TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Maria ten Hemelopnemingkerk

Vianen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1877 - 1879
Address
Brederodestraat 2, 4132 VP Vianen (Vijfheerenlanden 26)
Place
Vianen
Municipality
Vijfheerenlanden
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.99461, 5.09063
Monument number
520869

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

RK-KERK "Onze Lieve Vrouwe-Hemelvaart" is gebouwd in opdracht van het kerkbestuur van de parochie Maria-ten-Hemelopneming te Vianen. Het verrees in de jaren 1877-1879 naar een ontwerp van de architect Wilhelm Victor Alfred Tepe (1840-1920) en was de opvolger van een kerkgebouw uit 1807-1808, dat op de zelfde plek stond. Zowel de architect, Tepe, als de beeldhouwer, Mengelberg hadden nauwe banden met het Bernulphusgilde, een genootschap dat zich tot doel had gesteld de neogotiek onder de geestelijkheid te verbreiden. Het godshuis is dan ook gebouwd in de bouwstijl van de Neo-Gotiek. Het georiënteerde gebouw is van het type hallenkerk, een in Nederland niet zo veel voorkomend type. Het driebeukige kerkgebouw bevat een aantal belangwekkende interieuronderdelen, waaronder Neo-Gotische altaren uit het atelier van de beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, schilderingen van Marten Schenk en een in 1808 gebouwd Nolting-orgel, dat afkomstig is uit het afgebroken kerkgebouw. Dit orgel is voorzien van een uit 1883 daterende orgelkas, die eveneens van de hand van Mengelberg is. Het interieur van de kerk is gepolychromeerd in de jaren 1926-1928. In 1956 verdwenen de kleuren echter onder een pleisterlaag, waardoor na een restauratie het inwendige de ook nu nog bestaande helderheid verkreeg. De huidige opstelling van de altaren dateert van omstreeks 1970 en is een gevolg van de nieuwe liturgische eisen in de r.-k. kerk. Ook het bankenplan is destijds gewijzigd. De kerk staat ingeklemd tussen de Achterstraat, de Brederodestraat en de Stalstraat en maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht van Vianen.

Omschrijving

Georiënteerde, in baksteen opgetrokken, driebeukige hallenkerk met een driezijdige koorafsluiting onder een met leien gedekt (maasdekking) driedelig schild-/zadeldak. De gevels zijn voorzien van een trasraam en gevelopeningen van diverse vormen en formaten. De kerk heeft een symmetrisch, drie traveeën brede westfaçade, die is gericht op een klein voorplein. Deze gevel wordt verticaal geleed door twee door waterlijsten onderbroken steunberen beëindigd door een afzaat. De gevel wordt horizontaal geleed door cordonlijsten. De bekroning van de gevel wordt gevormd door drie tuitgevels. De brede, voor het middenschip staande middentravee bevat een iets terugliggende ingangspartij met een relatief kleine, getoogde en opgeklampte dubbele deur die met decoratieve gehengen is beslagen. Het met gebrandschilderd glas-in-lood ingevulde spitsboogvenster hierboven is voorzien van slanke, gemetselde traceringen. De smallere traveeën van de zijschepen aan weerszijden zijn identiek en bevatten elk een lancetvenster. Deze zijn eveneens voorzien van gebrandschilderd glas-in-lood en gemetselde traceringen. Boven de bovenste cordonlijst staan drie tuitgevels. De bredere middelste tuitgevel bevat een grotendeels blind spitsboogvenster met uitgemetselde traceringen en twee getoogde venstertjes. Aan weerszijden van dit venster staat een blind spitsboogvenstertje. De twee buitenste tuitgevels zijn identiek en bevatten een deels blind lancetvenster met een klein getoogd venster en een geheel blind spitsboogvenster aan weerszijden. De geveltoppen zijn afgedekt door uitgemetselde rollagen. De hoeksteunberen zijn overhoeks geplaatst. De vijfdelige langsgevels van de zijschepen worden geleed door een cordonlijst en verticaal geleed door steunberen, die worden beëindigd door ezelsruggen. De vier brede traveeën van het noordelijke zijschip bevatten elk een groot spitsboogvenster met gemetselde traceringen en zijn ingevuld met gebrandschilderd glas-in-lood. In de rechter travee staat bovendien een getoogde dubbele deur als die in de voorgevel. De linker travee is smaller, evenals het venster hierin. Dit zijschip heeft aan de achterzijde een overhoekse steunbeer, waarop een eveneens overhoekse travee met spitsboogvenster aansluit. De kopse zijde van het zijschip bevat een lancetvenster met gebrandschilderd glas-in-lood. De traveeën van het vijfzijdige koor worden ook van elkaar gescheiden door overhoekse traveeën. In de middelste travee is een vierkante stichtingssteen van hardsteen geplaatst met de tekst: 'JOHANNES GOES legde - 18 Juni 1807 van de vorige - en 6 Mei 1878 den eersten Steen - van deze Kerk - 1 Juli 1879 gewijd door Mgr. A.I. SCHAEPMAN - EGBERTUS GEERDINK PASTOOR - P.G. KLOEK en - W. van STRAATEN Jzn. - Kerkmeesters - J. DUMOLIN Bouwmeester - A.TEPE Architect'. Boven deze travee steekt een kleine dakkapel met een met leien gedekt spitsje uit het dakschild.

