TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Vitus

Hilversum, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1889
Address
Melkpad 12, Locatie: Raadhuis, 1217 KC Hilversum
Place
Hilversum
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.22769, 5.17460
Part of complex
522721
Monument number
522722

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Driebeukige KRUISBASILIEK, hoofdonderdeel van het kerkcomplex 'Oud-katholieke kerk St. Vitus', gebouwd in 1889 naar het ontwerp van P.A. Weeldenburg (1849-1912) in de stijl van de Neo-Barok. De kerk is noord-zuid georiënteerd en vrijstaand gesitueerd op een terrein aan de noordzijde van het Melkpad, ongeveer 25 meter vanaf de straat, terwijl de terugliggende pastorie in de noordwesthoek met de kerk is verbonden.

Omschrijving

Driebeukige kruisbasiliek met kruisingskoepel en sacristie aan de noordzijde in een aanbouw van één bouwlaag waarin zich tevens bergkamers bevinden, opgetrokken in rode baksteen op een hoge gepleisterde sokkelzone op natuurstenen plint, terwijl de hoeken van de gevels en de vensteromlijstingen pleisterwerk bevat in natuursteenimitatie. De zadeldaken van schip en transept, de opgaande dakschilden van de zijbeuken en de koepel zijn met blauwe leien bedekt.

De voorgevel (Z) bevat een risalerend zuilenfront in twee zones, bekroond door een fronton, ter breedte van het schip. De benedenzone is opgebouwd uit twee vierkante pijlers ter weerszijden van twee dorische zuilen, op sokkels geplaatst en versierd met horizontale banden. Het hoofdgestel bevat een architraaf, fries en kroonlijst. In de geheel gepleisterde gevel bevindt zich in het midden, omgeven door een blokband, de grote houten dubbele toegangsdeur met geprofileerde paneelomlijstingen, bereikbaar via vier natuurstenen treden, onder een boogveld met plastische decoratie met onder meer een wereldbol. In de muurvlakken ter weerszijden van de ingang bevinden zich vier rechthoekige panelen. De tweede zone bevat vier ionische zuilen op sokkels die een architraaf en fries dragen, terwijl de trigliefen van het fries dienen als consoles voor het fronton. In een boognis, in het brede middelste intercolomnium, staat een groot Christusbeeld, vervaardigd door S. Miedema in 1889. In het gevelvlak worden de zuilen als pilasters herhaald en zijn vier panelen aangebracht. De zijbeuken reiken tot het onderste hoofdgestel waarvan de bovenzijde zich ter hoogte van de daklijst bevindt.

De identieke zijgevels (O en W) bevatten zeven rondboogvensters met gebrandschilderde ramen. De houten deuren van de zijingangen bevinden zich in het onderste gedeelte van de rondboogvensters ter weerszijden van de transeptarmen in het midden. De transeptarmen steken iets uit en hebben ter hoogte van de lichtbeuk een driedelig rondboogvenster onder tympaanvormige afsluiting. In de lichtbeuk van het schip bevinden zich aan de oost- en westzijde zes grote ronde vensters met gekleurde glas-in-loodramen. De achtergevel (N) bevat de aanbouw ter hoogte van een souterrain en een bouwlaag, waarin zich vier vensters bevinden, onder lessenaarskap.

