TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stadspark Sittard

Sittard, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Park
Category
onroerend gebouwd
Built
1921 - 1933
Address
Vijverweg bij 20, 6133 AR Sittard (Sittard-Geleen 31)
Place
Sittard
Municipality
Sittard-Geleen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.98971, 5.86310
Monument number
521655

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

STADSPARK Sittard, 1921-1933, aangelegd in een gemengde tuinstijl met elementen van zowel een landschappelijke als formele aanleg. Het geheel, dat in een drietal fasen tot stand kwam, werd in het kader van de werkverschaffing gerealiseerd in opdracht van het gemeentebestuur van Sittard, naar een ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg uit Naarden. In 1921 en 1922 werd het zuidelijke deel van de aanleg met roeivijver en de slingervijver gerealiseerd. In 1924-1925 kwam het noordelijke deel rond de eendenvijver en in 1927 het daarop aansluitende gebied ter hoogte van de kleine vijver gereed. In 1932 werd het ontwerp door Tersteeg aangepast met het oog op de inpassing van een zwembad in het nog braakliggende middengedeelte van het park. Tersteeg heeft de directie gevoerd over de uitvoering van het grootste gedeelte van het park.

Het relatief smalle, langgerekte park is gesitueerd in een voormalig broek- en bronnengebied ten zuiden van de historische binnenstad, tussen de wijken Ophoven aan de westzijde en Kollenberg aan de oostzijde. De vijvers van het park onttrekken hun water aan de ter plekke aanwezige bronnen en wateren af op de Geleenbeek/Molenbeek.

Het stadspark wordt aan de NO-zijde begrensd door de Agricolastraat en aan de oostzijde door de huispercelen aan de Vijverweg; aan de ZO-zijde van de Vijverweg steekt de omgrenzing van de aanleg een stukje over de kavelgrens van de huispercelen in verband met de hier door Tersteeg aangelegde kleine slingervijver met rondwandeling. Voorts wordt de grens aan de zuidzijde bepaald door het snijpunt van de Vijverweg en Molenweg. Aan de westzijde wordt de grens voor een deel door de Molenweg en voor een deel door huispercelen aan de noord- en oostzijde van de Molenweg en door het aan de Molenweg gelegen tennispark bepaald. Het tennispark valt buiten de bescherming. In de jaren vijftig trof de tuin- en landschapsarchitect J. Bergmans van de gemeente Sittard voorbereidingen voor een restauratie die nooit tot uitvoering is gekomen. Wel reduceerde hij de beplanting in het stadspark aanzienlijk.

In 1983 werd het noordelijke parkdeel onder supervisie van de gemeentelijke plantsoenendienst conform het oorspronkelijke ontwerp van D.F. Tersteeg in de oorspronkelijke staat teruggebracht; diverse bouwkundige elementen in het park werden vernieuwd, vervangen of gerestaureerd. In 1994-1995 werd, na de gedeeltelijke sloop van het voormalige zwembad van stadsarchitect G.H.H. Cuijpers, het middendeel van het park heringericht naar een ontwerp van tuin- en landschapsarchitect G. Limpens van de gemeente Sittard. Als gevolg van deze herinrichting kreeg het middendeel van het park de functie van een theatervormig evenemententerrein, waarbij de resterende façade van de zwembadentree als entree én podium voor genoemd terrein is gaan functioneren. Dit in 1994-1995 ingerichte middendeel van het park is voor de functionele samenhang van de samenstellende parkdelen van wezenlijk belang.

Omschrijving

Het Stadspark Sittard kenmerkt zich door een wisselende toepassing van landschappelijke en formele parkelementen, in combinatie met bouwkundige elementen als keermuren, zitbanken, trappen en beelden.

De boom- en heestergroepen zijn zodanig geplaatst, dat zij ruimten vormen met lange doorzichten en een coulissenwerking creëren. Elementen als waterlopen en lange ruimten worden optisch vergroot door de uiteinden te verbergen, waardoor de suggestie van voortzetting buiten de zichtwijdte wordt opgeroepen. Aan de uiteinden van diverse zichtlijnen zijn schaalelementen geplaatst, zodat de afstand geschat kan worden. De grasvelden zijn grotendeels geschulpt aangelegd, de bomen in het gras staan veelal op een kleine verhoging.

