Rijksmonumentenregister · Netherlands
Geelmolen
Vaassen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1911
- Address
- Elspeterweg 42, 8171 EV Vaassen (Epe 25)
- Place
- Vaassen
- Municipality
- Epe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.28658, 5.94344
- Part of complex
- 522651
- Monument number
- 522652
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Manoeuvreerkaart der [4de Divisie] Infanterie [in 1907] op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
De BOERDERIJ is opgetrokken in rode baksteen op een rechthoekig grondplan en kent een traditionele indeling in voorhuis en achterliggend bedrijfsgedeelte. Het woonhuis loopt aan de rechterzijde iets breder uit. De boerderij telt in het voorhuis twee, in het achterhuis één bouwlaag en een zolderverdieping onder een overstekend wolfdak. Het dak is belegd met riet en voorzien van rode nokvorsten. Op het rechter dakschild bevinden zich twee hoge, gemetselde schoorstenen, op het linker dakschild bevindt zich één schoorsteen. De nok van het dak is voorzien van een serie markante, vierzijdige ontluchtingskokers met helmdaken. De afwatering vindt plaats via bakgoten op korbelen. Het dak wordt aan alle zijden doorsneden door opvallend grote, rondboogvormige en in baksteen uitgevoerde dakkapellen, waarbinnen halfronde meerruits vensters zijn toegepast. In de dakschilden bevinden zich ook enkele dakramen. De gevels zijn uitgevoerd in kruisverband en hebben een gepleisterde plint. De voor- en achtergevel zijn afgewerkt met vlechtingen en hebben dubbele siermetselwerk banden op de scheiding van de eerste en tweede bouwlaag. De meeste vensters zijn nog oorspronkelijk. Naast de reeds genoemde rondboogvensters, zijn overwegend rechtafgesloten meerruits vensters toegepast, in de vorm van smalle tweeruits, of bredere vierruits vensters. Soms hebben deze vensters veelruits bovenlichten. Vrijwel alle vensters zijn voorzien van luiken. Aan de bovenzijde zijn deze gevelopeningen met rollagen of strekken afgewerkt. Het houtwerk van vensters en luiken is thans wit en zwart geverfd.
De VOORGEVEL bezit in het midden een eenlaags, serre-achtige uitbouw onder een met riet gedekt dak. In deze vijfzijdige uitbouw is een serie gekoppelde in tweeruits vensters geplaatst en een buitendeur. Ter weerszijden hiervan bevinden zich in de gevel gekoppelde vierruits vensters onder veelruits bovenlichten. Centraal in de tweede bouwlaag bevinden zich twee dubbele deuren met Franse balkons en de gevel wordt afgesloten door een rondboogvormige dakkapel van het reeds beschreven type, waarboven het wolfseind wordt opgelicht. De RECHTER ZIJGEVEL wordt ter plaatse van het woonhuis gedomineerd door de uitgebouwde ingangspartij, bestaande uit een in de gevel terugliggend portiek en een door het doorlopende rieten dak gedekte houten luifel op bewerkte stijlen. De gevel is aan weerszijden van deze partij vrijwel volledig gevuld met vensters zoals beschreven. Hierbij zijn de op de gevelhoeken geplaatste vensters bijzonder omdat deze om de hoek worden doorgezet. Boven de ingangsluifel bevindt zich een balkon, voorzien van een houten balustrade. Het balkon is toegankelijk via balkondeuren in een rondboogvormig kozijn. Rechts van dit balkon bevindt zich een tweede rondboogvormige dakkapel. Het bedrijfsgedeelte bezit vernieuwde stalramen en een deur onder bovenlicht. Rechts van het midden is de gevel tot een dakkapel doorgetrokken, gevuld met vensters zoals reeds beschreven. De ACHTERGEVEL bezat links oorspronkelijk een grote, segmentboogvormig afgesloten opening, die is dichtgezet. In de gevel bevinden zich nu enkele niet-oorspronkelijke stalramen en een segmentboogvormige en een rechtafgesloten staldeur. Voorts bevindt zich ongeveer in het midden een rechthoekige aanbouw. De gevel wordt onder het wolfdak weer afgesloten met een halfrond dakraam, zoals reeds beschreven. In de LINKER ZIJGEVEL bevinden zich rechts in het woongedeelte enkele vernieuwde keukenvensters. Voorts is de gevel oorspronkelijk, met twee grote rondboogvormig uitgebouwde dakkapellen zoals beschreven, en een kleinere dakkapel iets hoger in het schild. In het bedrijfsgedeelte bevinden zich verder enkele vernieuwde