TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Koetshuis(L), Duin- en Kruidbergerweg 52

Santpoort-Noord, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bijgebouwen kastelen enz.
Function
Koetshuis(L)
Category
onroerend gebouwd
Built
1899
Address
Duin- en Kruidbergerweg 52, 2071 LE Santpoort-Noord (Velsen 27) (and others)
Place
Santpoort-Noord
Municipality
Velsen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.43475, 4.62730
Part of complex
520692
Monument number
520703

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig STALGEBOUW annex koetshuis uit 1899, deel uitmakend van het complex landgoed Duin en Kruidberg. Door de toepassing van aan de Hollandse renaissance ontleende elementen sluit het gebouw stilistisch aan bij het hoofdgebouw. In 1908 werd het pand uitgebreid met een in dezelfde stijl opgetrokken machinegebouw ten behoeve van een accumulatorenbatterij die het hoofdgebouw voorzag van elektriciteit. Het ontwerp van de eerste bouw en de uitbreiding is vermoedelijk van de gebroeders Van Nieukerken. Het interieur bevat een uit 1901 daterend schouwstuk van de schilder H. van Marke. In 1920 zijn de stallen in opdracht van J.T. Cremer omgebouwd tot woningen. Ook in 1953 en 1968 hebben enige interne wijzigingen plaatsgevonden. De vensters in de rechter puntgevel van de westgevel zijn gewijzigd. In de noordgevel is een brede garagedeur aangebracht.

N.B. De naderhand geplaatste dakopbouwen vallen buiten de bescherming.