Het ZUIDELIJKE parkdeel, daterend uit 1921-1922, werd ingericht als roeivijver met een rondwandeling. Aan de noordzijde van de roeivijver, in het midden van de zichtas over de vijver, is een zitbank geplaatst. Op de aanlegplaats aan de oostzijde was het nooit gerealiseerde paviljoen gepland. Achter deze aanlegplaats, aan de oostzijde van de Vijverweg, werden de slingervormige kleine vijver met rondwandeling en enkele grasvelden aangelegd. Het omgrenzende wandelpad liep in zuidelijke richting door tot aan het snijpunt van Molenweg en Vijverweg. Aan de zuidzijde van de roeivijver was een tweetal zitbanken en een klein grasveld voorzien. De westelijke afgrenzing van het zuidelijke parkdeel wordt gevormd door de Molenweg. In de aanleg van het zuidelijke parkdeel zijn de Ophovener Watermolen op de Geleenbeek uit 1716 en de stuwsluis met brug bij de afsplitsing van de Molenbeek (oudst bekende vermelding 1543, gerestaureerd in 1752) als belangrijke gezichten bij het ontwerp betrokken. Zowel de watermolen als de stuwsluis zijn van rijkswege beschermd.

De beplanting van het zuidelijke parkdeel, inclusief de aanleg rond de slingervijver, bestaat voornamelijk uit solitaire eiken, kastanjes, elsen en rhododendrongroepen.

Het NOORDELIJKE parkgedeelte, 1924-1925, met uitbreiding uit 1927, heeft een drietal samenstellende onderdelen. Aan de noordzijde, bij de Agricolastraat, bevinden zich de hoofdentree en een eendenvijver, die vanaf het Julianaplein een lange zichtlijn over het water hebben, die tevens als symmetrie-as fungeert. Aan het einde van de zichtlijn stond oorspronkelijk een obelisk, thans een sculptuur. De hoofdentree bestaat uit een aantal bakstenen traptreden midden in de zichtas, geflankeerd door een aantal zitbanken achter een bakstenen keermuur, die aan de noordzijde aan het oog worden onttrokken door een rozenaanplant. De eendenvijver is rechtlijnig en symmetrisch van opzet, heeft een versmalling aan de zuidzijde en waterafvoeren aan de zuidwest- en zuidoostzijde. De vijver heeft bakstenen keermuren met ijzeren leuningen op betonnen basementen. Het metselwerk van deze keermuren kenmerkt zich door het smalle formaat van de baksteen, de brede terugliggende horizontale voegen en de smalle verticale voegen. Deze keermuren versmallen aan de bovenzijde. De zichtas naar de sculptuur bezuiden de eendenvijver (de zogenoemde "berg") wordt geaccentueerd door de kleurstelling van de flankerende en omgevende aanplant. Aan weerszijden van eendenvijver en sculptuur bevinden zich geschulpte grasvelden en een patroon van zowel rechtlijnige als geboogde paden.

Het tweede deel van de noordelijke aanleg bestaat uit een speelweide omgeven door een bijna cirkelvormige rondwandeling en is voorzien van een tweetal zichtassen. Één zichtas in west-oostrichting, tussen de kleine vijver en de zitbanken aan de Vijverweg; de tweede zichtas bevindt zich in noord-zuidrichting, tussen de zitbanken aan de noord- en zuidzijde van de speelweide. De noordelijke aanleg werd aan de zuidzijde afgesloten door een inmiddels verdwenen spiegel- annex lelievijver, die ter plekke de gehele breedte van het park tussen de beek en de Vijverweg besloeg. Het geplande maar nooit gerealiseerde tuincasino aan de oostzijde van de Vijverweg, in de toenmalige tuin van de Hoeve Bergerhof, was voorzien in de symmetrie-as van de lelievijver. Het overtollige water van het noordelijke parkdeel vloeide oorspronkelijk naar de beek via een systeem van afwateringssloten dat thans verdwenen is. De beplanting van het noordelijke parkdeel bestaat uit boomgroepen en solitaire bomen. Een rijk assortiment van onder meer geelhout (Cladastrus lutea), Perzische eik (Quercus macranthera), es (Fraxinus excelsior Diversifolia), moerascypres (Taxodium distichum), rode pavia (Aesculus pavia Atrosanguinea) en moeraseik (Quercus palustris). Ten aanzien van de heesters zijn er in de vorm van vakbeplanting onder andere hortensia's, rhododendrons, azalea's en rozen.