stalvensters en oorspronkelijke deuren. Links wordt de gevel beëindigd door een eenlaags aanbouw onder een schilddak belegd met gesmoorde Muldenpannen en rode vorsten op nok en kepers. In de linker zijgevel van deze aanbouw bevindt zich een opgeklampte staldeur onder segmentboog. De achtergevel van de aanbouw is in de vorm van een muurtje met afgeronde afsluiting doorgetrokken. Een dergelijk muurtje bevindt zich ook aan de achterzijde van het watermolengebouw. Beide muurtjes sluiten visueel het tussenplein van het complex af. De indeling van het INTERIEUR bestaat in het voorhuis uit woonvertrekken aan de voorzijde. Hierachter ligt een gang die toegang geeft tot de vernieuwde keuken, tot de achterliggende deel en tot een trap die naar de verdiepingen leidt waar zich slaapkamers bevinden. Het woongedeelte is intern in tweeën gedeeld in verband met dubbele bewoning. Het achterhuis bestaat uit een gedeelte met stallen aan weerszijden, waarop een dwarsdeel aansluit. In het interieur zijn veel van de oorspronkelijke paneeldeuren bewaard gebleven evenals een haardpartij in een van de woonkamers. Deze bezit een houten omlijsting, een betegeling en een haardplaat. In het bedrijfsgedeelte bevinden zich nog overblijfselen van de hygiënisch ingerichte stal, zoals de betegelde wanden en een deel van de grupstal.
Waardering
BOERDERIJ (complexonderdeel A) gebouwd in 1911
- Van architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een boerderij uit het begin van de twintigste eeuw die zich kenmerkt door een opvallende uitvoering in Landhuisstijl met invloeden van de architectuur van K.P.C de Bazel. Het complex valt op vanwege hoogwaardige esthetische kwaliteiten die onder meer tot uiting komen in de monumentale hoofdvorm met rieten kap en de fraaie detaillering van raam- en ingangspartijen. De boerderij is voorts van belang vanwege het type stal, met dwarsdeel en hygiënisch ingerichte koestallen, die de boerderij ook herkenbaar maken als een bezit van de hogere klasse.
- Van stedenbouwkundige waarde als hoofdonderdeel van het complex dat in het historisch gegroeide buitengebied ten westen van het dorp Vaassen, een belangrijke beeldbepalende rol speelt.
- Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het complex dat verbonden is met een sociaal-maatschappelijke en agrarische ontwikkeling, als voorbeeld van een boerenerf dat werd gekocht en verbouwd door een bankier met de bedoeling er zelf te gaan boeren. Kenmerkend hierbij is de hygiënisch ingerichte stal en de architectonische vormgeving van de gebouwen.
y
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
The FARMHOUSE is built in red brick on a rectangular ground plan and features a traditional layout with a front house and a rear business section. The residential house extends somewhat wider on the right side. The farmhouse has two storeys in the front house, one storey in the rear house and an attic floor under a protruding half-hipped roof. The roof is covered with thatch and fitted with red ridge finials. On the right roof slope there are two tall, brick chimneys, on the left roof slope there is one chimney. The ridge of the roof is fitted with a series of distinctive, four-sided ventilation ducts with helmet roofs. Drainage takes place via gutters on corbels. The roof is intersected on all sides by notably large, semicircular arch-shaped roof dormers executed in brick, within which semicircular multi-pane windows are used. In the roof slopes there are also some roof windows. The facades are executed in Flemish bond and have a plastered plinth. The front and rear facades are finished with bonding courses and have double decorative brickwork bands on the division between the first and second storey. Most of the windows are still original. In addition to the aforementioned semicircular arch windows, predominantly right-angled multi-pane windows are used, in the form of narrow two-pane or wider four-pane windows. Sometimes these windows have multi-pane fanlights. Almost all windows are fitted with shutters. At the top these facade openings are finished with stone lintels or stone bands. The woodwork of windows and shutters is now painted white and black.