Het zuidelijke zijschip onderscheidt zich door een octogonaal, door cordonlijsten geleed hoektorentje met smalle traplichten, spitsboogvormige galmgaten, een ingesnoerde, met leien gedekte spits en in de toren een wenteltrap naar onder meer de orgel-/zangerstribune. Tussen de hoektoren en het middenschip staat de rechte gevel van de sacristie, met op de begane grond een korfboogvormige deur met decoratieve gehengen en twee met glas-in-lood ingevulde spitsboogvensters. In de geleding hierboven een aan de onderzijde blind spitsboogvenster met gemetselde traceringen en gebrandschilderd glas-in-lood. Uit het dakschild hierboven steekt een kleine dakkapel met een met leien gedekt spitsje uit het dakschild. De langsgevel aan de zuidzijde is vergelijkbaar met die aan de noordzijde. Uit het dakschild hierboven steken - evenals uit het dakschild boven de noordgevel - twee dakkapelletjes als de al eerder genoemde. Boven de dakvoet steekt een schoorsteen uit, die deels uitpandig is en is verbonden met een steunbeer. Een deel van de gevel is aan het gezicht onttrokken door een tussenlid, dat met een detonerende aanbouw met plat dak is verbonden.

Het INTERIEUR wordt voor een belangrijk deel bepaald door de vier traveeën lange schepen, die zijn overwelfd door kruisribgewelven, de aanwezigheid van een betegelde vloer en altaren, biechtstoelen, orgelkas, gebrandschilderde glas-in-lood ramen. Het middenschip wordt gescheiden van de zijschepen door geprofileerde basementen staande bundelpijlers, die het zwaarst zijn bij de scheiding tussen koor en schip. De kruisribben van de zijschepen en het koor komen samen op de buitenmuren en vormen daar halfzuilen, die eveneens boven een basement staan. De kruisribben van het middenschip vormen samengestelde kolommen op de westmuur. De oorspronkelijke, met snijwerk versierde banken staan voor een deel in een gewijzigde opstelling. Tegelvloer, door Villeroy en Boch geleverd met in het koorgedeelte onder meer vier vierkante, polychrome tableaus opgenomen met voorstellingen van adelaar, leeuw, draak en vis. De meeste van de tegeldecors zijn vervaardigd door middel van de inlegtechniek.

