Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gerechtsgebouw(EX3), Spinhuiswal 2
's-Hertogenbosch, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gerechtsgebouw
- Function
- Gerechtsgebouw(EX3)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1912 - 1924
- Address
- Spinhuiswal 2, 5211 JG 's-Hertogenbosch (and others)
- Place
- 's-Hertogenbosch
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.68511, 5.30134
- Part of complex
- 522425
- Monument number
- 522426
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 25 's-Hertogenbosch, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
PALEIS VAN JUSTITIE, tussen 1912 en 1924 gebouwd in Eclectische stijl naar ontwerp van de Hoofdingenieur-Architect der Gevangenisssen en Gerechtsgebouwen W.C. Metzelaar. Door bezuinigingen tijdens en na de Eerste Wereldoorlog is het ontwerp ettelijke malen versoberd, onder meer door rijksbouwmeester S. Wijn. In 1944 steken de Duitsers bij het verlaten van de stad het aan de Spinhuiswal gelegen gedeelte in brand. De kap, gevel en achterliggende dienstvertrekken worden hierbij onherstelbaar beschadigd. De hoofdmassa van het gebouw alsmede de aan de achterzijde gelegen, rijk geornamenteerde zittingszalen blijven gespaard. Met name de zittingszalen behoren tot de fraaiste die het bureau Metzelaar in Nederland heeft ontworpen en ingericht. Het verwoeste gedeelte van het gebouw werd tussen 1948 en 1951 door rijksbouwmeester G. Friedhoff in samenwerking met rijksgebouwendienst-architect M. Bolten voorzien van een sobere maar stedenbouwkundig zeer markante façade in een vormgeving die invloeden van de Stuttgarter-Schule vertoont en een nieuwe inrichting met onder meer glas-in-lood van M. de Leeuw en enkele representatieve ruimtes. Het gedeelte aan de Sint-Jorisstraat met enkele markante zalen bleef vrijwel onbeschadigd.
Omschrijving.
Het voormalige Paleis van Justitie bestaat uit twee rechthoekige vleugels die V-vormig ten opzichte van elkaar geplaatst zijn: een gedeelte aan de Spinhuiswal en een gedeelte aan de Sint Jorisstraat. Het aan de Sint Jorisstraat gelegen gedeelte is als afzonderlijk bouwlichaam goed herkenbaar. Het is een negen traveeën tellend bouwlichaam op rechthoekige grondslag, telt drie bouwlagen met kapverdieping en heeft in kruisverband opgetrokken gevels van gele strengperssteen. Het pand is voorzien van risalerende, vierlaagse hoektorens onder met leien gedekte tentdaken. Ook het centrum van het middengedeelte risaleert iets. De hoofdmassa heeft een plat dak met een schild aan de straatzijde dat gedekt is met leien in Maasdekking.
De voorgevel van het pand is voorzien van een hoge hardstenen plint. De overige geleding van de gevel bestaat uit lijsten en speklagen van zowel hardsteen als gele zandsteen. De op de begane grond gevestigde kantoren zijn in opzet aanmerkelijk lager dan die op de verdieping. De vensters zijn hier recht gesloten en hebben een natuurstenen latei. De op de beide verdiepingen per travee gekoppelde vensters zijn getoogd met een segmentboog en hebben in de trommels een ornamentiek van steenblokjes (eerste verdieping) en polychrome, gestileerde keramische motieven (tweede verdieping en fries). De vensters zijn voorzien van houten zesruits roedenramen en hebben hardstenen onderdorpels. De gevels worden verder geornamenteerd door gekrulde, siersmeedijzeren steekankers. De goot rust op gecanneleerde klossen waartussen de polychrome keramische reliëfs als metopen zijn aangebracht. De dakkapellen hebben een verzorgde ornamentiek en zijn voorzien van zandstenen vleugelstukken. De centrale dakkapel heeft een frontonbekroning. De vensteropbouw van de beide hoektorens verschilt van die van het centrale gedeelte. Een centraal venster wordt steeds geflankeerd door twee even hoge maar smallere vensters. De goot van de hoektorens heeft in vergelijking tot het centrale gedeelte een fors overstek. Ook de dakkapellen hebben een andere detaillering en zijn elk bekroond met een segmentboogfronton. De tentdaken zijn elk geornamenteerd met een vergulde ijzeren windwijzer en pirons.
