Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Kerk O.L.V. Ten Hemelopneming
Einighausen, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1905 - 1906
- Address
- Heistraat 11, 6142 AJ Einighausen (Sittard-Geleen 31)
- Place
- Einighausen
- Municipality
- Sittard-Geleen
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.00172, 5.82701
- Monument number
- 521630
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 35 Maastricht, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KATHOLIEKE KERK, in een door de neogotiek beïnvloede neo-romaanse stijl, 1905-1906. Gebouwd door aannemer Muyres te Sittard, in opdracht van bouwpastoor Antoon Janssen namens het R.K. Kerkbestuur O.L.V. Ten Hemelopneming, naar een ontwerp van architect Caspar Franssen te Roermond. De voorziene vieringkoepel werd niet overeenkomstig het ontwerp uitgevoerd, de voorziene vloer van Naamse plavuizen werd tijdens de bouw vervangen door een meerkleurige tegelvloer met geometrisch motieven. De kerk is gesitueerd in de ter plaatse aanwezige lintbebouwing, in dwarsrichting ten opzichte van de straatweg. De kerk werd in 1987 gerestaureerd. De pastorie aan de noordzijde is UITGESLOTEN van bescherming.
Omschrijving
Kruisbasiliek met korte kruisarmen, twee fronttorens, een kort, gedrongen vijfzijdig koor. Aan beide zijden van het koor bevindt zich, dwars op de kruisarmen, een sacristie. De PLATTEGROND van de kerk is volledig symmetrisch en gespiegeld ten opzichte van de lengte-as. Het schip is twee traveeën lang en wordt geflankeerd door zijbeuken. Schip en kruisarmen worden gedekt door ZADELDAKEN, het ten opzichte van het schip verlaagde koor door een half tentdak, de sacristieën door halve schilddaken, de zijbeuken door lessenaarsdaken. Al deze daken zijn, inclusief de torenspitsen, gedekt door leien in Maasdekking. Twee dakkapellen met houten luik op het schipgedeelte tussen koor en kruisarmen. Nokpionnen op het schip en de sacristieën. Bakgoten.
De kerk is opgetrokken in bruinrode baksteen, gemetseld in kruisverband en voorzien van gesneden voegen. Boogfriezen en vensterlijsten in rode strengperssteen, boogconsoles en de sluitstenen van de kopgevels van kruisarmen en schip in Savonnièresteen. Hardstenen plintlijsten, waterlijsten, vensterdorpels en venstertraceringen.
Het exterieur van de kerk is rijk versierd en rondom voorzien van geprofileerde plinten met hardstenen lijst, muize en bloktanddecoraties, boogfriezen, lisenen en oeil-de-boeuf vensters. De ingangspartij aan de westzijde risaleert ten opzichte van de flankerende torens en is met behulp van dorpel- c.q. waterlijsten drievoudig geleed en symmetrisch ingedeeld. Deze geledingen komen in hoogte overeen met de eerste drie geleding van de torens. Centraal in de eerste geleding ligt verdiept de rechthoekige dubbele houten toegangsdeur met sierlijk beslag. Deze deur is geplaatst in een rondbooglijst. Deze lijst bestaat uit twee zuilen met Attische basementen met voetloof en bladkapitelen. De zuilen dragen een archivolt in rode strengperssteen. In het boogveld boven de deur bevindt zich een tympaan van Savonnièresteen met driepasornament. In de tweede geleding zijn twee rondboogvormige oxaalvensters met glas-in-lood centraal in de gevel geplaatst. De vensterlijsten hebben geprofileerde dagkanten. De derde geleding vormt de topgevel. Midden in de gevel, in het spaarveld onder het klimmende boogfries, ligt een klein rondboogvormig glas-in-lood venster. In elke gevelhoek is een oeil-de-boeuf venster in rode strengperssteen geplaatst.