Tegen de westgevel staat een inpandig houten portaal met paneeldeuren en paneelwanden met glas-in-lood bovenlichten. Het glas-in-lood in deze gevel is vervaardigd in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Zowel tegen de noordwand als tegen de zuidwand staat een bewerkte houten biechtstoel met schuin geplaatste deuren. Aan de wanden hangen door Schenk in 1882, op losse panelen geschilderde kruiswegstaties. Het priesterkoor bevat een in 1886 gebouwd, door Mengelberg ontworpen en door Schenk beschilderd neogotisch hoogaltaar (hoofdaltaar), dat staat op een granieten podium en een altaartombe van marmer en zandsteen heeft. De paneelschilderingen en de polychroom beschilderde houten beelden van het retabel (een vleugelaltaar) zijn gevat in een architectonische setting. De vijf gebrandschilderde glas-in-lood ramen in het koor zijn vervaardigd in de jaren dertig van de twintigste eeuw. In het koor hangt ook nog een Triomfkruis uit 1895, dat eveneens afkomstig is uit het atelier van Mengelberg.

In de Mariakapel (noord-oosthoek) links van het hoogaltaar bevindt zich het eveneens door Mengelberg ontworpen, uit 1882 daterende neogotische Maria-altaar met een polychroom beeld van Maria (niet afkomstig van Mengelberg) en schilderingen van Schenk. Tegen de meest noord-oostelijke pijler, tussen het koor en de Mariakapel, staat een in 1886 vervaardigde houten preekstoel met onder meer gesneden reliëfs van evangelistenfiguren in de panelen van de zeszijdige kuip.

Rechts van het hoofdaltaar staat het door Mengelberg ontworpen Jozef-altaar met natuurstenen altaartombe uit 1884. Dit vleugelaltaar is evenals het hoofdaltaar en het Maria-altaar voorzien van polychroom beeldhouwwerk en schilderingen van Schenk. Erboven een twee klaviers mechanisch orgel met 18 registers gemaakt door J.D. Nolting in 1809. In 1883 is het vergroot, verplaatst en voorzien van een nieuwe gehoute, neogotische orgelkas door M. Maarschalkerweerd (geschonken door Johanna Goes). Gerestaureerd door de fa. Elbertse in 1996. De orgelgalerij met zangerstribune is buitenom bereikbaar via het hoektorentje en bevindt zich boven de sacristie. De orgelgalerij annex zangerstribune heeft een naar het koor gekeerde borstwering met spaarvelden, waarop een smeedijzeren hek met onder meer vierpasmotieven staat. Aan de noord-west muur bevinden zich twee omstreeks 1900 aangebrachte muurschilderingen uit een reeks. Deze twee zijn de enige die onder een stuclaag tevoorschijn zijn gehaald. In deze hoek staat ook een van 1885 daterende doopvont, tussen gebeeldhouwde natuurstenen hekken met marmeren zuiltjes, gotische motieven en medaillons met reliëfs van een zich lavend hert en een bloedend lam met banier.

Tegen enkele pijlers hangen neogotische kaarsenhouders van smeedijzer. In de kerk staan ook nog enkele roerende zaken uit de negentiende eeuw zoals twee staande, veelarmige smeedijzeren kaarsenstanders van A. Kniep (Utrecht) en enkele meubelstukken.

De meeste gebrandschilderde glazen in de kerk zijn gemaakt in het interbellum (o.a. 1935) en in 1957. De sacristie heeft een balkenplafond en vier glas-in-loodramen.

Waardering

Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische, de stedebouwkundige waarde, de herkenbaarheid en gaafheid en de relatieve zeldzaamheid:

- vanwege de functie, als een bijzondere en representatieve uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling en omdat het gebouw een weinig voorkomend type in de negentiende eeuwse kerkarchitectuur vertegenwoordigt.

- als een goed en vrij stijlgaaf voorbeeld van neogotische kerkarchitectuur overeenkomstig het geestelijke gedachtengoed van het St. Bernulphusgilde met een interieur dat een eenheid vormt met het exterieur. Het gebouw is bovendien belangrijk voor het oeuvre van een vooraanstaand architect.

- als een belangrijk, beeldbepalend element binnen het beschermde stadsgezicht van Vianen en van groot belang is voor het silhouet van de stad.

