TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Kerkring 1

Fijnaart, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1876
Address
Kerkring 1, 4793 ER Fijnaart (Moerdijk 30)
Place
Fijnaart
Municipality
Moerdijk
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.63614, 4.46904
Monument number
521720

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

De Nederlandse Hervormde KERK werd in 1876 gerealiseerd in Ambachtelijk-Traditionele stijl met Neo-Romaanse elementen naar een ontwerp van de architect C. Blansjaar uit Leiderdorp. Hij moest de oude en bouwvallig geworden kerk uit de zeventiende eeuw vervangen en werd ontworpen in opdracht van het bestuur van de Nederlandse Hervormde gemeente van Fijnaart en Heijningen. De torenspits is na oorlogsschade gewijzigd herbouwd in 1948-1949. Rond 1996 is de consistoriekamer vernieuwd en uitgebreid.

De kerk vormt stedenbouwkundig en visueel het onbetwiste middelpunt van de oorspronkelijke dorpskern van Fijnaart. Het dorp werd in de zestiende eeuw, nadat het gebied was bedijkt, opgezet naar een vastomlijnd plan. Loodrecht op de dijk werd een brede straat, de zogenaamde voorstraat, geprojecteerd; parallel hieraan liepen één of twee achterstraten. De voorstraat eindigde in een ringweg die een stuk grond omsloot waarop de kerk werd gesitueerd. Dit stuk grond, ook wel kerkeiland of kerkring genoemd, is in Fijnaart tevens omgracht door de aftakking van een oude kreek. Fijnaart heeft sinds de stichting van het dorp drie Nederlandse Hervormde kerkgebouwen gekend, die alle op deze locatie waren gelegen. De kerktoren vormt een sterk verticaal accent met bakenfunctie tussen de een- en tweelaagse bebouwing van de oude dorpskern. Er is tevens een evidente zichtrelatie met de kerk vanaf de dijk - Kadestraat/Molenstraat - over het tracé van de Voorstraat.

Omschrijving.

De kerk is ontworpen op een kruisvormige plattegrond. Een der armen bevat nevenruimten; de kerkzaal is T-vormig hetgeen een goed zicht op de preekstoel garandeert. De kerk is opgetrokken uit baksteen; de plint in de voorgevel en de dekstenen zijn van natuursteen vervaardigd; de raamtraceringen en kozijnen zijn, op één uitzondering na, van ijzer. De rondbogen boven vensters en deuren zijn streks gemetseld en zijn door stenen in contrasterende kleur van geaccentueerde sluit- en aanzetstenen voorzien. De kerk heeft lage zadeldaken tussen tuitgevels en wordt gedekt met verbeterde Hollandse pannen.

De voorgevel van het schip is in drie traveeën verdeeld en heeft, evenals de zijgevels, een relatief open karakter door het gebruik van verschillende grote vensters met een ranke tracering en ongekleurd glas. Op beide hoeken van de voorgevel bevinden zich lisenen en de gevel wordt afgesloten met een getrapt fries. De middelste travee wordt gevormd door een deels ingebouwde toren. In de torenvoet bevindt zich de ingangspartij. Deze bestaat uit een dubbele houten deur onder een rondboog. In het boogveld is een rondboogvenster met een houten tracering aangebracht. Ter hoogte van de nok van het dak is een radvenster aangebracht. Boven dit venster is de toren na oorlogsschade herbouwd. Hier bevinden zich een cordon- en een daklijst, de laatste met een overstek rustend op geprofileerde klossen die in een fries zijn verwerkt. Tussen deze beide lijsten zijn de vier wijzerplaten van de klok aangebracht. De toren wordt beëindigd door een smalle overhoekse, achtzijdige opengewerkte lantaarn met een dito spits, gedekt met leien en bekroond met een metalen torenkruis met weerhaan. Rondom de lantaarn is een omloop met een eenvoudige ongedecoreerde ijzeren balustrade aangebracht.

