrije ligging aan een groot gazon tegenover de zijgevel van de villa Brakkenstein.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
2. The STABLE BUILDING
Introduction
The STABLE BUILDING was built in 1916 by A. Jacot (1864-1927) in the style of the reorientation towards traditional building methods with elements of the English country house style and the work of K.P.C. De Bazel. The shape of the floor plan, the thatched roof with its roof dormers and ventilation pipes and the passage with its small bell tower appear to have been influenced by the Dairy "Oud-Bussem" by K.P.C. De Bazel from 1903. Like the dairy, the stable building has a symmetrical U-shaped layout with an accent in the middle, traditionalist features such as the small bell tower and careful finishing of details.
The stable building lies at some distance from the villa, with the front facade (west facade) of the stable facing the right side facade (east facade) of the villa. The buildings are connected by a tree-lined lane and a path over the lawn that lies precisely on the axis of the passage. On the north side of the north wing are two external entrances to the basement, which are screened off by means of small walls, fence posts and wrought-iron fences. The front forecourt of the building is closed off by a recently installed wrought-iron fence, in which a modern brick-built flower box is incorporated. This construction is not eligible for protection. In 1976 a fire occurred in the building, affecting especially the right wing. Here, among other things, the upper part of the walls and the roof truss were lost. In 1978 the damage was repaired. The cast-iron "stands" that originally stood in the right wing, the lower wooden part of which had been burned, were then placed outside against the right side facade. New loose boxes were installed inside.
Description
The STABLE BUILDING has an almost U-shaped floor plan, consisting of an elongated central wing with shorter side wings set at right angles to it. The side wings project slightly at the rear (east side), but not enough to speak of an H-shaped floor plan. The central wing has in the middle a tall round-arched passage. On either side of this gate are three stalls. The north wing, which originally provided shelter for the carriage house, the saddle room, the harness room, the stable hand's quarters and the hayloft, is now used as a residence. In the south wing, which was originally used as a horse remise and garage, loose boxes for horses have also now been installed.
The stable building has one storey under a composite, projecting, thatch-covered roof with red terracotta ridge tiles, consisting of a gabled roof and two half-hipped roofs set at right angles to it. Against the rear facades of both side wings are open structures with gabled roofs, furnished with a collar tie and a tie beam, which rest on paired wooden columns and whose roof boards partially overlap the roof of the central wing. The roof of the central wing has on the west and east sides a large overhang that rests on paired wooden columns, creating galleries. On the south side the overhang, which rests here on a few wooden columns, is even larger, so there is room here to stable wagons or horses. At the location of the double entrance door in the south wing is a round-arched closed passage that is incorporated in the roof. The south and north wings have on the forecourt side a raised roof dormer in the form of a straight-fronted Flemish gable. The north wing has on its outer side two such roof dormers. At the location of the passage in the central wing, whose round arch is incorporated in the thatched roof, the roof is slightly higher. On the ridge of this elevation stands a bell tower, consisting of a square zinc-clad base, an octagonal wooden superstructure with round-arched closed openings and a bell and an octagonal zinc-clad tulip-shaped roof with a wrought-iron finial. On the zinc base, a clock face with Roman numerals is fixed on the front and rear sides. Below the clock face on the front side, iron letters bear the text: "A D 1916". On either side of the bell tower, on the ridge, are three square ventilation pipes with zinc louvres and tent-roof covers with an iron finial. Below the pipes, both in the front and rear roof panels, are incorporated half-round roof dormers with 2-pane windows. Each stall thus has two roof dormers and one ventilation pipe. In the ridge of both side wings are two brick chimneys with projecting corners and a corniced, moulded natural stone edge. The chimneys are topped with square iron caps with an iron finial. The stable building is constructed of red brick on a trash stone foundation sealed with a drip moulding and laid in common bond. The door openings are closed by wooden lintels with cut lead sheathing. The wooden hasped doors have multiple-pane windows at the top with iron glazing bars and are fitted with wrought-iron thumb latches. The thumb latches are mortised into natural stone thumb stones, three per door. The windows are closed by mullions, which at the top are provided with a projecting course of horizontally placed bricks. The windows have hard stone sills. The facades are finished with a wooden cornice.
The roof overhangs are carried by wooden Tuscan columns on sandstone bases. Double columns stand on one base and have one capping stone. The columns carry wooden bressummer beams, on which cross beams rest, which are mortised into the wall.