Omschrijving

Het gebouw is opgetrokken op een Z-vormig grondplan en bestaat uit een parterre en een zolderverdieping met borstwering onder een samengesteld dak gedekt met zwarte geglazuurde kruispannen. De buitenmuren zijn opgetrokken in oranjerode verblendsteen waalformaat in kruisverband met snijvoeg. Bovenaan de rechte geveldelen bevindt zich een lijstgoot op klossen. Het metselwerk wordt verlevendigd door zandstenen banden. Ook is zandsteen toegepast voor de kalven, stijlen, lateien en lekdorpels van de vensters, en rond de deur van het koetshuis. De kalven en lateien zijn verfraaid met een rondstaafprofiel. De meeste lateien worden ontlast door een segmentboog in het gevelvlak. De kruisvensters hebben vierruits onder- en bovenramen. Een deel van de parterrevensters is voorzien van paneelluiken die evenals de luiken van het hoofdgebouw geschilderd zijn in een rood met wit zandlopermotief binnen een groene omranding. De voorgevel (W) van het stalgebouw is van links naar rechts samengesteld uit een risalerende puntgevel, een terugliggend middendeel met boven de hoofdingang een Vlaamse gevel, en een uitgebouwd rechter geveldeel waarvan de linker helft uitgevoerd is als een risalerende puntgevel die boven de parterre uitkraagt op consoles. Zowel de Vlaamse gevel als beide puntgevels zijn voorzien van schouders (onderaan), afgedekt met hardsteen en verfraaid met een zandstenen zonnestraalmotief in de top en rijke muurankers met art nouveau zweepslagmotief. Twee gekoppelde lateien in de de linker puntgevel markeren de plaats van het dichtgezette zoldervenster. In het middendeel bevindt zich een opgeklampte dubbele inrijdeur met halfrond meerruits bovenlicht en een zandstenen omlijsting die bekroond wordt door een sluitsteen met twee paardenhoofden waarboven een zandstenen cartouche met "ANNO 1899". Boven het jaartal steekt het hoofd van een koetsier uit die de teugels van de twee paarden vasthoudt. De Vlaamse gevel boven dit reliëf is voorzien van een door een middenstijl in tweeën gedeeld venster met vierruits onder- en bovenramen (de tussendorpels zijn hier niet van zandsteen maar van hout). Op de achterzijde van het dak boven het middendeel bevindt zich een vergelijkbare Vlaamse gevel. Ter weerszijden van de ingang heeft het middendeel een hoog aangebracht kruisvenster. De risalerende puntgevel van het rechter geveldeel is voorzien van een getoogde dubbele tuindeur met in beide deurhelften een achtruits raam. De verdieping erboven kraagt uit op vijf gebeeldhouwde consoles van zandsteen: de drie middelste met een bladmotief, de zware rechter en linker tonen respectievelijk een schapenscheerder en een landman met in zijn handen een sikkel en aren. Het verdiepingvenster is samengesteld uit vier gekoppelde drieruits ramen. Rechts heeft het rechter geveldeel een kruisvenster. Het nokeinde rechts boven de westgevel wordt bekroond door een vierkante dakruiter met klokdak en bronzen klokje. In de rechterzijgevel (Z) bevindt zich links een kruisvenster. De uitgebouwde rechter gevelhelft heeft rechts een kruisvenster, links twee kloostervensters, en in de smalle rechterzijkant een paneeldeur met bovenlicht. Op het aangekapte lessenaarsdak boven de uitbouw staat middenonder een hoge rechthoekige schoorsteen met bovenin sierankers. De linkerzijgevel (N) wordt door lisenen in vijf traveeën geleed. De lisenen zijn halverwege en bovenaan voorzien van zandsteen. Tussen de bovenste blokken worden de traveeën afgesloten door uitkragende metsellagen. In de tweede en vierde travee bevindt zich een kruisvenster. De derde travee is voorzien van een getoogde paneeldeur waarin een vierruits raam en waarboven een drieruits bvenlicht. Rechts van de deur bevinden zich twee smalle tweeruits ramen boven elkaar. De linker travee is voorzien van een opgeklampte deur met drieruits bovenlicht en, evenals de vierde travee van links, een Vlaamse gevel met hijsbalk. Hieronder heeft de dakopbouw boven de vierde travee een dubbele deur met bovenin elke deurhelft een vierruits raam. Op het dakvlak boven de noordgevel staan drie rechthoekige schoorstenen. Haaks tegen de gevel sluit links een nagenoeg rechthoekig bouwvolume aan (vermoedelijk het machinegebouw) waarvan de westgevel voorzien is van in twee lagen aangebrachte kleine vierruits vensters (deels per twee gekoppeld). De kopse noordgevel van dit bouwvolume is uitgevoerd als puntgevel en voorzien van vier verdiepingvensters van het laatstgenoemde type. In de top bevindt zich een zesruits rondboogvenster. De oostgevel van dit bouwdeel heeft rechts een terugliggende hoek, in het midden een door smalle drieruits ramen geflankeerde deur, en links een portiek waarin links een trap en rechts een opgeklampte deur. In de bovenhoeken van de portiek bevindt zich een korbeel. Op het dakvlak boven deze gevel staan, evenals op het westelijke dakvlak, twee kleine dakkapellen met jaloezieën, leigedekte zijkanten en dito schilddak. Links hiervan bevindt zich een derde dakkapel met twaalfruits stolpraam, leigedekte zijkanten en een zinkgedekt lessenaarsdak. Het in het verlengde van deze gevel gelegen uitgebouwde rechter deel van de achtergevel (O) telt twee kruisvensters. Op het dakvlak erboven staat een brede dakkapel waarin een serie van vier ramen, de middelste twee nog met een vierruits roedenverdeling. In de aansluitende zuidgevel van het uitgebouwde rechter deel van de achtergevel bevindt zich een kruisvenster. Op het dakvlak boven dit geveldeel staat rechts een rechthoekige schoorsteen en links een dakkapel voorzien van een plat dak en drie gekoppelde ramen waarvan de buitenste nog met een vierruits roedenverdeling. Tegen het middengedeelte van de achtergevel bevindt zich een grote houten uitbouw die fungeerde als wasplaats voor de koetsen. Deze rechthoekige uitbouw van één bouwlaag met plat dak heeft rondom een grote meerruits vensterpartij die middenvoor onderbroken wordt door een uitgebouwde ingang met vierdelige deur. Links van de voormalige wasplaats is de achtergevel van rechts naar links voorzien van een kruisvenster (met tweeruits in plaats van vierruits bovenramen), een raampje en een dichtgezette deur. In het terugliggende linker gedeelte van de achtergevel bevindt zich eveneens een kruisvenster.