De grote achthoekige tamboer van de koepel op de kruising bevat grote ronde vensters met gekleurde glas-in-loodramen, waartussen steunberen met krullen die in de daklijst van het koepeldak worden bekroond door een fronton, het geheel herhaald in de lantaarn, die bekroond wordt door een kruis. De binnenruimte van de kerk wordt gevormd door het middenschip met lichtbeuk, zijbeuken, het transept, de kruisingskoepel, een boogvormig beeïndigd koor met twee boogvormig beeïndigde zijkapellen, uitgevoerd in wit en grijs stucwerk. De binnenruimte wordt betreden via het portaal onder de orgelgalerij. Ter weerszijden van het looppad en in de zijbeuken staan banken. Het schip en een gedeelte van het koor worden overspannen door een tongewelf waardoorheen de rozetvensters steken, terwijl de transeptarmen dwarse tongewelven bevatten. De opstand van het schip bestaat uit blokpijlers op basement met daartussen rondbogen op impostlijsten. De daartegenaangeplaatste dorische pilasters dragen een hoofdgestel. De schilderingen op de panelen tussen de pilasters in de zone daarboven zijn van P. Determeyer uit de periode 1933-1944 en stellen voor: de Aankondiging, de Geboorte, de Opdracht van de heer in de tempel, de Aanbidding der wijzen, de Vlucht naar Egypte, de Twaalfjarige Jezus in de tempel, Doop in de Jordaan, Bruiloft te Kana, de Genezing van de blind geborene, Maria en Martha, de Olijfberg, Ecce Homo, de Kruisiging en de Verrijzenis. Tegen de zijmuren zijn schilderijen van de vier evangelisten geplaatst, bij het koor van David en Cecilia, terwijl in het transept de schilderingen voorstellen Wonderbare spijziging, Abrahams offer, Emmaüsgangers, Elia in de woestijn en de Wonderbare visvangst. De zijkapellen liggen een trede verhoogd ten opzichte van het schip, terwijl het koorgedeelte achter de communiebank vijf treden in niveau verschilt. In het midden van het schip tegen de zijmuren dragen driekwartzuilen met hoofdgestel een rozet, vazen, aedicula met guirlandes, putti, bustes van Petrus en Paulus. De koorsluiting is bovenin bezet met platte ribben met panelen waartussen achthoekige panelen met bloemplastiek, en draagt op de band de tekst: 'Ecce Agnus Dei Ecce Qui Tollit Peccatum Mundi'. De koepel, aan de binnenzijde voorzien van rijk bewerkte consoles waartussen engelenkopjes, guirlandes en een cassetteplafond, draagt de tekst: 'Gloria In Excelsis Deo Et In Terra Pax Hominibus Bonae Voluntatis'. De gebrandschilderde ramen, vervaardigd in het Haarlemse atelier Bogtman naar het ontwerp van P. Determeyer in de periode 1948-1965 bevatten voorstellingen van: de Zaaier, het Huis op de rots, de Verloren zoon, de Barmhartige Samaritaan, de Goede Herder en de Ware wijnstok. De preekstoel van slavonisch eiken, geplaatst tegen de noordwestelijke transepthoekpijler, is vervaardigd door de beeldhouwer Schultsz van de fa. P.H. van Thiel uit Haarlem, en bevat panelen met houtsnijwerk, voorstellende de vier evangelisten, terwijl het klankbord is versierd met engelenkopjes. Het houten (draai)tabernakel werd in 1914 vervaardigd door de firma P.H. Vree uit Utrecht en bevat een zilveren plaatje met de ingegraveerde tekst: 'Ter herinnering aan het 40-jarig Priesterschap van Pastoor G.C van Schaik werd dit Tabernakel aan de Kerk van den Heiligen Vitus aangeboden op 1 november 1914'. In de westelijke zijkapel staat het Willibrordusaltaar met gesneden front en retabel, in de oostelijke zijkapel het Bonifatiusaltaar en doopvont. Op de orgelgalerij met balustrade staat een orgel gemaakt door C.G.F. Witte in het jaar 1873, met twee klavieren en pedaal. Orgelkast uit grenen- en vurenhout. In de oostelijke transeptarm staat een orgel gemaakt door Th. Bates in het jaar 1835 met 1 klavier afkomstig uit de St. Andrew's Church in Fersfield Norfolk.

Waardering

Driebeukige kruisbasiliek, hoofdonderdeel van het kerkcomplex 'Oud-katholieke kerk St. Vitus', met interieuronderdelen is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een driebeukige kruisbasiliek met kruisingskoepel in de stijl van de Neo-Barok, gebouwd in het laatste kwart van de negentiende eeuw naar het ontwerp van P.A. Weeldenburg, beeldbepalend gesitueerd aan het Melkpad. Van belang als historisch-ruimtelijk onderdeel van het kerkcomplex.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Three-aisled CROSS BASILICA, principal component of the church complex 'Oud-katholieke kerk St. Vitus', built in 1889 according to the design of P.A. Weeldenburg (1849-1912) in the style of Neo-Baroque. The church is oriented north-south and situated freestanding on a site on the north side of the Melkpad, approximately 25 metres from the street, while the set-back rectory in the northwest corner is connected to the church.

Description

Three-aisled cross basilica with crossing dome and sacristy on the north side in an extension of one storey containing also storage rooms, constructed in red brick on a high plastered base zone on natural stone plinth, while the corners of the facades and the window surrounds contain plasterwork in natural stone imitation. The gabled roofs of the nave and transept, the rising hipped ends of the side aisles and the dome are covered with blue slate.