De ingang bevindt zich in de linkerhoektoren en bestaat uit een eenvoudige houten vleugelpaneeldeur. Deze hoektoren die tevens als traptoren dient vormt tevens de verbinding met de aan de Spinhuiswal gelegen hoofdvleugel van het Paleis van Justitie. Aan de rechterzijde van de rechtse traptoren is, iets terugliggend, een tussentravee geplaatst die in verbinding staat met het naastgelegen Huis van Bewaring en een kleine trap heeft. De in machinale baksteen opgetrokken achterzijde van het pand is minder eenvormig en wordt gekenmerkt door twee blokvormige uitbouwen. In de grootste hiervan is de zittingszaal gehuisvest.
Intern is de plattegrond zeer sober gehouden. Aan de straatzijde bevinden zich de grote, rechthoekige dienstvertrekken en kantoren. Deze worden op elke bouwlaag aan de achterzijde ontsloten door een brede gang met granito vloer die over de lengte van het gebouw doorloopt. De kamers zijn alle nog voorzien van de oorspronkelijke houten deuren met omlijstingen. Het vertrek met de meest bijzondere ornamentiek is de aan de achterzijde van de eerste verdieping gelegen zittingszaal met achterkamer. Deze is voorzien van een in eclectische stijl vormgegeven houten lambrisering, een geornamenteerd stucplafond en het oorspronkelijke meubilair. De trap in de rechtertoren is van graniet en heeft een smeedijzeren leuning. De lichttoetreding wordt hier verzorgd door sober geornamenteerd, kleurig glas-in-lood met geometrische en florale motieven.
De vleugel aan de Spinhuiswal is een langgerekt, streng symmetrisch bouwlichaam van drie bouwlagen met een souterrain. De voorgevel is opgetrokken uit een imitatie-handvorm baksteen, gemetseld in kettingverband. Voor de geleding en ornamentiek van de gevel is gebruik gemaakt van graniet (plint en trap) en kunststeen (ingang, vensteromlijstingen, waterlijst en goot). De getrapte middenrisaliet met ingangspartij is monumentaal vormgegeven en is voorzien van een met zwarte pannen gedekt schilddak met twee forse, in siermetselwerk opgetrokken schoorstenen op de nokpunten. De twee zijvleugels hebben een met zwarte pannen gedekt zadeldak met schilden aan de uiteinden en op de nokas vier kleine schoorstenen met kunststenen bekroning. De plint van deze vleugels is voorzien van gerusticeerde granieten blokken. Hierin zijn de met een segmentboog getoogde en van een smeedijzeren traliewerk voorziene souterrainvensters geplaatst.
Alle vensters zijn rechthoekig. Die van de eerste twee bouwlagen zijn identiek van formaat en indeling maar verschillen wat betreft de detaillering van de kunststenen omlijsting. Deze vensters hebben alle een dubbel kruiskozijn met daarin zes stalen vierruits roedenramen. De vensters op de begane grond hebben aan de bovenzijde een hanenkam met druiplijst. Deze ontbreekt op de verdieping. Wel hebben de vensters daar een gemetselde ontlastingsboog aan de bovenzijde. De vertrekken op de derde bouwlaag zijn lager dan die op de eerste twee. De vensters hebben hier een twaalfruits stalen roedenraam.
Op de buitenste traveeën van de zijvleugels na, heeft elke travee twee vensterassen. De monumentale, getrapt risalerende ingangspartij valt op door de in kunststeenblokken uitgevoerde omlijsting van de twee onderste bouwlagen van de middenpartij. Deze is bereikbaar via een granieten trap van vier treden en heeft een hoge, houten vleugelpaneeldeur. Hierboven zijn in reliëf de door banderollen geflankeerde wapenschilden van justitie en de provincies Noord-Brabant en Limburg aangebracht. Op de tweede bouwlaag heeft het ingangsgedeelte een schijnbalkon met kunststenen balustrade. De omlijsting wordt geflankeerd door kleine vierkante vensters met tweeruits ramen. Een opvallend decoratief element wordt gevormd door de op de goot geplaatste bekroning; een soort kunststenen fries met sobere geometrische ornamentiek. In de voorgevel zijn tussen de vensters van de eerste en de tweede bouwlaag op de hoeken en naast de ingang, vier rechthoekige, figuratieve kunststenen reliëfs geplaatst. Deze symboliseren: gestrengheid, wijsheid, voorzichtigheid en onkreukbaarheid.
