Rijksmonumentenregister · Netherlands
Crematorium(H2), Duin- en Kruidbergerweg 2
Driehuis NH, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Crematorium
- Function
- Crematorium(H2)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1912 - 1913
- Address
- Duin- en Kruidbergerweg 2, 1985 HG Driehuis NH (Velsen 27)
- Place
- Driehuis NH
- Municipality
- Velsen
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.44776, 4.63103
- Part of complex
- 520666
- Monument number
- 520667
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
CREMATORIUMGEBOUW uit 1912-'13, deel uitmakend van het crematoriumcomplex Velsen. Het op een natuurlijke duintop gesitueerde crematoriumgebouw is ontworpen door de Hilversumse architect M.A. Poel die werd bijgestaan door architect P.L. Kramer, één van de latere voormannen van de Amsterdamse School. Poel was slechts gedeeltelijk bij de uitvoer betrokken, omdat hij na tal van conflicten tijdens de bouw van zijn functie als uitvoerend architect werd ontheven. Onder leiding van Kramer werd het gebouw voltooid. Het gerealiseerde gebouw wijkt in de geleding van de gevel, de detaillering, en de uitvoering van de koepel sterk af van het door Poel in 1911 gemaakte ontwerp, wat mogelijk betekent dat P.L. Kramer naast de uitvoering ook een deel van het ontwerp naar zich heeft toegetrokken. De hoofdvorm van het crematoriumgebouw is ontleend aan contemporaine crematoria in Duitsland waar al langer gecremeerd werd. De architectuur vertoont invloeden van het rationalisme van Berlage en van het art déco. Het interieur van de aula is vermoedelijk omstreeks 1926 naar ontwerp van architect W.M. Dudok gemoderniseerd.
N.B. De in 1987 geplaatste invalidenlift aan de voorzijde van het gebouw valt niet onder de bescherming.
Omschrijving
Het crematoriumgebouw heeft een symmetrische aanleg op T-vormige plat-tegrond en is opgebouwd uit een souterrain en een parterre met centraal een aula waarboven een zestienzijdige spitse koepel met onder de top vensters. Het souterrain is vormgeven als sokkel. De buitengevels zijn opgetrokken in rode genuanceerde machinale waalsteen in kruisverband met snijvoeg. De boven alles uittorenende koepel rust op een achtzijdige tamboer waarvan de blinde voor-, achterzijde en zijkanten bovenaan getrapt eindigen en de smalle overblijvende zijden voorzien zijn van drie gekoppelde twaalfruits ramen waaronder de achthoek overgaat in een vierkant ter grootte van de aula. Deze overgang wordt verzacht door getrapt siermetselwerk. Tegen de voorkant (ZO) van de vierkante kern bevindt zich een uitgebouwde ingangspartij met een halve koepel. Onderaan heeft deze dertienzijdige koepel rondom glas-in-loodraampjes. De twee door een middenstijl gescheiden toegangsdeuren in de voorzijde van de ingangspartij zijn voorzien van een twaalfruits raam en bereikbaar via een brede trap met gemetselde zijmuren en halverwege een bovenaan een bordes en gemetselde zijmuren. In de noordoostmuur van de trap bevindt zich een eerste steen die blijkens opschrift op 27 september 1913 gelegd is door Frits van Lissa, oud 12 jaar. Boven de ingang bevinden zich vijf kleine glas-in-loodramen die zijn opgenomen in een getrapt vormgegeven natuurstenen deuromlijsting. De linkerzijgevel van de ingangspartij heeft ter hoogte van het souterrain links een smal drieruits venster en rechts een deur. De rechterzijgevel van de ingangspartij is zowel ter hoogte van het souterrain als de parterre voorzien van drie kleine vensters. De getrapt eindigende zijgevels van de vierkante kern worden tot halve hoogte door twee lisenen in drieën geleed en zijn halverwege voorzien van een serie maskerachtige metselmotieven. De rechterzijgevel (NO) van de vierkante kern is blind. In de linkerzijgevel (ZW) bevinden zich ter hoogte van het souterrain drie sterk terugliggende vierruits vensters. Achter de aula ligt het eigenlijke crematorium. Dit gedeelte is enigszins lager en belangrijk breder dan de aula. Het is samengesteld uit een middengedeelte met een zadeldak en een door twee hoge vierkante schoorstenen geflankeerde topgevel, en twee lagere zijvleugels met plat dak. De twee zijvleugels die ten opzichte van de blinde topgevel van het middengedeelte enigszins terugliggen, zijn opgebouwd uit een souterrain en een parterre die bovenaan beëindigd wordt door een bakstenen abstractie van een kroonlijst. In de voorzijde (ZW) van de linkerzijvleugel bevindt zich rechts een achtruits venster en links een ingang. De parterre telt drie vierruits vensters en heeft rechts in de rechterzijgevel (ZO) een gebrandschilderd raam. De als kantoor dienst doende rechterzijvleugel heeft op de parterre een overluifelde ingang bereikbaar via een tegen de rechterzijgevel van het creatoriumgebouw gesitueerde trap. De rechterzijvleugel is voorzien van meerdere vensters en zet zich naar achteren voort als een laagbouw met zadeldak. De achtergevel (NW) van het crematoriumgebouw wordt door het in de jaren dertig aangebouwde derde columbarium grotendeels aan het oog onttrokken.