The symmetrically arranged FRONT FACADE of the CENTRAL WING is seven bays wide and has in the middle a passage with a round-arched opening. The passage is vaulted by means of a brick cross vault. In the passage, beneath the semicircular wall panels on the left and right are spandrels in which respectively a foundation stone and a sandstone wall fountain are incorporated. The sandstone foundation stone bears the inscription: "VICTOR/ JURGENS JR./ 20 JUNE 1916". The wall fountain consists of a round-arched closed niche with a stone water spout and a semicircular basin with a projecting bulge band between a moulded plinth and cornice. The passage is closed on the front side by a double wooden swing gate with worked, turned spindles.
The passage is flanked on both sides by three divided stable doors, the upper door of which contains a 12-pane window with iron glazing bars.
The symmetrically arranged REAR FACADE of the CENTRAL WING is shaped in much the same manner as the front facade. However, the divided doors here have no panes, but are flanked by rectangular stable windows, furnished with 6-pane windows with iron glazing bars. The projecting corner sections, that is the short sides of the south and north wings, have respectively two coupled windows and a door. In the left side facade of the north wing is a small barred window. The NORTH WING has on the forecourt side from left to right a double door, a door that is flanked on both sides by a barred window and a door beneath the roof overhang of the central wing. In the Flemish gable is a hayloft door with a 6-pane window. The door opening of the double door was fitted during the conversion to a residence with two 8-pane glass doors behind the original wooden doors. On the corner of the south and west facades is mounted a richly ornamented wrought-iron lantern.
The short WEST FACADE of the north wing has two barred windows coupled by a sill course and mullion and separated by a half-brick wall partition, with single-pane windows and fanlights. Above these are in the top gable beneath the half-hip two similarly coupled small windows.
The long NORTH FACADE of the north wing has from left to right a window with a single-pane window and fanlight, twice two coupled windows with windows and fanlights of the same type as in the short facade and again a window with single-pane window and fanlight of the same type. The rightmost of the coupled windows have leaded glass windows. Two double round-arched doors with multiple-pane windows and iron glazing bars provide access to the basement. The door openings are framed by three half-brick drip mouldings. In the two Flemish gables are small windows. All windows in the north facade and the short west facade, apart from the windows in the Flemish gables, are fitted with shutters which have horizontal louvres at the height of the fanlights.
The SOUTH WING has on the forecourt side from left to right one divided door and two double stable doors. In the Flemish gable are two windows. On the corner of the north and west facades is mounted a richly ornamented wrought-iron lantern.
In the short WEST FACADE is a double stable door. Above this are in the top gable beneath the half-hip two small windows of the same type as in the west facade of the north wing.
The SOUTH FACADE beneath the large roof overhang has from left to right two small horizontal windows with 2-pane windows, a wall fountain consisting of a round-arched closed stone niche with tap and a rectangular brick basin with a natural stone edge. To the right of the fountain is a double stable door with a semicircular multiple-pane fanlight. The round arch has a natural stone keystone. Between the windows are two cast-iron "stands" placed, which originally stood inside. The stands bear the inscription: "MUSGRAVES/ LONDON/ BELFAST/ PATENT".
The INTERIOR of the CENTRAL WING is largely in its original state. The walls of the six stalls are whitewashed to approximately 2m height. Above this they consist of exposed brickwork. These wall surfaces are separated by a band of alternately whitewashed and unpainted bricks and a drip moulding. In the corner is a corner fixture of black natural stone with two drinking basins and a wrought-iron manger. In the corner above the fixture, the wall is tiled with narrow yellow-glazed tiles. The door openings are provided with stoprounds and are closed by plastered lintels. The stall space extends into the roof structure, where the roof dormers in the form of half-round raking dormers provide light and the ventilation pipes provide air.
The INTERIOR of the NORTH WING was largely altered during the conversion to a residence. The wooden wainscoting of the saddle room was placed in the basement during this process.
The INTERIOR of the SOUTH WING was partially altered after the 1976 fire.
Valuation
STABLE BUILDING, built in 1916 by A. Jacot.
- Of architectural-historical value as a good and virtually intact example of a stable building constructed in the style of the reorientation towards traditional building methods with elements of the English country house style and the architecture of K.P.C. De Bazel. The stable building has high aesthetic qualities in its design such as a distinctive and rare principal form, good proportions and rich detailing.
- Of ensemble value as a functional component of the Brakkenstein estate.
- Of urban planning value because of its free-standing location on a large lawn opposite the side facade of the Brakkenstein villa.
Nearby in the register
- Waterput, Driehuizerweg bij 285Straatmeubilairunder 1 mi
- BrakkesteynWoonhuisunder 1 mi
- Park BrakkensteinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- SchelpenhuisBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.