TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Columbarium, Duin- en Kruidbergerweg bij 2

Driehuis NH, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Crematorium
Function
Columbarium
Category
onroerend gebouwd
Built
1925 - 1926
Address
Duin- en Kruidbergerweg bij 2, 1985 HG Driehuis NH (Velsen 27)
Place
Driehuis NH
Municipality
Velsen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.44776, 4.63103
Part of complex
520666
Monument number
520669

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Onteigening voor het aanleggen van een duinweg van de kommen van Bloemendaal en van Overveen naar Zandvoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

TWEEDE COLUMBARIUM uit 1925-1926, deel uitmakend van het crematoriumcomplex Velsen. Dit door architect W.M. Dudok ontworpen columbarium heeft de vorm van een binnenhof die aan de noordoostzijde halfrond afgesloten wordt en aan de zuidwestzijde opent naar de duinen. Het columbarium heeft door deze aanleg een grote openheid. De openheid, die het geheel van plattegrond en opstand uitstraalt lijkt sterk verwant te zijn aan de ruimtelijke opzet van de Romeinse fora en thermae. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat er in de absidiale beëindiging door Dudok een impluvium is aangebracht. Tevens ontwierp Dudok de uniforme urnen voor dit columbarium. In dit columbarium bevinden zich zowel open als gesloten urnengalerijen. De urnen in de gesloten urnengalerijen zijn niet alle door Dudok ontworpen. Twee door de beeldhouwer H.A. van den Eijnde in 1925-1926 vervaardigde sculpturen maken deel uit van het tweede columbarium: een bronzen vrouwenbeeld "De Overpeinzing" en een gevelsculptuur getiteld "De Overgave". Van den Eijnde genoot in zijn tijd een zekere bekendheid als vervaardiger van de sculpturen aan het door J.M. van der Meij ontworpen scheepvaarthuis, in Amsterdam (1912-1916) en in het postkantoor van J. Crouwel te Utrecht (1917-1924). Het werk van Van den Eijnde is net als dat van zijn tijdgenoot H. Krop plaatsbaar binnen het kader van het werk van de symbolistische schilders: J. Toorop, A.W. Konijnenburg, J. Thorn Prikker en A.J. der Kinderen. De houding van het bronzen beeld waarbij het hoofd rust op de hand is mogelijk geïnspireerd op de "Penseur" van A. Rodin. Ook het in 1931 door de beeldhouwster Gra Rueb vervaardigde urnenmonument voor dr. Aletta Jacobs en haar echtgenoot maakt deel uit van de bescherming. Opdrachtgever was een vanuit de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen gevormd comité. Het ceramische deel van dit wandmonument werd uitgevoerd bij "De Porceleyne Fles".