Tegen in machinale baksteen opgetrokken achtergevel zijn onder meer werk- en recreatiezalen van het Huis van Bewaring gebouwd. De opzet is hier aanmerkelijk minder streng van aard dan bij de voorgevel. Intern wordt elke bouwlaag door een centrale gang die over de gehele lengte van het gebouw loopt, doorsneden. Aan weerszijden hiervan bevinden zich de rechthoekige dienstvertrekken. Deze zijn veelal sober van ornamentiek. Aan de achterzijde zijn de twee zeer rijk geornamenteerde zittingszalen gesitueerd. Deze alsook het daar aanwezige meubilair zijn compleet behouden gebleven. Een opvallend aspect van het interieur is verder de grote centrale trappartij die met gekleurd glas-in-lood van M. de Leeuw is geornamenteerd. Opmerkelijk is verder de kapconstructie van het nieuwe gedeelte aan de Spinhuiswal. Deze is geheel uit beton vervaardigd.
Waardering.
Het paleis van Justitie is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de justitiële geschiedenis en de daarmee verbonden typologische ontwikkeling der gebouwen. Het paleis heeft architectuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de geschiedenis van het rijksbouwen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het gebouw is het laatste grote justitiële complex van W.C. Metzelaar. Met name de monumentale en rijk geornamenteerde zittingszalen zijn binnen diens werk belangrijk en zeldzaam. De façade aan de Spinhuiswal van G. Friedhoff is vanwege de imponerende ligging stedenbouwkundig gezien van groot belang. Architectuurhistorisch heeft dit gedeelte belang als eerste grote rijksgebouw van diens hand. Door de functionele samenhang van de verschillende gebouwen en de enigszins geïsoleerde ligging van het complex heeft het geheel ensemblewaarden. Het geheel is van belang vanwege de hoogwaardige architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen.
Het geheel aan gebouwen is van belang vanwege de functionele en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
PALACE OF JUSTICE, built between 1912 and 1924 in Eclectic style to the design of Chief Engineer-Architect of Prisons and Courts Buildings W.C. Metzelaar. Due to economies during and after the First World War, the design was simplified on several occasions, including by Government Architect S. Wijn. In 1944, the Germans set fire to the section on the Spinhuiswal as they left the city. The roof, façade and adjoining service rooms are irreparably damaged. The main mass of the building and the richly ornamented courtrooms at the rear are spared. The courtrooms in particular are among the finest that the Metzelaar office designed and fitted out in the Netherlands. The destroyed section of the building was provided between 1948 and 1951 by Government Architect G. Friedhoff in collaboration with National Buildings Service architect M. Bolten with a sober but urban-design-wise highly striking façade in a design showing influences from the Stuttgart School and a new interior with among others stained glass by M. de Leeuw and several representative spaces. The section on Sint-Jorisstraat with several striking rooms remained virtually undamaged.
Description.
The former Palace of Justice consists of two rectangular wings positioned V-shaped to each other: a section on the Spinhuiswal and a section on Sint Jorisstraat. The section on Sint Jorisstraat is clearly recognisable as a separate building unit. It is a building unit comprising nine bays on a rectangular ground plan, has three storeys with a roof storey and has cross-bonded walls of yellow wirecut brick. The building is provided with projecting, four-storey corner towers under hipped roofs covered with slate. The centre of the middle section also projects slightly. The main mass has a flat roof with a hipped roof at the street side covered with slate in Dutch bond.
The front façade of the building is provided with a high granite plinth. The remaining articulation of the façade consists of mouldings and bands of both granite and yellow sandstone. The offices on the ground floor are considerably lower in arrangement than those on the upper floor. The windows here are straight-closed and have a natural stone lintel. The windows coupled per bay on both upper storeys are arched with a segmental arch and have ornamentation of stone blocks in the soffits (first storey) and polychrome, stylised ceramic motifs (second storey and frieze). The windows are provided with wooden six-pane glazing bars and have granite sills. The façades are further ornamented by curled, ornamental wrought-iron wall anchors. The gutter rests on fluted brackets between which the polychrome ceramic reliefs are set as metopes. The dormer windows have careful ornamentation and are provided with sandstone wing pieces. The central dormer window has a pediment crown. The window arrangement of the two corner towers differs from that of the central section. A central window is always flanked by two equally tall but narrower windows. The gutter of the corner towers has a substantial overhang compared to the central section. The dormer windows also have different detailing and are each crowned with a segmental arch pediment. The hipped roofs are each ornamented with a gilded iron weathervane and finials.