De zijgevels van het schip bestaan uit twee traveeën, van elkaar gescheiden door lisenen. In iedere travee is een hoog en centraal geplaatst rondboogvenster aangebracht dat identiek is aan de vensters in de voorgevel. De dorpels en de aanzetstenen van de boog van de vensters zijn met elkaar verbonden door lijsten die over de lisenen doorlopen. Deze traveeën worden afgesloten door een gemetseld en uitkragend fries.

Het transept is drie traveeën breed en slechts één travee diep. De vensters in de zijgevels van het dwarsschip zijn blind, maar wat betreft vorm en afwerking identiek aan die in de voorgevel van het schip. De topgevels van het transept worden geopend door drie rondboogvensters. De twee buitenste vensters zijn identiek aan die in de voorgevel van het schip. Het middelste venster is echter beduidend breder en hoger en heeft in de top een roosvenster. Hoog in de punt van de gevel is een ronde ventilatie-opening aangebracht. Overigens hebben ook deze gevels een getrapt fries. De achtergevel van het schip risaleert licht, waardoor de overgang van schip en transept duidelijk wordt aangegeven. De vensters in de zijgevels van het transept zijn blind, de achtergevel van het schip wordt door drie vensters geopend. Ook hier geldt weer dat de flankerende vensters identiek zijn aan die in de voorgevel. Het middelste venster is wat betreft vorm identiek aan die in de voorgevels van het transept, maar het onderste deel ervan is blind. De voormalige consistorie stond centraal tegen de achtergevel en was vanuit de kerk toegankelijk. Rond 1996 is een en ander ingrijpend verbouwd ten behoeve van het ontmoetingscentrum Vijverhof. Het interieur maakt een ruime en heldere impressie, geheel eigen aan de protestantse traditie, wat wordt bewerkstelligd door de toepassing van grote vensters met helder glas en wit gekleurde, niet of nauwelijks gedecoreerde muurvlakken. De vloer van de kerk is van hout. De kerkzaal beslaat, afgezien van het tochtportaal en de consistorie, het gehele gebouw. Er is een eenvoudig en vrijwel niet gedecoreerd portaal dat de gehele breedte van de voorgevel in beslag neemt. Het middelste deel van het portaal bestaat uit steen, aan weerszijden daarvan bevindt zich het houten deel dat ten opzichte van het midden naar voren springt. Boven dit portaal is een houten orgeltribune aangebracht die de gehele voorgevel in beslag neemt en op deze wijze de afsluiting vormt van het tochtportaal. De tribune heeft in het midden een uitstulping met afgeronde hoeken die op twee Toscaanse zuilen rust. Centraal op deze tribune staat een imposant orgel van de Utrechtse maker J.F. Witte (met een vijfdelige orgelkast verdeeld in drie halfronde pijpentorens en twee gebogen velden). Klauwstukken, consoles en lambrequins zijn uitbundig bewerkt en helder wit van kleur. Het orgel is niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. De orgelkas, gemaakt door C.G.F. Witte in 1872, is wel van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.

Het middenschip, het dwarsschip en de viering lopen vrijwel naadloos in elkaar over. De achtergevel van de kerk weerspiegelt ook in het interieur de vorm van midden- en dwarsschip. Over de geheel breedte van de achtergevel steekt een eenlaags, helder wit geschilderde wand ongeveer anderhalf tot twee meter in de kerk. Dit is de achtergevel van het recent aan- en ingebouwde ontmoetingscentrum Vijverhof. De oorspronkelijke eikenhouten preekstoel uit 1674 met achtzijdige voet en kuip met boogpanelen is centraal tegen deze wand aan geplaatst, maar staat nu, in tegenstelling tot de vroegere situatie, dichter op de kerkbanken. Het gecompliceerde gewelf bestaat uit hout en stucwerk en heeft een drielobbige doorsnede, waarmee vermoedelijk wordt gerefereerd aan een driebeukige kerk. Schip en dwarsschip hebben in het midden een tongewelf dat door middel van een geprononceerde en sterk geprofileerde lijst overgaat in een steekgewelf per travee, dat aansluit op het opgaande muurwerk. De tongewelven hebben per travee een gordelboog en ieder veld is voorzien van een rond ajour bewerkt middenornament. De overgangen van de verschillende velden in schip en dwarsschip worden aangegeven door gedecoreerde gordelbogen. Op het punt waar de tongewelven van midden- en dwarsschip elkaar ontmoeten, bevindt zich een achtzijdig, sterk gedrukt koepelgewelf dat de viering overkapt. Ook dit gewelf is voorzien van een middenornament, zij het dat dit achthoekig is en uitbundiger gedecoreerd.