Omschrijving

Het tweede columbarium is gebouwd op een langwerpig grondplan dat aan de noordoostzijde eindigt in een halve cirkel. Het langwerpige gedeelte bestaat uit twee evenwijdige open urnengalerijen van één bouwlaag met zadeldak waartussen een ruime rechthoekige binnenhof met gazon. Binnen het twee bouwlagen hoge halfronde bouwlichaam is een impluvium (vergaarbekken voor regenwater) gesitueerd. Dit impluvium en de binnenhof worden van elkaar gescheiden door een dwarsvolume dat een voortzetting is van de gesloten urnengalerij op de verdieping van het halfronde bouwdeel. Op de begane grond heeft laatstgenoemde een open urnengalerij in de vorm van negen gekoppelde U-vormen die openen naar het impluvium en geheel bestaan uit vierkante urnennissen. De langsgalerijen ter weerszijden van het gazon tellen beide negen groepen dito urnennissen geplaatst tegen de binnenzijde van de buitenmuur. Op het dwarsvolume staat rechts (ZO) een hoge vierkante toren. Een lage bakstenen scheidingswand sluit de binnenhof op het zuidwesten ruimtelijk af. Het gehele columbarium is opgetrokken uit gele machinale waalsteen in Noords verband met terugliggende voeg, terwijl de toren bekleed is met zwarte en witte tegels. In de betonnen vloeren zijn geometrische patronen van gesmoorde (en witte) tegeltjes aangebracht. De met zwarte geglazuurde Hollandse pannen gedekte zadeldaken van de langsgalerijen rusten aan de buitenzijde op de nismuur en aan de binnenzijde op een arcade van vierkante bakstenen pijlers waartussen uitzicht geboden wordt op het tussenliggende gazon. De noordwestelijke langsgalerij wordt beëindigd door een lage halfronde traptoren met bovenin een zevental smalle diepliggende vensters voorzien van glas in lood. De zuidoostgalerij gaat over in de aanbouw uit 1937-'39. Het gazon heeft op een centrale plaats een eik en aan weerszijden gemetselde plantenbakken: acht aan de zuidoostzijde en een zestal aan de noordwestkant. Via een zestal treden gaat het gazon over in een bordes met daarop een verhoging waarop een beeld van H.A. van den Eijnde is geplaatst (zie verder). Boven het beeld bevindt zich de genoemde dwarsverdieping die de verbinding vormt tussen twee hogere en eveneens blokvormige bouwvolumes aan het noordoosteinde van de langsgalerijen. In de dwarsverdieping bevindt zich een gesloten urnengalerij die verlicht wordt door vier kleine, in de zuidwestgevel aangebrachte vierkante vensters onder brede betonnen lateien. De toren is aan de voorzijde (ZW) bekleed met witte tegels en aan de achter- en zijkanten met zwarte tegels. Bovenop de toren staat een gestileerde compositie van een stoel en een zandloper. Dit is een symbolische verwijzing naar de dood waarbij de overledene als het ware vanuit de hoge stoel over de wereld kijkt. In de voorzijde van het tussen de toren en de zuidoostelijke galerij gesitueerde grote rechter (ZO) bouwblok bevindt zich links een groot liggend venster waarnaast een hoekliseen die boven het platte dak bekroond wordt door een gevelsculptuur van H.A. van den Eijnde (zie verder). De eerste verdieping telt zeven smalle diepliggende vensters voorzien van glas in lood. In de noordwestgevel van het grote rechter bouwvolume bevinden zich op de begane grond vier vensters; de verdieping is aan deze zijde gesloten. Het noordwestelijke bouwvolume heeft een blinde parterre en op de verdieping een terugliggend geplaatst liggend venster. Tegen de bassinzijde van de twee buitenste volumes sluit het halfronde bouwvolume aan waarvan de buitenmuur geleed wordt door tien steunberen. De betonnen verdiepingsvloer van het halfronde bouwvolume heeft boven het pad rond het impluvium een ruim overstek waaronder metalen waterspuwers. Boven dit overstek is de (veelhoekige) eerste verdieping gesloten.

Het genoemde bronzen beeld stelt een zittende vrouw voor die met opgetrokken benen en een peinzende blik voor zich uit staart. Haar hoofd wordt ondersteund door haar rechterarm die op zijn beurt weer rust op het rechterbovenbeen dat bovenop het linkerbovenbeen ligt. Met de linkerarm ondersteunt de vrouw zich om in balans te blijven. Doordat alle ledematen zich groeperen aan de voorzijde heeft het beeld een frontaal karakter. De gevelsculptuur is uitgevoerd als een natuurstenen buste op een bakstenen sokkel. De vrij grof gebeeldhouwde buste stelt vermoedelijk een mansfiguur voor. Deze hemelwaarts kijkende figuur heeft een licht achteroverhellende torso en houdt zijn armen naar voren met de binnenkant van zijn handen boven. De in turquoise geglazuurde ceramiek uitgevoerde urnen in dit columbarium hebben een tapse vorm die trapsgewijs verjongd. De bovenste helft van de urnen verhult de eigenlijke asbus en kan worden opgelicht.

