TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Dongestroom

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Jachthuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1880
Address
Bredaseweg 600, 5036 NB Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.56455, 4.98784
Part of complex
521029
Monument number
521030

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Het JACHTHUIS 'De Dongestroom', gelegen op een buiten dat oorspronkelijk bezit was van koning Willem II, toont Eclectische elementen. Het kent twee belangrijke bouwfasen: de bouw van het oorspronkelijke, grotendeels ronde buitenverblijf in 1880 en de verbouwing uit 1913. In dat jaar werd het bestaande ronde jachthuis in opdracht van de toenmalige eigenaar, A.J.C. van Spaendonck, verbouwd naar een ontwerp van architect Manders uit Oosterhout. Het betrof onder andere het beglazen van de veranda aan de westzijde en het optrekken van een uitbouw aan de zuidzijde. Tegelijkertijd werd de voormalige paardenstal uitgebreid met een remise. In 1975 werd het buitenverblijf definitief verbouwd tot permanente woning waarbij in de hiervoor dichtgemetselde onderzijde van de veranda een slaapkamer en badkamer werden ingericht. Ook werd de bestaande keuken gerenoveerd. Een deur in de zuidgevel werd gewijzigd in een rechthoekig vierruits, later twaalfruits venster.

Omschrijving.

Geheel wit gepleisterd één- en deels tweelaags pand op samengestelde plattegrond. Het oudste deel van het pand bestaat uit een deels in een kunstmatig opgeworpen verhoging gelegen rond gebouw onder flauw hellend kegelvormig dak gedekt met leien met op de verhoging aan de oostzijde een (later gedicht) portaal onder schilddak en aan de westzijde een later (1913) gedichte veranda onder plat dak. Aan de zuidzijde een tweelaags trappenhuis onder plat dak, in 1913 uitgebreid met een tweelaagse aanbouw onder plat dak. In het ronde deel van het gebouw aan de zuidzijde één, aan de noordzijde twee vensterassen waarin een schuifvenster met bovenlicht, beide met een kleine roedenverdeling en voorzien van een hardstenen dorpel. In dezelfde as een groot getoogd keldervenster met dezelfde roedenverdeling en hardstenen dorpel. De ronde bouw heeft aan de onderzijde een plint en wordt aan de bovenzijde begrensd door een omlopende uitkragende bakstenen sierlijst met onder andere rollagen en een dubbele zaagtandlijst. Het dak, gedekt met tweekleurige afgeschuinde leien in Maasdekking en bekroond door een zinken piron, heeft een forse overstek dat aan de onderzijde is beschoten. Onder de dakrand een gietijzeren sierlijst met aan acroteria herinnerende motieven. Op de zuidwestzijde van het dak een aan de bovenzijde rondboogvormige schoorsteen. Het portaal aan de oostzijde heeft aan beide zijden een tweeruits venster met kleine roedenverdeling en hardstenen dorpel. Aan de oostzijde een openslaande beglaasde paneeldeur met aan weerszijden gekoppelde tweeruits vensters, het geheel omgeven door een breed geprofileerd kozijn en voorzien van (later aangebracht) smeedijzeren traliewerk. Het schilddak, met lichte overstek, is gedekt met zink en voorzien van een platte zinken bakgoot. Het portaal is toegankelijk via enkele lage treden met opengewerkte bakstenen balustrades.

Aan de zuidzijde een trappenhuis op rechthoekige plattegrond onder plat dak. In de zuidgevel van het trappenhuis een opgeklampte getoogde deur met geheng, geheel omgeven door een breed, geprofileerd kozijn met aan de bovenzijde een geprofileerde architraaf op consoles. Links van de deur een getoogd smal venster, evenals de deur voorzien van een hardstenen dorpel. Boven de deur een schuifvenster als in de ronde bouw. De sierlijst aan de bovenzijde,bestaande uit een getrapt fries, is ter hoogte van de strek boven het venster opgewipt. Bovenlangs het fries een houten geprofileerde lijst. In de zijgevel twee vensters.

De in 1913 uitgevoerde verbouwingen hebben onder andere betrekking op de voormalige veranda aan de westzijde. Deze op gemetselde kolommen gebouwde veranda werd gedicht met in de noord- en westgevel elk twee, in de zuidgevel één schuifvenster als in de ronde bouw. Centraal in de westgevel een deels beglaasde paneeldeur met decoratieve geometrische roedenverdeling onder rondboogvormig bovenlicht, het geheel in een aan de bovenzijde rondboogvormig afgesloten spaarveld. De veranda heeft een plat dak gedekt met zink en voorzien van een forse overstek op geprofileerde klossen. Bij de verbouwing in 1975 werd de veranda aan de onderzijde geheel gedicht door het opmetselen van muurwerk tussen de kolommen. Aan de noordzijde werd deze voorzien van samengestelde vensters met hardstenen dorpel, aan de zuidzijde van een liggend tweeruits venster. Onder- en bovenbouw zijn gescheiden door een brede, uitgemetselde cordonlijst.