Van het oorspronkelijke interieur van de voormalige consistorie rest niets meer, alles is uitgebroken en gewijzigd naar de wensen van het ontmoetingscentrum.

Waardering.

De Nederlandse Hervormde kerk is van algemeen belang. De kerk heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van sociaal-economische en geestelijke ontwikkelingen en als illustratief voorbeeld van de stedenbouwkundige en ruimtelijke ontwikkeling van Fijnaart. Zij is tevens van belang als zeldzaam voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de kerkbouw van de hervormde kerk. De kerk heeft architectuurhistorische waarde wegens de esthetische opbouw/compostie van kerk en aanbouw in een sobere stijl. Het gebouw heeft bouwhistorische waarde als voorbeeld van een Nederlandse Hervormde kerk op T-vormige plattegrond. De kerk is zowel qua ex- als interieur redelijk gaaf bewaard gebleven. De kerk heeft ensemblewaarden wegens de situering in het oorspronkelijke weefsel van Fijnaart en de coherente relatie met de bebouwing aan de Kerkring en is een beeldbepalend element in dit deel van het dorp.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

The Dutch Reformed Church was realized in 1876 in Craftsman-Traditional style with Neo-Romanesque elements to a design by architect C. Blansjaar from Leiderdorp. It was to replace the old and dilapidated church from the seventeenth century and was designed at the commission of the board of the Dutch Reformed congregation of Fijnaart and Heijningen. The spire was rebuilt after war damage in 1948-1949. Around 1996 the consistory room was renovated and extended.

The church forms an undisputed urban planning and visual centerpiece of the original village core of Fijnaart. The village was established in the sixteenth century, after the area had been embanked, according to a clearly defined plan. Perpendicular to the dike a broad street, the so-called voorstraat, was projected; parallel to this ran one or two rear streets. The voorstraat ended in a ringway that enclosed a parcel of land on which the church was situated. This parcel of land, also called kerkeiland or kerkring, is in Fijnaart moreover surrounded by a moat formed by a branch of an old creek. Fijnaart has since the foundation of the village known three Dutch Reformed church buildings, all of which were located at this site. The church tower forms a strong vertical accent with beacon function among the one- and two-storey buildings of the old village core. There is also an evident visual relationship with the church from the dike - Kadestraat/Molenstraat - along the course of the Voorstraat.

Description.

The church is designed on a cruciform ground plan. One of the arms contains ancillary spaces; the church hall is T-shaped which guarantees good sight of the pulpit. The church is built of brick; the plinth in the front gable and the coping stones are made of natural stone; the window tracery and frames are, with one exception, of iron. The rounded arches above windows and doors are laid in courses and are provided with stones in contrasting colour with emphasized closing and setting stones. The church has low gabled roofs between spout gables and is covered with improved Dutch tiles.

The front gable of the nave is divided into three bays and has, like the side gables, a relatively open character through the use of various large windows with slender tracery and uncoloured glass. On both corners of the front gable are pilasters and the gable is finished with a stepped frieze. The middle bay is formed by a partly built-in tower. In the tower base is the entrance section. This consists of a double wooden door under a rounded arch. In the spandrel is a rounded arch window with wooden tracery. At the height of the roof ridge a wheel window is installed. Above this window the tower was rebuilt after war damage. Here are found a string course and a drip moulding, the latter with an overhang resting on profiled consoles that are worked into a frieze. Between these two mouldings the four clock faces are installed. The tower is terminated by a narrow diagonal, eight-sided openwork lantern with a similar spire, covered with slates and crowned with a metal tower cross with weathervane. Around the lantern is an ambulatory with a simple undecorated iron balustrade.

