TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Molenstraat 24

Fijnaart, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1873
Address
Molenstraat 24, 4793 EG Fijnaart (Moerdijk 30)
Place
Fijnaart
Municipality
Moerdijk
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.63572, 4.46453
Monument number
521723

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1863 map "Niederlande und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

De PASTORIE werd omstreeks 1873 in een Eclectische stijl gebouwd naar ontwerp van de architect P. Soffers in opdracht van het bestuur van de r.k. parochie Heilige Jacobus en tussen 1985 en 1990 gerestaureerd.

Het dorp Fijnaart werd in de zestiende eeuw, nadat het gebied was bedijkt, opgezet naar een vastomlijnd plan. Loodrecht op de dijk werd een brede straat, de zogenaamde voorstraat, geprojecteerd; parallel hieraan liep één achterstraat. De voorstraat eindigde in een ringweg die een stuk grond omsloot waarop de Hervormde kerk werd gesitueerd. Aan de voorstraat vestigden zich de notabelen en middenstanders van het dorp. Langs de achterstraat lagen in de regel de arbeiderswoningen en in de periferie van het dorp bevond zich de agrarische bebouwing. Als gevolg van de katholieke emancipatie kregen de katholieken in Fijnaart in het tweede kwart van de negentiende eeuw toestemming om een volwaardige kerk te bouwen. Als gevolg van de geestelijke en stedenbouwkundige ontwikkelingen werd de kerk echter niet in het dorp, maar aan de toenmalige rand van het dorp gesitueerd, de pastorie werd er pas later bijgebouwd.

Omschrijving.

De pastorie is een tweelaags, onderkelderd pand dat op een nagenoeg vierkante plattegrond is opgetrokken uit baksteen onder een afgeplat schilddak. Het opgaande muurwerk is gepleisterd. De voorgevel is het meest uitbundig gedecoreerd, in het bijzonder ter hoogte van de begane grond waar het geblokte pleisterwerk de indruk van natuursteen wekt. Met uitzondering van een aantal natuurstenen cordonlijsten zijn ook alle decoraties en ornamenten in pleister vervaardigd. Het geheel, ex- en interieur, is gedurende de periode 1985-1990 gedeeltelijk gerestaureerd naar de situatie van voor 1940. De voorgevel van de pastorie is symmetrisch van opzet. Hij is in vijf traveeën verdeeld en wordt verticaal geleed door een middenrisaliet en hoeklisenen. Horizontaal wordt hij geleed door de cordonlijsten die de overgangen van de verschillende bouwlagen aangeven en naadloos aansluiten op de lekdorpels van de vensters. In de middenrisaliet bevindt zich de ingangspartij met aan weerszijden telkens twee traveeën met identieke T-vensters. De eerste verdieping wordt geopend door vijf vensters, identiek aan die op de begane grond. De vensters hebben alle een gepleisterde dubbele omlijsting en een gedecoreerde sluitsteen. De ingangspartij bestaat uit een dubbele houten paneeldeur met een bovenlicht. Voor de deur is een bordes aangebracht dat is voorzien van vier treden rondom. Op de hoeken van de onderste trede staan twee bewerkte ijzeren stoepbalusters die door middel van een onbewerkte stang, de handlijst, zijn verbonden met het kozijn van de voordeur. De deuropening wordt geflankeerd door gepleisterde pilasters met basement en kapiteel. Boven het bovenlicht, tussen de kapitelen van de pilasters is een rijk gedecoreerde sluitsteen aangebracht met aan beide zijden smalle rechthoekige velden met gebosseerde spiegels. Aan weerszijden van het bordes zijn ter hoogte van het souterrain in de plint twee vensters voorzien van tralies aangebracht. Boven deze vensters geeft een cordonlijst de overgang naar de begane grond aan. De lisenen zijn op de begane grond om en om voorzien van gepleisterde gebosseerde stenen. Tussen begane grond en eerste verdieping is een dubbele cordonlijst aangebracht. Hiertussen zijn, ter hoogte van de lijsten om de vensters, gepleisterde consoles aangebracht. Boven de ingangspartij bevindt zich tussen de cordonlijsten over de gehele breedte van de middenrisaliet een met florale motieven en wapenschild gedecoreerd veld. De bakgoot heeft een forse overstek, die wordt ondersteund door vier stellen gedecoreerde consoles. De hoeklisenen worden ter hoogte van de goot bekroond met kleine, gebroken frontons. De smalle dakkapel is geplaatst in het verlengde van de middenrisaliet. In de dakkapel zijn twee openslaande vensters aangebracht; hij heeft klauwstukken aan weerszijden en wordt afgesloten met een gebogen fronton. De zijgevels zijn op een enkele smalle zesruits vensters na gesloten; in de linkerzijgevel bevindt zich een venster, in de rechter twee ten behoeve van het trappenhuis. Het pleisterwerk is hier niet gedecoreerd of geleed. Aan de linkerzijde van de pastorie is in 1953 een bijgebouw in schoon metselwerk opgetrokken waarin zich onder meer een garage en sanitaire voorzieningen bevonden, tevens is hierin een verbindingsgang tussen pastorie en kerk geïntegreerd. De achtergevel is evenals de voorgevel symmetrisch van opzet en in vijf traveeën verdeeld. Het pleisterwerk is ook hier, net als bij de zijgevels, vlak en onbewerkt. Op de begane grond is in 1937 een kleine, centraal geplaatste aanbouw gerealiseerd op een vierkante plattegrond met gepleisterde muren. Hierin zijn de achterdeur, vanuit de keuken, en een toilet ondergebracht. De achterdeur is bereikbaar over een stenen trap met zeven treden. De achtergevel van deze aanbouw wordt door twee identieke hooggeplaatste smalle, rechthoekige vensters geopend. In de plint zijn de vensters van het souterrain aangebracht. Aan weerszijden van de aanbouw wordt de gevel van de begane grond geopend door twee identieke zesruits vensters. De eerste verdieping is in het bezit van vijf zesruits vensters. Het dakschild is op een klein dakraam na gesloten.