Het rechts in de noordoostmuur van het noordwestelijke bouwvolume aangebrachte urnenmonument voor Aletta Jacobs bestaat uit een symmetrisch opgezet wandmonument van crèmekleurig ceramiek met in het midden een terugliggend vlak waarvoor een bloembak en waarin een bronzen reliëf voorstellend een brandende fakkel tussen een naakte man en vrouw die met gevouwen handen geknield zitten op de wereldbol. In de gestileerde pijlers ter weerszijden van het middenvlak bevindt zich een urnennis met een bronzen urn en daaronder links het opschrift "CAREL V(icto)R/ GERRITSEN/ 1850-1905" en rechts "ALETTA H./ JACOBS/ 1854-1929". Boven het middenvlak is de tekst "IN MEMORIAM" aangebracht tussen twee kleine ronde reliëfs: links een uil als symbool van de wijsheid en rechts een esculaap als verwijzing naar het beroep van Jacobs. Aletta Jacobs was de eerste afgestudeerde vrouw in Nederland en de eerste vrouwelijke arts.

Waardering

Het tweede columbarium met bijbehorend bronzen beeld, gevelsculptuur, urnen en urnenmonument en de omringende tuinaanleg is van algemeen belang:

- als historisch-functioneel onderdeel van het crematoriumcomplex Velsen;

- als karakteristiek werk uit het oeuvre van de architect W.M. Dudok en de beeldhouwer H.A. van den Eijnde;

- wegens de architectonische vormgeving;

- wegens de ensemblewaarde in relatie met de tuinaanleg en de andere onderdelen van het complex.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

SECOND COLUMBARIUM from 1925-1926, forming part of the crematorium complex Velsen. This columbarium, designed by architect W.M. Dudok, has the form of a courtyard which is closed at the north-east side by a semicircle and opens towards the dunes at the south-west side. Through this layout the columbarium has great openness. The openness which radiates from the totality of plan and elevation appears to be closely related to the spatial layout of Roman fora and thermae. This suspicion is strengthened by the fact that Dudok incorporated an impluvium in the apsidal termination. Dudok also designed the uniform urns for this columbarium. This columbarium contains both open and closed urn galleries. Not all the urns in the closed urn galleries were designed by Dudok. Two sculptures made by sculptor H.A. van den Eijnde in 1925-1926 form part of the second columbarium: a bronze female figure "De Overpeinzing" and a facade sculpture titled "De Overgave". Van den Eijnde enjoyed a certain reputation in his time as maker of the sculptures on the shipping house designed by J.M. van der Meij in Amsterdam (1912-1916) and in the post office by J. Crouwel in Utrecht (1917-1924). The work of Van den Eijnde, like that of his contemporary H. Krop, can be placed within the context of the work of the symbolist painters: J. Toorop, A.W. Konijnenburg, J. Thorn Prikker and A.J. der Kinderen. The posture of the bronze figure with the head resting on the hand may have been inspired by A. Rodin's "Penseur". Also the urn monument for Dr. Aletta Jacobs and her husband, made in 1931 by sculptress Gra Rueb, forms part of the protection. The patron was a committee formed from the Dutch Association of Female Citizens. The ceramic part of this wall monument was executed at "De Porceleyne Fles".