De gehele entreepartij wordt door lisenen, welke door een rondboogfries verbonden worden, geleed. Boven het fries loopt een waterlijst, die een afscheiding vormt tussen de geledingen. De wand wordt wederom door lisenen met boogfries verdeeld, waarna een regenlijst weer de afscheiding vormt. De beide torens hebben vijf geledingen. De onderste geleding heeft in de westgevel een boogvormig venster, maar ontbeert lisenen. De tweede tot en met vierde geleding hebben lisenen, die onderling verbonden worden door respectievelijk rondbogen, driepasbogen en boogfriezen in rode strengperssteen. De smalle traptorenvensters hebben hardstenen lateien en waterspuwers. De afscheidingen tussen de geledingen worden telkens gevormd door waterlijsten. Tussen de lisenen bevinden zich respectievelijk de smalle hoge traptorenvensters, rondboogvenstertjes en galmgaten. Na de vierde geleding volgen de topgevels, waarin driepasbogen en oeil-de-boeuf vensters. De noordwestelijke toren heeft in de topgevels gekoppelde, smalle hoge vensters; de zuidwestelijke toren is aan de west- en zuidzijde voorzien van een uurwerk.
De lange gevels aan de noord- en zuidzijde zijn evenals de plattegrond gespiegeld ten opzichte van de lengte-as en volledig identiek. De beide traveeën van het schip zijn van elkaar gescheiden door steunberen. Elke travee heeft in de lichtbeuk een rondboogvormig stalen roosvenster met maaswerk en glas-in-lood in een lijst van rode strengperssteen, in de zijbeuken twee rondboogvormige stalen vensters met glas-in-lood. De buitenmuren worden door lisenen in velden ingedeeld, onderling verbonden door een boogfries.
De zijmuren van de kruisarmen zijn blind. De afsluitende gevels aan de noord- en zuidzijde zijn wat betreft de indeling gelijk aan de entreepartij van de kerk. Enkel de sluitgevel is iets breder en is er in de eerste geleding geen entree aangebracht. De zuidelijke kruisarm heeft aan de oostzijde een hoge schoorsteen.
De koortraveeën, tussen koor en kruisarmen, hebben in de lichtbeuk een rondboogvormig stalen roosvenster met maaswerk en glas-in-lood in een lijst van rode strengperssteen. De vijfzijdige absis is beduidend lager dan het schip. Het muurvlak wordt door lisenen geleed. Tussen de lisenen zijn boogfriezen gemetseld. De vijf rondboogvensters met glas-in-lood liggen tussen de lisenen. In het centrale muurvlak is een gevelsteen met de bouwjaaraanduiding 1905 geplaatst. De afsluitende gevel van het schip boven de absis heeft een in hoogte opklimmend boogfries en een sluiting in Savonnièresteen.
Aan weerszijden van de koortravee bevinden zich de sacristieën voor de geestelijkheid en de misdienaars. De oostgevels van beide sacristieën zijn blind, in de zuid- c.q. noordgevel zijn twee rondboogvormige stalen vensters met traliewerk geplaatst. De kerk van O.L.V. Ten Hemelopneming heeft een rijk geornamenteerd en veelkleurig INTERIEUR. Gele bakstenen kruisribgewelven in schip, zijbeuken, narthex en absis. Koepelgewelf in gele baksteen op de viering. De pijlers, ribben, gordel- en scheibogen, vensterneggen, lijsten onder de vensters en de blinde arcaden zijn van oranje-rode terracotta baksteen. De schalken en basementen zijn van zwart graniet. Schip en kruisarmen met in patronen gelegde polychrome tegelvloeren. Meerkleurige wandschilderingen in transept, boven de scheibogen van het schip, en in de oxaalboog. Het schip wordt van de zijbeuken gescheiden door een arcade van twee rondboogvormige scheibogen. Boven de arcade van het schip bevindt zich de lichtbeuk. Absis, koor en kruisarmen zijn boven de scheibogen voorzien van een blinde arcade. De traveeën in het schip hebben elk twee kruispijlers met in de hoeken schalken. De pijlers hebben natuurstenen basementen. Bij de aanzet van de schei- en gordelbogen hebben de pijlers bladkapitelen. De ribben van de zijbeuken en het schip rusten op zwarte natuurstenen schalken. De schalken hebben schachtringen van Savonnièresteen. Het koepelgewelf van de viering met in het midden een ring om een klok door te laten. Een angelustorentje ontbreekt. Het koor ligt een trede hoger dan de vloer van het middenschip. De wanden van de koortravee worden doorbroken door de toegangen tot de sacristieën. De absis met het sacramentsaltaar wordt door een boog iets ingesnoerd. De absiswand wordt door een blinde arcade geleed, die gevolgd wordt door een sierlijst en de ramen. In de hoeken van de koortravee en de absis staan schalken van zwarte natuursteen met witte schachtringen. De schalken hebben bladkapitelen, waarop de gewelfribben rusten.