Het interieur is gaaf bewaard gebleven en deels gerestaureerd. De indeling is vrijwel symmetrisch. Een centrale gang met houten lambrizering en stucwerk op wanden en plafonds deelt de begane grond in tweeën. Het stucwerk in de gang is rijk en onder meer voorzien van pilasters, bogen en perklijsten. Het geheel ademt een representatief karakter. Links en rechts bevinden zich kamers met een houten vloer in onder meer visgraatverband, houten lambrizering, stucwerkplafonds en natuurstenen schoorsteenmantels. Het stucwerk in de kamers bestaat voornamelijk uit perklijsten en middenornamenten gedecoreerd met florale motieven. In de grote woonkamer, rechts van de gang, is een fraai en rijk gedecoreerd middenornament aangebracht waarin zich, tegenover elkaar, en profil de gezichten van Jezus en Maria bevinden. De keuken bevindt zich links achterin de pastorie en is gedeeltelijk aangepast aan de moderne eisen. Er bevindt zich nog wel een reeks houten kasten voor serviesgoed en voorraden, die zeer waarschijnlijk uit de jaren dertig of veertig dateren. Links in het midden van de hal bevindt zich een trappenhuis met een fraai bewerkte houten slingertrap, welke is voorzien van een rijkelijk gesneden trappaal waar de handlijst zich in de vorm van een slangachtig dier omheen draait. Het plafond dat het trappenhuis afsluit is gesloten en heeft een geschilderd zonnenmotief.

Op de eerste verdieping bevinden zich kleinere kamers dan op de begane grond. De indeling van die kamers is in twee gevallen enigszins gewijzigd en aan de linkerzijde van de gang is tussen twee kamers een sanitaire ruimte ingebouwd. De plafonds van de centrale gang en de verschillende kamers aan weerszijden zijn voorzien van gestucte perklijsten en middenornamenten. Deze zijn qua details en decoraties eenvoudiger dan die op de begane grond. De zolderverdieping is nauwelijks ingedeeld, alleen aan de voorzijde bevindt zich een kleinere, sobere ruimte die zeer waarschijnlijk dienst heeft gedaan als slaapkamer voor een dienstbode.

Waardering.

De pastorie is van algemeen belang. De pastorie heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van sociaal-economische, geestelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde als een voorbeeld van een representatief gebouw in eclectische stijl. Het ex- en interieur van de pastorie is goed bewaard gebleven. De pastorie heeft ensemblewaarden wegens de situering in de toenmalige periferie en is evident een beeldbepalend element in dit deel van het dorp en als een duidelijke pendant van de naastgelegen kerk.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

The PARSONAGE was built around 1873 in an Eclectic style after a design by architect P. Soffers on behalf of the board of the Roman Catholic parish of Heilige Jacobus and was restored between 1985 and 1990.

The village of Fijnaart was laid out in the sixteenth century, after the area had been embanked, according to a clearly defined plan. Perpendicular to the dyke, a broad street, the so-called voorstraat (front street), was projected; parallel to this ran one back street. The voorstraat ended in a ring road that enclosed a plot of land on which the Reformed church was situated. The notables and middle-class merchants of the village settled on the voorstraat. The back street typically had workers' dwellings, and agricultural buildings were located on the periphery of the village. As a result of Catholic emancipation, the Catholics in Fijnaart were granted permission in the second quarter of the nineteenth century to build a full church. As a result of spiritual and urban planning developments, however, the church was situated not in the village but on the then-edge of the village; the parsonage was built there only later.