Het INTERIEUR van het voorportaal, de grote hal en de kleine hal verkeert nog vrijwel in de vooroorlogse staat. De wanden van het voorportaal zijn witgepleisterd, terwijl die van de grote en kleine hal voor de helft zijn bekleed met grijs-wit marmer. Op de vloer van beide hallen liggen witte plavuizen. In de kleine hal, die vanuit de grote hal via drie met zwart marmer beklede treden bereikt wordt, is ook zwart marmer toegepast in de vloer en de zijwanden. De met zwart marmer beklede wanddelen zijn in tegenstelling tot de bovenste helft van de zijwanden in een nis gelegen en geven hierdoor de kleine hal een bijzonder ruimtewerking, hetgeen nog versterkt wordt door het van boven, via het grote meerruits raam in het plafond, invallende licht. Boven de grote hal bevindt zich het witgesausde zestienzijdige koepelgewelf met op de vier hoeken, boven de pendentieven, een meerruits bovenlicht. Het ronde bovenlicht bovenin de koepel is voorzien van een houten roedenverdeling waarin glas en lood. In deze centrale ruimte staan twee rijen van vijf kubistisch vormgegeven houten banken die waarschijnlijk naar ontwerp van W.M. Dudok zijn vervaardigd. Boven het voorportaal bevindt zich in de halve koepel de voormalige orgelruimte met oorspronkelijk glas in lood. In het souterrain onder de grote hal bevindt zich een urnengalerij die diende als eerste columbarium. Hier staan in hoofdzaak zwartgranieten urnen.
Waardering
Het crematoriumgebouw met bijbehorend interieur is van algemeen belang - als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het crematoriumcomplex Velsen; - wegens de architectonische vormgeving; - wegens het gaaf bewaarde interieur dat omstreeks 1926 naar ontwerp van W.M. Dudok is gerealiseerd; - wegens de markante situering (op een duintop) op het terrein; - als gaaf bewaard gebleven eerste crematorium van Nederland daterend uit de jaren '10 van de 20ste eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CREMATORIUM BUILDING from 1912-'13, forming part of the Velsen crematorium complex. The crematorium building, situated on a natural dune top, was designed by the Hilversum architect M.A. Poel, who was assisted by architect P.L. Kramer, one of the later leading figures of the Amsterdam School. Poel was only partially involved in the execution, as he was relieved of his position as executing architect after numerous conflicts during construction. Under Kramer's leadership the building was completed. The realised building deviates significantly from the design made by Poel in 1911 in the articulation of the facade, the detailing, and the execution of the dome, which possibly means that P.L. Kramer, in addition to the execution, also appropriated part of the design. The main form of the crematorium building is derived from contemporary crematoria in Germany where cremation had been practised for longer. The architecture shows influences of Berlage's rationalism and of art deco. The interior of the aula was presumably modernised around 1926 according to a design by architect W.M. Dudok.
N.B. The disabled lift installed in 1987 at the front of the building is not covered by protection.