Het MIDDENGEDEELTE van het park was oorspronkelijk voorzien als wandelgebied met vele vloeiend gesitueerde wandelpaden, laantjes, boom- en heestergroepen. Dit plan werd echter niet gerealiseerd. Ter plaatse werd in 1932-1933 het zwembad aangelegd. Bij de reconstructie van 1994-1995 zijn - in het streven naar een naadloos inpasbaar eigentijds ontwerp en het realiseren van een verwijzing naar de architectuur van het voormalig zwembad - de aanzetten van de perifere wandelpaden grotendeels in stand gebleven en werd de gevel van het voormalige zwembad, op een verhoogd terras, bewaard.

In het ontwerp fungeert deze gevel als poort naar het nieuwe middendeel en brengt een scheiding aan tussen straat en park. Het verhoogde terras is het podium van dit parkdeel, dat door het grote geschulpte grasveld het karakter van een theater heeft. Gezien de ruimtelijke opzet van dit nieuwe middengedeelte bestaat de middels gras (gazon) beperkte beplanting slechts uit enkele boomgroepen met onder meer Vleugelnoten (Pterocarya), Amberbomen (Liquidambar), Magnolia, Valse Christusdoorn (Gleditsia) en Metasequoia's. In de nabijheid van de zwembadgevel worden de paden begeleid door beukenhagen.

Het padentracee van het Stadspark Sittard, met wisselende breedten en profielen, is volledig gaaf. De meeste zitbanken zijn vernieuwd. Aan de noordwestzijde van het park, bij de Molenbeek, bevindt zich nog een oorspronkelijke zitbank met siermetselwerk op de flankerende dwarsmuren. Alle afwateringssloten van het park zijn verdwenen.

De omgrenzing van het parkmonument staat aangegeven op de bij de bescherming behorende kaart.

Waardering

Het stadspark van Sittard is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en typologische ontwikkeling en tegelijkertijd van een sociaal-economische ontwikkeling: de werkverschaffing in de jaren dertig van de 20ste eeuw. De architectuurhistorische waarden van het park zijn groot en worden bepaald door het belang van het park voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland; door de toegepaste stijl; door de bijzondere plaats van deze grootschalige, openbare aanleg in het oeuvre van de tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg, wiens werk van nationaal belang is; door de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, door het bijzondere beplantingsplan van hoge dendrologische waarde en door de toepassing van tal van bouwkundige elementen in het ontwerp.

De ensemblewaarden van het park zijn zeer aanzienlijk. Bij het ontwerp van het stadspark is de symmetrie-as van de stedenbouwkundige uitleg van het aangrenzende villapark rond het Julianaplein tot zichtlijn en symmetrie-as van het noordelijke parkdeel gemaakt. Het park is vanwege de situering ten zeerste verbonden met de uitbreiding en ontwikkeling van Sittard, is van zeer groot belang voor het aanzien van de stad en beschikt over een historisch-ruimtelijke relatie met de Geleenbeek/Molenbeek en de drassige bodemgesteldheid ter plaatse. Het stadspark is in redelijk gave staat bewaard gebleven en is van zeer groot belang voor de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Bovendien zijn gaaf bewaard gebleven stadsparken in Nederland een zeldzaam verschijnsel te noemen.