Het INTERIEUR van het achter het middendeel van de voorgevel gesitueerde koetshuis verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat en is onder meer voorzien van een T-vormige bestrating van paarsrode waalklinkers in keperverband met ter weerszijden twee (overblijvende) rechthoekige vloeren van rode en gele tegels in schaakbordpatroon, een omgaande art nouveau tegellambrisering met floraal patroon in de kleuren geel, groen en blauw, en boven de lambrisering geblokt gepleisterde wanden. Tegen de rechterwand staat rechts een tuigenkast voorzien van zes schuifdeuren, elk met een achtruits raam. Een grote rondboogdoorgang links in deze wand geeft toegang tot een kamer met een wand- en plafondbetimmering in Amerikaans grenen (kraaldelen), in het midden van het plafond een vierkante lantaarn met rondom roedenramen, en een hoekschouw voorzien van terracotta haardstenen waarop in reliëf een mannen- en vrouwenhoofd. Het schouwstuk in de bovenboezem van deze schouw toont een jachtstilleven met twee dode fazanten en is gesigneerd "H. van Marke/ 1901". De aangrenzende, achter de voorgevel gelegen kamer heeft een hoekschouw waarvan de in renaissancestijl uitgevoerde eikenhouten onderboezem aan de binnenzijde betegeld is met delftsblauwe tegels waarop ruiters staan afgebeeld (de gebrandschilderde bovenramen in dit vertrek zijn afkomstig uit het hoofdgebouw).

Waardering

Het voormalig stalgebouw met aangebouwd machinegebouw en met bijbehorend interieur is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex landgoed Duin en Kruidberg; vanwege de vormgeving; vanwege de ensemblewaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former STABLE BUILDING with adjoining coach house dating from 1899, forming part of the country estate complex Duin en Kruidberg. Through the application of elements derived from Dutch Renaissance, the building is stylistically aligned with the main building. In 1908 the building was extended with a machine building erected in the same style for an accumulator battery that supplied electricity to the main building. The design of the original construction and the extension is presumably by the Van Nieukerken brothers. The interior contains a fireplace panel dating from 1901 by the painter H. van Marke. In 1920 the stables were converted into dwellings on the instructions of J.T. Cremer. Internal alterations also took place in 1953 and 1968. The windows in the right pointed gable of the west facade have been altered. A broad garage door has been installed in the north facade.

N.B. Roof structures added subsequently fall outside the protection.