De in 1913 gedichte veranda is bereikbaar via een gecementeerde en gewitte trap met uitgebogen trapwangen welke eindigen in geprofileerde kolommen met cassetten, allen voorzien van deklijsten. In de zuidzijde van de gedichte trap een rondboogvenster, aan de noordzijde een getoogde opgeklampte deur. Aan de zuidzijde van de veranda en grenzend aan het oorspronkelijke trappenhuis werd in 1913 een uitbouw onder plat dak met overstek op klossen toegevoegd. In de gevel zijn rollagen gemetseld. In deze uitbouw smalle getoogde vensters met een bakstenen dorpel en segmentboog aansluitend op de rollagen. In de gevel aan de zuidzijde op de begane grond twee tienruits vensters, het linker (rechthoekig, onder segmentboog) in 1975 aangebracht ter vervanging van een deur. In de westgevel een twaalfruits venster. Op de verdieping in zuid- en westgevel twee twaalfruits vensters, in de westgevel ten opzichte van elkaar in hoogte verspringend. Tegen de zuidgevel een uitgemetselde schoorsteen, bekroond door gemetselde frontons. In de gevels enkele steekankers.

Het interieur is nog grotendeels oorspronkelijk. Aanwezig zijn nog de paneeldeuren, op de verdieping deels beglaasd en op de begane grond eenvoudiger van uitvoering. Aanwezig is ook nog een deel van de terrazzovloeren (hal, keuken) en de lambrizering bestaande uit keramische tegels (hal). Ook in de keuken zijn de oorspronkelijke tegels op de muren nog aanwezig. In de hal op de begane grond troggewelven. In de ronde kamer, toegankelijk via een gedeelde, deels beglaasde deur met gedeeld bovenlicht, een stucplafond met centraal onder andere medaillons waarop afgebeeld jachtbuit (gevogelte) en voorstellingen van de hoorn des overvloeds. Naar het portaal aan de oostzijde een geheel beglaasd houten kozijn met gedeelde openslaande deur en gekoppelde vensters. Aanwezig is ook een eenvoudige natuurstenen schouw (ca. 1930) met eikenhouten ombouw. In de kelders, toegankelijk via een bakstenen trap met de herplaatste oorspronkelijke smeedijzeren balustrade, een schouw met houten ombouw. Via paneeldeuren zijn de nevenruimten bereikbaar met daarin nog de oorspronkelijke rode plavuizen op de vloeren en de gemetselde getoogde wijnrekken. In de kelder een plafond uit moer- en kinderbalken.

Waardering.

Het object is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling namelijk de stichting van buitenhuizen op de bosrijke gronden aan de uitvalswegen rond Tilburg. Het object is tevens van belang vanwege de typologie, met name tot uitdrukking komend in de ronde plattegrond. Het object is van belang vanwege de architectuurhistorische waarden welke zijn gelegen in de ronde vorm en de estethische kwaliteiten van het ontwerp en de toegepaste detaillering, waarbij de jachtattributen verwijzen naar de oorspronkelijke functie. Het object is ook van belang vanwege samenhang tussen in- en exterieur. Het object is van belang vanwege de ensemblewaarde wegens de situering, gelegen op een voormalig in aanleg nog gaaf landgoed en door de aanwezigheid van enkele bijgebouwen waaronder een stal met remise. Het object ontleent zijn waarde aan de gaafheid van het geheel en een aantal onderdelen van het exterieur en het interieur. Het object is van belang vanwege de typologische en architectuur-historische zeldzaamheid als een jachthuis in ronde vorm.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

The HUNTING LODGE 'De Dongestroom', situated on an estate that was originally the property of King Willem II, displays Eclectic elements. It has two important building phases: the construction of the original, largely circular country residence in 1880 and the renovation of 1913. In that year the existing circular hunting lodge was renovated by order of the then owner, A.J.C. van Spaendonck, to a design by architect Manders from Oosterhout. This included among other things the glazing of the veranda on the west side and the erection of an extension on the south side. At the same time the former horse stable was extended with a coach house. In 1975 the country residence was definitively converted into a permanent dwelling, with a bedroom and bathroom being fitted in the previously bricked-up lower part of the veranda. The existing kitchen was also renovated. A door in the south gable was altered into a rectangular four-pane, later twelve-pane window.

Description.

