TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart

Oude-Tonge, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1897
Address
Nieuwstraat 8, 3255 AR Oude-Tonge (Goeree-Overflakkee 28)
Place
Oude-Tonge
Municipality
Goeree-Overflakkee
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.69021, 4.21074
Monument number
521890

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

PAROCHIEKERK 'Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart', in 1897-1898 gebouwd naar ontwerp van Jos Th. Cuypers in Neogotische stijl, als opvolger van de oude parochiekerk uit 1759 aan de Achterweg. Uitvoerder was de Hilversumse aannemer Jac. Groenendaal. De onder bouwpastoor B.J. Klekamp gebouwde pseudobasiliek is onder meer voorzien van beeldhouwwerk afkomstig uit de oude parochiekerk en gebrandschilderd glas-in-lood en altaren uit de bouwtijd, vervaardigd in het atelier van Jos Cuypers. De geschilderde kruiswegstaties uit 1927 zijn van de hand van Kees Rovers uit Voorburg. De muurschilderingen zijn evenals enkele glas-in-loodramen gemaakt door Henk Asperlagh. Een deel van de oorspronkelijke muurschilderingen van C.A. Dunselman is in 1941-1942 vervangen door schilderingen van Asperlagh en na de watersnoodramp van 1953 zijn de overige schilderingen van Dunselman met witte verf overschilderd. In 1934 zijn de oorspronkelijke communiebanken vervangen door de huidige en werd een in vergelijkbare stijl uitgevoerde preekstoel geplaatst. Het oorspronkelijke orgel is in 1962 vervangen door een uit het Rampenfonds gefinancierd orgel van Romanus Seifert & Sohn Kevelaer.

Omschrijving

Parochiekerk van het type pseudobasiliek, opgetrokken in baksteen vanuit een L-vormige plattegrond. De zadeldaken zijn gedekt met leien in maasdekking. De kap van het schip is voorzien van een zeskante dakruiter en enkele kleine dakkapellen onder met leien gedekte kapjes. De boven het koor staande dakruiter is voorzien van een luidklok. De onderbouw is evenals de slanke spits gedekt met leien in maasdekking. De naaldspits wordt bekroond door een smeedijzeren kruis en een koperen weerhaan. De gevels van de kerk worden verlevendigd met details in hardsteen, onder meer ter accentuering van de gevelopeningen. De meeste vensters zijn smal en spitsboogvormig. De diverse kopgevels zijn uitgevoerd als puntgevels.

De aan de Nieuwstraat gesitueerde westgevel is vrijwel symmetrisch van opbouw met een verticale geleding door slanke steunberen. De middentravee bevat de binnen gemetselde archivolten staande hoofdentree, voorzien van een met smeedwerk beslagen dubbele lattendeur. De deur staat boven een hoge hardstenen drempel en onder een hardstenen latei en een spitsboog met metselmozaïek in de boogtrommel. Hierboven staan drie, door dunne gemetselde penanten van elkaar gescheiden lancetvensters met glas-in-lood, bekroond door een centraal geplaatst rond glas-in-loodvenster. De top van de travee wordt verlevendigd door uitgemetselde verticale banden die samen met de eveneens uitgemetselde gevelrand een klimmend fries vormen. Een vergelijkbaar fries vormt de beëindiging van de drieledige traveeën aan weerszijden, die een door een hardstenen element bekroonde schouder als hoekaccent hebben. Het venster in de middelste geleding is ook ingevuld met glas-in-lood, evenals de twee gekoppelde lichten aan weerszijden van de deur, die rusten op een horizontale waterlijst. De linker travee is blind, de rechter bevat een verkleinde versie van de centrale entree.

De linker (noordelijke) langsgevel wordt geleed door lisenen en bezit drie rechter traveeën uitgevoerd als topgevels onder steekkappen. Tegen de rechter blinde travee staat een biechtstoel-uitbouwtje met twee smalle lichten onder een lessenaar dak. De twee andere traveeën bevatten elk twee glas-in-loodvensters, die door middel van een smalle gemetselde penant van elkaar worden gescheiden. Boven deze tweelichten staat een rond venster. De drie traveeën brede linker gevelpartij staat eveneens onder een steekkap en heeft een middentravee die vergelijkbaar is aan de ingangstravee van de voorgevel, maar geen deur heeft. De traveeën aan weerszijden hebben tweelichten zoals beschreven, maar links ontbreekt hierbij het ronde venster. Links van de linker hoekliseen springt de gevel in en vormt een blinde hoek met de rechthoekige apsis. De oostgevel van de apsis staat tussen hoeklisenen en bezit drie hoge vensters met glas-in-lood, een roosvenster en drie kleinere vensters in de top.