Description

The building is erected on a Z-shaped ground plan and consists of a ground floor and an attic storey with balustrade under a composite roof covered with black glazed cross tiles. The outer walls are built in orange-red facing brick in wallstone format in a crossed bond with a cut joint. At the top of the straight facade sections there is a list gutter on corbels. The masonry is enlivened by sandstone bands. Sandstone is also applied for the sill stones, mullions, lintels and drip mouldings of the windows, and around the coach house door. The sill stones and lintels are decorated with a rounded moulding profile. Most of the lintels are relieved by a segmental arch in the facade plane. The cross windows have four-light upper and lower sashes. Some of the ground floor windows are provided with panel shutters which, like those of the main building, are painted in red with a white hourglass motif within a green border. The front facade (W) of the stable building is composed from left to right of a projecting pointed gable, a recessed middle section with a Flemish gable above the main entrance, and a projecting right facade section whose left half is executed as a projecting pointed gable that projects above the ground floor on corbels. Both the Flemish gable and both pointed gables are provided with shoulders (at the bottom), topped with hardstone and decorated with a sandstone sunburst motif at the top and rich wall anchors with art nouveau whiplash motif. Two coupled lintels in the left pointed gable mark the position of the closed attic window. In the middle section there is a clamped double carriage entrance with semi-circular multiple-light fanlight and a sandstone surround topped by a keystone with two horse heads above which a sandstone cartouche with "ANNO 1899". Above the date the head of a coachman protrudes holding the reins of the two horses. The Flemish gable above this relief is provided with a window divided in two by a central mullion with four-light upper and lower sashes (the intermediate sills here are not of sandstone but of wood). On the rear side of the roof above the middle section there is a similar Flemish gable. On either side of the entrance the middle section has a high-placed cross window. The projecting pointed gable of the right facade section is provided with an arched double garden door with a four-light window in each door half. The storey above projects on five carved sandstone corbels: the three middle ones with a leaf motif, the heavy right and left ones showing respectively a sheep shearer and a countryman holding a sickle and ears of corn in his hands. The storey window is composed of four coupled three-light windows. To the right the right facade section has a cross window. The ridge end to the right above the west facade is crowned with a square roof turret with bell roof and bronze bell. In the right side facade (S) there is a cross window on the left. The projecting right facade half has a cross window to the right, two monastery windows to the left, and a panel door with fanlight on the narrow right side. On the lean-to roof above the extension stands a tall rectangular chimney in the middle with ornamental wall anchors at the top. The left side facade (N) is divided into five bays by pilaster strips. The pilaster strips are provided with sandstone halfway up and at the top. Between the upper blocks the bays are closed off by projecting masonry courses. In the second and fourth bays there is a cross window. The third bay is provided with an arched panel door with a four-light window and above it a three-light fanlight. To the right of the door there are two narrow two-light windows, one above the other. The left bay is provided with a clamped door with three-light fanlight and, like the fourth bay from the left, a Flemish gable with a hoist beam. Below this, the roof structure above the fourth bay has a double door with a four-light window in each door half at the top. On the roof plane above the north facade stand three rectangular chimneys. Adjoining at right angles to the left of the facade is an almost rectangular building volume (presumably the machine building) of which the west facade is provided with small four-light windows arranged in two layers (partly coupled in pairs). The gable end north facade of this building volume is executed as a pointed gable and provided with four storey windows of the last-mentioned type. At the top there is a six-light segmental arch window. The east facade of this building section has a recessed corner to the right, in the middle a door flanked by narrow three-light windows, and to the left a portico with a staircase on the left and a clamped door on the right. In the upper corners of the portico there is a corbel. On the roof plane above this facade stand, as on the western roof plane, two small roof dormers with Venetian blinds, slate-covered sides and likewise a hipped roof. To the left of this there is a third roof dormer with a twelve-light roof window, slate-covered sides and a zinc-covered lean-to roof. The projecting right section of the rear facade (E) extending in line with this facade has two cross windows. On the roof plane above it stands a broad roof dormer with a series of four windows, the middle two still with a four-light glazing bar division. In the adjoining south facade of the projecting right section of the rear facade there is a cross window. On the roof plane above this facade section stands a rectangular chimney to the right and a roof dormer to the left provided with a flat roof and three coupled windows, the outer ones still with a four-light glazing bar division. Against the middle section of the rear facade is a large wooden extension which served as a wash place for the coaches. This rectangular single-storey extension with a flat roof has around it a large multiple-light window section which is interrupted in the centre front by a projecting entrance with a four-part door. To the left of the former wash place the rear facade is provided from right to left with a cross window (with two-light instead of four-light upper sashes), a small window and a closed door. In the recessed left section of the rear facade there is also a cross window.

The INTERIOR of the coach house situated behind the middle section of the front facade is still largely in its original state and is provided among other things with a T-shaped paving of purple-red wallstone brick in a twill bond with on either side two (remaining) rectangular floors of red and yellow tiles in a checkerboard pattern, an encircling art nouveau tile wainscot with a floral pattern in yellow, green and blue, and above the wainscot blocked plastered walls. Against the right wall to the right stands a harness cupboard provided with six sliding doors, each with a four-light window. A large segmental arch passage to the left in this wall gives access to a room with wall and ceiling panelling in American pine (bead moulding), in the middle of the ceiling a square lantern with radial window bars around it, and a corner fireplace provided with terracotta fire bricks on which a male and female head are shown in relief. The fireplace panel in the upper throat of this fireplace shows a hunting still life with two dead pheasants and is signed "H. van Marke/ 1901". The adjoining room situated behind the front facade has a corner fireplace of which the oak-wood lower throat executed in Renaissance style is tiled on the inside with Delftware tiles on which horsemen are depicted (the painted stained-glass upper windows in this room originate from the main building).

Valuation

The former stable building with adjoining machine building and associated interior is of general importance as a historical-functional component of the country estate complex Duin en Kruidberg; by reason of its design; by reason of its ensemble value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map