The side gables of the nave consist of two bays, separated from each other by pilasters. In each bay a tall and centrally placed rounded arch window is installed that is identical to the windows in the front gable. The sills and the setting stones of the arch of the windows are connected to each other by mouldings that run across the pilasters. These bays are finished by a mortared and corbelled frieze.

The transept is three bays wide and only one bay deep. The windows in the side gables of the transverse nave are blind, but in respect of form and finish identical to those in the front gable of the nave. The gable ends of the transept are opened by three rounded arch windows. The two outer windows are identical to those in the front gable of the nave. The middle window is however considerably broader and taller and has a rose window at the top. High in the point of the gable is a round ventilation opening. Otherwise these gables also have a stepped frieze. The rear gable of the nave projects slightly, by which the transition from nave and transept is clearly indicated. The windows in the side gables of the transept are blind, the rear gable of the nave is opened by three windows. Here again the flanking windows are identical to those in the front gable. The middle window is in respect of form identical to those in the front gables of the transept, but the lower part of it is blind. The former consistory stood centrally against the rear gable and was accessible from the church. Around 1996 this was substantially rebuilt for the benefit of the meeting centre Vijverhof. The interior makes a spacious and bright impression, entirely characteristic of the Protestant tradition, which is achieved through the use of large windows with clear glass and white-painted, little or not decorated wall surfaces. The church floor is of wood. The church hall occupies, apart from the draught vestibule and the consistory, the entire building. There is a simple and virtually undecorated vestibule that occupies the entire width of the front gable. The middle section of the vestibule consists of stone, on either side of which is the wooden section that projects forward relative to the middle. Above this vestibule is a wooden organ gallery installed that occupies the entire front gable and in this way forms the closure of the draught vestibule. The gallery has in the middle a protrusion with rounded corners that rests on two Tuscan columns. Centrally on this gallery stands an imposing organ by the Utrecht maker J.F. Witte (with a five-part organ case divided into three semi-circular pipe towers and two curved sections). Scrolls, consoles and lambrequins are elaborately worked and bright white in colour. The organ is not of value from the standpoint of monument preservation. The organ case, made by C.G.F. Witte in 1872, is of value from the standpoint of monument preservation.

The central nave, the transverse nave and the crossing flow almost seamlessly into each other. The rear gable of the church also reflects in the interior the form of central and transverse nave. Across the entire width of the rear gable extends a single-storey, bright white painted wall approximately one and a half to two metres into the church. This is the rear gable of the recently added and built-in meeting centre Vijverhof. The original oak wood pulpit from 1674 with eight-sided base and canopy with arched panels is placed centrally against this wall, but stands now, in contrast to the earlier situation, closer to the church pews. The complicated vault consists of wood and stucco and has a three-lobed cross-section, with which presumably reference is made to a three-aisled church. Nave and transverse nave have in the middle a barrel vault that by means of a pronounced and strongly profiled moulding transitions into a vault per bay, that connects to the wall structure. The barrel vaults have per bay a transverse arch and each section is provided with a round openwork central ornament. The transitions of the various sections in nave and transverse nave are indicated by decorated transverse arches. At the point where the barrel vaults of central and transverse nave meet, is found an eight-sided, strongly compressed domed vault that covers the crossing. This vault too is provided with a central ornament, albeit that this is octagonal and more elaborately decorated.

Of the original interior of the former consistory nothing remains, everything has been removed and altered according to the wishes of the meeting centre.

Valuation.

The Dutch Reformed Church is of general importance. The church has cultural-historical value as a particular expression of socio-economic and spiritual developments and as an illustrative example of the urban planning and spatial development of Fijnaart. It is furthermore of importance as a rare example of the typological development of the building of the reformed church. The church has architectural-historical value due to the aesthetic structure/composition of church and addition in a sober style. The building has building-historical value as an example of a Dutch Reformed church on a T-shaped ground plan. The church has been preserved reasonably intact both as regards exterior and interior. The church has ensemble value due to its situation in the original fabric of Fijnaart and the coherent relationship with the buildings on the Kerkring and is an image-determining element in this part of the village.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map