Completely white-rendered one- and partly two-storey building on a composite ground plan. The oldest part of the building consists of a partly sited on an artificially raised embankment circular building under a gently sloping conical roof covered with slate, with on the embankment on the east side a (later sealed) portico under hipped roof and on the west side a later (1913) sealed veranda under flat roof. On the south side a two-storey stairwell under flat roof, in 1913 extended with a two-storey extension under flat roof. In the circular part of the building on the south side one, on the north side two window bays with a sash window and fanlight, both with small glazing bars and provided with a stone sill. In the same axis a large arched cellar window with the same glazing bars and stone sill. The circular structure has a plinth at the lower part and is bounded at the top by a continuous projecting brick decorative moulding including among other things roll mouldings and a double sawtooth moulding. The roof, covered with two-coloured bevelled slate in Dutch bond and crowned by a zinc finial, has a substantial overhang which is boarded underneath. Below the eaves a cast-iron decorative moulding with motifs reminiscent of acroteria. On the south-west side of the roof a chimney with a round-arched top. The portico on the east side has on both sides a two-pane window with small glazing bars and stone sill. On the east side a glazed panel door opening outwards with coupled two-pane windows on either side, the whole surrounded by a broad moulded frame and provided with (later applied) wrought-iron grille work. The hipped roof, with slight overhang, is covered with zinc and provided with a flat zinc gutter. The portico is accessible via a few low steps with open-work brick balustrades.

On the south side a stairwell on rectangular ground plan under flat roof. In the south gable of the stairwell a clasp-fitted arched door with hinge, completely surrounded by a broad, moulded frame with a moulded architrave on consoles at the top. To the left of the door an arched narrow window, likewise the door provided with a stone sill. Above the door a sash window as in the circular building. The decorative moulding at the top, consisting of a stepped frieze, is lifted at the height of the lintel above the window. Along the top of the frieze a wooden moulded moulding. In the side gable two windows.

The renovations carried out in 1913 included among other things the former veranda on the west side. This veranda built on rubble stone columns was sealed with in the north and west gable each two, in the south gable one sash window as in the circular building. Centrally in the west gable a partly glazed panel door with decorative geometric glazing bars under a round-arched fanlight, the whole in a spandrel closed round-arched at the top. The veranda has a flat roof covered with zinc and provided with a substantial overhang on moulded corbels. During the 1975 renovation the veranda was completely sealed at the lower part by the laying of masonry between the columns. On the north side this was provided with composite windows with stone sill, on the south side with a horizontal two-pane window. The lower and upper storeys are separated by a broad, laid-out cornice moulding.

The veranda sealed in 1913 is accessible via a cemented and whitewashed stair with curved stair strings which end in moulded columns with cassettes, all provided with cap mouldings. In the south side of the sealed stair a round-arched window, on the north side an arched clasp-fitted door. On the south side of the veranda and bordering the original stairwell, in 1913 an extension under flat roof with overhang on corbels was added. In the gable roll mouldings are laid. In this extension narrow arched windows with a brick sill and segmental arch adjoining the roll mouldings. In the gable on the south side on the ground floor two ten-pane windows, the left one (rectangular, under segmental arch) applied in 1975 in replacement of a door. In the west gable a twelve-pane window. On the upper floor in south and west gable two twelve-pane windows, in the west gable offset in height relative to each other. Against the south gable a laid-out chimney, crowned by laid-out pediments. In the gables some toothed wall anchors.

The interior is still largely original. Still present are the panel doors, on the upper floor partly glazed and on the ground floor simpler in execution. Also still present is part of the terrazzo floors (hall, kitchen) and the wainscoting consisting of ceramic tiles (hall). Also in the kitchen the original tiles on the walls are still present. In the hall on the ground floor trough vaults. In the circular room, accessible via a shared, partly glazed door with shared fanlight, a stucco ceiling with medallions centrally among other things depicting hunting spoils (game birds) and representations of the cornucopia. Towards the portico on the east side a fully glazed wooden frame with shared opening door and coupled windows. Also present is a simple natural stone fireplace (circa 1930) with oak surround. In the cellars, accessible via a brick stair with the relocated original wrought-iron balustrade, a fireplace with wooden surround. Via panel doors the adjoining rooms are accessible with the original red tile floors in them and the laid-out arched wine racks. In the cellar a ceiling of header and stretcher beams.

Valuation.

The object is of general interest by virtue of its cultural-historical values as a particular expression of a socio-economic development namely the establishment of country houses on the wooded lands at the approach roads around Tilburg. The object is also of interest by virtue of its typology, expressed in particular in the circular ground plan. The object is of interest by virtue of its architectural-historical values which lie in the circular form and the aesthetic qualities of the design and the applied detailing, whereby the hunting attributes refer to the original function. The object is also of interest by virtue of the coherence between interior and exterior. The object is of interest by virtue of its ensemble value owing to its setting, located on a former substantially intact country estate and by the presence of several outbuildings including a stable with coach house. The object derives its value from the intactness of the whole and a number of components of the exterior and the interior. The object is of interest by virtue of the typological and architectural-historical rarity as a hunting lodge in circular form.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map