Links van de risaliet en dwars op het schip van de kerk staat de sacristie. Dit lage bouwdeel heeft links van de kopgevel van de risaliet een langsgevel met een onder een segmentboogvormig bovenlicht staande deur naar de sacristie. De symmetrische kopgevel van de sacristie bevat vier reeksen van twee gekoppelde vensters met afzaat en daarboven twee keer twee kleinere vensters en een uitgemetselde verticale band die deel uitmaakt van de als tuit fungerende schoorsteen.

De rechter (zuidelijke) langsgevel is vergelijkbaar met de linker langsgevel, maar heeft de uitbouw onder lessenaar dak voor de biechtstoelen aan de brede, rechter gevelpartij.

Het driebeukige interieur van de kerk is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Het interieur is grotendeels gepleisterd, met contrasterende, in schoon metselwerk of geverfde baksteen uitgevoerde boogranden, vensteromlijstingen en boogpijlers. Het middenschip is voorzien van een smaller en spitsboogvormig houten gewelf met dunne ribben en trekbalken die door middel van hangstijlen met de top van het gewelf zijn verbonden. De trekbalken zijn verbonden met de overkragende, boven de scheibogen liggende houten rand, die rust op de grote houten korbelen, die alle staan op een natuurstenen kraagstukken. Een aantal schoren is verbonden met lisenen van schone baksteen, die voortkomen uit de boogpijlers. De spitsbooggewelven van de zijbeuken zijn in schone baksteen uitgevoerd. De scheibogen tussen het schip en de smalle zijbeuken en tussen koor en zijkapellen zijn spitsboogvormig, evenals de triomfboog en de kleine doorgangsbogen in de zijbeuken. Op het muurvlak boven de triomfboog zijn nog de reliëfs van aureolen te zien van de schilderingen die zich hier oorspronkelijk bevonden. Op de deels met tegels, deels met hout bedekte vloer staan twee rijen banken waartussen een middenpad. De kerk bevat onder meer een uit het atelier van Cuypers afkomstig neogotische hoofdaltaar met gepolychromeerd hout, een eikenhouten Maria-altaar in de kapel links van het koor en een Jozef-altaar in de kapel rechts van het koor. Voorts de uit de oude kerk afkomstige houten beelden van de Heilige Antonius en Christus Heilig Hart, de wandschilderingen en glas-in-loodvensters van Henk Asperlagh, en de uit 1934 daterende bronzen preekstoel, communiehekken, de communiebank en de marmeren altaartafel. De geborduurde vaandels met de Martelaren van Gorcum zijn omstreeks 1900 gemaakt.

Aan de ingangszijde van het schip bevindt zich een geheel in hout opgetrokken inpandig portaal met paneeldeuren waarboven een grote houten orgeltribune op twee dubbele houten standvinken met tootbogen. De uitkragende balustrade op gesneden consoles is voorzien van een gesloten paneel-borstwering met geprofileerde bovenrand. De galerij is bereikbaar via houten steektrappen met tussenbordes. De onder een segmentboogvormige ontlastingsboog staande dubbele paneeldeuren met glas-in-loodramen in de langsgevels vormen de toegang tot de biechtstoelen.

De huidige sacristie is een sobere ruimte met paneeldeuren voor de onder een rondboog ingebouwde kasten en als verbinding met de andere ruimtes. Een van deze ruimtes is de oorspronkelijke sacristie, de tegenwoordig als verwarmingsruimte dienst doet.

Waardering

De kerk is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde.

- De kerk heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling.

- De kerk heeft architectuurhistorische waarde vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving en detaillering, als voorbeeld van het oeuvre van de architect Jos Cuypers en vanwege de samenhang tussen het exterieur en het interieur.

- De kerk heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de vanwege de beeldbepalende situering, die tevens verbonden is met de negentiende-eeuwse ontwikkeling van het dorp.

- De kerk is van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

PARISH CHURCH 'Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart', built in 1897-1898 according to a design by Jos Th. Cuypers in Neogothic style, as successor to the old parish church from 1759 on the Achterweg. The contractor was the Hilversum builder Jac. Groenendaal. The pseudo-basilica, built under building pastor B.J. Klekamp, is provided among other things with sculpture originating from the old parish church and stained glass windows and altars from the period of construction, made in the workshop of Jos Cuypers. The painted Stations of the Cross from 1927 are by Kees Rovers from Voorburg. The wall paintings are, like some stained glass windows, made by Henk Asperlagh. Part of the original wall paintings by C.A. Dunselman was replaced in 1941-1942 by paintings by Asperlagh and after the flood disaster of 1953 the remaining paintings by Dunselman were painted over with white paint. In 1934 the original communion rails were replaced by the present ones and a pulpit executed in comparable style was placed. The original organ was replaced in 1962 by an organ by Romanus Seifert & Sohn Kevelaer financed from the Disaster Relief Fund.