In dit interieur zijn onder meer van belang een eenklaviers orgel, gemaakt door Peereboom & Leijser in 1988 en het hoofdaltaar met een zandstenen onderbouw en een gepolychromeerde eikenhouten bovenbouw, atelier Engelbert. De orgelkas is niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. De onderbouw van het hoofdaltaar heeft drie gepolychromeerde reliëfs van Jos Thissen, 1906. Aan weerszijden van de expositietroon, onder baldakijn een beeldje van de H. Petrus en Paulus. In het altaarretabel twee reliëfs; een eikenhouten preekstoel, XIX A en XX; een hardstenen doopvont met koperen deksel, XIXb; eikenhouten communiebank, ca. 1905; eikenhouten bidbank, sleemodel, 1833, met inschrift M.E.D. 1833; in de zijbeuken vierentwintig eikenhouten kerkbanken met liervormige wangen, XIX; de kerkbanken in het middenschip, 1907; vurenhouten Mariabeeld afkomstig uit Val Gardena, Italië, XVIIId; in de absis een gepolychromeerd stenen beeld van de H.Clara, XIXB, atelier Cuypers te Roermond; in de absis een gepolychromeerd houten Lambertusbeeld, XIXd; in de absis een gepolychromeerd houten Barbarabeeld, XIXd; in de Mariakapel een gepolychromeerd houten Mariabeeld, Jos Thissen, 1896; zeven gepolychromeerde houten heiligenbeelden (H.Jozef, H. Gerardus, H. Antonius, H. Isidorus, H. Brigida), 1907-1932, Jos Thissen; houten kruisbeeld, XVIIId; houten kruisbeeld, XIXa; houten kruisbeeld, XIX; zwart gelakt houten kruisbeeld, staand, XIXA; neo-gotisch, gepolychromeerd houten triomfkruis, ca. 1900; staand kruisbeeld in wit marmer en gegoten koper, XIX/XXc; vijf gebrandschilderde ramen, atelier F. Nicolas & Zn. te Roermond, 1906; kruiswegstaties geschilderd op koperen platen in eikenhouten lijsten, A. en P. Windhausen, 1908.
Waardering
De R.K. Kerk van Einighausen is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de betrokkenheid van architect Caspar Franssen, de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek en de samenhang tussen exterieur en interieur. De kerk is van bijzondere betekenis vanwege de situering, die verbonden is met de ontwikkeling van Einighausen en van bijzondere betekenis voor het aanzien van dit dorp. Het geheel beschikt over een hoge mate van architectonische gaafheid van zowel ex- als interieur en is van belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de dorpse omgeving. Bovendien beschikt de kerk in regionaal opzicht over een redelijke architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde en binnen het oeuvre van Caspar Franssen vanwege de tweelingtorens over een redelijke typologische zeldzaamheidswaarde. De kerk vertegenwoordigt een algemeen belang vanwege het geheel van voornoemde waarden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CATHOLIC CHURCH, in a Neo-Romanesque style influenced by Neo-Gothic, 1905-1906. Built by contractor Muyres of Sittard, on behalf of building pastor Antoon Janssen in the name of the R.K. Church Board O.L.V. Ten Hemelopneming, according to a design by architect Caspar Franssen of Roermond. The planned crossing cupola was not executed in accordance with the design, the planned floor of Namur tiles was replaced during construction by a multicoloured tile floor with geometric motifs. The church is situated in the linear development present at this location, in a transverse direction to the street. The church was restored in 1987. The rectory on the north side is EXCLUDED from protection.