The FRONT FACADE has in the middle a single-storey, conservatory-like extension under a thatch-covered roof. In this five-sided extension a series of coupled two-pane windows is placed and an external door. On either side of this there are coupled four-pane windows with multi-pane fanlights in the facade. Centrally in the second storey there are two double doors with French balconies and the facade is closed off by a semicircular arch-shaped roof dormer of the type already described, above which the half-hip end is opened up. The RIGHT SIDE FACADE is dominated at the location of the residence by the extended entrance section, consisting of a recessed porch in the facade and a wooden canopy covered by the continuous thatch roof on worked supports. The facade is on either side of this section almost completely filled with windows as described. The windows placed on the facade corners are particularly distinctive in that they are extended around the corner. Above the entrance canopy there is a balcony, furnished with a wooden balustrade. The balcony is accessible via balcony doors in a semicircular arch-shaped frame. To the right of this balcony there is a second semicircular arch-shaped roof dormer. The business section has renewed stable windows and a door with fanlight. To the right of the centre the facade extends to a roof dormer, filled with windows as already described. The REAR FACADE originally had on the left a large, segment arch-shaped opening, which has been closed off. The facade now contains some non-original stable windows and a segment arch-shaped and a right-angled stable door. Furthermore, approximately in the middle there is a rectangular extension. The facade is closed off again under the half-hip roof with a semicircular roof window, as already described. In the LEFT SIDE FACADE there are on the right in the residential section some renewed kitchen windows. Furthermore, the facade is original, with two large semicircular arch-shaped extended roof dormers as described, and a smaller roof dormer somewhat higher in the slope. In the business section there are further some renewed stable windows and original doors. On the left the facade is ended by a single-storey extension under a hipped roof covered with Mulden tiles and red finials on ridge and rafters. In the left side facade of this extension there is a clamped stable door with segment arch. The rear facade of the extension is carried through in the form of a small wall with rounded finish. A similar small wall is also found at the rear of the water mill building. Both small walls visually close off the intermediate courtyard of the complex. The layout of the INTERIOR consists in the front house of living rooms at the front. Behind this lies a corridor which provides access to the renewed kitchen, to the rear section and to a staircase which leads to the upper floors where bedrooms are located. The residential section is internally divided in two due to double occupancy. The rear house consists of a section with stalls on both sides, onto which a cross-section adjoins. In the interior many of the original panel doors have been preserved as well as a fireplace feature in one of the living rooms. This features a wooden surround, tiling and a fireplace plate. In the business section there are still remains of the hygienically equipped stable, such as the tiled walls and part of the gutter stable.
Valuation
FARMHOUSE (complex component A) built in 1911
- Of architectural-historical value as a rare example of a farmhouse from the beginning of the twentieth century which is characterized by a striking execution in Manor House style with influences from the architecture of K.P.C. de Bazel. The complex stands out due to high-quality aesthetic qualities which are expressed among other things in the monumental main form with thatched roof and fine detailing of window and entrance sections. The farmhouse is furthermore of importance due to the type of stable, with cross-section and hygienically equipped cow stalls, which also make the farmhouse recognizable as a possession of the upper class.
- Of urban-planning value as the main component of the complex which plays an important image-defining role in the historically developed open countryside to the west of the village of Vaassen.
- Of cultural-historical value as part of the complex which is connected with a socio-economic and agricultural development, as an example of a farmstead which was purchased and renovated by a banker with the intention of farming it himself. Characteristic of this is the hygienically equipped stable and the architectural design of the buildings.
y
Nearby in the register
- GeelmolenIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
- Drinkbak, Elspeterweg 42Straatmeubilairunder 1 mi
- Archeologie, Niersenseweg Vaassen (Epe 25)Archeologieunder 1 mi
- Archeologie, Elspeterweg Vaassen (Epe 25)Archeologieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.