Het stadspark van Sittard vertegenwoordigt een algemeen belang vanwege het geheel van voornoemde waarden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CITY PARK Sittard, 1921-1933, laid out in a mixed garden style with elements of both a landscape and formal design. The whole, which was realised in three phases, was implemented as part of a public works scheme on the instructions of the municipal government of Sittard, to a design by garden and landscape architect D.F. Tersteeg from Naarden. In 1921 and 1922 the southern part of the layout with rowing lake and the winding lake was realised. In 1924-1925 the northern part around the duck pond came into being and in 1927 the adjoining area at the height of the small pond was completed. In 1932 the design was adapted by Tersteeg with a view to incorporating a swimming pool in the still vacant middle section of the park. Tersteeg supervised the execution of the greater part of the park.

The relatively narrow, elongated park is situated in a former marsh and spring area south of the historic town centre, between the districts of Ophoven on the west side and Kollenberg on the east side. The ponds of the park draw their water from the springs present at that location and drain into the Geleenbeek/Molenbeek.

The city park is bounded on the NE side by Agricolastraat and on the east side by the house parcels on Vijverweg; on the SE side of Vijverweg the perimeter of the layout extends slightly beyond the plot boundary of the house parcels in connection with the small winding pond with path round it laid out here by Tersteeg. Furthermore, the boundary on the south side is determined by the intersection of Vijverweg and Molenweg. On the west side the boundary is determined in part by Molenweg and in part by house parcels on the north and east sides of Molenweg and by the tennis park located on Molenweg. The tennis park falls outside the protection. In the nineteen fifties the garden and landscape architect J. Bergmans of the municipality of Sittard made preparations for a restoration that was never carried out. He did, however, considerably reduce the planting in the city park.

In 1983 the northern park section was restored to its original state in accordance with D.F. Tersteeg's original design under the supervision of the municipal landscaping service; various architectural elements in the park were renewed, replaced or restored. In 1994-1995, following the partial demolition of the former swimming pool by city architect G.H.H. Cuijpers, the middle section of the park was redesigned to a design by garden and landscape architect G. Limpens of the municipality of Sittard. As a result of this redesign, the middle section of the park was given the function of a theatre-form events area, whereby the remaining façade of the swimming pool entrance came to function as an entrance and stage for said area. This middle section of the park, redesigned in 1994-1995, is of essential importance for the functional coherence of the constituent park sections.

Description

The City Park Sittard is characterised by alternating application of landscape and formal park elements, in combination with architectural elements such as retaining walls, benches, stairs and sculptures.

The groups of trees and shrubs are positioned in such a way that they form spaces with long vistas and create a scenery effect. Elements such as watercourses and long spaces are optically enlarged by concealing their ends, thereby suggesting continuation beyond the line of sight. Scale elements are placed at the ends of various sight lines, so that distance can be estimated. The lawns are largely sculptured in design, the trees in the grass mostly stand on a small elevation.

The SOUTHERN park section, dating from 1921-1922, was laid out as a rowing pond with a path round it. On the north side of the rowing pond, in the middle of the sight line across the pond, a bench is placed. A pavilion was planned on the landing place on the east side, but was never realised. Behind this landing place, on the east side of Vijverweg, the winding small pond with path round it and a few lawns were laid out. The surrounding path ran in a southerly direction through to the intersection of Molenweg and Vijverweg. On the south side of the rowing pond two benches and a small lawn were provided. The western boundary of the southern park section is formed by Molenweg. In the layout of the southern park section the Ophoven Water Mill on the Geleenbeek from 1716 and the lock weir with bridge at the branching off of the Molenbeek (earliest known mention 1543, restored in 1752) were incorporated as important features in the design. Both the water mill and the lock weir are protected nationally.

The planting of the southern park section, including the layout around the winding pond, consists mainly of solitary oaks, chestnuts, alders and rhododendron groups.

The NORTHERN park section, 1924-1925, with extension from 1927, has three constituent elements. On the north side, at Agricolastraat, the main entrance and a duck pond are located, which from Julianaplantsoen have a long sight line over the water, which also functions as a line of symmetry. At the end of the sight line originally stood an obelisk, now a sculpture. The main entrance consists of a number of brick steps in the middle of the sight line, flanked by a number of benches behind a brick retaining wall, which are concealed from view on the north side by a rose planting. The duck pond is rectilinear and symmetrical in layout, has a narrowing on the south side and water outlets on the southwest and southeast sides. The pond has brick retaining walls with iron railings on concrete bases. The brickwork of these retaining walls is characterised by the narrow format of the brick, the wide recessed horizontal joints and the narrow vertical joints. These retaining walls narrow towards the top. The sight line towards the sculpture south of the duck pond (the so-called "hill") is accentuated by the colouring of the flanking and surrounding planting. On either side of the duck pond and sculpture are sculptured lawns and a pattern of both rectilinear and curved paths.