Description

The second columbarium is built on an oblong ground plan which ends in a semicircle at the north-east side. The oblong section consists of two parallel open urn galleries of one storey with gabled roof with a spacious rectangular courtyard with lawn in between. Within the two-storey high semicircular building is situated an impluvium (rainwater basin). This impluvium and the courtyard are separated from each other by a transverse volume which is a continuation of the closed urn gallery on the level of the semicircular building section. On the ground floor the latter has an open urn gallery in the form of nine coupled U-shapes which open towards the impluvium and consist entirely of square urn niches. The long galleries on either side of the lawn each count nine groups of the same urn niches placed against the inside of the outer wall. On the transverse volume stands on the right (SE) a tall square tower. A low brick partition wall closes off the courtyard spatially to the south-west. The entire columbarium is built of yellow machine-made Dutch brick in Flemish bond with recessed joints, while the tower is faced with black and white tiles. In the concrete floors geometric patterns of glazed (and white) tiles have been incorporated. The gabled roofs of the long galleries covered with black glazed Dutch tiles rest on the outside on the niche wall and on the inside on an arcade of square brick pillars between which there is a view onto the adjacent lawn. The north-west long gallery is terminated by a low semicircular stair tower with in its upper section seven narrow recessed windows fitted with leaded glass. The south-east gallery continues into the extension from 1937-'39. The lawn has centrally an oak and on either side brick-built planting troughs: eight on the south-east side and six on the north-west side. Via six steps the lawn leads to a terrace with on it a raised area on which an image by H.A. van den Eijnde is placed (see further). Above the image is the aforementioned transverse storey which forms the connection between two higher and equally block-shaped building volumes at the north-east end of the long galleries. In the transverse storey is a closed urn gallery which is lit by four small square windows in the south-west facade under wide concrete lintels. The tower is faced on the front (SW) with white tiles and on the rear and side with black tiles. On top of the tower stands a stylised composition of a chair and an hourglass. This is a symbolic reference to death whereby the deceased as it were looks over the world from the high chair. In the front of the large right (SE) building block situated between the tower and the south-east gallery is on the left a large horizontal window next to a corner pilaster which is crowned above the flat roof by a facade sculpture by H.A. van den Eijnde (see further). The first storey has seven narrow recessed windows fitted with leaded glass. In the north-west facade of the large right building volume there are on the ground floor four windows; the storey is closed on this side. The north-west building volume has a blank ground floor and on the storey a recessed horizontal window. Against the basin side of the two outer volumes adjoins the semicircular building volume whose outer wall is articulated by ten buttresses. The concrete storey floor of the semicircular building volume has over the path around the impluvium a generous overhang under which are metal water spouts. Above this overhang the (polygonal) first storey is closed.

The aforementioned bronze figure represents a seated woman who gazes ahead pensively with drawn-up legs. Her head is supported by her right arm which in turn rests on her right upper leg which lies on top of her left upper leg. With her left arm the woman supports herself to remain in balance. Because all limbs are grouped at the front the figure has a frontal character. The facade sculpture is executed as a natural stone bust on a brick base. The relatively roughly carved bust presumably represents a male figure. This heavenward-looking figure has a slightly backward-leaning torso and holds his arms forward with the inside of his hands uppermost. The urns executed in turquoise-glazed ceramics in this columbarium have a tapered form which narrows in steps. The upper half of the urns conceals the actual ash box and can be lifted off.

The urn monument for Aletta Jacobs inserted on the right in the north-east wall of the north-west building volume consists of a symmetrically arranged wall monument of cream-coloured ceramics with in the centre a recessed plane in front of which is a flower trough and in which is a bronze relief depicting a burning torch between a naked man and woman who kneel with clasped hands on the globe. In the stylised pillars on either side of the centre plane is an urn niche with a bronze urn and below it on the left the inscription "CAREL V(icto)R/ GERRITSEN/ 1850-1905" and on the right "ALETTA H./ JACOBS/ 1854-1929". Above the centre plane is the text "IN MEMORIAM" placed between two small round reliefs: on the left an owl as a symbol of wisdom and on the right an asclepius as a reference to Jacobs' profession. Aletta Jacobs was the first graduated woman in the Netherlands and the first female doctor.

Valuation

The second columbarium with associated bronze figure, facade sculpture, urns and urn monument and the surrounding garden layout is of general importance:

- as a historic-functional component of the crematorium complex Velsen;

- as a characteristic work from the oeuvre of architect W.M. Dudok and sculptor H.A. van den Eijnde;

- because of the architectural design;

- because of the ensemble value in relation to the garden layout and the other components of the complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map