The front facade (S) contains a projecting columned front in two zones, crowned by a pediment, to the width of the nave. The lower zone is constructed from two square piers on either side of two Doric columns, placed on bases and decorated with horizontal bands. The main entablature contains an architrave, frieze and cornice. In the entirely plastered facade is located in the centre, surrounded by a band, the large wooden double entrance door with profiled panel surrounds, accessible via four natural stone steps, under a tympanum with plastic decoration including inter alia a globe. In the wall surfaces on either side of the entrance are four rectangular panels. The second zone contains four Ionic columns on bases carrying an architrave and frieze, while the triglyphs of the frieze serve as consoles for the pediment. In an arched niche, in the broad central intercolumniation, stands a large Christ statue, made by S. Miedema in 1889. In the facade plane the columns are repeated as pilasters and four panels are placed. The side aisles reach to the lower main entablature whose top is at the level of the roof edge.

The identical side facades (E and W) contain seven round-arched windows with stained glass panes. The wooden doors of the side entrances are located in the lower part of the round-arched windows on either side of the transept arms in the centre. The transept arms project slightly and have at the level of the clerestory a three-part round-arched window under tympanum-shaped capping. In the clerestory of the nave are on the east and west sides six large round windows with coloured stained glass panes. The rear facade (N) contains the extension at the level of a basement and one storey, in which four windows are located, under a catslide roof.

The large octagonal drum of the dome at the crossing contains large round windows with coloured stained glass panes, between which buttresses with curls that are crowned in the roof edge of the dome roof by a pediment, the whole repeated in the lantern, which is crowned by a cross. The interior space of the church is formed by the central nave with clerestory, side aisles, the transept, the crossing dome, an arch-ended choir with two arch-ended side chapels, executed in white and grey stucco. The interior space is entered via the portal under the organ gallery. On either side of the passage and in the side aisles stand pews. The nave and a portion of the choir are spanned by a barrel vault through which the rose windows project, while the transept arms contain transverse barrel vaults. The elevation of the nave consists of block piers on base with round arches between them on impost lines. The Doric pilasters placed against them carry an entablature. The paintings on the panels between the pilasters in the zone above are by P. Determeyer from the period 1933-1944 and depict: the Annunciation, the Nativity, the Presentation of the Lord in the temple, the Adoration of the Magi, the Flight into Egypt, the Twelve-year-old Jesus in the temple, Baptism in the Jordan, Wedding at Cana, the Healing of the man born blind, Mary and Martha, the Mount of Olives, Ecce Homo, the Crucifixion and the Resurrection. Against the side walls are paintings of the four evangelists, at the choir of David and Cecilia, while in the transept the paintings depict the Miraculous feeding, Abraham's sacrifice, the Disciples at Emmaus, Elijah in the desert and the Miraculous catch of fish. The side chapels are raised one step relative to the nave, while the choir section behind the communion rail differs by five steps in level. In the centre of the nave against the side walls three-quarter columns with entablature carry a rose, vases, aedicule with garlands, putti, busts of Peter and Paul. The choir closure is at the top furnished with flat ribs with panels between which octagonal panels with floral ornament, and carries on the band the text: 'Ecce Agnus Dei Ecce Qui Tollit Peccatum Mundi'. The dome, on the interior provided with richly worked consoles between which cherub heads, garlands and a coffered ceiling, carries the text: 'Gloria In Excelsis Deo Et In Terra Pax Hominibus Bonae Voluntatis'. The stained glass windows, made in the Haarlem workshop Bogtman according to the design of P. Determeyer in the period 1948-1965 contain depictions of: the Sower, the House on the Rock, the Prodigal Son, the Good Samaritan, the Good Shepherd and the True Vine. The pulpit of Slavonian oak, placed against the northwestern transept corner pier, was made by sculptor Schultsz of the firm P.H. van Thiel from Haarlem, and contains panels with wood carving, depicting the four evangelists, while the sounding board is decorated with cherub heads. The wooden (rotating) tabernacle was made in 1914 by the firm P.H. Vree from Utrecht and contains a silver plate with the engraved text: 'In commemoration of the 40-year priesthood of Pastor G.C van Schaik this Tabernacle was offered to the Church of Saint Vitus on 1 November 1914'. In the western side chapel stands the Willibrordus altar with carved front and retable, in the eastern side chapel the Bonifatius altar and baptismal font. On the organ gallery with balustrade stands an organ made by C.G.F. Witte in the year 1873, with two manuals and pedal. Organ case of pine and spruce wood. In the eastern transept arm stands an organ made by Th. Bates in the year 1835 with 1 manual originating from St. Andrew's Church in Fersfield Norfolk.

Valuation

Three-aisled cross basilica, principal component of the church complex 'Oud-katholieke kerk St. Vitus', with interior components is of general importance due to architectural and cultural-historical value as a rare and well-preserved example of a three-aisled cross basilica with crossing dome in the style of Neo-Baroque, built in the last quarter of the nineteenth century according to the design of P.A. Weeldenburg, forming the character situated at the Melkpad. Of importance as a historical-spatial component of the church complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map