The second part of the northern layout consists of a play meadow surrounded by an almost circular path round it and is provided with two sight lines. One sight line in the west-east direction, between the small pond and the benches on Vijverweg; the second sight line is in the north-south direction, between the benches on the north and south sides of the play meadow. The northern layout was closed off on the south side by a mirror pond and water lily pond that has since disappeared, which at that location spanned the entire width of the park between the stream and Vijverweg. The planned but never realised garden casino on the east side of Vijverweg, in the then garden of Hoeve Bergerhof, was provided in the line of symmetry of the water lily pond. The surplus water from the northern park section originally flowed to the stream via a system of drainage ditches that has since disappeared. The planting of the northern park section consists of tree groups and solitary trees. A rich assortment including amongst others yellowwood (Cladastrus lutea), Persian oak (Quercus macranthera), ash (Fraxinus excelsior Diversifolia), swamp cypress (Taxodium distichum), red buckeye (Aesculus pavia Atrosanguinea) and swamp oak (Quercus palustris). With regard to shrubs, there are plantings in the form of specialist beds including amongst others hydrangeas, rhododendrons, azaleas and roses.

The MIDDLE SECTION of the park was originally intended as a walking area with many fluidly situated walking paths, avenues, tree and shrub groups. However, this plan was not realised. The swimming pool was constructed there in 1932-1933. In the reconstruction of 1994-1995, in the pursuit of a seamlessly integrable contemporary design and the realisation of a reference to the architecture of the former swimming pool, the beginnings of the peripheral walking paths were largely preserved and the façade of the former swimming pool was retained, on a raised terrace.

In the design this façade functions as a gateway to the new middle section and creates a separation between street and park. The raised terrace is the stage of this park section, which by the large sculptured lawn has the character of a theatre. Given the spatial layout of this new middle section, the planting, limited by means of grass (lawn), consists only of a few tree groups including amongst others wingnut (Pterocarya), sweet gum (Liquidambar), Magnolia, honeylocust (Gleditsia) and Metasequoia. In the vicinity of the swimming pool façade the paths are flanked by beech hedges.

The path layout of City Park Sittard, with alternating widths and profiles, is completely intact. Most of the benches have been renewed. On the northwest side of the park, at the Molenbeek, there is still an original bench with decorative brickwork on the flanking crosswalls. All drainage ditches in the park have disappeared.

The perimeter of the park monument is indicated on the map accompanying the protection.

Valuation

The city park of Sittard is of cultural-historical value as a particular expression of a landscape and typological development and at the same time of a socio-economic development: public works provision in the nineteen thirties of the twentieth century. The architectural-historical values of the park are great and are determined by the importance of the park for the history of garden and landscape architecture in the Netherlands; by the style applied; by the particular place of this large-scale, public layout in the oeuvre of garden and landscape architect D.F. Tersteeg, whose work is of national importance; by the aesthetic qualities of his design, by the particular planting plan of high dendrological value and by the application of numerous architectural elements in the design.

The ensemble values of the park are very considerable. In the design of the city park, the line of symmetry of the urban planning of the adjoining villa park around Julianaplantsoen was made into a sight line and line of symmetry of the northern park section. The park, because of its location, is inextricably bound up with the expansion and development of Sittard, is of very great importance for the appearance of the city and has a historical-spatial relationship with the Geleenbeek/Molenbeek and the marshy soil conditions at that location. The city park has been preserved in reasonably intact condition and is of very great importance for the structural and visual integrity of the urban environment. Furthermore, intact city parks in the Netherlands are to be considered a rare phenomenon.

The city park of Sittard represents a matter of general interest because of the whole of the aforementioned values.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map