Description
Cross basilica with short transept arms, two front towers, a short, squat pentagonal choir. On both sides of the choir, transverse to the transept arms, there is a sacristy. The FLOOR PLAN of the church is completely symmetrical and mirrored with respect to the longitudinal axis. The nave is two bays long and is flanked by side aisles. The nave and transept arms are covered by GABLED ROOFS, the choir, lowered relative to the nave, by a half hip roof, the sacristies by half hipped roofs, the side aisles by catslide roofs. All these roofs, including the tower spires, are covered with slate in Maas covering. Two roof dormers with wooden shutter on the nave section between choir and transept arms. Ridge finials on the nave and sacristies. Box gutters.
The church is built of reddish-brown brick, laid in English bond and provided with cut joints. Arch friezes and window sills in red pressed stone, arch corbels and the voussoirs of the gable ends of transept arms and nave in Savonnières stone. Hardstone plinth strips, drip mouldings, window sills and window traceries.
The exterior of the church is richly decorated and provided all around with moulded plinths with hardstone strip, brick decoration patterns and dentil decoration, arch friezes, pilasters and oculus windows. The entrance section on the west side projects relative to the flanking towers and is divided into three sections by means of sill and drip mouldings and arranged symmetrically. These divisions correspond in height to the first three divisions of the towers. Centrally in the first division lies recessed the rectangular double wooden entrance door with ornamental hardware. This door is placed in a round arch frame. This frame consists of two columns with Attic bases with footrail and leaf capitals. The columns bear an archivolt in red pressed stone. In the arch field above the door there is a tympanum of Savonnières stone with trefoil ornament. In the second division are two round arch-shaped transept windows with stained glass centrally placed in the facade. The window strips have moulded edges. The third division forms the top gable. In the middle of the facade, in the spandrel below the climbing arch frieze, lies a small round arch-shaped stained glass window. In each gable corner an oculus window in red pressed stone is placed.
The entire entrance section is divided by pilasters, which are connected by a round arch frieze. Above the frieze runs a drip moulding, which forms a division between the sections. The wall is again divided by pilasters with arch frieze, after which a rain moulding again forms the division. Both towers have five divisions. The lowest division has an arch-shaped window in the west facade, but lacks pilasters. The second through fourth divisions have pilasters, which are connected to each other by round arches, trefoil arches and arch friezes in red pressed stone respectively. The narrow stair tower windows have hardstone lintels and gargoyles. The divisions between the sections are each formed by drip mouldings. Between the pilasters are the narrow high stair tower windows, small round arch windows and sound holes respectively. After the fourth division follow the top gables, which contain trefoil arches and oculus windows. The northwest tower has coupled, narrow high windows in the top gables; the southwest tower is provided with a clock on the west and south sides.
The long facades on the north and south sides are, like the floor plan, mirrored with respect to the longitudinal axis and completely identical. The two bays of the nave are separated from each other by buttresses. Each bay has in the clerestory a round arch-shaped steel mesh window with tracery and stained glass in a frame of red pressed stone, in the side aisles two round arch-shaped steel windows with stained glass. The outer walls are divided into fields by pilasters, connected to each other by an arch frieze.
The side walls of the transept arms are blank. The closing facades on the north and south sides are in terms of division the same as the entrance section of the church. Only the closing gable is somewhat wider and there is no entrance in the first division. The south transept arm has a tall chimney on the east side.
The choir bays, between choir and transept arms, have in the clerestory a round arch-shaped steel mesh window with tracery and stained glass in a frame of red pressed stone. The pentagonal apse is considerably lower than the nave. The wall surface is divided by pilasters. Between the pilasters arch friezes are laid in brick. The five round arch windows with stained glass are located between the pilasters. In the central wall surface a façade stone with the construction year marking 1905 is placed. The closing facade of the nave above the apse has a climbing arch frieze and a closing in Savonnières stone.