- vanwege de herkenbaarheid en vanwege de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Roman Catholic Church "Onze Lieve Vrouwe-Hemelvaart" was built on the instruction of the church council of the parish Maria-ten-Hemelopneming in Vianen. It was erected in the years 1877-1879 according to a design by the architect Wilhelm Victor Alfred Tepe (1840-1920) and was the successor to a church building from 1807-1808, which stood on the same spot. Both the architect, Tepe, and the sculptor, Mengelberg had close ties with the Bernulphusgilde, a society that had set itself the goal of spreading Neo-Gothicism among the clergy. The house of God was accordingly built in the Neo-Gothic architectural style. The oriented building is of the hallenkerk type, a type not very common in the Netherlands. The three-aisled church building contains a number of noteworthy interior components, including Neo-Gothic altars from the workshop of the sculptor Friedrich Wilhelm Mengelberg, paintings by Marten Schenk and a Nolting organ built in 1808, which came from the demolished church building. This organ is fitted with an organ case dating from 1883, also by the hand of Mengelberg. The interior of the church was polychromed in the years 1926-1928. In 1956, however, the colours disappeared under a plaster layer, so that after a restoration the interior acquired the brightness that still exists today. The current arrangement of the altars dates from around 1970 and is a result of the new liturgical requirements in the Roman Catholic church. The pew plan was also altered at that time. The church is wedged between the Achterstraat, the Brederodestraat and the Stalstraat and is part of the protected townscape of Vianen.

Description

Oriented, brick-built, three-aisled hallenkerk with a three-sided choir closure under a roof slates covered (Maas laying) three-part hipped/gabled roof. The gables are provided with a tuff ashlar and gable openings of various shapes and formats. The church has a symmetrical, three-bay wide west façade, which faces onto a small forecourt. This gable is vertically articulated by two buttresses interrupted by drip mouldings, ending in a set-off. The gable is articulated horizontally by string courses. The cornice of the gable is formed by three spout gables. The wide, front of the nave middle bay contains a slightly recessed entrance section with a relatively small, arched and clamped double door which is fitted with decorative hinges. The pointed-arch window above it, filled with stained glass, is provided with slender, mortared traceries. The narrower bays of the side aisles on either side are identical and each contain a lancet window. These are likewise provided with stained glass and mortared traceries. Above the uppermost string course stand three spout gables. The wider middle spout gable contains a largely blind pointed-arch window with mortared traceries and two arched small windows. On either side of this window stands a blind pointed-arch small window. The two outer spout gables are identical and contain a partly blind lancet window with a small arched window and a wholly blind pointed-arch window on either side. The gable tops are covered by mortared roll courses. The corner buttresses are placed diagonally. The five-part long gables of the side aisles are articulated by a string course and vertically articulated by buttresses, which end in saddle-back stones. The four wide bays of the northern side aisle each contain a large pointed-arch window with mortared traceries and are filled with stained glass. In the right bay moreover stands an arched double door like that in the front gable. The left bay is narrower, as is the window in it. This side aisle has a diagonal buttress at the rear, upon which a likewise diagonal bay with pointed-arch window adjoins. The end side of the side aisle contains a lancet window with stained glass. The bays of the five-sided choir are also separated from each other by diagonal bays. In the middle bay is placed a square foundation stone of sandstone with the text: 'JOHANNES GOES laid - 18 June 1807 of the previous - and 6 May 1878 the first Stone - of this Church - 1 July 1879 consecrated by Mgr. A.I. SCHAEPMAN - EGBERTUS GEERDINK PASTOR - P.G. KLOEK and - W. van STRAATEN Jzn. - Church Wardens - J. DUMOLIN Master Builder - A.TEPE Architect'. Above this bay a small roof dormer with a roof slates covered spire projects from the roof slope.

The southern side aisle is distinguished by an octagonal, articulated by string courses corner turret with narrow stair lights, pointed-arch shaped sound holes, a constricted, roof slates covered spire and in the tower a spiral staircase to among others the organ/singing gallery. Between the corner tower and the nave stands the straight gable of the sacristy, with on the ground floor a basket arch shaped door with decorative hinges and two pointed-arch windows filled with stained glass. In the articulation above a at the lower side blind pointed-arch window with mortared traceries and stained glass. From the roof slope above projects a small roof dormer with a roof slates covered spire from the roof slope. The long gable on the south side is comparable to that on the north side. From the roof slope above project - as from the roof slope above the north gable - two small roof dormers like the ones already mentioned. Above the eaves projects a chimney, which is partly external and is connected to a buttress. A part of the gable is hidden from view by an intermediate element, which is connected to a protruding addition with a flat roof.