The entrance is located in the left corner tower and consists of a simple wooden battened and ledged door. This corner tower, which also serves as a stair tower, also forms the connection with the main wing on the Spinhuiswal of the Palace of Justice. On the right side of the right stair tower, slightly set back, is an intermediate bay which connects with the adjacent House of Detention and has a small staircase. The rear of the building, built in machine-made brick, is less uniform and is characterised by two box-like extensions. The largest of these houses the courtroom.
Internally, the floor plan is kept very sober. At the street side are the large, rectangular service rooms and offices. On each storey these are accessed at the rear by a wide corridor with granito flooring that runs the length of the building. All rooms are still provided with original wooden doors with surrounds. The room with the most distinctive ornamentation is the courtroom with adjoining room on the first storey at the rear. This is provided with a wooden wainscot designed in Eclectic style, an ornamented stucco ceiling and the original furniture. The staircase in the right tower is granite and has a wrought-iron handrail. Light admission is provided here by sober ornamented, coloured stained glass with geometric and floral motifs.
The wing on the Spinhuiswal is an elongated, strictly symmetrical building unit of three storeys with a basement. The front façade is built from imitation handmade brick, laid in chain bond. Granite (plinth and staircase) and artificial stone (entrance, window surrounds, drip moulding and gutter) are used for the articulation and ornamentation of the façade. The stepped central risalit with entrance section is designed in a monumental manner and is provided with a hipped roof covered with black tiles with two substantial chimney stacks of decorative brickwork on the ridge ends. The two side wings have a gabled roof covered with black tiles with hipped ends and on the ridge four small chimneys with artificial stone caps. The plinth of these wings is provided with rusticated granite blocks. In these are placed the basement windows arched with a segmental arch and provided with wrought-iron railings.
All windows are rectangular. Those of the first two storeys are identical in size and layout but differ in the detailing of the artificial stone surround. These windows all have a double cross window with six panes of four-pane steel glazing bars. The ground floor windows have a rooster-comb moulding with drip moulding at the top. This is absent on the upper storey. However, the windows there have a brick relieving arch at the top. The rooms on the third storey are lower than those on the first two. The windows here have a twelve-pane steel glazing bar.
Except for the outermost bays of the side wings, each bay has two window axes. The monumental, stepped risalit entrance section stands out due to the artificial stone block surround of the two lower storeys of the central section. This is reached via a granite staircase of four steps and has a tall, wooden battened and ledged door. Above this are set in relief the coats of arms of Justice and the provinces of North Brabant and Limburg flanked by banderoles. On the second storey, the entrance section has a false balcony with artificial stone balustrade. The surround is flanked by small square windows with two-pane frames. A striking decorative element is formed by the crown placed on the gutter; a kind of artificial stone frieze with sober geometric ornamentation. In the front façade, between the windows of the first and second storey on the corners and next to the entrance, four rectangular, figural artificial stone reliefs are placed. These symbolise: severity, wisdom, prudence and integrity.
Against the rear façade built in machine-made brick are built among other things work and recreation halls of the House of Detention. The arrangement here is considerably less strict in nature than at the front façade. Internally, each storey is intersected by a central corridor that runs the entire length of the building. On either side of this are the rectangular service rooms. These are mostly sober in ornamentation. At the rear are situated the two very richly ornamented courtrooms. These and the furniture present there have been completely preserved. A striking aspect of the interior is further the large central staircase which is ornamented with coloured stained glass by M. de Leeuw. Further noteworthy is the roof truss structure of the new section on the Spinhuiswal. This is constructed entirely of concrete.
Valuation.
The Palace of Justice is of general importance. It has cultural-historical values as a special expression of judicial history and the associated typological development of buildings. The Palace has architectural-historical values as a special expression of the history of government building in the first half of the twentieth century. The building is the last major judicial complex by W.C. Metzelaar. In particular, the monumental and richly ornamented courtrooms are important and rare within his work. The façade on the Spinhuiswal by G. Friedhoff is of great urban-design importance due to its impressive location. Architecturally, this section is important as the first major government building by his hand. Due to the functional coherence of the various buildings and the somewhat isolated location of the complex, the whole has ensemble values. The whole is important due to the high architectural quality of the constituent components.
The entire complex of buildings is important due to the functional and typological rarity.
Nearby in the register
- Paleis van JustitieGerechtsgebouwunder 1 mi
- Huis van bewaring, Sint Jorisstraat 125Gerechtsgebouwunder 1 mi
- Woonhuis, Sint Jorisstraat 72Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Sint Jorisstraat 123Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.