On either side of the choir bay are the sacristies for the clergy and altar servers. The east facades of both sacristies are blank, in the south and north facade respectively two round arch-shaped steel windows with grilles are placed. The church of O.L.V. Ten Hemelopneming has a richly ornamented and multicoloured INTERIOR. Yellow brick cross-rib vaults in nave, side aisles, narthex and apse. Vault with dome in yellow brick over the crossing. The pillars, ribs, transverse and intermediate arches, window reveals, sills beneath the windows and the blind arcades are of orange-red terracotta brick. The corbels and bases are of black granite. Nave and transept arms with polychrome tile floors laid in patterns. Multicoloured wall paintings in transept, above the intermediate arches of the nave, and in the transept arch. The nave is separated from the side aisles by an arcade of two round arch-shaped intermediate arches. Above the arcade of the nave is the clerestory. Apse, choir and transept arms are provided above the intermediate arches with a blind arcade. The bays in the nave each have two cross pillars with corbels in the corners. The pillars have natural stone bases. At the springing of the intermediate and transverse arches the pillars have leaf capitals. The ribs of the side aisles and nave rest on black natural stone corbels. The corbels have shaft rings of Savonnières stone. The dome vault of the crossing with in the middle a ring to allow a bell to pass through. A bell tower turret is absent. The choir is one step higher than the floor of the central nave. The walls of the choir bay are broken through by the entrances to the sacristies. The apse with the sacrament altar is slightly constricted by an arch. The apse wall is divided by a blind arcade, which is followed by a decorative strip and the windows. In the corners of the choir bay and apse stand corbels of black natural stone with white shaft rings. The corbels have leaf capitals, on which the vault ribs rest.
In this interior are among others of importance a single-manual organ, made by Peereboom & Leijser in 1988 and the high altar with a sandstone base and a polychromed oak wooden superstructure, Engelbert workshop. The organ case is not of value from the point of view of heritage conservation. The base of the high altar has three polychromed reliefs by Jos Thissen, 1906. On either side of the exposition throne, beneath a baldachin a small figure of St. Peter and Paul. In the altar retable two reliefs; an oak pulpit, early 19th century and 20th century; a hardstone baptismal font with copper lid, mid-19th century; oak communion rail, circa 1905; oak prayer desk, sleigh model, 1833, with inscription M.E.D. 1833; in the side aisles twenty-four oak church benches with lyre-shaped ends, 19th century; the church benches in the central nave, 1907; deal wood Mary figure from Val Gardena, Italy, late 18th century; in the apse a polychromed stone figure of St. Clara, early 19th century, Cuypers workshop of Roermond; in the apse a polychromed wooden figure of St. Lambert, late 19th century; in the apse a polychromed wooden figure of St. Barbara, late 19th century; in the Mary chapel a polychromed wooden Mary figure, Jos Thissen, 1896; seven polychromed wooden holy figures (St. Joseph, St. Gerardus, St. Antonius, St. Isidorus, St. Brigida), 1907-1932, Jos Thissen; wooden crucifix, late 18th century; wooden crucifix, early 19th century; wooden crucifix, 19th century; black lacquered wooden crucifix, standing, early 19th century; Neo-Gothic, polychromed wooden rood cross, circa 1900; standing crucifix in white marble and cast copper, 19th/20th century; five stained glass windows, F. Nicolas & Son workshop of Roermond, 1906; Stations of the Cross painted on copper plates in oak frames, A. and P. Windhausen, 1908.
Valuation
The R.K. Church of Einighausen is of cultural-historical value as a particular expression of a spiritual development. The architectural-historical values are determined by the building style, the involvement of architect Caspar Franssen, the aesthetic qualities of his design, the particular use of materials and ornamentation and the coherence between exterior and interior. The church is of particular significance because of its location, which is connected to the development of Einighausen and of particular significance to the appearance of this village. The whole possesses a high degree of architectural integrity of both exterior and interior and is of importance in relation to the structural and visual integrity of the village environment. Moreover, the church possesses in a regional respect a reasonable architectural-historical rarity value and within the oeuvre of Caspar Franssen on account of the twin towers a reasonable typological rarity value. The church represents a general interest because of the totality of the aforementioned values.
Nearby in the register
- Boerderij, Everstraat 4Boerderijunder 1 mi
- Boerderij(M1), Heistraat 2Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Everstraat 6Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Everstraat 8Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.