The INTERIOR is determined for an important part by the four-bay long naves, which are vaulted by cross-rib vaults, the presence of a tiled floor and altars, confessionals, organ case, stained glass windows. The nave is separated from the side aisles by profiled basement standing clustered pillars, which are heaviest at the separation between choir and nave. The cross-ribs of the side aisles and the choir meet on the outer walls and form half-columns there, which likewise stand above a basement. The cross-ribs of the nave form composite columns on the west wall. The original, carved-decorated benches stand for the most part in an altered arrangement. Tile floor, supplied by Villeroy and Boch with included in the choir section among others four square, polychrome tableaus with representations of eagle, lion, dragon and fish. Most of the tile decorations were made by means of the inlay technique.

Against the west gable stands an internal wooden porch with panel doors and panel walls with stained glass fanlights. The stained glass in this gable was made in the nineteen-fifties. Both against the north wall and against the south wall stands a worked wooden confessional with diagonally placed doors. On the walls hang Stations of the Cross painted by Schenk in 1882 on loose panels. The priest's choir contains a neo-gothic high altar (main altar) built in 1886, designed by Mengelberg and painted by Schenk, which stands on a granite platform and has an altar tomb of marble and sandstone. The panel paintings and the polychrome painted wooden sculptures of the retable (a winged altar) are set in an architectural setting. The five stained glass windows in the choir were made in the nineteen-thirties. In the choir also hangs a Rood 1895, which likewise comes from the workshop of Mengelberg.

In the Mariakapel (north-east corner) to the left of the high altar is located the likewise designed by Mengelberg, dating from 1882 neo-gothic Maria altar with a polychrome sculpture of Maria (not from Mengelberg) and paintings by Schenk. Against the most north-easterly pillar, between the choir and the Mariakapel, stands a wooden pulpit made in 1886 with among others carved reliefs of evangelist figures in the panels of the six-sided pulpit base.

To the right of the high altar stands the Jozef altar designed by Mengelberg with natural stone altar tomb from 1884. This winged altar is, like the high altar and the Maria altar, provided with polychrome sculptural work and paintings by Schenk. Above it a two-manual mechanical organ with 18 registers made by J.D. Nolting in 1809. In 1883 it was enlarged, relocated and provided with a new wooden, neo-gothic organ case by M. Maarschalkerweerd (donated by Johanna Goes). Restored by the company Elbertse in 1996. The organ gallery with singing gallery is externally accessible via the corner turret and is located above the sacristy. The organ gallery together with singing gallery has a breastwork facing towards the choir with spandrels, upon which a wrought iron railing with among others four-foil motifs stands. On the north-west wall are located two wall paintings from a series applied around 1900. These two are the only ones that have been brought to light from under a stucco layer. In this corner also stands a baptismal font dating from 1885, between carved natural stone railings with marble columns, gothic motifs and medallions with reliefs of a bathing hart and a bleeding lamb with banner.

Against several pillars hang neo-gothic candle holders of wrought iron. In the church also stand several moveable objects from the nineteenth century such as two standing, multi-armed wrought iron candelabras by A. Kniep (Utrecht) and several pieces of furniture.

Most of the stained glass panes in the church were made in the interwar period (e.g. 1935) and in 1957. The sacristy has a beam ceiling and four stained glass windows.

Valuation

The church building is of general importance on account of the cultural historical, the architectural historical, the urban planning value, the recognisability and integrity and the relative rarity:

- on account of the function, as a special and representative expression of a spiritual development and because the building represents a type little found in nineteenth century church architecture.

- as a good and fairly stylistically faithful example of neo-gothic church architecture in accordance with the spiritual ideology of the St. Bernulphusgilde with an interior that forms a unity with the exterior. The building is moreover important for the oeuvre of a prominent architect.

- as an important, image-determining element within the protected townscape of Vianen and of great importance for the silhouette of the city.

- on account of the recognisability and on account of the great degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map