Description.

The parsonage is a two-storey, cellaraged building erected on a nearly square ground plan in brick under a hipped roof. The rising masonry is rendered. The front facade is the most lavishly decorated, particularly at ground floor level where the rusticated render gives the impression of natural stone. With the exception of a number of natural stone string courses, all decorations and ornaments are rendered in plaster. The whole, exterior and interior, was partially restored during the period 1985-1990 to the condition before 1940. The front facade of the parsonage is symmetrical in design. It is divided into five bays and is articulated vertically by a central risalit and corner pilasters. Horizontally it is articulated by string courses marking the transitions between the various storeys and seamlessly joining the drip mouldings of the windows. In the central risalit is the entrance composition with on either side two bays each with identical T-windows. The first floor is opened by five windows, identical to those on the ground floor. The windows all have a rendered double surround and a decorated keystone. The entrance composition consists of a double wooden panelled door with a fanlight. In front of the door is a portico provided with four steps all around. On the corners of the lowest step stand two worked iron bollards connected by an unworked rod, the handrail, to the frame of the front door. The door opening is flanked by rendered pilasters with plinth and capital. Above the fanlight, between the capitals of the pilasters, a richly decorated keystone is placed with narrow rectangular fields on either side with rusticated mirrors. On either side of the portico, at basement level in the plinth, two windows with grilles are placed. Above these windows a string course marks the transition to the ground floor. The pilasters on the ground floor are alternately provided with rendered rusticated stones. Between ground floor and first floor a double string course is placed. Between these, at the level of the window surrounds, rendered consoles are placed. Above the entrance composition, between the string courses across the full width of the central risalit, is a field decorated with floral motifs and coat of arms. The gutter has a substantial projection, supported by four sets of decorated consoles. The corner pilasters are crowned at gutter level with small, broken pediments. The narrow roof dormer is placed in the extension of the central risalit. In the roof dormer two casement windows are placed; it has claw pieces on either side and is closed with a curved pediment. The side facades are closed except for a few narrow six-pane windows; in the left side facade there is one window, in the right one two for the staircase. The render is not decorated or articulated here. On the left side of the parsonage, in 1953 an ancillary building was erected in fair-faced brickwork containing, among other things, a garage and sanitary facilities; also integrated here was a connecting passage between parsonage and church. The rear facade is, like the front facade, symmetrical in design and divided into five bays. The render is here, as on the side facades, plain and unworked. On the ground floor, in 1937, a small, centrally placed addition was realised on a square ground plan with rendered walls. The back door, from the kitchen, and a toilet are housed in this. The back door is accessible by a stone staircase with seven steps. The rear facade of this addition is opened by two identical high-placed narrow rectangular windows. In the plinth the basement windows are placed. On either side of the addition, the ground floor facade is opened by two identical six-pane windows. The first floor has five six-pane windows. The roof is closed except for a small skylight.

The interior has been well preserved and partially restored. The layout is almost symmetrical. A central passage with wooden wainscoting and stuccowork on walls and ceilings divides the ground floor in two. The stuccowork in the passage is rich and includes, among other things, pilasters, arches and mouldings. The whole radiates a representative character. To the left and right are rooms with wooden floors in, among other patterns, herringbone bond, wooden wainscoting, stucco ceilings and natural stone chimney mantels. The stuccowork in the rooms consists mainly of mouldings and central ornaments decorated with floral motifs. In the large living room, to the right of the passage, a fine and richly decorated central ornament is placed in which, facing each other in profile, are the faces of Jesus and Mary. The kitchen is located in the back left of the parsonage and has been partially adapted to modern requirements. There is still a series of wooden cupboards for crockery and stores, which most likely date from the nineteen-thirties or nineteen-forties. To the left in the middle of the hall is a staircase with a finely worked wooden helical staircase, which is provided with a richly carved newel post around which the handrail winds in the form of a serpentine creature. The ceiling that closes off the staircase is solid and has a painted sun motif.

On the first floor there are smaller rooms than on the ground floor. The layout of those rooms has been somewhat altered in two cases, and on the left side of the passage a sanitary room has been built in between two rooms. The ceilings of the central passage and the various rooms on either side are provided with stucco mouldings and central ornaments. These are simpler in details and decorations than those on the ground floor. The attic floor is scarcely partitioned; only at the front is there a smaller, austere room which most likely served as a bedroom for a servant.

Assessment.

The parsonage is of general interest. The parsonage has cultural-historical value as a particular expression of socio-economic, spiritual and administrative developments. The building has architectural-historical value as an example of a representative building in Eclectic style. The exterior and interior of the parsonage has been well preserved. The parsonage has ensemble values because of its situation on the then-periphery and is clearly a defining element in this part of the village and an evident counterpart to the adjacent church.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map