Description
The crematorium building has a symmetrical layout on a T-shaped ground plan and is constructed from a basement and a ground floor with a central aula above which rises a sixteen-sided pointed dome with windows below the top. The basement is formed as a plinth. The outer facades are constructed in red nuanced machine-made Dutch bond brickwork with flush joints. The dome soaring above everything rests on an octagonal drum, the blind front, rear and side faces of which terminate in stepped form at the top, and the narrow remaining sides are provided with three coupled twelve-light windows, beneath which the octagon transitions into a square the size of the aula. This transition is softened by stepped decorative brickwork. Against the front (SE) of the square core is a projecting entrance section with a half dome. Below, this thirteen-sided dome has glass-and-lead windows all around. The two access doors separated by a central mullion on the front face of the entrance section are provided with a twelve-light window and are reached via a broad staircase with masonry side walls and halfway up a landing and masonry side walls. In the northeast wall of the staircase there is a foundation stone which, according to its inscription, was laid on 27 September 1913 by Frits van Lissa, aged 12 years. Above the entrance are five small glass-and-lead windows which are incorporated in a stepped dressed stone door surround. The left side facade of the entrance section has at basement level on the left a narrow three-light window and on the right a door. The right side facade of the entrance section is provided at both basement and ground floor level with three small windows. The stepped-ending side facades of the square core are divided into three by two pilasters up to half height and have halfway up a series of mask-like brick motifs. The right side facade (NE) of the square core is blind. In the left side facade (SW) there are at basement level three deeply recessed four-light windows. Behind the aula lies the actual crematorium. This section is somewhat lower and considerably broader than the aula. It is composed of a central section with a gabled roof and a stepped gable flanked by two tall square chimneys, and two lower side wings with flat roof. The two side wings, which are set back somewhat in relation to the blind stepped gable of the central section, are constructed from a basement and a ground floor which terminates at the top with a brick abstraction of a cornice. In the front (SW) of the left side wing there is on the right a four-light window and on the left an entrance. The ground floor has three four-light windows and has on the right in the right side facade (SE) a stained glass window. The right side wing, which serves as an office, has on the ground floor a covered entrance reached via a staircase situated against the right side facade of the crematorium building. The right side wing is provided with several windows and continues towards the rear as a low building with a gabled roof. The rear facade (NW) of the crematorium building is largely hidden from view by the third columbarium built in the nineteen-thirties.
The INTERIOR of the vestibule, the large hall and the small hall is still largely in its pre-war state. The walls of the vestibule are whitewashed, while those of the large and small hall are clad halfway up with grey-white marble. The floors of both halls are laid with white tiles. In the small hall, which is reached from the large hall via three steps clad in black marble, black marble is also used in the floor and side walls. The wall sections clad with black marble, in contrast to the upper half of the side walls, are located in a recess, which gives the small hall a particular spatial effect, which is further enhanced by the light falling in from above through the large multi-light window in the ceiling. Above the large hall is the whitewashed sixteen-sided dome vault with on the four corners, above the pendentives, a multi-light fanlight. The circular fanlight at the top of the dome is provided with a wooden glazing bar pattern in glass and lead. In this central space stand two rows of five cubistically formed wooden benches which were probably made according to a design by W.M. Dudok. Above the vestibule, in the half dome, is the former organ room with original glass and lead. In the basement beneath the large hall is an urn gallery which served as the first columbarium. Here stand mainly black granite urns.
Valuation
The crematorium building with associated interior is of general importance - as a historically-functional main component of the Velsen crematorium complex; - due to its architectural design; - due to the well-preserved interior which was realised around 1926 according to a design by W.M. Dudok; - due to its striking situation (on a dune top) on the site; - as a well-preserved first crematorium of the Netherlands dating from the 1910s of the 20th century.
Nearby in the register
- Columbarium, Duin- en Kruidbergerweg bij 2Crematoriumunder 1 mi
- Columbarium, Duin- en Kruidbergerweg 2Crematoriumunder 1 mi
- Columbarium, Duin- en Kruidbergerweg bij 2Crematoriumunder 1 mi
- Columbarium, Duin- en Kruidbergerweg bij 2Crematoriumunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.