Description

Parish church of the pseudo-basilica type, constructed in brick from an L-shaped ground plan. The gabled roofs are covered with slate in bond. The roof of the nave is provided with a hexagonal roof turret and several small roof gables with rooflets covered with slate. The roof turret standing above the choir is provided with a bell. The substructure is, like the slender spire, covered with slate in bond. The needle spire is crowned by a wrought-iron cross and a copper weathervane. The facades of the church are enlivened with details in sandstone, among other things to emphasize the window openings. Most windows are narrow and pointed arch-shaped. The various end gables are executed as pointed gables.

The west facade situated on the Nieuwstraat is virtually symmetrical in composition with a vertical articulation by slender buttresses. The central bay contains the main entrance standing within built-up archivolts, provided with a double latticed door fitted with metalwork. The door stands above a high sandstone threshold and under a sandstone lintel and a pointed arch with brick mosaic in the arch soffit. Above this stand three lancet windows separated from each other by thin built-up mullions with stained glass, crowned by a centrally placed round stained glass window. The top of the bay is enlivened by built-up vertical bands which together with the likewise built-up facade edge form a rising frieze. A comparable frieze forms the termination of the three-part bays on either side, which have a shoulder crowned by a sandstone element as a corner accent. The window in the middle articulation is also filled with stained glass, as are the two coupled lights on either side of the door, which rest on a horizontal drip moulding. The left bay is blank, the right contains a reduced version of the central entrance.

The left (northern) side facade is articulated by pilasters and has three right bays executed as pointed gables under shallower roofs. Against the right blank bay stands a confessional projection with two narrow lights under a lean-to roof. The two other bays each contain two stained glass windows, separated from each other by means of a narrow built-up mullion. Above these coupled lights stands a round window. The three bays wide left facade section likewise stands under a shallower roof and has a central bay comparable to the entrance bay of the front facade, but has no door. The bays on either side have coupled lights as described, but on the left the round window is missing. To the left of the left corner pilaster the facade steps back and forms a blank corner with the rectangular apse. The east facade of the apse stands between corner pilasters and has three tall stained glass windows, a rose window and three smaller windows at the top.

To the left of the risalit and perpendicular to the nave of the church stands the sacristy. This low section has, to the left of the end gable of the risalit, a side facade with a door under a segmental arch fanlight leading to the sacristy. The symmetrical end gable of the sacristy contains four rows of two coupled windows with shutters and above them two rows of two smaller windows and a built-up vertical band which forms part of the chimney functioning as a spout.

The right (southern) side facade is comparable to the left side facade, but has the projection under lean-to roof for the confessionals on the broad, right facade section.

The three-aisle interior of the church has been preserved in an important part in its original state. The interior is largely plastered, with contrasting, executed in exposed brickwork or painted brick arch edges, window surrounds and arch pillars. The nave is provided with a narrower and pointed arch-shaped wooden vault with thin ribs and tie beams which are connected by means of hanging struts to the top of the vault. The tie beams are connected to the overhanging wooden edge lying above the transverse arches, which rests on the large wooden corbels, which all stand on natural stone brackets. A number of braces is connected to pilasters of exposed brick, which arise from the arch pillars. The pointed arch vaults of the side aisles are executed in exposed brick. The transverse arches between the nave and the narrow aisles and between choir and side chapels are pointed arch-shaped, as are the triumphal arch and the small passage arches in the side aisles. On the wall surface above the triumphal arch the reliefs of aureoles can still be seen from the paintings that were originally here. On the floor, partly covered with tiles, partly with wood, stand two rows of benches with a central aisle between them. The church contains among other things a neogothic high altar from the Cuypers workshop with polychrome wood, an oak Mary altar in the chapel to the left of the choir and a Joseph altar in the chapel to the right of the choir. Furthermore the wooden images originating from the old church of Saint Antonius and the Sacred Heart of Christ, the wall paintings and stained glass windows by Henk Asperlagh, and the bronze pulpit from 1934, communion railings, the communion rail and the marble altar table. The embroidered banners with the Martyrs of Gorcum were made around 1900.

At the entrance side of the nave is a portal executed entirely in wood with panel doors above which a large wooden organ gallery rests on two double wooden supporting posts with pointed arches. The projecting balustrade on carved consoles is provided with a closed panel breast-work with profiled top edge. The gallery is accessible via wooden stair-cases with landings. The double panel doors standing under a segmental arch relieving arch with stained glass windows in the side facades form the entrance to the confessionals.

The current sacristy is a simple space with panel doors for the cabinets built-in under a round arch and as connection with other spaces. One of these spaces is the original sacristy, which now serves as a heating room.

Valuation

The church is of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical and urban planning value.

- The church has cultural-historical value as a special expression of a spiritual and typological development.

- The church has architectural-historical value because of the design and detailing characteristic for the period of construction, as an example of the work of architect Jos Cuypers and because of the coherence between the exterior and the interior.

- The church has urban planning value because of its image-determining situation, which is also linked to the nineteenth-century development of the village.

- The church is of importance because of the recognizability and the high degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map